Onderzoekt de Schriften
We komen in de Bijbel allerlei mensen tegen die leefden vanuit het Woord dat God tot ze gesproken had.
Abraham ging op reis op basis van dat gesproken Woord: „Ik zal u tot een groot volk maken.... en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden". In dat Woord ontmoette hij de levende God. In geloofsgehoorzaamheid heeft Abraham uit dat Woord geleefd en door alle beproevingen en menselijke zwakheden heen heeft hij aan de belofte van God niet getwijfeld. En dat geloof wordt hem tot rechtvaardigheid gerekend.
Ook David leefde dicht bij dat Woord van God. Hoor hem zingen in Psalm 119: , , Dit is mijn troost in mijn ellende, want Uw toezegging heeft mij levend gemaakt". En als hij bij zichzelf ervaart dat hij midden in de dood ligt, roept hij: , , Maak mij levend naar Uw Woord". Alle heiligen uit het Oude Testament hebben bij dat Woord geleefd. Als het zicht op dat Woord verduisterde, dan waren zij diepongelukkig. Maar als door dat Woord de hoop op de Heere verlevendigde, dan roemden zij in God, dan prijsden zij 't onfeilbaar Woord.
We zijn vertrouwd met de Bijbel
Wij zijn met de Bijbel opgevoed. Na het eten wordt er uit de Bijbel gelezen. Velen van ons hebben de goede gewoonte om 's avonds voor het naar bed gaan nog een stukje uit Gods Woord te lezen aan de hand van een Bijbels dagboek, 's Zondags komen we als gemeente bijeen om naar dat Woord te luisteren. Op vele scholen, op de catechisaties en thuis wordt over het Woord gesproken. We zijn er als het ware vertrouwd mee geraakt.
Omgaan met de Bijbel kan niet neutraal zijn
Boven dit artikel staat een gedeelte uit Johannes 5 vers 39: „Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen".
Christus spreekt hier ook tot mensen die vertrouwd waren met het Woord van God. Van jongsaf waren de Joden tot wie Hij hier spreekt, opgevoed in de Wet en in de Profeten. Zij wisten er zelfs heel veel van, zo veel dat zij meenden daarin het leven te vinden.
En toch: zij verwierpen de Christus en met Hem ook de Vader Die Hem gezonden had. „Gij hebt noch Zijn stem ooit gehoord, noch Zijn gedaante gezien" (vers 37).
Herken je dat bij jezelf? Vertrouwd geraakt met Gods Woord, vertrouwd geraakt met de gedachte dat je bekeerd moet worden, vertrouwd geraakt met de gedachte dat het zo toch eigenlijk best wel goed gaat, maar: nog nooit Zijn stem gehoord, nog nooit Zijn gedaante gezien?
Calvijn zegt bij deze tekst: „Hij berispt dit, dat de Joden meenden, dat de Schrift ook hun het leven gaf, terwijl zij vreemd waren aan de echte zin, ja terwijl zij het licht des levens dat daarin vervat is, uitblusten. Hoe toch zal de wet zonder Christus het leven aanbrengen, waar Hij alleen haar levend maakt? "
Scherp tekent Calvijn hier in navolging van Christus Zelf, dat er geen neutrale omgang met het Woord kan zijn. Het opgroeien met de Bijbel staat namelijk in een heel belangrijke context. Als de Heere aan het volk Israël de Wet geeft op de Sinaï, dan vindt die wetgeving plaats in het kader van een relatie: „Ik ben de Heere uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb".
Zo is het ook in ons leven. Ons opgroeien met de Bijbel staat in het kader van de verbinding van de Naam van de Drieënige God met onze naam. Die verbinding is betekend en verzegeld bij de bediening van de Heilige Doop. God Die alle dingen leidt, heeft ons afgezonderd, opdat wij een
geheiligd volk zouden zijn. Dat is niet onze keus geweest. Het is niet onze wil geweest, dat God aan ons Zijn Woord heeft toebetrouwd. Misschien heb je diep in je hart weieens gewenst, datje maar nooit van dat Woord gehoord had.
Dan zou je net als zoveel anderen met een gerust geweten de wereld kunnen dienen. En nu.... altijd maar weer dat Woord, je geweten, waardoor je achtervolgd wordt.
Diep in je hart voel je ook dat Gods leiding in je leven verplichtingen schept. Hij heeft de eerste rechten op je leven!
Je moet graven totdat je de verborgen schat gevonden hebt
Dat de Heere ons Zijn Woord toebetrouwt, wil wat zeggen. Toebetrouwen heeft iets in zich van openbaar maken wat voor anderen verborgen blijft. Toebetrouwen heeft iets te maken met het onthullen van een geheim, van iets wonderlijks, van iets dat we uit ons zelf niet zien.
Wat zien we dan niet? De dood in ons leven zonder God en het leven in een leven in de dienst des Heeren.
Daarom krijg je het niet benauwd als je altijd op deze zondige wereld zou mogen blijven. En daarom krijg je het wel benauwd bij de gedachte voor eeuwig in de hemel bij de Heere te zijn. En als je eens onder de indruk bent van een preek of van een gesprek met een kind van God en je gaat met je natuurlijke krachten proberen de Heere te dienen, dan merkje dat dat een slavendienst is. Je krijgt je hart niet mee.
En intussen zijn we toch vertrouwd geraakt met de Bijbel. Maar we verduisteren het geheim dat de Heere in Zijn Woord wil openbaren. We citeren Calvijn: „Maar dit is een beletsel voor velen, dat zij achteloos en als terloops slechts de oppervlakte bezien. En toch was de hoogste opmerkzaamheid nodig; daarom beveelt Christus deze diep verborgen schat te onderzoeken". De Heere Jezus zegt hier: je moet niet zomaar met de Schrift omgaan, zo terloops, zo vanzelfsprekend, maar je moet er in graven, totdat je die verborgen schat gevonden hebt: „en die zijn het, die van Mij getuigen".
Christus Zelf is die verborgen schat. Om Hem gaat het in de Schriften.
Toen God Zijn wetten gaf aan Israël, wist Hij dat niemand van het volk die volkomen houden kon. Maar in die wetten werd heengewezen naar Hem Die volkomen de wil van Zijn Vader zou doen; Die zijn leven stelde tot een rantsoen voor velen. Christus is de vervulling van de wet.
En terwijl Christus hier Zelf oproept om de Schriften te onderzoeken om daarin Hem te vinden en om in Hem het leven te hebben, is Hij ook Zelf Degene Die zoekt. En dat is nou het geheim. In elk boek moet je zelf zoeken om iets te vinden. Het komt niet naar je toe. Maar in de Bijbel komt Christus Zelf naar het verlorene toe. En daarom is er vindenstijd. „Ik ben gevonden van degenen die naar Mij niet zochten". Daarom is de Bijbel een wonderlijk boek, een Goddelijk boek. Het geeft door de kracht van Gods Geest onderwijs aan Gods kinderen in alle omstandigheden van het leven. Maar dat Woord maakt ook door diezelfde Geest dode zondaren levend. Wij zijn altijd geneigd om het geheim op te lossen. We zeggen dan dat we toch eerst ziende gemaakt moeten worden, willen we werkelijk wat aan dat Woord hebben.
Maar als dat zo was, dan zou nooit iemand gaan zien!
Gods Geest zegent het schriftonderzoek
Er wordt weieens de uitdrukking gebruikt: al etende komt de eetlust. En zo is het nu met het Woord van God. Blinden beginnen te lezen en God gaat Zijn Woord gebruiken om blinde ogen te openen.
Dan gaat het Woord met ons bezig zijn. Als dat in je leven plaats vindt, hoef je niet aangespoord te worden tot Schriftonderzoek.
Terwijl je als maar armer en ellendiger wordt in jezelf, krijg je tegelijkertijd een wonderlijke en steeds sterkere betrekking op de Heere, op Zijn Woord en Zijn dienst. Die honger die daar ontstaat, is niet meer te stillen. Je gaat door de nood gedreven, maar niet minder door de liefde getrokken graven en spitten in dat Woord.
We laten nog een keer Calvijn aan het woord: „Voorts, gelijk ons bevolen wordt Christus in de Schriften te zoeken, zo zegt Hij ons ook in deze plaats, dat onze inspanning niet ijdel zal zijn, want de Vader getuigt daarin op zulk een wijze van Zijn Zoon, dat Hij Hem ons ontwijfelbaar openbaart".
En die zijn het, die van Mij getuigen. Gods Geest gaat het schriftonderzoek daarheen leiden dat je als een verloren zondaar die ten diepste nooit anders als kwaad doet tegenover een God Die het nog nooit verkeerd heeft gedaan in ons leven, alle rechten hebt verspeeld. Maar juist daar waar je door de liefde daaronder buigen mag, openbaart diezelfde Geest in dat Woord dat wonderlijke dat Christus voor ons gestorven is, toen wij nog zondaars waren.
In Adam verloren, in Christus de Weg ten leven. Onderzoekt de Schriften, Die zijn het, die van Mij getuigen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 juli 1987
Daniel | 42 Pagina's