Het Noachietisch verbond
bijbelstudie over Gen. 9 : 9 en 10a
Maar Ik, ziet, Ik richt Mijn verbond op met u, en met uw zaad na u; En met alle levende ziel die met u is, van het gevogelte, van het vee, en van alle gedierte der aarde met u (Gen. 9 : 9, 10a).
door ds. R. Boogaard
Naam
Niet een mens, maar God heeft altijd het laatste woord. Hij spreekt trouwens ook het eerste woord. Hij zegt: Ik ben de Alpha en de Omega, het Begin en het Einde. Gods stem was in de watervloed: Ik zal doen regenen op de aarde.
Zijn stem was ook in de stilte en redding: Ga gij uit de ark. Op een door de zondvloed gereinigde aarde geeft de Heere niet alleen het leven, maar Hij ordent het ook. Hij waarborgt het leven en het voortbestaan door een verbond, het Noachietisch verbond. Het wordt ook wel aangeduid als het verbond van Gods voorzienigheid of het natuurverbond (foedus naturae), maar de naam Noachietisch verbond is wel het meest bekend. Het is het verbond dat God heeft opgericht met Noach en heel zijn nageslacht alsook met heel de levende schepping.
In tegenstelling met het werkverbond en het genadeverbond die beiden betrekking hebben op de eeuwige staat van de mens, betreft het Noachietisch verbond het natuurlijk leven en omvat het ook alles wat op aarde leeft. De inhoud van dit verbond wordt ons beschreven in Gen. 8 : 21 - 9 : 17. Het bevat beloften, verordeningen en een teken.
Beloften
De eerste belofte is dat God de aarde niet meer zal vervloeken om des mensen wil. Daarmee wordt niet bedoeld dat God de paradijsvloek wegneemt. Die vloek blijft op deze schepping rusten. Maar daarbij was over de aarde een vervloeking gekomen in de zondvloed. Zulk een bijzondere straf zal zich niet meer herhalen. God zal op deze wijze de aarde niet meer slaan. Hij zal niet weer alle vlees verderven. Dat betekent niet dat God geen gerichten meer oefenen zal op de aarde of dat er geen rampen en overstromingen meer zullen zijn. Die zullen er altijd blijven.
Soms zelfs van grote omvang. Ouderen herinneren zich nog hoe vreselijk de overstroming in 1953 in ons land is geweest. Het behoort tot de straffen over de zonde en de barensweeën van de nieuwe schepping dat er, ook bijzonder in de laatste tijden, grote verwoestingen op aarde plaats vinden. Vreselijke tonelen worden ons beschreven in de Openbaring aan Johannes. Maar een totale verdelging als de zondvloed zal er niet meer komen. De natuur wordt aan banden gelegd en de kracht van het water wordt bedwongen.
Niet om verdiensten van de mens of dat er een betere mensheid zal ontstaan (evolutietheorie), want het gedichtsel van 's mensen hart is boos van zijn jeugd aan. Maar God neemt redenen uit Zichzelf. Hij zal de wereld Zijn lankmoedigheid betonen en de boosheid inbinden zodat het beeld van de eerste wereld zich niet eerder herhalen zal dan aan het einde der tijden. De Heere Jezus noemt dat: de dagen van Noach. Wat denk je, zijn die niet aangebroken?
De tweede belofte is dat voortaan al de dagen der aarde (daarmee zegt de Heere dat deze schepping een bepaalde tijd heeft), zaaiïng en oogst, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht niet zullen ophouden.
Die vaste orde is een jaar lang verbroken geweest. Tijdens de zondvloed kon van de gewone gang van het natuurlijk leven geen sprake zijn. De schepping was weer een chaos geworden. Maar zulk een wanorde zal niet meer plaats vinden. In de wisseling van tijden en seizoenen zal orde en regelmaat zijn. De aarde zal op geregelde tijden haar voedsel voortbrengen voor mens en dier. Wel zijn er op aarde grote verschillen maar wat de Heere gezegd heeft, is tot op vandaag bevestigd. Nog doet Hij Zijn zon schijnen over bozen en goeden en regent Hij over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Ook belooft Hij aan het menselijk geslacht de zegen van de vruchtbaarheid. De mensheid zal in menigte uitgroeien. Daartoe zal Hij de kinderzegen schenken. Niet elk huwelijk wordt gezegend met kinderen maar de wereldbevolking groeit nog steeds.
Maar zal de mens tegenover de dieren zijn leven kunnen handhaven? Ja, want God geeft de mens heerschappij over de dieren. Die heerschappij bezat de mens in de hof van
Eden. Geen enkel dier deed de mens enig kwaad. Er was een volkomen harmonie in de schepping. Maar door de zonde is de verhouding tussen mens en dier ontwricht.
Vanuit de dierenwereld dreigt gevaar voor de mens. Om dat te beperken legt God in de dieren een vrees voor de mens.
Verordeningen
Maar het verbond bevat ook verordeningen. Terwijl in het Paradijs alleen boomvruchten en granen tot spijs voor de mens dienden, hetgeen na de val werd uitgebreid tot al het kruid des velds, krijgt de mens er nu ook vlees bij. Al wat zich roert dat levend is, zij u tot spijze. Hoewel ieder vrij is, wel of geen vlees te eten, is het wel duidelijk dat men voor een vegetarische leefwijze zich niet principieel op de Schrift kan beroepen. Matigheid is echter geboden. Ook is niet alles geoorloofd. Verboden wordt het eten van het nog lauw-warme vlees van het pas geslachte dier dat nog niet door het wegvloeien van het bloed gestorven is.
Een tweede beschikking die God maakt is, dat Hij ook het leven van de mens in bescherming neemt, zowel tegen de dieren als tegen de mens zelf. De mens krijgt de vrije beschikking over het dier, behalve om het te misbruiken of te mishandelen, maar het dier heeft geen gelijke vrijheid tegenover de mens.
Als enig dier een mens doodt, laadt het bloedschuld op zich. Dat mensebloed wordt door God van het dier opgeëist. In Israël moest een dier dat een mens gedood of letsel toegebracht had. gedood worden. Vooral eist God echter dit bloed van de mens. Wie des mensen bloed vergiet, zijn bloed zal door de mens vergoten worden. In dit gebod rust het recht en de plicht van de overheid aan de moordenaar de doodstraf toe te passen. In het begin is dat het recht van de familie geweest. Israël kende de bloedwreker. Later is dat de overheid. Dat is de normale levensordening die God onder de mensen heeft ingesteld. De overheid is als een schild die het leven van haar onderdanen moet beschermen. Paulus zegt in Rom. 13: Zij is Gods dienares, een wreekster tot straf dergenen die kwaad doen.
Dit natuurverbond betreft dus alleen dingen voor het tijdelijke leven. Wat de eeuwige staat van de mens betreft zijn er maar twee verbonden. Het is van het grootste belang daaraan vast te houden. Met een leer van drie verbonden komen we onherroepelijk op de zandbank van een verbondsautomatisme terecht, waarop duizenden schipbreuk lijden. Het gaat bij God dan ook niet in de eerste plaats om het Noachietisch verbond, maar om het genadeverbond. Dat neemt in de besluiten en handelingen Gods in deze wereld een overheersende plaats in. Maar met het Noachietisch verbond schept God Zichzelf ruime mogelijkheid om het genadeverbond te realiseren. Het Koninkrijk Gods moet gebouwd en afgebouwd worden in deze wereld. Op de nieuwe aarde zal het voltooide Koninkrijk aanschouwd en in volle luister openbaar worden.
Teken
Bij dit verbond geeft God ook een teken, namelijk Zijn boog in de wolken, de regenboog. Op dagen wanneer regen en zonneschijn elkaar afwisselen, verschijnt deze boog in de wolken. Zoals bekend ontstaat de regenboog door breking en terugkaatsing van de stralen van de zon op de regendruppels.
Deze boog wordt door God gesteld tot een verbondsteken. Op de vraag of deze boog vóór de zondvloed er reeds was, of zich bij de redding van Noach voor het eerst heeft vertoond, wordt door de verklaarders verschillend geantwoord. De Schrift zelf maakt er geen melding van. Daarom kunnen we ons het beste verenigen met die verklaarders die belijden hierover volslagen onwetend te zijn. Heb je weieens goed naar die boog gekeken? Als natuurverschijnsel is die boog heel mooi. Maar bedenk, het zijn niet onze verdiensten die deze boog deed komen, integendeel, de boog getuigt vóór God en tegen ons. Hoezeer is het geslacht van onze dagen (en daar behoren wij ook bij!) aan het geslacht van Noachs dagen gelijk geworden. Wij zijn, evenals de tijdgenoten van Noach, ook waardig verdelgd te worden. De zonden van onze dagen zijn ook roepende zonden dat wil zeggen het zijn zonden die Gods oordeel inroepen. Ons volk loopt vooraan in de uitgieting van de ongerechtigheid. De dagen van Noach keren terug. Dat is een teken van de eindtijd. Evenwel zal God tot de jongste dag de wereld dragen. Een vloed om de aarde te verderven zal er niet meer komen. God heeft gezegd: Als deze boog in de wolken zal zijn, zo zal Ik hem aanzien om te gedenken aan het eeuwig verbond tussen God en tussen alle levende ziel, van alle vlees dat op de aarde is.
Zie, dat predikt ons de regenboog. Maar ver daar boven uit gaat de boodschap van het genadeverbond. Dat verbond eindigt niet als al de dagen der aarde vervuld zullen zijn, maar verduurt de eeuwigheid. En van allen die daarin begrepen zijn geldt: Want dat zal Mij zijn als de wateren van Noach, toen Ik zwoer, dat de wateren van Noach niet meer over de aarde zouden gaan; alzo heb Ik gezworen, dat Ik niet meer op u toornen, noch u schelden zal. Hun zonden zijn verzoend door het offer van Christus. Hoe noodzakelijk is het om Hem te leren kennen. Want buiten Hem zal geen zondaar 't gewis verderf ontkomen, als in 't gericht door God wordt wraak genomen. En ook daarvan is de regenboog een getuigenis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 oktober 1987
Daniel | 32 Pagina's