JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Blanka

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Blanka

Een verhaal uit de Amerikaanse burgeroorlog, opgetekend door P. de Zeeuw J.Gzn. en nu opnieuw verteld

11 minuten leestijd

Blanka Owen staat voor het opengeschoven raam. Haar vingers trommelen een eentonig versteivend ritme op de brede vensterbank.

Buiten is het stil. De hitte hangt trillend boven het keurig aangeveegde erf. Bob, de hond, ligt lang uitgestrekt in de schaduw, te amechtig om naar de vliegen te happen, die om zijn goedige kop zwermen.

Boven de struiken in de moestuin duikt telkens het grijs-wollige hoofd op van Izak, de enige negerbediende. Er ligt een vreemde, verslagen trek op zijn gekreukeld gezicht.

Blanka doet een paar stappen terug en laat zich met haar handen tegen de slapen gedrukt in een schommelstoel zakken. Ze zucht. Er is zoveel gebeurt in zo'n korte tijd, dat alles haar onwerkelijk voorkomt. En toch is het waar!

Die morgen was begonnen als andere morgens. Niets verstoorde de weldadige rust op hun uitgestrekte landgoed. Nadat ze met haar ouders ontbeten had, was Blanka met een mandje naar de tuin gegaan om wat aardbeien te plukken.

Toen ze terug kwam, zag ze dat er een paard vastgebonden stond aan een van de ringen in de zijmuur. Een bezoeker op dit moment van de dag? Ze verwachtte niemand.

Beklemming overviel haar. Er zou toch niet iets met Richard zijn? Al een hele poos hadden ze niets meer van haar broer gehoord. Met nog een paar vrienden had hij dienst genomen in het leger van de noordelijken. Achttien jaar was hij en moedig was hij vertrokken.

Niets liever wilde hij dan mee ten strijde trekken tegen de zuidelijke rebellen en de getergde slavenhandelaren, die hun winstgevende handel in mensen niet op wilden geven.

Blanka was bijna bij de deur, toen de eigenaar van het paard naar buiten kwam. Het was een soldaat — Blanka zag 't met een schok.

Hij begroette haar met een korte hoofdknik en keek toen snel, bijna schuw, van haar weg. Haastig had hij zich op zijn paard geslingerd en was "t hek uitgereden.

Met een hart, dat zwaar als een steen in haar borst lag. was Blanka naar binnen gegaan. Haar vader en moeder stonden dicht bij elkaar in de woonkamer.

Toen had ze het bericht gehoord, dat de soldaat hen gebracht had.

Blanka slaat haar handen voor haar ogen. Tranen druppen langzaam tussen haar vingers door op haar blauwe ochtendjapon. Richard is ter dood veroordeeld. Niet gesneuveld is hij, ook niet gevangen genomen door de vijand of gewond. Nee, door zijn eigen krijgsraad is hij veroordeeld tot de kogel.

Hij moest een belangrijke wachtpost bezetten en op die post is hij slapend aangetroffen. Binnen vierentwintig uur zal het vonnis voltrokken worden.

Het kan niet waar zijn, denkt Blanka opstandig. Zoiets kan óns toch niet overkomen. Richard, broer.... Hoe knap en ernstig had hij er uit gezien toen hij vertrok, met zijn donkerblauwe ogen rustig gericht op hen, die achterbleven.

Ze staat op en gaat langzaam naar beneden. In de hal hoort ze opeens dofTe hoefslagen. Het geluid komt dichterbij. Snel doet ze de deur open.

Het is een bode, met een posttas over zijn schouder. Hij zoekt er een brief uit en geeft die aan Blanka. ..Alstublieft, miss".

„Dankuwel", brengt Blanka uit. In een oogopslag heeft ze gezien, dat het een brief van Richard is. Een afscheidsbrief.'

Ze draait hem om en om en loopt er mee naar de woonkamer. De deur staat op een kier. Hoor, vader praat met Mr. Gilmore, zijn beste vriend. Daartussen, dof, de stem van haar moeder: „Oververmoeid moet hij zijn geweest, de arme jongen, 't kan niet anders...."

„Nee...." Dat is Mr. Gilmore, zuchtend. „Hij was altijd een voorbeeld van plichtsbetrachting. 't Is verschrikkelijk".

„Hij.... hij was m'n trots, Joe". Gebroken is de stem van haar vader. , , En dan zó.... Waarom moet het nu zó? En toch — "t is recht. Ik mag mijn mond niet opendoen". Blanka gaat naar binnen. , , Een brief van Richard, vader", zegt ze zonder hem aan te zien.

De oude man krijgt een schok. Hij is niet in staat de zinnen te ontcijferen en reikt hem Mr. Gilmore over.

„Lees jij hem voor, Joe...." In doodse stilte luisteren ze naar de woorden van Richard. die zelf misschien al niet meer in het land der levenden is.

Lieve vader,

Wat ik nooit had kunnen denken, is nu gebeurd. Ik ben veroordeeld tot de kogel. Binnen vierentwintig uur moest het vonnis voltrokken worden. Maar omdat er verzachtende omstandigheden waren, is het vonnis nog enige tijd uitgesteld. Mij is nu toegestaan een brief aan u te schrijven. Ik heb graag, dat u precies weet, hoe alles is gegaan, zodat u zich niet beschaamd over mij behoeft te voelen.

U weet, dat ik aan de moeder van Jakob Karr beloofd heb, zoveel mogelijk voor haar zoon te zorgen. Onlangs is hij hard ziek geweest. Hij was nog maar net hersteld, toen er bevel kwam. dat wij een grote mars moesten gaan maken. De tocht eiste veel van de krachten van Jakob. Daarom droeg ik zijn zware uitrusting. Het laatste deel kon hij bijna niet meer lopen, zodat ik hem moest ondersteunen.

Toen we op de plaats van bestemming kwamen, bleek het dat Jakob diezelfde nacht een gewichtige post moest bewaken. Daartoe was hij niet in staat Daarom zei ik. dat ik zijn plaats wel in zou nemen.

Die belofte deed ik ondoordacht. Ik hield er geen rekening mee, dat ik zelf ook oververmoeid was. Nauwelijks had ik de wachtpost betrokken, of ik begon last van slaap te krijgen. Ik vocht er tegen wat ik kon, maar enkele uren later werd ik toch slapend aangetroffen. Gelukkig heeft deze slaap voor het leger geen noodlottige gevolgen gehad. De militaire tucht is streng, vader, en u zult. hoe hard het ook klinkt, het vonnis moeten billijken. Ik hoop, dat u dit alles aan Jakob niet kwalijk zult nemen. Hij vraagt voortdurend aan de autoriteiten of hij in mijn plaats mag sterven. Wilt u mijn lieve moeder en mijn zuster Blanka troosten? Wij zullen elkaar op aarde wellicht niet weerzien, vader. Maar we mogen toch hopen op een weerzien in het hiernamaals.

Vaarwel lieve vader, moeder en Blanka.

Mr. Gilmore zwijgt. Ineens ziet hij, dat Blanka een heftig gebaar maakt.

„Vader", zegt ze schril, , , 't Is niet eerlijk. Richard kon er toch niets aan doen? "

„Toch wel, Blanka. Wat zou er anders van het leger en het land terechtkomen? Al is het onuitsprekelijk...." Zijn stem breekt af.

„'t Is zijn schuld niet! Hij heeft juist zo goed zijn best gedaan. Hij heeft recht op het leven!"

Vader kijkt bedroefd naar haar. „Recht? Ons leven is alleen genade, kind".

Blanka wordt stil. Het woord „genade" laat haar niet los.

Traag daalt de dag naar de avond. Tenslotte gaan ook de bewoners van het landhuis naar bed. Als laatste gaat Blanka naar boven.

Toch gaat ze niet slapen. De woorden van haar vader hebben de hele avond door haar hoofd gespeeld. Als er genade is, dacht ze steeds, zou er dan geen mogelijkheid zijn voor Richard om aan zijn vreselijke straf te ontkomen? En zo komt ze tot een impulsief besluit.

Haastig begint ze haar maatregelen te treffen. Er is geen tijd te verliezen. Ze trekt haar mooiste japon aan en slaat een kort reismanteltje om. Ze propt wat noodzakelijke dingen in een valies en steekt Richards brief en een beursje vol met geld bij zich. Dan schrijft ze staande een briefje voor haar ouders.

Heel zacht opent ze de buitendeur. Het lukt haar ongemerkt weg te komen. Bob, de hond, begint te brommen, maar met een paar geruststellende woorden krijgt ze hem stil.

Ze slaat de weg in naar het station. Nog nooit is ze zo laat 's avonds alleen buiten geweest, maar ze is te gejaagd om bang te zijn.

Het station is schaars verlicht. De nachttrein staat er nog, vertelt een beambte. Hij verkoopt haar een biljet en wijst haar het perron.

Zenuwachtig kontroleert ze of ze wel in de goede trein zit. Al gauw vertrekt hij. Middernacht is allang voorbij als ze eindelijk New York bereikt. Daar moet ze overstappen. Een bereidwillige kondukteur helpt haar. Ze heeft een koupé voor zichzelf en op de kadans van de wielen soest ze weg in een lichte dommel. Met een schok schrikt ze op als de trein vroeg in de morgen de berookte overkoepeling van een groot station binnenrijdt: Washington. Ze is er!

Nu komt het laatste gedeelte van haar tocht. Voor een gebarsten spiegel op het station knapt ze zich wat op. Aan een vroege voorbijganger vraagt ze de weg naar het Witte Huis. Het blijkt gemakke-

lijk tc vinden te zijn. Maar er binnen te komen is heel wat moeilijker.

Een militair staat bij de monumentale voordeur. Met gefronste wenkbrauwen ziet hij Blanka aan.

„Goedemorgen", zegt Blanka verlegen, maar vastberaden.

„Ik zou graag de president spreken". „De president? Nu al? Hebt u een afspraak? Of een aanbevelingsbrief? " „Nee, dat niet...."

„Dan kan ik u niet toelaten".

„Maar het is een heel belangrijke zaak. waarvoor ik kom!"

„Geen sprake van, miss. Ik heb strenge orders".

De tranen springen Blanka in de ogen. „Het gaat om mijn broer, meneer. Zijn leven staat op het spel!"

Nu komt er een glimpje menselijkheid in de strenge ogen van de soldaat. Toch maakt hij geen aanstalten haar binnen te laten.

Blanka wordt wanhopig. „Ik blijf hier voor de deur wachten, net zo lang tot u me binnenlaat!" roept ze halfhuilend. „De president is mijn enige hoop!"

„Nu goed dan", moppert de militair. „Gaat u daar maar zitten". Hij wijst Blanka een bank in de hal. Daar zit ze drie kwartier. Dan wordt ze geroepen.

President Lincoln zit achter zijn bureau en neemt een aantal stukken door. Beschroomd blijft Blanka bij de deur staan. Vriendelijk zegt de president: „Wel mijn kind, wie ben je en wat verlangje zo vroeg in de morgen van mij? "

„Ik — ik ben Blanka Owen, meneer Lincoln", stamelt het meisje. „O, ik wil u smeken of u het leven van m'n broer wilt sparen". „Ik begrijp er niets van. Ga eens rustig zitten en vertel dan kalm je verhaal". Blanka, nu wat op haar gemak gesteld, zegt: „Mijn broer Richard Owen, is op zijn post in slaap gevallen en daarvoor zal hij worden.... worden.... doodgeschoten". Ze slikt. Het verdriet dat door de spanning wat op de achtergrond geraakt is, overvalt haar met nieuwe hevigheid.

„Ah, nu herinner ik me de zaak", antwoordt de president, terwijl hij enkele papieren doorkijkt die op zijn bureau liggen. „Ja, dat is een ongelukkige slaap geweest. Je broer heeft met zijn slapen ons leger in gevaar gebracht. Gelukkig heeft God de ramp nog afgewend, maar dat verandert niets aan zijn plichtsverzuim. We zijn in oorlog en daarom is het vonnis streng. Toch is het rechtvaardig".

„Ja meneer, dat zei vader ook".

„Ja? Het doet me goed, dat te horen. Er blijkt uit, dat je vader een goed vaderlander is".

„Ja maar...." begint Blanka weer, „Richard kon 't niet helpen, dat hij in slaap viel. Hij was doodmoe, want hij had Jakob. zijn vriend geholpen tijdens de mars. Eigenlijk had Jakob die post moeten betrekken, maar omdat hij pas ziek geweest, wilde Richard het wel voor hem doen...."

De president kijkt haar scherp aan. „Wat vertel je daar allemaal? Is dat de waarheid? "

Blanka haalt de brief van Richard tevoorschijn. „Leest u maar, meneer Lincoln. O, als 't nog niet te laat is, red hem dan.... u hebt toch de macht!" Met haar handen krampachtig in elkaar geklemd, kijkt ze smekend naar hem op.

De president leest de brief met aandacht door. Ontroering tekent zich af op zijn wilskrachtig gezicht. „Ik zal nagaan of je de waarheid hebt gesproken. Ga zo lang even naar de hal". Hij rinkelt met een tafelschel en direkt verschijnt er een bediende.

Blanka gaat weer op de bank zitten. Het ruist zo vreemd in haar hoofd, dat ze niet normaal kan denken. Ze heeft er geen besef van, hoe lang ze moet wachten, maar 't duurt heel lang, dat weet ze wel. „Komt u maar, miss". Daar is de bediende eindelijk.

President Lincoln zit nog steeds achter zijn bureau. In zijn hand heeft hij een telegram, dat hij overhandigt aan zijn sekretaris. „Verzend dit onmiddellijk, Jack!" Blanka staart de president met brandende ogen aan. Hij knikt haar toe. „Ga maar naar huis, kind, en zeg tegen je vader, dat jouw voorspraak het leven van zijn zoon gered heeft. Zeg tegen hem, dat Abraham Lincoln respekt heeft voor zijn moed om de rechtspraak van zijn land goed te keuren. Zeg hem ook, dat ik je broer, die zo'n grote naastenliefde betoonde, te hoog acht, om zijn leven op zo'n manier verloren te laten gaan".

„O, meneer Lincoln.... ik dank u". Blanka's stem hapert en ze is al weer in tranen.

De president brengt haar zelf naar de deur. „Wacht eens", zegt hij. „Na al die doorgestane angsten mag je broer wel een paar dagen verlof hebben. Als je dus tot morgen wilt wachten, kan hij gelijk met je mee reizen. Ik zal het in orde maken".

Een glimlach verjongt zijn wat droefgeestige trekken. Zacht doet hij de deur achter haar dicht.

Een dag later reizen Blanka en Richard Owen samen naar huis, hun ouders en de toekomst tegemoet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 mei 1987

Daniel | 32 Pagina's

Blanka

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 mei 1987

Daniel | 32 Pagina's