JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een burgemeester van een grote stad over jongeren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een burgemeester van een grote stad over jongeren

interview met burgemeester A. Schreuder van Amersfoort

13 minuten leestijd

„Ik herken ze, de jongelui die, net als ik, met een betrekkelijk minimale vooropleiding en daarna veel zelfstudie toch boven op die ladde gekomen zijn. Je ziet ze ook wel zo van de universiteit de maatschappij inkomen. Die weten natuurlijk ook erg veel en ik wil er dan ook niks mee miszeggen, maar qua instelling, kijk op werk en aanpak, herken ik altijd de mensen die het zelf hebben moeten maken, 'tls een bepaald soort en ik gevoel me erg gelukkig dat ik tot dat soort mag behoren. „Selfmade", heet dat tegenwoordig in goed Nederlands."

Aan het woord is de burgemeester van Amersfoort A. (Bert) Schreuder. Geboren 4 mei 192 en getogen in Apeldoorn, tot 1950, groeide h op in een arbeidersgezin. „Daarin, mag ik we zeggen, moest elke cent omgekeerd worden." Evenals zijn broer volgde hij de Mulo en wa betreft het dagonderwijs was het daarna bek ken. , , We waren allebei bevoorrecht dat we d opleiding van onze ouders meekregen. Zo voelden we dat ook en we liepen apetrots me ons mulodiploma overal naar toe."

De burgemeester van nu begon zijn loopbaan in 1945 op het gemeentehuis van Apeldoorn. Daarnaast avondstudie: eerst de middelbare handelsavondschool en daarna gerichte vak diploma's zoals Gemeente-administratie, organisatie bij de overheid en tenslotte M.O.-Staatsinrichting. Niet alleen door de week, maar ook op zaterdagavond werd er onderw gevolgd. , , Dat vonden we niet gek of bijzonder. Iedereen deed dat zo: 's zaterdags werken e avondstudie". Via de gemeentesekretarie van Hillegom werd hij in 1963 burgemeester v Puttershoek. In 1971 verruilde hij het dorp met de stad: hij volgde, met succes, Ridder Rappard op als eerste burger van Gorinchem. Amersfoort volgde in 1982. En met enige voldoening stelt hij vast: , , Zo hoop ik dan eind volgend jaar mijn 25-jarig jubileum als burgemeester te vieren."

Schreuder gelooft in de carrière-burgemeester. „Leer het maar in alle opzichten in een kl gemeente. Ligt het je niet, stap dan op. Spreekt het je aan, stoot dan door naar een groter gemeente. "En Amersfoort is zo groot dat hij het een prachtige afronding van zijn carrière v Er zijn natuurlijk grotere gemeenten, maar: „Ik moet er niet aan denken gestraft te worden het burgemeesterschap van Amsterdam. Slijtageberoepen noem ik het."

Maar Jhr. Beelaerts van Blokland bijvoorbeeld werd van burgemeester van Apeldoorn Commissaris van de Koningin in Utrecht. „Nou ja, je kunt natuurlijk nooit, nooit zeggen, ma ik ben meer gehecht aan het burgemeesterschap dan aan het voorzitterschap van een provinciebestuur." 

Wat bezielt, wat drijft de burgemeester ten diepste? „Ik wil dingen tot stand brengen. Ge lijfelijk creëren." Hij maakt wijdse gebaren en vervolgt: „Woonwijken, gebouwen, grot bedrijfsterreinen. Ik wil dingen creëren en dat wil ik doen voor mensen. Mensen die op e bepaalde plek wonen en die om daar te kunnen leven dit allemaal nodig hebben. En ik wil dat oo doen vanuit een innerlijke drang om leiding te geven." Dat laatste kan hij ongetwijfeld. Met kwinkslag en een hamerslag zit hij de maandelijks weerkerende gemeenteraadsvergaderingen voor. Maar ook in de besloten vergaderingen van het college van Burgemeester en Wethoud schijnt hij zijn mannetje te staan, , , 't Is een echte „knopendoorhakker", zegt de gemeentesekretaris in dat opzicht van hem. En zelf zegt hij: „A Is voorzitter kun je echt iets stuwen ofsture ofjuist verhinderen of coördineren. Zorgen dat de optelsom van één en één meer is dan tw Terwijl ik de blocnote opneem, grinnikt hij: „En nu wilde u eens een interview met een roo burgemeester." Ik leg uit dat ik hem niet op grond van zijn politieke kleur — de PvdA — he opgezocht. Een burgemeester staat immers — zo heet het netjes — boven de partijen. We wilde de visie van een burgemeester van een grote stad op jongerengedrag in ons blad hebben. Burgemeester Schreuder van het ruim 93.000inwoners tellende Amersfoort, heeft daar duidelij ideeën over en hij steekt die niet onder stoelen of banken. „ Wanneer zie je ouders nu no korrigerend optreden." Of: „Jongeren willen af en toe een pak op hun falie hebben "E vraaggesprek.

„Laat ik voorop stellen", zegt hij, „dat het overgrote deel van de jongeren zich fantastisch gedraagt. Ga eens de scholen langs. Hoeveel scholieren zijn er niet die gewoon hun werk do goed hun best doen en hun diploma's behalen. 'tZijn maar enkele groepen die zich misdragen e uit de band springen, maar daarmee vaak een stempel drukken op een heel groot deel van h generatie. We leven ook in een wereld waarin wangedrag van een enkeling zo dikwijls veel m aandacht krijgt dan het positief gedrag van velen. "Dan schiet hij met stemverheffing uitzijn s „Neem nou onze nieuwsvoorziening. Dat is toch één aaneenschakeling van vechten en van rommel! Hoeveel positieve dingen gebeuren er niet? En zie je daar wat van? "

Dus dat moet beter, vindt u?

„Ja natuurlijk", roept hij uit. „Ik heb ook eens een journalist — en niet eens de eerste de beste — daarop aangesproken. Die zei: „Maar wat wilt u? Jonge journalisten leren: goed nieuws is geen nieuws".

Als het gaat over de korrektie van de jongeren die voor het negatieve nieuws zorgen, vragen we hem hoe de aanpak daarvan gestalte moet krijgen.

„Als je dat wilt vertalen naar jongeren is dat uitermate moeilijk". En hij herhaalt langzaam: „Uitermate moeilijk".

„Dit is ook niet een zaak van snel even doen, maar van lange adem. Want een deel van de oorzaak van criminaliteit en jeugdcriminaliteit ligt toch wel besloten in een groot aantal maatschappelijke strukturen en verhoudingen die in de afgelopen jaren zo gegroeid zijn."

Waar denkt u dan dat het mis gegaan is?

„Ik denk dat het misgegaan is, om te beginnen bij het ouderlijk gezag. Over de brede linie houdt dat niet meer in wat het vroeger betekende".

Ziet u daar wel eens wat van in de stad?

„Natuurlijk! Kijk als jongelui tegenwoordig iets doen dat niet behoort, hoef je niet te verwachten dat ouderen daar die jongeren op aanspreken. Ik heb vroeger een aantal malen heel wat uitgehaald. Maar ik heb ook een aantal malen ter plekke van iemand die noch mijn vader, noch mijn buurman was — gewoon een volwassene die dat zag en zei: „Hé, maar dat doe jij niet" — wel een behoorlijk pak slaag gekregen."

„En dan het schadeverhaal. Dat gebeurde vroeger ook veel meer. Je gooide een ruit in, maar tien tegen één dat de eigenaar achter de dader kwam.

Er is menigmaal uit mijn spaarpot een schade betaald die ik uit baldadigheid of spelenderwijs had veroorzaakt. Dat remt toch heel wat af. Wat ik wel wil is: het ouderlijk gezag moet weer meer gaan voorstellen."

Stelt u dat in het openbaar wel eens aa de orde?

„O ja, ik open wel eens wat of ik kom eens op een school of waar dan ook. En onlangs in de gemeenteraadsvergadering bij de behandeling van het beleidsplan ter vermindering van de kleine criminaliteit heb ik daar nog het een en ander van gezegd."

„Maar niet alleen ouderlijk gezag moet weer meer gaan inhouden, burgers moeten ook verantwoordelijkheid willen nemen ten opzichte van hun medemens en diens goed. En als wij waarnemen dat anderen zich daaraan vergrijpen? Ja, dan zijn er best argumenten voor dat mensen zeggen: „Ik kijk wel uit om er wat van te zeggen. Anders krijg ik zelf misschien nog wel een draai om mijn oren."

Nu wordt Schreuder een beetje kwaad: „Ja, als we dat zo maar blijven doen! Nee, ik vind dat wij weer meer bezorgd moeten zijn voor onze medemensen. Dat zal best moeilijk zijn, want we leven in de ik-maatschappij."

Gezag betekent volgens de burgemeest vandaag in gezin en onderwijs veel te weinig.

„Neem nou de situatie binnen het onderwijs. Dat is toch nauwelijks meer wat het vroeger geweest is? Vroeger was een direkteur van een mulo waar ik op zat een half-god. Denk je datje die bij wijze van spreken, goeiendag durfde te zeggen? Dat was een autoriteit en de leraren ook.

Ouders, wat doen ze nou nog? Wat korrigeren ze nou nog hun kinderen?

Maar daar komen we toch weer wat op terug?

„Ja natuurlijk". En dan langzaam, nadrukkelijk en met stemverheffing: „En ik denk dat de jongelui het willen.

Jongelui willen af en toe een pak op hun falie hebben. Ze willen af en toe geleid worden en ook eens een keer streng geleid. Ze zeggen wel van niet, maar 't is wel zo. En als dat dan gebeurt dan zijn velen er dankbaar voor dat er eens iemand is die zegt: „En nou verder geen gezeur, zo doe je 't". Kunnen ze zich er

lekker mopperend tegen afzetten en ondertussen zijn ze dolgelukkig dat er iemand is die het gedaan heeft. Ik herken dat in m'n werk ook. Iedere groep mensen heeft op z'n tijd behoefte aan iemand die zegt: „En zo doen we het. Punt uit". Schreuder bevestigt het nog eens door z'n handen ineen te slaan.

Veel dingen zijn echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. Neem voor een stad als Amersfoort drugs en drank onder jongeren. Wat ervaart de burgemeester als hij op zaterdagmiddag door zijn stad loopt en de jeugd op een terrasje aan de pils ziet zitten? Hij behoeft er geen moment over na te denken:

„Ik zou ze het uit de handen willen pakken, ze een draai om de oren willen geven en zeggen: „Ga voetballen". Kijk, ik stam uit een generatie waarin je voordatje in militaire dienst zat, niet dronk. En daar deed je dan uit stoerheid weieens mee. Maar tegenwoordig: als je 13, 14 jaar bent, dan drink je toch pils? "

Daar valt niks aan te pakken?

„Nou daar valt dit aan te pakken dat je in elk geval door een verscherpt toezicht op de horeca-etablissementen wat kunt bereiken. Want er is altijd nog een regel dat je aan benedenzestienjarigen — vind ik nog knap jong hoor — geen alkohol mag verkopen. De horeca zou natuurlijk zelf z'n verantwoordelijkheid ook moeten weten."

„'t Is ook een modetrent hoor. Daar zijn jongeren bij — als je 't mij vraagt — die vinden het zo vies als wat, maar die moeten een beetje drinken omdat ze anders niet bij de groep horen en niet meer in tel zijn. Daar kun je best wat aan doen door te zeggen dat je zeker niet minder flink bent als je bijvoorbeeld een glas cola neemt."

Schreuder is ook een fervent voorstander van een gedegen anti-drugsbeleid. Waar verdovende middelen verhandeld worden — vaak coffee-shops — moet de tent gesloten worden, vindt hij. „Want ik denk dat sluiting effektiever is dan een boete van een paar duizend gulden. In die handel wordt zoveel verdiend. Dat betalen ze en ze gaan gewoon door."

„Maar zo'n sluiting is niet eenvoudig. Je moet nogal wat bewijs hebben om tot zo'n besluit te kunnen komen. Maar we hebben het al een keer gedaan en u mag gerust weten dat we weer bezig zijn er één voor te bereiden. We zullen het er niet mee uitroeien, maar wat we willen is: proberen het te beperken en het nog binnen zekere — toch nog onaanvaardbare — grenzen te krijgen. Niet alleen vanwege het criminele neveneffekt, maar vooral omdat waar softdrugs gebruikt worden, de basis gelegd is voor de handel in hard-drugs. En dat is wat wij de allerhoogste prioriteit geven!"

Is er naast gezag, drugs en drank meer misgegaan?

„Ja kijk, wat natuurlijk heel erg is: dat zoveel jongeren een opleiding afgerond hebben en geen werk hebben! Ik vind dat er een veel betere aansluiting moet zijn van het onderwijs bij wat de maatschappij vraagt."

„Van de week was ik bij een bedrijf dat heeft een afdeling overgeplaatst naar Ierland omdat ze hier in Nederland niet aan de H.T.S.-technici kunnen komen.

Daar klopt dan toch iets niet? "

„Ik ken bedrijven die zeggen: we moeten gewoon L.T.S.-lassers en smeden hebben. En die zijn er niet."

Maar moet er dan niet een verplichting komen voor omscholing van werkloze jongeren?

„Ik denk van wel ja. Ik hoor ook binnen m'n eigen partij, steeds meer gedachten in die richting. Zo kan het ook niet onbeperkt doorgaan."

Terwijl we het gesprek afronden, komen er nog twee aspekten van de burgemeester zelf aan de orde: de vorm en de norm.

U heeft onlangs van uzelf gezegd dat u wat uit de vorm gegleden bent.

„Ja, een beetje ja".

Niet iedereen die u een gemeenteraadsvergadering ziet voorzitten, zal het daarmee eens zijn. U komt bijvoorbeeld altijd in donkerblauw kostuum.

„Ja, dat doe ik altijd. U zult mij niet in iets anders zien. Ik vind dat dat hoort. Ik laat iedereen in z'n recht, maar er is toch een tijd geweest dat zo'n halve gemeenteraad in open blouses en T-shirts kwam. Dat mogen ze van mij, alleen ik heb daar mijn mening over."

Welke?

„Ik vind een gemeenteraadsvergadering een belangrijk gebeuren. Het hoogste orgaan van de gemeente neemt daar vele beslissingen voor de bevolking die hen daar gekozen heeft. En dan vind ik datje alleen al uit een soort eerbied en respekt daarvoor in je houding, uiterlijk en kleding blijk van geeft. Ik weet dat ik daar vrij eenzaam in sta. Ik lig daar niet wakker van. Maar 't is de laatste tijd gelukkig een heel stuk verbeterd. Waardoor? Misschien is het voor een deel de modetrent. Dan is dat mooi meegenomen. Misschien is het voor een enkeling zo, omdat ze de voorzitter er altijd korrekt bij zien zitten. Dan is dat prachtig."

Waar moeten volgens u de waarden en normen voor het besturen van een gemeente aan ontleend worden?

Dat kost in tegenstelling tot de meeste vragen een paar sekonden denkwerk. „Kijk, ik ben gepokt en gemazzeld in een op daadwerkelijk resultaat gebaseerde bestuursvorm. Ik begin dus niet te besturen vanuit het evangelie of vanuit een strikte vorm van kommunisme of vanuit puur liberaal beginsel. Prachtig natuurlijk dat mensen van daaruit dit willen toetsen, maar ik heb vaak — dat klinkt een beetje raar — mijn eigen norm. Ik zie dingen in zo'n stad. Je hoort, je merkt en je ziet van alles wat zo'n samenleving nodig heeft. Dan ga je van daaruit werken om dat te bereiken. Ik ben nogal geneigd te zeggen: als het voor mijn stad goed is dat die of die voorziening tot stand komt, dan ga ik daaraan werken om dat zo snel mogelijk te bereiken."

Is het welzijn van de gemeenschap dan uw norm?

Ja, dat is het voor mij vaak. Daar kan ik het een heel eind mee brengen. Er komen ook wel momenten dat ik zeg: dat kan ik niet doen omdat het mijn eigen normen als bestuurder van een stad overschrijdt. Daar ga ik niet in mee. Dat komt voor. Jazeker. Zo ontwikkel je zelf een soort stelsel van waarden en normen. Dat ligt niet vast in een cahiertje of wat dan ook. Dat zit een beetje in je gebakken. De ene dag komt dat er uit en de andere keer nog niet."

Heeft u tenslotte een boodschap voor jongeren?

Peinzend herhaalt hij de vraag. „Eh, is 't voor Amersfoort? "

't Liefst landelijk.

„....Ik heb een boodschap voor jongeren door te zeggen: laat ze vooral vertrouwen houden in de samenleving. Laten ze zich niet als ze erg veel negatieve voorbeelden krijgen van anderen, daardoor ontmoedigen. Laat ze proberen hun eigen maatschappijbeeld te ontwikkelen zo zij als jongeren graag zouden willen leven en de samenleving ingericht zouden willen zien. Want er komt een tijd dat de ouderen er niet meer zijn en dan is de samenleving voor hen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 augustus 1987

Daniel | 32 Pagina's

Een burgemeester van een grote stad over jongeren

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 augustus 1987

Daniel | 32 Pagina's