Liefdedienst
Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypte tand, uit het diensthuis uitgeleid heb. Exodus 20 : 2
Wanneer wij op zondagmorgen in de kerk zijn en de wet van God wordt voorgelezen, dan begint die voorlezing met de woorden, die wij nu willen overdenken. Deze woorden horen bij de wet. Het is nodig, dat deze er altijd bij gelezen worden en niet vergeten. Want in deze woorden lezen wij juist welke aard de wet van God heeft voor de gemeente des Heeren.
Vaak doet de wet ons denken aan een harde onverbiddelijke regel, waarvan de onderhouding met Goddelijke gestrengheid gevorderd wordt. De wet en de vloek horen bijeen, als de prediking van noodzakelijke gehoorzaamheid en bedreigde straf. Maar zo wordt de wet in de gemeente Gods niet voorgelezen. Daar wordt des zondags niet bij gelezen: , , Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in het boek der Wet om dat te doen".
Want in de gemeente des Heeren wordt de wet voorgelezen, als de liefelijke regel van Koning Jezus, Die zeide: , , Mijn juk is zacht en Mijn last is licht". Als dan ook in Gods huis de wet gelezen wordt, dan is het alsof Christus Zijn kinderen aanspreekt en zegt: Hier hebt ge nu dat gebod, dat niet zwaar is; kom. Ik zal u Mijn lichte last opleggen en de geboden, die niet zwaar zijn, voorstellen.
Neen, in Gods huis horen de wet en de vloek niet bij elkaar, maar horen Jezus en de wet bijeen. Want op Golgotha zijn de wet en de vloek bijeengekomen en daar was Hij, Die een vloek geworden is, alhoewel geen bedrog in Zijn mond geweest is.
Als naar Gods beeld geschapen mensen zijn wij gebonden de heilige wet van God te onderhouden. Dat kunnen we niet meer. Daarom liggen wij van nature onder dc vloek van de wet neer. Wij zijn zondeslaven in het diensthuis des satans. Zeker, daar zijn wet en vloek bijeen. Maar God ziet naar zondeslaven om, zoals Hij naar Israël omzag, en Hij verlost door een sterke hand en machtige arm. Hij leert Israël dit geheim: Ik ben de HEERE, uw God. Die u geheel voor Mijn rekening genomen heb. O, zoet geheim, o, wondere ervaring. Weet u iets van die les, dat de vloek van de wet op Jezus viel en dat God tot u zeide: Ik ben uw God, uw Verbondsgod? Dan voegt Hij daaraan toe: Hier is Mijn wet nu. En dan kan het anders niet zijn dan dat een volk. dat deze liefde Gods kent met vreugde deze wet aanvaardt en zegt: „Zij zijn mijns harten vrolijkheid".
wijlen ds. A. Vergunst uil: Bijbels Dagboek
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 december 1987
Daniel | 33 Pagina's