Anders dan jij en ik
Mij is gevraagd in 'n artikel iets te schrijven over mijn ervaringen met mijn gehandicapte broer.
Naar mijn mening is het vooral voor ouders heel ingrijpend een gehandicapt kind te hebben gekregen: véél meer, dan voor de kinderen om een gehandicapte broer of zus te hebben. Voor ouders is dit, naast de grote schok die het geeft een gehandicapt kind te hebben gekregen, ook een blijvende zorg. Want een gehandicapt kind is en blijft een zorgenkind.
Vanaf het moment, dat ouders weten dat hun kind gehandicapt is, verandert er iets in hun leven. Het feit, dat het anders kan gaan dan verwacht, is vaak een ontgoocheling. Je verwacht zoiets bij een ander. Maar nu is het ook in ons gezin gekomen. Een kind datje — voor je gevoel — altijd verdedigen moet. Waar je altijd voor op moet komen. Je wilt het „ontzien": ach, laat hem maar. Hij kan het immers niet helpen.
Een kind ook waarover je zorgen hebt wat de toekomst betreft. Kan hij wel thuis blijven? En als hij groter wordt? Hij zal nooit kunnen trouwen.... Waar zal hij terecht komen? Wordt er voor hem gezorgd, ook als wij — ouders — er straks niet meer zullen zijn?
Naast een zorgenkind, denk ik wel zeker te weten, is zo'n kind ook een kind van veel gebed. Waar zouden we anders met onze kinderen — en zeker ook met ons gehandicapt kind — beter terecht kunnen dan bij de Heere? Hij, Die de moeite en het verdriet aanschouwt, opdat we het in Zijn hand zouden geven,
'k Weet, dat mijn ouders veel verdriet hebben gehad en veel verwerking vanwege het feit, dat mijn broer gehandicapt was.
Als broer en zus
Zélf heb ik er als kind niet zo'n erg in gehad. Wij schelen maar een jaar. En daardoor gaat er als kind veel langs je heen. Vooral ook omdat — toen het vermoeden rees, dat mijn broer gehandicapt was (en dat was rond de kleuterperiode) — hij niet zo heel lang thuis is gebleven. Ongeveer nog een jaar of vijf. Maar gevolgen heeft het altijd wel in een gezin. Als kinderen word je toch geacht, rekening te houden met je gehandicapte broertje. En als er ruzie was, werd hij vaak ontzien. Nu ik ouder ben en zelf een gezin heb, vind ik het zo begrijpelijk, dat ouders zó reageren. Je wilt immers niet, dat hij ook nog altijd de schuld krijgt! 't Is toch allemaal al zo erg, dat hij zo is. Helaas: als kinderen, hadden we daar niet altijd begrip voor.
Een normaal gezin
Maar een gezin met een gehandicapt kind is toch verder een normaal gezin. Bij ons was het écht niet zo: „alles voor m'n broer en voor de anderen was geen aandacht". Nee, ook voor ons was er voldoende ruimte. Alleen in de periode toen er onderzoeken gedaan moesten worden om tot een duidelijk beeld te komen over de ernst van zijn handicap, was er wél minder aandacht. Als kinderen begrepen we dat niet, maar nu vind ik dit te begrijpen.
Toen bleek, dat mijn broer niet thuis kon blijven, was dat heel erg voor mijn ouders. Het feit, datje een kind — al zó jong (nog geen 10 jaar) — in een tehuis moet plaatsen, is heel ingrijpend. Te meer, daar mijn broer dat zélf heel moeilijk vond. Hij huilde als hij weer weg moest van huis. Als kinderen vonden wij het zielig voor hem. Toch waren we snel aan de situatie gewend. We vonden het een feest om mee te gaan op bezoek....
Eigen gezinservaring
Maar nu — nu ik zelf kinderen heb — besef ik pas hoe moeilijk deze tijd voor mijn ouders is geweest. Het doet pijn, steeds opnieuw, als je met je neus wordt gedrukt op de handicap van je kind. In allerlei situaties.
Mijn broer is gehandicapt. Maar tóch weet hij nog vrij veel. En besèft ook vrij veel. Juist deze groep gehandicapten heeft het heel moeilijk. Vooral omdat ze veel willen en dan beseffen.... niet te kunnen. Dat is vaak heel frustrerend voor hen. In
die periode, dat hij dat (niet te kunnen) in velerlei opzichten ging beseffen, had hij het heel moeilijk. Ik heb er nu nog vaak spijt van, dat ik toen niet meer voor hem ben geweest. Maar ik denk, datje dat ook moet leren, om daarin je verantwoordelijkheid te verstaan. Wanneer je zelf kinderen hebt, en zorgen kent, ga je dat vaak beter peilen.
Een gehandicapte is ook (een) mens!
Toch denk ik, dat het niet goed is — naar een gehandicapte zélf toe — de nadruk te veel op hun handicap te leggen.
Een gehandicapt mens is ook een gewóón mens. Waar je ook zoveel mogelijk gewoon mee om moet gaan. Mijn broer zit in één van de G VT's van onze gemeenten. Als ik naar hem toe ga, neem ik de kinderen mee. Het is goed om er al jong vertrouwd mee te raken. En kinderen doen gewoon. Dat vinden gehandicapten fijn. Zij voelen het aan, wanneer je hen „eng" vindt of hen behandelt als een klein kind. Hoewel je er natuurlijk wel rekening mee moet houden, waar ze over kunnen praten.
Kun je leren van een gehandicapten?
Dan zeg ik: ja! Hun eenvoud is vaak ontroerend. Vooral ook als het gaat om de dingen rond Gods Woord. Daar kunnen we van leren, 'k Ben meerdere keren bij diensten van gehandicapten geweest. Dan zeg ik: dat is een wonderlijke ervaring. Dat moet je meemaken, om te kunnen begrijpen hoe dat is. Bijvoorbeeld de manier, waarop zij met elkaar zingen is ontroerend. Dan zitten daar mensen bij, die nooit hebben kunnen lezen (en schrijven): en als je dan ziet, hoeveel psalmen zij uit het hoofd kennen! Hoe ze uit volle borst meezingen, 'k Heb vaak gezegd, er gaat meer van uit, dan van een gewoon koor, dat mooi op toon en foutloos zingen kan.
Gehandicapt zijn.... het is een leed. En leed, dat er ook is dóór de zonde. Maar ook van hen, misschien wel juist van hen, zullen er komen in het nieuwe Jeruzalem. Dan zullen ze daar, om Jezus' wil, volmaakt staan voor de troon: om eeuwig tot eer van de Heere te mogen zingen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 september 1987
Daniel | 32 Pagina's