HULDRICH
een kind van de bergen
door J. Mateboer
deel 3
Toen Huldrich buiten kwam, hoorde hij de vogels fluiten in de sparrebomen. De zon scheen stralend over de hoge kam van de Sentis. Het water van het riviertje de Thur murmelde zacht. Hij werd even verblind door het felle licht. Binnen in huis was het halfdonker. Er scheen maar weinig licht door de kleine raampjes. De twee geiten mekkerden toen ze hem zagen. Hij moest de geiten nog melken. Ja, dat was zijn eerste werk. In de schuur hoorde hij zijn vader bezig met de beide knechts en zijn broers Heini en Klaus. Toen hij even kwam kijken, zag hij dat ze de stallen schoonmaakten voor het zomerhalfjaar. Er werd geschrobd en gedweild, want een halfjaar lang zou het vee niet meer in de stalllen komen. Alleen de beide geiten zouden morgen in de boerderij achterblijven. Zijn broertje Hans had hij geleerd hoe hij de geiten moest melken. Die zou zijn taak overnemen. En de kleine Wolfgang zou de konijnen verzorgen. Zo had hij alles voor het vertrek geregeld. Alleen het houthakken en sprokkelen in het bos wilde moeder niet, dat Huldrich aan zijn jongere broertjes leerde. Zij wilde niet dat die kinderen met een scherpe bijl omgingen. Als Huldrich de bijl uit het houthok haalt, om voor de laatste keer voor brandhout te zorgen, denkt hij aan het verhaal van grootmoeder. Grootmoeder, die bij hen inwoont. Het is een heel lieve grootmoeder. Vader zegt altijd, dat grootmoeder nog in de heidense tijd leeft. Daar moeten ze dan om lachen. Grootmoeder is nog altijd bang voor geesten en spoken. Als 's winters de sneeuw een meter hoog op het dak ligt en het dak kraakt van het gewicht, dan wijst grootmoeder naar boven. , .De geesten zijn weer bezig", zegt ze dan ernstig. En als in de pikdonkere avond de stormwind om het huis huilt, schuift ze dicht bij het vuur. Vader neemt dan meestal zijn viool en dan speelt hij een geestelijk lied, waarbij zijn zware stem de woorden zingt. Vader zegt altijd dat geesten, als ze bestaan, voor het Woord van God op de vlucht slaan. En Huldrich gelooft dat zeker.
Maar eergisterenavond vertelde grootmoeder toch zo'n gek verhaal! Huldrich moest daar nog aan denken, toen hij de bijl uit het hok haalde. Ze vertelde, datje melk kunt laten lopen uit de steel van een bijl. Als je de steel van een bijl recht boven een vat met verse melk hield, dan liep er melk uit de stel. Het was een wonder, dat alleen gebeurde, wanneer je er werkelijk in geloofde. Nou, Huldrich geloofde er niets van. Maar zijn oudste broer Heini blijkbaar wel. Toen de knechts gistermorgen de tien koeien gemolken hadden en de verse melk in de melkkamer in het melkvat hadden gegoten, stond Heini daar met de bijl bij te kijken. Toen de knechts vertrokken waren, kwam Heini met z'n bijl voor de dag. Hij had niet in de gaten, dat Huldrich hem uit een donkere hoek bespiedde. Heini hield de bijl boven de melk, maar er liep niets uit. Hij schudde aan de steel en hij kneep er in, maar het hielp niet. Er kwam geen melk uit. Huldrich moest er haast hardop om lachen. Heini zei een lelijk woord en smeet de bijl in een hoek. Hij heeft er verder geen woord meer over gezegd, ook niet tegen grootmoeder. Huldrich heeft er verder ook over gezwegen, maar er wel z'n stille pret van gehad.
Moeder komt naar buiten met een stuk oud brood voor de geiten. En hij heeft ze nog niet eens gemolken! „Wat sta je toch te dromen? " Huldricht schaamt zich.
Toen vader pas het verhaal over de dromen van Jozef gelezen had, hadden zijn broers gezegd: „Onze Huldrich is net zo'n dromer". Ze hadden eigenlijk wel een beetje gelijk. Snel ging hij aan het werk.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juni 1987
Daniel | 32 Pagina's