JUBILEUMBONDSDAG 1987
In een volle Doelen-zaal verwelkomt ds. Hakkenberg om 10.15 uur de ruim 2100 aanwezigen. Hij wenst dat we op een dag van jubileren tot grootmaking van de Heere samengekomen mogen zijn. Als voorzitter leidt hij de vergadering en spreekt in zijn openingswoord over Ps. 77 : 12 e 13 , .Ik zal de daden des HEEREN gedenken: a, ik zal gedenken Uw wonderen van oudsher'" Veertig jaren droeg de goedertierenheid Gods onze bond. Hoe gepast is het om bij deze mijlpaa stil te staan. Ds. Hakkenberg spreekt bij dit gedenken over verwondering, tot Gods verheerlijking en tot onze vernedering. De daden des Heeren worden zo licht vergeten, maar wat groot als we met Asaf worden opgewekt om Gods daden te gedenken. Wij moeten daarvoor van God een geestelijk oog ontvangen en een hart om op te merken. Met vrijmoedigheid mogen wi als bestuur en leden van de bond getuigen: e Heere is ons gedachtig geweest. Hij heeft ons 4 jaren door stormen, bange dagen en verdriet gedragen, maar ook blijdschap geschonken. De trouw Gods was oneindig groot!
Veel zorgen en strijd houdt ons ook nu bezig: de grote wetteloosheid, het diepe verval. Ons ha beeft, want God is heilig en wat niet is naar de wet en getuigenis zal geen dageraad hebben! Maa Hij kan de bange klacht veranderen in een blijde rei. Ook nü kan de rechterhand des Heeren verandering geven. Dat geeft ons moed! Ik zal de daden des Heeren: Zijn weldaden, maar oo Zijn oordelen. Zijn tuchtigen en Zijn kastijden, gedenken, ook de bitt're tegenheên tot eer en verheerlijking van Zijn deugden, lankmoedigheid en goedertierenheden. Verwondering eindigt in vernedering voor Zijn heilig aangezicht, aldus onze inleider.
Na het lezen van de telegrammen aan H.K.H. Koningin Beatrix en Prinses Juliana worden staande uit het Wilhelmus de verzen 1 en 6 gezongen.
In een expressebrief aan de ambassadeur van Rusland in Den Haag wordt dringend verzocht om onmiddellijke invrijheidstelling van Zinaïda Viltsjinskaja en om het arrestatiebevel van Alexandra Kozorezova te vernietigen.
„Een zekere grond"
Ds. B. van der Heiden uit Woerden spreekt vervolgens over „Een zekere grond" naar aanleiding van het laatste gedeelte van het „Onze Vader": want Uw is het koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Het gebedsleven is een kenmerk van een christen. Van Saulus in Damascus staat: zie, hij bidt. Inleider vraagt: bent ü een christen/christin? Jezus geeft Zelf antwoord op die vraag: „Niet een ieder die tot Mij spreekt Heere, Heere, maar die de wil Mijns Vaders doet" Bidden is een wonder en genadegave van God. Het wordt geboren. Als Saulus vlak bij Damascus die hemelse genade wordt geschonken vraagt hij „Wat wilt Gij dat ik doen zal? " Het ware bidden heeft capitulatie (dat is: overgave) in zich. Geestelijke nood leidt tot ootmoed en verwondert zich dat een goeddoend God Zich wil inlaten met een nietig mensenkind. „Wee mijner, ik verga, dewijl ik van onreine lippen ben". Zijn dez zaken u bekend? Antwoordt eens tussen God en uw ziel, aldus ds. van der Heiden. Zelfs God kinderen met veel geloofsoefeningen hebben in de allerheiligste verrichtingen het Bloed der verzoening nodig.
Het volmaakte Gebed des Heeren is verdeeld in de aanspraak, zes beden en tenslotte de lofverheffing, de doxologie. In het paradijs was het bidden enkel lof en aanbidding. Zo zal het ook in de hemel zijn tot in alle eeuwigheid.
Hier op aarde wisselen lof en smeekbede elkaar af. Hier is menigmaal de klacht: „Zo Gij de ongerechtigheden gadeslaat, wie zal dan bestaan? " Is het dan geen vermetelheid om grote zaken te bidden? Bij de bidder is geen plcitgrond, die ligt in de almacht en heerlijkheid van de Schepper.
De catechismus zegt dan ook: ..Daarom, dat Gij, als onze Koning en aller dingen machtig, ons alles goeds te geven". Zijn naam komt op de voorgrond, de onze op de achtergrond. De ware ootmoed wordt in de weg van verliezen geleerd. Het is een genadegave Gods en een vrucht des Geestes.
Het Koninkrijk, de kracht en de heerlijkheid
Wie de Koning van dat Koninkrijk is, kunnen we onmogelijk zeggen, maar er slechts van stamelen. De Schrift wijst Hem aan als een goedertieren, een ontfermend, een getrouw, een vriendelijk, een nodigend (voor vermoeiden en nooddruftigen), een almachtig Koning, Die verlost van de schuld der zonden, maar ook van de macht der zonden. Een Koning, Die de tranen droogt en vergadert in Zijn fles; Hij troost het hart, dat schreiend tot Hem vlucht; Hij houdt de wees en de weduwe staande. Hem is als loon op Zijn middelaarswerk gegeven alle macht tot aan de voleinding der dagen. Dominee prijst die Koning aan met het zeggen, dat geen volk op aarde zo'n Koning heeft als het volk des Heeren. Hij laat niet in de steek, zelfs niet als de macht der verschrikking, als de dood komt! Zijn machtig arm beschermt de vromen en redt hun zielen van de dood.
Ds. Van der Heiden vraagt: Kent ü deze Koning al? Gods volk kent Hem wel, maar er is een geloofsoog voor nodig om Hem te zien! Hoe menigmaal kan het hart koud zijn, laks, liefdeloos, dagen dat de hemel niet verkwikt en de hel niet verschrikt. Maar al zien wij de Koning niet.... Hij is er wel! Gezegende ogenblikken als de Heilige Geest de nevels opklaart en die gezegende Koning toont in Zijn kracht....
Het woord dat daarvoor in de tekst van het Onze Vader gebruikt wordt, betekent eigenlijk dynamiet. De kracht van de Koning is onmetelijk tot in der eeuwigheid: almachtig! Er zijn veel krachten in de wereld: geestelijke boosheden in de lucht, normloosheid, wereldgelijkvormigheid. Het zijn slechts toegelaten krachten. Zij bestaan bij Zijn gratie alleen wanneer ze passen in Zijn beleid. Spreker wekt op om de kracht van de Koning persoonlijk te leren kennen. Ze is zielszaligend. Welzalig hij, die al zijn kracht en hulp alleen van Hem verwacht! Hij hééft niet alleen de kracht, maar Hij gééft kracht aan de moeden en die, die geen sterkte heeft.
Tenslotte staat ds. Van der Heiden stil bij de heerlijkheid in der eeuwigheid. De Heere Jezus heeft in dit gebed volkomen volmaakt Zijn Vaders eer bedoeld. Hij wil Zijn kinderen in deze laatste bede losmaken van de aarde en doen zien op Hem. Heerlijk is Hij in Zijn wezen, in Zijn deugden, in Zijn werken in de natuur en in Zijn werken van genade. Christus laat aan het eind van dit gebed een straal van de Goddelijke heerlijkheid in de ziel achter. In ons bidden hebben we twee Voorbidders nodig: in de eerste plaats een pleitende Christus, om Wiens wil de Vader verhoort en in de tweede plaats een zuiverende Heilige Geest, door Wie de gebeden geheiligd worden. Het Onze Vader begint en eindigt met een lofprijzing. Is het de begeerte van uw ziel geworden, vraagt ds. Van der Heiden tenslotte, Hem te lofprijzen — het roemen van God en het prijzen van Zijn naam?
Aan het einde van de gezellige middagpauze, waarin velen elkaar begroeten, geeft het orgelspel van Marien Hofman weer het sein, dat we onze plaatsen in de zaal moeten innemen. Ds. Hakkenberg verwelkomt de nieuw aangekomenen en het Mannenkoor Tehillim uit Dordrecht en geeft ds. Van der Heiden een kwartier om de ontvangen vragen te beantwoorden. Omdat ongeveer 25 vragen zijn ontvangen, zegt ds. Van der Heiden toe alle vragen te zullen behandelen in het te verschijnen Jubileumbondsdagboekje en/of in Daniël. Slechts enkele vragen komen nu aan de orde.
Terugblik
Tijdens het zingen van Ps. 33 wordt er ƒ 18.625, 70 gekollekteerd voor de vakantieweken voor de gehandicapten.
Als het Mannenkoor Tehillim onder leiding van de dirigent Hans van Blijderveen en organist Tinus Koorevaar de verzen 1, 2 en 3 van Ps. 141 en de verzen 3 en 6 van Ps. 86 gevoelvol ten gehore hebben gebracht, kondigt de presidente, mevrouw Crum, de „Terugblik" aan, waarin de bondsbestuursleden het werk van de bond zullen belichten.
Mevrouw Moree gedenkt de weg, waarop de Heere de bond 40 jaar geleid heeft. „De Heere wrocht mede" loopt als een gouden draad door onze geschiedenis. Op de grens van 40 jaar past
ons de bede: Heere verlaat ons niet, ga met Uw aangezicht mede.
Mevrouw Van der Spek memoreert hoe onder voorzitterschap van ds. A. Verhagen op 7 april 1947 de oprichtingsvergadering werd gehouden van , , Het Landelijk Verband van Meisjesverenigingen der Ger. Gemeenten". Mej. W. den Hartog werd de presidente. Er sloten zich toen 24 verenigingen aan. In 1962 was dat aantal al 44.
Mevrouw Both vertelt over het werken voor de zending. Zij wijst op Rom. 16 waarin Paulus schrijft over vrouwen, die in de Heere arbeiden.
Dachsel zegt ervan in zijn verklaring. dat deze vrouwen ongezien door de wereld, in alle stilte en bescheidenheid veel goeds stichten door weduwen, armen en zieken te verplegen, door wezen op te voeden, verpleging van vreemdelingen en het beoefenen van gastvrijheid. Wat ligt er voor ons allen een grote taak in de gemeenschap waar wij thuis horen, aldus mevrouw Both.
Het koor Tehillim zingt vervolgens uit Ps. 87 : 1, 3 en 4 en samen zingen wij het vijfde vers. Mevrouw Van der Spek vermeldt de historie van 1965-1971: isseling van bestuursleden en uitbreiding van het bondswerk door het organiseren van vakantieweken. Hierover spreekt mevrouw Hartman. Vanaf 1971 worden voor alleenstanden en voor echtparen met óf zonder kinderen vakantieweken georganiseerd.
Mevrouw Van der Spek herinnert aan het 25-jarig jubileum van de bond in 1972. De jubileumaktie had als doel een vakantieweek aan gehandicapten aan te bieden.
Mevrouw de Blois vertelt van die eerste vakantieweek in 1972 voor 40 lichamelijk gehandicapten. Nu. in 1987 mogen 13 weken worden opengesteld voor lichamelijk (3), verstandelijk (7), dubbel gehandicapten (1), voor minder validen (1) en voor gehandicapte kinderen van 4-16 jr. (1). Totaal voor ca. 420 gasten! Vergeet de gehandicapten niet in uw gebeden en blijf dit werk milddadig steunen!
Na het zingen van Ps. 146 : 4 memoreert mevrouw Van der Spek aan de historie van de Bond van 1973-1976. In 1974 werd de 100ste vrouwenvereniging als lid aangemeld. De presidente, mej. Den Hertog, en de penningmeesteresse mej. Slinger traden als bestuursleden af.
Mevrouw De Vries vertelt in dichtvorm over de sinds 1973 gehouden regionale vergaderingen. De eerste keer was dat in Middelburg, waar mevrouw Wisse een referaat hield.
Mevrouw van Willigen herinnert aan het ontstaan van het lektuurfonds. dat gehouden referaten van bondsdagen e.a. uitgeeft. Zij deklameert het gedicht dat mevrouw Van der Schoot-van Dam voor de bondsdag van 1981 maakte voordat wij samen zingen uit Ps. 150 : 1.
Vervolgens verhaalt mevrouw Crum over het ontstaan van de samenwerking met de Bond van Ned. Herv. Vrouwenverenigingen op G.G. en de Bond van Chr. Ger. Vrouwenverenigingen en onze bond in het Comité Vrouwenbonden op Ger. Grondslag. Op 11 december 1976 werd ee samenkomst tot bezinning en gebed belegd opdat God het aannemen tot wet van het zéér ver gaand abortusontwerp mocht verhoeden. De woorden van Daniël , , 0. HEERE. bij ons is de beschaamdheid der aangezichten, omdat wij tegen U gezondigd hebben.... O, Heere, hoor, o Ver"ee^ 0 ^6ere' merk °i> e den van de Vcrwantenraad in Rusland. Mevrouw Moree deklameert de Be^e richt.
Na de koorzang uit Ps. 42 (Datheen):1 en 3 zingen we samen het vijfde vers.
Vervolgens memoreert mevrouw Van der Spek de historie van 1976 - 1983, waarna mevrouw Guiljam vertelt over de Pagina's voor haar, die door de Jeugdbond en de redaktie van Daniël beschikbaar worden gesteld om het verenigingsnieuws en andere artikelen zoals de ziekenpost van onze vrouwenbond in te vermelden.
Mevrouw Van der Spek zet de jongste geschiedenissen van de Bond vanaf 1983 tot heden in het kort uiteen. Mevrouw Kaslander weet uit de boeken, dat de kollekte van de eerste landdag in 1947 ƒ 188, - opbracht. Deze morgen werd voor hetzelfde doel ƒ 17.863, 20 gekollekteerd! De uitgaven zijn evenredig gestegen. In die eerste tijd — het is ongekend — kocht men een postzegel voor twee cent!
Jubileumaktie
Graag geeft zij aan haar voorgangster, de oud penningmeesteresse mevrouw Van Woerden het woord om de totaalopbrengst van de jubileumaktie bekend te maken.
Mevrouw Van Woerden herinnert aan de vorige bondsdag toen zij het doel van de aktie, namelijk een éénmalige gift ten behoeve van gehandicapten op het zendingsterrein in Nigeria bekend maakte. Sindsdien is er gebakken, genaaid, gekweekt, gezongen, gespaard en niet te vergeten van het boek geschreven door mevrouw Ippel-Breedveld „Ik zal niet sterven maar leven" 4.950 ex. verkocht! Terwijl de opbrengst van de aktie langzaam wordt ontrold, stijgt de spanning! Totaal ƒ 143.238.55!
De Heere wilde vele harten neigen tot milddadigheid. Hij gaf de kracht en lust bezig te zijn voor onze verre gehandicapte naaste, aldus mevrouw Van Woerden.
Zr. Sonneveld, die al 25 jaar werkzaam is op het zendingsterrein, spreekt vervolgens een hartelijk dankwoord uit nadat zij 1/3 van de opbrengst symbolisch heeft ontvangen. Een zichtbaar ontroerde zr. Van Rossum neemt ook symbolisch 1/3 deel in ontvangsten ze dankt de Heere, die haar in deze verlofperiode een weg baande tot de mogelijkheid om voor een groep gehandicapten in Nigeria te gaan zorgen. Zr. Renes ontvangt te zijner tijd het resterende deel. Staande zingen we de lofpsalm 136 : 26 „Geeft den God des hemels eer; Lof zij aller scheps'len Heer'.
Dat zegt ook mevrouw Crum als ze de „Terugblik" afsluit met enkele dankwoorden. In verwondering zien we terug op 40 hondsjaren, waarin de Heere ondanks onze ontrouw Zijn trouwe zorg zorg en gunst ons wilde betonen.
Het Mannenkoor Tehillim besluit met het zingen van enkele verzen van „O God, Die droeg ons voorgeslacht in tegenspoed en kruis....". Daarna klinkt de prachtige koorzang over Psalm 105 : 1 en 24.
In haar dankwoord zegt mevrouw Crum, dat de inhoud van haar laatste dankwoord als presidente is „Ik zal de Heere loven in de vergaderingen". Zij stelt zich D.V. in september a.s. niet herkiesbaar.
Ds. Hakkenberg deelt de vergadering mee, dat hoewel met grote moeite, wij het besluit van mevrouw Crum moeten respekteren. Dank aan die grote God, Die u bekwaamde tot velerlei taken, aldus ds. Hakkenberg tot mevrouw Crum.
Er is geen gelegenheid meer voor een slotmeditatie over het woordeken „Amen". Rijkelijk zijn wij verzadigd van het vele, dat we vandaag gehoord hebben, aldus ds. Hakkenberg. Amen: het zal waar en zeker zijn; veel meer dan wij kunnen stamelen en verzuchten. Hij is de Ik zal zijn Die Ik zijn zal. De Heere zij eeuwig lof en elk zegg* Amen. Amen.
Met het dankgebed en staande samenzang „Dat vreed', en aangename rust...." wordt onze veertigste bondsdag beëindigd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juni 1987
Daniel | 32 Pagina's