REGIONALE VERGADERING TE GOES
Ds. N. W. Schreuder opende op 2 april 1987 deze regionale avond, die door ruim 700 dames werd bezocht, met het laten zingen van psalm 68 vers 10 en 17. In zijn openingswoord stond hij kort stil bij de geschiedenis van Lydia, zoals deze ons wordt beschreven in Handelingen 16.
Paulus predikte aan de rivier, waar het gebed placht te geschieden; daar waren vrouwen bijeen, waaronder Lydia. Van haar wordt vermeld dat zij God diende. Zij was een godsdienstige, deugdzame vrouw die veel voor anderen betekende, maar met een gesloten hart. Zij kende de Heere niet, zij kon zichzelf niet bekeren. Dat kan Paulus ook niet, maar hij was het middel in Gods hand. Onder zijn prediking greep God Lydia in het hart, dat hart werd vernieuwd door de kracht en werking van Gods Geest.
Zij werd gewaar dat een nauwgezet, godsdienstig leven niet genoeg is tot zaligheid, dat een mens geneigd is God en zijn naaste te haten. Als God het niet had verhoed, zou zij met haar godsdienstig leven voor eeuwig verloren zijn gegaan. Zij nam acht op het woord door Paulus gesproken. De Heere is en blijft dezelfde, ook nu nog.
Deze Godsdaad was toen en ook nu nodig voor ons en onze kinderen zal het wel zijn op weg en reis naar de nimmer eindigende eeuwigheid.
Tot ons komt de ernstige vraag: werd uw hart reeds geopend? Heeft zo'n Goddelijke ingreep in uw leven plaats gevonden? Heeft de Heere uw hart geopend, weet God er van af? Van Lydia wist Hij af. Zij juicht naar de ziel reeds eeuwig voor Gods troon.
Ook Paulus wist er van. Hij heeft zegen gehad op zijn prediking daar aan de rivier. Hoor maar: „Indien gij hebt geoordeeld dat ik de Heere getrouw ben, zo kom in mijn huis en blijf er. En zij dwong ons".
Daar waren liefdebanden gevallen die de eeuwigheid verduren. Het is onze wens en bede dat het woord op deze avond gesproken dienstbaar mag zijn tot verbreking van harde zondaarsharten en tot uitbreiding van Gods Koninkrijk, zo besloot ds. Schreuder zijn openingswoord.
De taak en de plaats van de vrouw
De titel van het referaat van ds. C. Harinck luidde: , , De taak en de plaats van de vrouw". Wat de taak en de plaats van de vrouw is, is tegenwoordig een aktuele vraag. Velen zeggen immers dat de vrouw achtergesteld is bij de man, dat zij zich niet kan ontplooien, dat haar een rol is opgedrongen. De kerk zou hieraan schuldig staan.
Voor ons is echter belangrijk wat de Schrift ervan zegt. De Bijbel vertelt ons wat de vrouw niet en wat de vrouw wel mag en moet doen.
Aan de hand van diverse bijbelgedeelten gaat de referent in op de taak en de plaats van de vrouw. Deze is in de eerste plaats gelegen in de beslotenheid van het huwelijk en het gezin. In Efeze 5 vers 22 e.v. wordt aangegeven hoe de rechte verhouding tussen man en vrouw in het huwelijk behoort te zijn; deze wordt vergeleken met de verhouding tussen Christus en Zijn gemeente. Hier is geen sprake van onderdrukking of slaafse onderdanigheid, maar van vrijwillige liefdevolle toegewijde onderworpenheid.
In 1 Korinthe 14 vers 34 zegt Paulus dat het de vrouw niet toegelaten is te spreken, dat wil zeggen er is een zwijggebod: zij mag niet in de openbare eredienst voorgaan, zij mag niet prediken, niet de Schriften verklaren. Maar dat wil niet zeggen dat vrouwen nooit het woord mogen voeren in de samenkomsten van de gemeente. Onder bepaalde voorwaarden mochten vrouwen die de gaven des Heiligen Geestes hadden uit de verborgenheden van Gods Koninkrijk anderen onderwijzen. Door dat te doen met gedekt hoofd gaf zij daarbij aan zich niet boven de man te willen stellen.
In de Bijbel wordt op verschillende plaatsen zeer gunstig over de vrouw gesproken, denk maar aan Spreuken 31, het loflied op de deugdelijke huisvrouw, die haar tijd niet alleen doorbracht binnen de vier muren van haar huis.
Op veel plaatsen in het Oude Testament wordt ons gesproken over vrouwen die in Israël een belangrijke plaats hebben ingenomen.
In Exodus 22 en Deuteronomium 24 wordt de vrouw in bescherming genomen tegen willekeur, uitbuiting en slavernij. Anders dan bij de oosterse volken had de vrouw onder Israël een haar door God gegeven volwaardige plaats.
Hoewel de vrouw de eerste is geweest die in de zonde is gevallen, en daarvan de zwaarste gevolgen heeft ondervonden, heeft de Heere Jezus ook haar verlossing gebracht. Hij behandelde de vrouwen in zijn omgeving met respekt. Op Paasmorgen verscheen Hij het
eerst aan een vrouw, aan Maria Magdalena: zij kreeg opdracht aan de discipelen de boodschap te brengen dat Hij waarlijk is opgestaan.
In de nieuwtestamentsiche kerk heeft de vrouw een belangrijke plaats gekregen. De eerste roeping van de vrouw is binnen het huwelijk als hulp aan de man en in het baren van kinderen (1 Tim. 2 vers 12-15).
De tweede roeping van de vrouw is buiten het gezin in de maatschappij. Van nature heeft de vrouw bijzondere aanleg voor de verzorging van zieken, zwakken en gehandicapten en anderen die hulp behoeven. Tegenwoordig, nu de overheid de subsidiekraan dichtdraait, is er voor de vrouw in de gemeente nog nadrukkelijker een taak weggelegd in het bezoeken van zieken, hulp bieden aan gehandicapten, zorgen in gezinnen waar noden zijn en nog veel meer.
Maar voor alles is de eerste plaats van de vrouw in het gezin, daar kan zij het meest zegenrijk werkzaam zijn in de verzorging en opvoeding van de aan haar zorgen toebetrouwde kinderen.
Wie denkt bij Mozes niet aan Jochebed. bij Samuël aan Hanna en bij Timotheus aan Eunice. Deze vrouwen hebben afhankelijk van de Heere hun taak mogen vervullen. Het met aandacht beluisterde referaat werd heel toepasselijk besloten met het zingen van Psalm 123 vers 1 en 2.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 juni 1987
Daniel | 32 Pagina's