Naar Haïti om mensen te helpen
Als alles volgens plan gegaan is, zijn juf Josien en Harm, haar man, gisteren naar Haïti vertrokken. Omdat wij graag willen weten wat ze daar gaan doen, hoe ze daar gaan wonen, ben ik een avond naar hen toegegaan, om dit allemaal te vragen.
Kunnen jullie vertellen waar Haïti ligt?
Nou, dat is moeilijk uit te leggen. Misschien kunnen de kinderen het in hun atlas opzoeken. We kunnen wel vertellen hoe we er naar toe gaan. We vertrekken van Schiphol en vliegen dan eerst naar Londen. Van Londen gaan we naar Miami in Florida. Vandaar gaan we naar Port-au-Prince, de hoofdstad van Haïti. We gaan dan in een groot vliegtuig, een Boeing 747. Daar kunnen ongeveer 450 personen in meevliegen. We zitten ongeveer 13 uur in het vliegtuig. Omdat we soms moeten wachten op de vliegvelden doen we er ongeveer 18 uur over van Nederland naar Haïti.
Juf Josien vertelt dat er 6 uur tijdsverschil is met Nederland. Als zij om 8 uur 's morgens vertrekken vanaf Schiphol, zouden ze om 2 uur 's nachts aankomen, maar in Haïti is het dan pas 8 uur 's avonds. Haïti is iets kleiner dan Nederland en er wonen ongeveer 6 miljoen mensen.
Hoe is het weer in Haïti?
Het is er altijd zo'n 30-40°. Als het er 25° is, vinden de mensen het koud. Het regent er alleen 's nachts. Overdag is het er altijd droog. En weetje wat zo apart is? Het is er 12 uur licht en 12 uur donker, 's Avonds is het gewoon nog lekker warm, maar al wel donker. Dat hebben we in Nederland niet.
Waar gaan jullie wonen?
Wij gaan in een vruchtbare vallei wonen. Die vallei heet , , White Rock" (witte rots). Om de vallei heen zijn bergen. Die kunnen we vanuit ons huisje in de verte zien liggen. In de vallei wonen ongeveer 15.000 mensen. We wonen ruim een half uur rijden bij de grote stad Port-au-Prince vandaan. De weg naar het huis toe, kun je bijna geen weg noemen. Het is een weg vol kuilen en hobbels. Als je er een half uur over gereden hebt, kun je echt heel misselijk worden. Soms moet je gewoon door een riviertje rijden. De mensen van de vallei wonen in kleine klei-huisjes. Daarop zitten rieten daken. Wijzelf krijgen een stenen huisje. In een stenen huisje naast ons woont een zus van Harm, dat is heel fijn hoor.
Wat gaan jullie daar doen?
Wij gaan er werken voor de organisatie Doublé Harvest. Deze organisatie doet daar ontwikkelingshulp. Ze hebben een landbouwprojekt, ze werken in de bossen, er is een melkfabriek. Ook zijn ze bezig om een polikliniek (een klein ziekenhuisje) te maken.
Juf Josien gaat er de administratie bijhouden. Daarbij mag ze een komputer gebruiken. Ze moet rekeningen gaan betalen en salarissen klaarmaken voor de Haïtiaanse mensen. Die mensen krijgen hun salaris gewoon in geld dat op een stapeltje aan elkaar geniet is! Als het niet druk is op het land moet ze ongeveer 25 loonzakjes klaarmaken. maar in de oogsttijd wel 200! Veel hè?
Harm gaat er het technische werk doen. Hij moet de machines maken en onderhouden en regelen dat er goederen vervoerd worden. Dat doet hij niet alleen. Nee, hij gaat er juist aan de Haïtiaanse mannen leren hoe zij het zelf zouden kunnen doen. Dus samen met hen gaat hij daar werken.
Maar als jullie daar naar toe gaan, welke taal moeten jullie dan spreken?
De mensen spreken er Frans en Creools. Dat moeten wij dus ook leren. Nu oefenen we al een beetje Franse woorden, maar het
Creools zullen we toch vooral in Haïti zelf gaan leren.
Wij zijn christenen, hebben de Haïtianen ook een godsdienst?
In Haïti komen meer godsdiensten voor. Er zijn veel mensen die nog aan vooroudergeestenverering doen. Die godsdienst heet de Voo-doo.
Ook zijn er veel Rooms-Katholieken. De mensen die protestants zijn. zijn Baptist. Deze mensen worden pas gedoopt als ze volwassen zijn. In hun kerken wordt veel gezongen en gebeden. Ook houdt de dominee er een preek.
Op zondag zie je de mensen met een grote Bijbel naar de kerk gaan. Dan zijn ze soms wel 7 uur in de kerk. Voor hen is de zondag een dag waarop ze veel met de dingen van de Heere bezig zijn.
Als jullie nu in Haïti zijn, waar gaan jullie dan naar de kerk?
Er is een kerk waar veel mensen die voor de zending of voor ontwikkelingshulp in Haïti zijn, naar de kerk gaan. Daar houden ze Engelse diensten. Daar hopen wij ook naar toe te gaan. Er komen daar zo ongeveer 150 blanken.
Jullie gaan naar Haïti. De mensen daar zijn arm. Waarom gaan jullie die mensen helpen?
Wij vinden dat we de rijkdom en de kennis die we van de Heere gekregen hebben, niet alleen voor onszelf mogen houden. Wij vinden het als christenen onze plicht die mensen te gaan helpen. Ook hopen we tussen het werken door, de mensen te kunnen vertellen uit de Bijbel.
Jullie gaan omdat jullie willen delen met de mensen die het minder hebben dan wij. Dat is heel mooi, dat is heel fijn. Toch zijn er vast ook dingen die jullie minder fijn vinden.
Ja natuurlijk, ik zal in ieder geval het werk van de Daniël-klub missen. Al die opdrachten. al die fijne briefjes. Ik vind het ook wel naar dat je familie en vrienden zo ver bij je vandaan wonen. Ook Harm vindt dat een van de minder fijne dingen.
Jullie zijn al twee keer in Haïti geweest. Kunnen jullie iets over het leven in de grote stad vertellen?
Nou, het leven in de grote stad daar is heel anders dan hier. Je koopt er alles op straat, op de markt. Er zitten bijvoorbeeld vrouwen met grote manden met levende kippen. De poten van die kippen zijn aan elkaar gebonden. Als iemand een kip wil kopen, kan hij de kip die hij hebben wil, aanwijzen. Deze kip wordt uit de mand gehaald, de kop omgedraaid en over de arm van de koper gehangen! Om te griezelen
Ook wel leuk om te vertellen is. dat ze blanke mensen met blond haar heel bijzonder vinden.
En zo'n blanke is juf Josien. Toen ik over de markt liep, vertelt ze, voelde ik opeens dat er iemand aan mijn been voelde. Het was een Haïtiaanse man, die op de markt zat. en wel eens wilde voelen of blanke benen net zo voelen als bruine!
Zeg, de post, hoe gaat het daar mee?
Als je de post per luchtpost verstuurt, is het ongeveerl-1 Vi week onderweg. Met de zeepost duurt het ongeveer 5 weken. De post voor ons moet allemaal naar Port-au-Prince gestuurd worden. Daar halen wij het dan op.
Juf Josien, wat zou u nog tegen Daniëlklubleden willen zeggen?
Ik hoop dat jullie allemaal goedje best blijft doen en doorgaan met het insturen van de opdrachten. Blijf maar veel in je Bijbeltje lezen, want daarin staat hoe jullie, èn wij, èn de Haïtiaanse mensen een nieuw hart kunnen krijgen. Dat is voor ons allemaal nodig. Daar mogen we ook elke dag weer. de Heere om bidden. Zullen jullie dat doen?
Ik wil ook zeggen dat ik het heel leuk gevonden heb om de opdrachten na te kijken en de briefjes te beantwoorden.
We zouden het heel leuk vinden als we in Haïti ook eens post van jullie, Daniël-klubkinderen, krijgen. Als je er dan ook nog een tekening bij doet, kunnen we die misschien in het polikliniekje ophangen als dat klaar is.
Dag allemaal, heel veel groetjes van Harm en juf Josien.
Daar zullen wij voor zorgen hè? Het adres kun je vinden op bladzijde 24.
Juf Josien en Harm, hartelijk dank voor de antwoorden op al onze vragen. Als we nog meer vragen hebben, stellen we die wel in onze brief die we naar Haïti sturen.
Hartelijk dank voor al het werk dat u voor de Daniël-klub gedaan hebt, juf Josien. Voor de toekomst wensen wij, als klubjufs en klubkinderen jullie de zegen van de HEERE toe, want:
„Dezegen des HE EREN maakt rijk; en Hij voegt er geen smart bij (Spreuken 10:22).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 november 1987
Daniel | 32 Pagina's