Onder de wapene
vraaggesprek met vijf militairen
door H. de Deugd en Z. Crum-Nieuwland
Door deze bijlage van het Deputaatschap tot behartiging van de belangen der militairen worden we in „Daniël" wat nader in kontakt gebracht met onze jongens in dienst.
Zij vervullen een belangrijke taak binnen onze Nederlandse natie, waarvoor in het geheel van onze samenleving wel iets meer waardering lijkt te bestaan dan vroeger.
Het leven in dienst is wel enigszins anders geworden. De regels zijn minder streng dan voorheen. Zo is het niet meer verplicht om in vrije tijd in uniform te lopen. Dienstplichtigen hoeven 's nachts ook niet altijd in de kazerne te slapen. Als ze de volgende morgen op tijd op het appèl zijn, kunnen ze 's avonds en *s nachts thuis blijven. Wekenlang van huis zijn is er dan ook meestal niet meer bij, behalve als ze in Duitsland geplaatst worden !
Hoe ervaren onze jongens die nu onder de wapenen zijn — zoals dat vroeger werd genoemd — hun militaire diensttijd? Worden ze beïnvloed door mensen die het leger niet zo nodig vinden of zijn ze nog echt gemotiveerd? Hoe is de omgang met anderen? En stellen ze het meeleven van het Deputaatschap op prijs?
Om op deze vragen een antwoord te krijgen, hebben we op 25 juni j.1. een gesprek gehad met vijf militairen die deelnamen aan de jaarlijkse konferentie op 'Beukbergen' bij Huis ter Heide. Een verslag van de konferentie, geschreven door Henk Nieuwenhuijzen, heeft in „Daniël" van 31 juli gestaan en in „De Saambinder".
Het was fijn om met deze jongens te praten en hun mening over dienst te horen. We willen hen nu eerst even voorstellen: Johan Verdonk uit 's-Gravenpolder, 21 jaar, was eind juni tien maanden in dienst en is gelegerd in Seedorf (Duitsland) bij het 103e verkenningsbataljon, waar hij chauffeur is op een rupsvoertuig van het Bravo-esquadron.
Henk Nieuwenhuijzen uit Kruiningen, 20 jaar, van de lichting januari 1987, is ook in Seedorf gelegerd; hij is ingedeeld bij de 41e afdeling veldartillerie en behoort tot de staf van de stafverzorging. Hij is chauffeurradiotelefonist van een luitenant-kolonel en werkt ook op de administratie bij de staf, op de afdeling veiligheid.
Tonny Brokx uit Bruinisse, 21 jaar en sinds november 1986 in dienst, ligt ook in Duitsland, maar in Langemannshof, een veel kleinere kazerne dan Seedorf. Hij is ingedeeld bij het 43e tankbataljon en hoort net als Henk tot de staf-stafverzorging (SSV).
Ane-Marten de Vries uit Lemmer, 19 jaar, acht maanden in dienst als kortverbandvrijwilliger, is bij het geniebataljon in Wezep, afdeling onderhoud, en ook hij hoort bij de staf-stafverzorging. (Een kortverband-vrijwilliger is een beroepsmilitair, die voor een bepaalde tijd, bijvoorbeeld zes of acht jaar, heeft getekend).
Frank van der Maas uit Soest, 22 jaar, was eind juni zestien maanden in dienst en werkzaam als sergeant-verpleegkundige in het Militair Hospitaal te Utrecht.
Frank is inmiddels afgezwaaid en woont nu in Hendrik Ido Ambacht. Henk heeft niet lang na het vraaggesprek knieblessures opgelopen en moet nog steeds thuis rust houden. Johan, Tonny en Ane-Marten hebben in september deelgenomen aan de grote NAVO-oefening „Certain Strike" die in Duitsland is gehouden. Henk kon daar tot zijn spijt nu niet aan meedoen. We hebben hen de volgende vragen gesteld:
Hoe sta je tegenover militaire dienst?
Johan: Positief! Je doet mensenkennis en levenservaring op. Ik heb er tegenop gezien, maar het is me meegevallen.
Ik heb opgekomen in Veldhoven en daarna overgeplaatst naar Amersfoort, waar het strenger was. In Duitsland vind ik de onderlinge sfeer beter dan in Holland. Je bent veel meer op elkaar aangewezen als je daar vier of vijf weken moet blijven.
Het is een goede zaak dat er een leger is. Het is nodig om onze vrijheid, waaronder ook de vrijheid van godsdienst, te verdedigen.
Henk: Overwegend positief. Je doet veel ervaring op in het omgaan met anderen. De onderlinge verhouding is erg belangrijk. Gelukkig is die over het algemeen goed.
Het zijn dikwijls maar twee of drie jongens die de sfeer in een groep verzieken. In Duitsland vind ik het interessant om met de bevolking en de leefwijze daar kennis te maken. Het werk is er voor mij ook erg afwisselend.
Een bezwaar van dienst vind ik de onzekerheid over wat er gaat gebeuren. Je weet van tevoren nooit wat je te wachten staat en watje de volgende dag moet doen: sport, korvee of wat anders. Men zegt dat het is om de jongens stress-bestendig te maken.
Tonny: Het is goed dat dienst er is. Je leert er veel, maar bij 't ene onderdeel wel meer dan bij het andere.
Ik zit in Langemannshof, een kleinere kazerne, waar je veel minder mogelijkheden hebt om jongens van eigen gemeenten te ontmoeten dan in Seedorf. Daar zijn veel meer militairen en naar verhouding dus ook meer van onze richting. In Hohne ligt nog wel een jongen van ons, maar die heeft een ander verlofschema.
Ane-Marten: Ik sta positief tegenover militaire dienst, maar over 't algemeen vind ik de mentaliteit niet zoals die behoort te zijn. De discipline laat ook wel wat te wensen over. Ik denk dat het kader de dienstplichtigen meer doelgericht moet laten werken, zodat ze weten waarvoor ze bezig zijn. Er is teveel tijd over die soms
voor nutteloze doeleinden moet worden gebruikt, zoals het oppoetsen van wieldoppen van auto's die al lang glimmen. De jongens hebben zo geen bepaald doel waarvoor ze werken en dat motiveert niet.
Bij beroepsmilitairen ligt dat heel anders. Frank: 't Is goed en nodig dat er een leger is, maar ik vind alles in dienst erg prestatiegericht. Soms zouden ze ook wel eens wat menselijker kunnen zijn. Toen mijn oma ernstig ziek was, terwijl ik op oefening moest, mocht ik niet naar huis bellen. Ze geloven ook niet gauw dat iemand echt niet meer verder kan. hoewel dit per onderdeel verschillend zal zijn. Verder kan ik weinig over het leven in dienst zeggen. Ik ben drie maanden in opleiding geweest en heb daarna in het Militair Hospitaal gewerkt.
Hoe vinden jullie over het algemeen de houding van de dienstplichtige militair ten opzichte van het leger?
Allen zijn het erover eens dat de meeste jongens weinig gemotiveerd zijn en tamelijk negatief tegenover dienst staan. Ze zien niet in waarom ze in dienst moeten en vragen zich af waar ze mee bezig zijn. Ze nemen het makkelijk op en onttrekken zich soms aan bepaalde diensten.
Ane-Marten benadrukt nog eens dat men de dienstplichtingen meer moet laten doen: „Ze willen best, en als ze maar genoeg te eten krijgen doen ze alles, zeker op oefening, want ze willen nooit verliezen. En als ze dan laat thuis komen, gaan ze ook eerst hun voertuigen nog nakijken."
„Het is me meegevallen. " Henk vindt dat je verschil moet maken tussen Nederland en Duitsland. In Seedorf zijn veel vrijwilligers. Daar wordt vaak fanatiek gewerkt. Bovendien wordt er in Duitsland veel meer geoefend, waardoor er ook meer onderhoud en reparatie is aan het
materieel. En dat geeft werk. De Nederlandse militairen repareren hun voertuigen zoveel mogelijk zelf; Duitsers, Engelsen en Amerikanen doen dat niet. Wat dit betreft is er volgens Johan bij ons ook meer ruimte voor eigen initiatief. Henk: „Eigen initiatief wordt vooral in het Nederlandse leger positief gewaardeerd: de soldaten en de lagere rangen moeten tenslotte het werk doen".
Heb je veel vrije tijd en hoe besteed je die?
Ook hierbij is er weer onderscheid tussen het dienst doen in Nederland en Duitsland.
In Holland kunnen de jongens dikwijls naar huis, maar in Duitsland moeten ze vier of vijf weken achter elkaar blijven. Dan moeten ze zich in hun vrije tijd ook in of rond de kazerne vermaken.
Tonny: In Langemannshof is geen PMT (Protestants Militair Tehuis); ik ga twee of drie keer per week naar het KMC (Katholiek Militair Clubhuis). Er zijn ook hobby-klubs voor onder andere houtbewerking en fotograferen.
Ik ben er alleen van onze richting, maar ik kan mezelf goed vermaken. Ik sleutel graag en lees veel.
Johan: Wij hebben in Seedorf veel meer mogelijkheden dan Tonny. Ik studeer zelf in het PMC en mag daar ook orgel spelen. Soms begeleid ik de diensten die door de geestelijke verzorging worden belegd, 's Zondags komen we met een groepje van ongeveer twintig van onze jongens bij elkaar in een zaaltje van het PMC, waar we dan bandjes met preken van onze dominees draaien.
Voor de meeste jongens vormt de zondag een groot probleem. Zaterdagmorgen wordt er nog gewerkt. ? s Middags is het opruimen en douchen en dan hangen ze verder rond bij de bar of gaan stappen naar de disco's in naburige plaatsen. Dat doen ze ook op zondag omdat die dag voor hen geen bijzondere betekenis meer heeft.
Henk: Ik ga veel met andere militairen om, maar het gevaar van verkeerde vrienden is bijzonder groot, vooral als je geen vaste hobby hebt.
Je hoeft je hier niet echt te vervelen. Er zijn zeker tien hobbyklubs waar je je bij kunt aansluiten. Daar zou wat meer de aandacht op gevestigd moeten worden door de leiding. Ik houd zelf veel van hardlopen en ben ook aan de studie.
Frank: Wij hebben een groep van wat oudere jongens, die vrij rustig en zelfstandig zijn. We zwemmen, studeren en kunnen vaak naar huis.
Ane-Marten: Als kortverbander heb je niet zoveel vrije tijd. Je bent verplicht om te studeren en ik ga vroeg naar bed.
Onlangs heeft brigade-generaal A. J. van Vuren zich kritisch uitgelaten over het gedrag van Nederlandse militairen die in Duitsland op oefening zijn. Zij zouden zich teveel met drank en vrouwen ophouden. Wat vinden jullie daarvan?
Johan: In Holland zijn de meeste jongens 's zondags thuis en dan weetje niet wat ze doen. Omdat ze in Duitsland als groep bij elkaar zijn, valt het meer op als militairen verkeerd gaan.
Ane-Marten: Dat gebeurt hier ook en 't is altijd al voorgekomen. Je kunt de militairen niet altijd alle schuld geven; de omstandigheden kunnen ertoe leiden, zoals de houding van sommige vrouwen en meisjes en vooral het feit dat ze in Duitsland zo lang van huis zijn.
Henk: Er zijn ongeveer 3000 militairen in Seedorf en in de kranten schrijven ze alleen over jongens die naar kroegen en bordelen gaan. Dat is geen goede beeldvorming, want er zijn genoeg militairen die niet drinken en veel aan hun hobby's doen. Het is voor de jongens in Duitsland heel belangrijk dat er goede kontakten zijn met het thuisfront. Als ze niet vastgehouden worden, breekt hen dat.
Johan: Er zou een regelmatiger verdeling tussen de diensttijden en de verlofperioden moeten zijn. Vijf weken duren lang; verschillende jongens hebben na drie weken hun geld opgemaakt en gaan dan ook in de kazerne moeilijk doen.
Vallen jullie de brigade-generaal, die toch tegen een losse levenswandel waarschuwt, niet een beetje af?
Ane-Marten: Hij heeft wel gelijk, maar hij had zijn kritiek niet zo in 't algemeen naar buiten moeten brengen. - Daar zijn de anderen het mee eens. (Het is opvallend dat de jongens, hoewel ze daar niets van wisten, bijna net eender reageren als de voorzitter van het deputaatschap, ds. A. Hofman, in zijn inleiding op deze bijlage!)
Hoe vinden jullie de geestelijke verzorging in dienst?
Frank: Die vind ik inhoudelijk heel slecht. De dominee en de pastoor houden tijdens een oefening samen diensten, die alleen betrekking hebben op het sociale en maatschappelijke leven. Over het wezenlijke van Gods Woord heb ik er weinig gehoord. De dominee heeft nog wel een bepaalde invloed; als hij iets zegt, wordt dat door de pelotonskommandant geaccepteerd.
Tonny: In de opleiding hadden we een lesuur van de dominee, maar dat bestond dikwijls uit koffie drinken en een filmpje bekijken. In Duitsland hebben wij hier geen geestelijke verzorging.
Henk: In Seedorf worden 's zondags diensten gehouden en ook op oefening wordt er wat aan gedaan.
Het verplichte uur geestelijke verzorging in de opleiding was meer een oriënterend gesprek om duidelijk te maken waarom de dominee er is. Er zijn tegenwoordig heel wat jongens die dat niet eens weten. Inhoudelijk ging het dan vaak over allerlei algemene onderwerpen en niet over de Bijbel zelf.
Ane-Marten: Geestelijke verzorging is er bij ons vrijwel niet, maar de dominee is er wel en als je wilt kun je naar hem toe. In de burgermaatschappij krijg je bij de baas door de week ook geen geestelijke verzorging. Moet je dat dan wel van Defensie verwachten?
Johan: De dominee is in dienst meer een raadsman. Je kunt altijd bij hem terecht om te praten en dat vind ik positief.
Hoe wisten jullie van de konferentie op 'Beukbergen'?
Henk: 'k Heb het in , , Daniël" gelezen en mezelf toen opgegeven.
Tonny: Ik wist het van het aanmeldingsformulier bij het kerstpakket; m'n zwager
heeft me gestimuleerd om te gaan, omdat hij het zelf zo leerzaam had gevonden.
Johan: Ik had het formulier ingestuurd, maar dat is nooit aangekomen. Toen heb ik me opgegeven bij het bezoek van de deputaten aan Seedorf.
Ane-Marten: Uit „Daniël". Ik vind het belangrijk om ervaringen uit te wisselen. Frank: Ik heb het ook uit „Daniël". Ik wilde graag horen hoe anderen hun diensttijd ervaren. Je voelt je zo gauw alleen staan en door deze dagen weetje dat je niet de enige bent die het wel eens moeilijk heeft. Sommigen van de groep geven er niet om dat je christelijk bent en laten je met rust. maar anderen zijn juist vijandig en spotten er mee.
Johan: Je groep is erg belangrijk. Het is mijn ervaring dat jongens met een hogere opleiding meer accepteren. Je moet eerlijk voor je opvatting uitkomen en meteen beginnen met bidden en danken. Er wordt op gelet of je trouw blijft aan je beginsel en er ook naar leeft. Daar hebben ze op den duur toch respekt voor.
Hoe denken jullie over het werk van het Deputaatschap?
Tonny: Ik ben er blij mee; vooral voor de jongens in Duitsland is het heel belangrijk. Frank: Ook voor ons in Holland is het heel positief dat er ontmoetingsavonden worden belegd. En het is fijn dat er kontaktadressen zijn waar je eens een avond of de zondag door kunt brengen. Het feit alleen al dat er aan de militairen wordt gedacht is zo belangrijk, want het is een kwetsbare groep.
Ane-Marten: Ik sluit me daar bij aan: 't was ook leuk om het kerstpakket te krijgen. Henk: We waarderen het werk van de deputaten heel erg. Johan: 't Is geweldig wat ze doen!
Wat zou het Deputaatschap nog meer kunnen doen?
Henk: Voorlichting geven aan jongens die in dienst moeten. Je weet eigenlijk niet wat je boven 't hoofd hangt als je de kazerne binnengaat.
Wat Duitsland betreft zouden we nog wel meer opvang willen hebben en iemand die ons begeleidt. Militaire kontaktadressen. zoals in Nederland, zijn er bij ons niet. Johan: We zouden ook graag 's zondags
eens een dominee krijgen die voor ons komt preken. Bezoek door de week zullen we eveneens op prijs stellen, dat vult de vrije tijd. Het mooiste zou nog zijn als we hier een eigen vertrouwensman hadden, waar we met onze problemen terecht konden, bijvoorbeeld iemand die goed met de jeugd kan omgaan. Praktisch zal dat wel niet mogelijk zijn, want al hebben we hier nu twintig jongens van onze richting, dat kan volgend jaar wel veel minder zijn. 't Zou ook fijn zijn als er eens een ouderling uit je eigen gemeente op bezoek kwam.
Hebben jullie misschien nog een slotopmerking?
Henk: Veel ouderen praten nog altijd over militaire dienst; die tijd vergeten ze nooit. Daaraan kun je ook zien dat het een deel van je leven is. Gezelligheid moetje in dienst zelf maken. Het is de beste tijd om mensenkennis op te doen. want iedereen komt er voor.
Johan: Als je in dienst moet, scheelt het ook op welke school je geweest bent. Ik kwam van een neutrale MTS en dan ben je al wat gewend aan opmerkingen over de kerk en het geloof. Probeer in dienst gewoon jezelf te zijn er kom eerlijk voor je standpunt uit.
Frank: Je moet meestal na je schooltijd eerst in dienst. Dan zoek je vaak nog naar de richting en koers van je leven. Daarbij heb je leiding nodig, omdat je nog zo kwetsbaar bent. Je diensttijd kan voor je verdere leven bepalend zijn.
Jongens, hartelijk bedankt voor jullie medewerking aan dit interview. We vonden het fijn met jullie van gedachten te wisselen. Allemaal sterkte gewenst op de plaats, die de Heere je ook in dienst gegeven heeft. Hij is een Hoorder van het gebed!
Zeist, H. de Deugd
Geldermalsen, Z. Crum-Nieuwland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 oktober 1987
Daniel | 36 Pagina's