Mijn volk is uitgeroeid omdat het zonder kennis is (2)
Bijbelstudie over Hosea 4: 11-19
Lees eerst Hosea 4 met name vers 11-19.
Hosea tekent in vers 11-14 van hoofdstuk 4 de funeste gevolgen, die het optreden van de priesters voor het volk heeft. Je kunt letterlijk geen heuvel voorbij komen of er staat een altaar te roken. Er is geen bosje of eikenboom te zien of ze hebben er een heilige plaats van gemaakt. Dagelijks stroomt het bloed van de offerdieren en klinkt het plechtig offergezang omhoog. Wat zijn ze toch vroom! Is dat allemaal tot eer van God? Dat zeggen ze wel, ja, maar Hosea verwijt hen vlijmscherp dat ze onder al die bomen offeren , , omdat de schaduw van dezelve goed is". Het is hun dus niet om God te doen, maar om de schaduw, om hun eigen voordeel. Dat hebben ze van de Kanaanieten overgenomen. Die godsdienst was een natuurgodsdienst. Niet God, maar Zijn schepsel, de natuur werd aanbeden. En niet omdat God het waard is, maar opdat ze er voordeel uit zullen ontvangen.
Wijntje en Trijntje, die zo vaak samengaan vonden ze zo plezierig. Dat wilde er wel in. Je weet toch, dat alkohol de libido versterkt!?
Maar, zegt vers 11: „Hoererij en wijn en most neemt het hart weg." Ze werden er geheel door in beslag genomen, door die zinnelijke genietingen. Ze beheersten hun leven. Een knap meisje en een koel pilsje en dan even lekker onderuit. Het is of daar een roes van verdoving inzit. En achteraf zeg je dan: wat ben ik toch een dwaas geweest, wat ben ik toch blind geweest. Waar zat mijn verstand? Ja, dat zei Hosea al: wijntje en Trijntje „neemt het hart weg". In de schaduw van die bomen was het zo goed en zo aangenaam voor het vlees.
En zo is de zonde een hellend vlak. Ze deden ook mee aan heidense waarzegpraktijken. „Mijn volk vraagt zijn hout en zijn stok zal het hem bekend maken." Denk maar aan houten afgodsbeelden en toverstaven. Een dood stuk hout in plaats van de levende en sprekende God. Hoe is dat toch mogelijk?
Ja, een geest van dwaling verleidt hen, zegt Hosea. Ik hoorde dat er onder ons ook nog wel mensen zijn, die naar een iriscopist gaan of een wichelaar. Het gaan naar waarzeggers en het dragen van sterrenbeelden en dergelijke okkulte zaken wordt steeds meer in! Zo behoeven die mannen en vaders toch niet vreemd op te kijken als hun dochters en vrouwen openlijk overspel bedrijven. Dat is toch de eenvoudige consequentie van heel hun handel en wandel. En de jeugd heeft scherpe ogen! Ze zien het wel als de godsdienst van vader of moeder voos is en leeg. Het enige wat zij dan nog behoeven te doen is die zinloze vormen overboord zetten. Dan zijn ze in feite nog eerlijker ook dan hun vaders. Vader bidt wel aan tafel, maar dat dit gebed het geheim van zijn leven is, dat blijkt verder uit niets. Als het tegen zit, is hij niet te genieten. Wat heb je dan eigenlijk aan die godsdienst? Het is waar, als de kennis ontbreekt, de echte godskennis, dan blijft er niets van je godsdienst meer over. Dan hou je het op wijntje en Trijntje en de heerlijke schaduw onder de bomen. „Wein, Weib und Gesang", maar zonder God!
Als God toch een zondaar zijn zin geeft....! (vs. 15-19)
In het slot van dit hoofdstuk geeft Hosea een ernstige waarschuwing aan het adres van Juda om zich te wachten voor de zonden van Israël. Het gevaar is immers groot dat Juda, door te veel kontakt met Israël, in dezelfde zonden zal vallen. Als Juda met Efraïm (Israël wordt zo genoemd naar de voornaamste stam) te veel omgaat, wordt het met haar zonden besmet. En daarom zegt God: Juda, kom niet in Israël. Ga niet naar Gilgal, het centrum van de onwettige eredienst en zeker niet naar Beth-Aven. Voor je er erg in hebt, wordt je met je wereldse vrienden meegezogen. Je hebt vast wel eens van Bethel gehoord. Daar ontmoette Jakob zijn God. Bethel betekent „huis van God". Maar Beth-Aven betekent „afgodshuis". Waar God eens woonde, worden nu de afgoden gediend.
En daar mag je niet komen, want ieder doet daar mee aan de zonden van ontucht en dronkenschap. Al is het nadat je terugkomt op zaterdagavond uit een reformatorisch stamcafé! Maar wie zich aan deze bandeloosheid overgeeft, zal door de stormwind van Gods toorn worden weggeblazen (vs. 19).
God straft Zijn volk. Hij geeft het z'n verdiende loon. Want God geeft ze hun zin, en dat is het ergste wat er is. Als je vader en moeder uit zwakheid toegeven in een verkeerde zaak, is dat tot je oordeel, en niet
tot je behoud. Israël is losbandig (vs. 16), dat is weerspannig, ze willen de vrijheid. Ze zijn die scherp afgebakende paden van Gods wet spuugzat. Ze snakken naar adem. Ze willen wat meer bewegingsvrijheid. Al die bekrompenheid ook, en dat onbegrip en die ouderwetse ideeën! En ze beseffen niet dat de hoogste vrijheid gelegen is in de gebondenheid aan Gods Woord en wet. Zijn wet is tot ons behoud gegeven.
Welnu, ze krijgen hun zin. ze krijgen de vrijheid. De Heere , , zal hen weiden als een schaap in de ruimte". Daar zit een geweldig oordeel achter. Israël wordt aan zichzelf overgelaten. Een schaap hoort nu eenmaal niet in het ruime veld, maar bij de kudde, onder het waakzaam oog van de herder. De ruimte betekent hun ondergang: ze zullen worden overgegeven in de ruimte van de ballingschap ver over de grenzen van hun land. De ruimte werd hun ballingschap, de vrijheid hun slavernij. Ze kregen hun verdiende loon.
En jij? Vind je de kerklucht soms te benauwd? Lijkt de ruimte en de vrijheid je wel plezierig? De brede weg, ja, daar is de ruimte, maar hij leidt wel naar het verderf. Niemand wordt gedwongen de Heere te dienen. Zijn dienst is een liefdedienst, een vrijwillige dienst. Als je het in de buurt van God te benauwd vindt, kun je vertrekken.
God wil geen halve harten en een gedeelde liefde. Onder tranen laat Hij je gaan.... de ruimte in. Dat wil zeggen: het verderf tegemoet. En Hij blijft op de uitkijk of verloren zonen en dochters, die de ruimte kozen, soms terugkomen. Hij houdt immers de dwalende schapen in het oog. Ontroerend trilt in die vreselijke dreiging immers nog de stem van Zijn liefde: de Heer zal hen weiden! Niet wegstoten! De Herder Israëls. Het verdwaalde en gekneusde wil Hij nog dragen!
Gespreksvragen
1. Maak vers 11 eens aktueel voor onze tijd! Ga je in deze zelf vrijuit? Leg het , , geen verstand hebben" in vers 14 eens nader uit! Heeft bijvoorbeeld de aidsziekte hier ook nog mee te maken?
2. Al die okkulte zaken, die in vers 12 genoemd worden, komen nu nog voor. Geef eens een paar voorbeelden! Wat zou bedoeld worden met , , de geest der hoererijen"? Aktualiseer nu eens de plaatsen Gilgal en Beth-A ven voor onze tijd!
3. Leg aan de hand van vers 16 eens uit dat het een oordeel is, als God een zondaar zijn zin geeft! Wat is de ware vrijheid? En wat is ten diepste de gebondenheid? En waar sta jij?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 augustus 1987
Daniel | 32 Pagina's