JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Over waarden, normen en burgemeesters

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Over waarden, normen en burgemeesters

6 minuten leestijd

Wij belijden dat de overheid Gods dienaresse is. De overheid. Wie of wat is dat eigenlijk? Is de overheid één persoon, zoals koning David, die moet luisteren naar de profeet, de vertolker van Gods wil, naar de kerk?

We kunnen een heel eenvoudige staatsinrichting op papier zetten. Er is maar één regeerder. De overheid is de koning. En die overheid, de koning, is dienaresse Gods. Die koning moet overeenkomstig Gods wetten het land besturen. Hoe luiden Gods wetten? Daarin krijgt de koning onderwijs van de kerk. En ook die kerk stellen wij ons eenvoudig voor: één kerk, niet gescheurd, niet verdeeld, één in belijden.

Helaas ziet de inrichting van onze staat er in werkelijkheid heel anders uit. De overheid is niet zomaar één persoon, maar een ingewikkeld stelsel van organen.

We kennen niet alleen een koning(in), maar ook ministers en volksvertegenwoordigers. Er is niet alleen een rijksoverheid, maar ook een provinciale en een gemeentelijke.

„De overheid" staat dus voor een complex geheel van organen met elk hun eigen taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden.

En de kerk? Die is jammerlijk verdeeld! O ja, we weten wél wat de ware kerk is! De gemeenschap der heiligen, door God Zelf uitverkoren. Maar in welke kerkverbanden vinden we die ware kerk? Als de overheid op zoek is naar Nathan, naar de profeet, bij welke kerkdeur moet zij dan aankloppen?

Dit artikel is niet bedoeld om op al deze moeilijke vragen een pasklaar antwoord te geven. De vragen zijn echter wél opgeworpen omdat je eerst moet aanvoelen hoe ingewikkeld onze maatschappij in elkaar zit, alvorens een oordeel te geven over het doen en het laten van een overheidsorgaan, zoals bijvoorbeeld de burgemeester er één is. Want dié kant willen we in dit verhaal op: we willen verder met die „paar sekonden denkwerk" waarmee de burgemeester van Amersfoort onze interviewer in spanning hield.

De burgemeester had een paar sekonden denkwerk nodig om de vraag te beantwoorden: „Waar moeten volgens u de waarde en normen voor het besturen van een gemeente aan ontleend worden"? Als ik hem goed begrepen heb, luidde zijn antwoord: „Ik werk niet vanuit een bepaalde levensovertuiging die ik toepas op de problemen van elke dag; nee, ik tast af

waar de stad behoefte aan heeft en probeer dat met in acht nemen van mijn taken en bevoegdheden te realiseren".

Het gaat hem om het welzijn van de gemeenschap. Natuurlijk mag een burgemeester proberen het welzijn van de gemeenschap te bevorderen, het goede voor de stad te zoeken! Maar ook hier is nu juist de hamvraag: wat is welzijn? wat is het goede?

Wordt dat bepaald door wat de burgers op prijs stellen? Is een theater goed omdat de burgers er om vragen? Of wordt het goede niet door het schepsel, maar door de Schepper bepaald? Is het echte welzijn vaak niet juist daarin gelegen, wat mensen helemaal niet fijn vinden?

Ook de burgemeester is principieel! Zijn principe is noch het evangelie, noch het kommunisme, noch het liberalisme, doch het pragmatisme: goed is datgene wat „werkt", wat in de praktijk „aanslaat", wat het „goed doet".

Want bedenk wel: niemand kan het zónder principe stellen!

Alleen: er zijn goede en slechte, schriftuurlijke en goddeloze principes.

Dus de burgemeester moet elk voorstel simpel aan Gods wet toetsen? In praktijk brengen wat de Bijbel voorschrijft? Ik zou heel graag , ja" opschrijven, maar mijn pen gaat meer aarzelend.

Wij leven in een zogeheten „gedecentraliseerde eenheidsstaat". Dat wil zeggen: we proberen zo dicht mogelijk bij de burgers om wie het gaat, besluiten te nemen. Daarom kennen we een gemeentebestuur, een provinciebestuur en „de regering".

Om toch één staat te kunnen zijn, moeten we er voor zorgen dat er een zekere mate van afstemming is tussen diverse bestuurslagen. Daarom moeten de gemeentebestuurders zich houden aan de wetten van het rijk. De burgemeesters, de wethouders, de leden van de gemeenteraad, zij allen hebben een zekere vrijheid om voor hun gemeente besluiten te nemen, mits zij niet ingaan tegen de wetten die in Den Haag gemaakt zijn.

En wie maakt die wetten? Koningin Beatrix? De minister? De volksvertegenwoordiging? In ons land gebeurt dat in de vorm van samenspel tussen regering en parlement.

Elk van die bestuurders heeft de taak daarbij te luisteren naar wat God van Zijn schepsel eist. Wij weten dat de praktijk helaas anders is. De meerderheid van de „wettenmakers" volgt haar éigen wet, bepaalt zélf wat goed en wat kwaad is.

Ik hoop dat je het aarzelen van mijn pen nu begint aan te voelen. Die burgemeester moet niet het land, maar de geméénte besturen. Daarbij heeft hij enerzijds bewegingsvrijheid, maar is hij anderzijds gebonden aan tal van wetten, waaronder óók godonterende regels voorkomen. De burgemeester is in één opzicht te vergelijken met elk willekeurige werknemer: hij heeft te doen waarvoor hij aangenomen is! Wie dit niet kan omdat zijn geweten hem aanklaagt, moet óf niet instappen, óf op zeker moment uitstappen.

Mijn pen gaat nu met meer zekerheid naar de punt achter het verhaal toe. De norm waarnaar de burgemeester moet besturen, is in de eerste plaats de arbeidsnorm:

namelijk getrouw te zijn in datgene waarvoor hij aangesteld is. Hij zal, waar mógelijk, overeenkomstig Gods Woord dienen te beslissen of te sturen in de besluitvorming. Maar die beslissingsruimte is beperkt door allerlei regels, ook goddeloze, die hem van hogerhand zijn opgelegd.

Een eigenzinnig kind verliet zijn vader en moeder.

Die eigenzinnigheid kan echter het kindzijn nooit uitwissen!

De overheid is Gods dienaresse. Dat de overheid God niet wil dienen, neemt niet weg dat zij dienaresse blijft! De overheid heeft te gehoorzamen aan Gods Woord.

Maar: de overheid is een gesplitste overheid. Kamerleden hebben andere taken en bevoegdheden dan burgemeesters. En daarmee ook onderscheiden verantwoordelijkheden.

Wie van een burgemeester eist dat hij alle besluiten neemt of uitvoert overeenkomstig Gods Woord geeft naar mijn overtuiging óf te kennen niet op de hoogte te zijn met de bestuursstrukturen van ons land, óf te kennen dat een christen geen burgemeester kan zijn.

Vergeet onze burgemeesters in je voorbede niet!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 augustus 1987

Daniel | 32 Pagina's

Over waarden, normen en burgemeesters

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 augustus 1987

Daniel | 32 Pagina's