JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Uit het dagboek van Anneke....

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het dagboek van Anneke....

14 minuten leestijd

kort verhaal

„Lief dagboek, ik heb werkelijk de afschuwelijkste vaderen moeder van de hele wereld Ik mag duizend en één dingen niet. A Itijd hebben ze iets te zeuren.

Als ik naar mijn allerleukste vriendin wil, dan zeggen ze: „Zou je dat wel doen Anneke, die mensen leven zo midden in de wereld." Onzin natuurlijk. Ze gaan ook naar de kerk, alleen, het is daar gewoon veel leuker. Je mag tenminste iets.

Maar vader en moeder kunnen zo verschrikkelijk zeuren, 'n Lange broek? Anneke, je weet hoe we er over denken, 'n Broekrok? Anneke, zoek maar 'n mooi patroon voor een rok. Popmuziek? Er zit een verkeerde geest in.

Als ik weg wil, zeggen ze: „Anneke, waar ga je heen? "

Als ik thuis kom vragen ze: , , Waar was je? " Of: „Hoe was het vanavond? " Of moeder zucht: „ Wat ben je laat, dat hadden we niet afgesproken. "

's Zaterdagsavonds mag ik niet eens de deur uit. Ja, naar de jeugdvereniging, maar daar wil ik niet heen. Ze praten de hele avond over de Bijbel. Echt de hele avond hoor! Ik wil gezellig naar vrienden en vriendinnen!

Nu heb ik iets leuks bedacht, samen met mijn vriendinnen uit de klas. Ze zijn allemaal van de kerk. Er gaan ook nog een paar jongens mee. We gaan een kampeertrektocht maken. De grote broer van Annet gaat ook mee. Die heeft het vaker gedaan. Hij is de leider. "

Vanmiddag na schooltijd is Anneke er gelijk over begonnen.

..Mag het mam? "

„Kind. dat weet ik nog niet. Vanavond zal ik er wel eens met vader over praten." „Nou. maar wat vindt u er van? Zegt u nu vast wat u er zelfvan vindt, dan weet ik vast iets."

En dan zegt ze niks. het mag natuurlijk weer niet. Vanavond na het eten is Anneke gelijk naar boven gegaan. Ze mompelde iets van veel huiswerk. Beneden hoort ze de andere kinderen bezig met de afwas. Later komt moeder de kleintjes op bed brengen. Anneke heeft wel veel huiswerk, maar ze doet niets. Ze is boos. Ze zit boos voorover met de handen onder het hoofd achter haar buro. Zo zit ze heel lang. De andere kinderen gaan ook naar bed.

Nou ja. en als je de oudste bent. dan magje het laatst naar bed. leuk hè? Maar je moet ook wel steeds van alles doen. als je zelf vijftien bent, en hebt een broertje van elf en een zusje van acht en nog een zusje van zes en nog een broertje van vier. Goeie, en dan kleine Hansje nog. die is pas twee maanden, maar wel heel lief hoor. Die anderen eigenlijk ook wel. Maar bij Annet thuis hè? Annet is haar allerbeste vriendin. Daar heb je die hele leuke grote broer. Hij is leraar. En haar oudste zus, die heeft zelf al kinderen. Annet is al tante Annet. Volgens Anneke is het daar een stuk leuker.

„Ha!" Anneke hoort de voordeur. Vader is thuis gekomen. Nu kan moeder er met vader over praten of ze op kampeertrektocht mag. Even veert Anneke op. Het zou toch wel heel erg leuk zijn!

Maar dan denkt ze weer aan al die bezwaren die vader en moeder altijd hebben. „Weinig kans", zegt ze tegen zichzelf. In het kamertje ernaast begint Hansje te huilen. Die huilt de laatste tijd wel vaak. Dan kun je toch ook niet leren.

„Anneke", roept moeder beneden aan de trap. „kom je ook nog even iets drinken, en breng je gelijk Hansje mee? "

Ook dat nog! Wel ja. Anneke sjouwt wel weer. Wat word je daar toch moe van! En dan vader zo meteen: „Ja Anneke, ik hoorde van moeder datje op vakantie wil, we hebben het er samen over gehad " De rest kan ze ook wel dromen.

Als ze in het kamertje van Hans komt. is ze haar boosheid even vergeten. Het is toch wel een heel lief kereltje. Hij lacht als ze binnenkomt. Ze geeft *m een schone luier en gaat de trap af naar beneden.

„Oei, het is al bij negenen en ik heb nog niets uitgevoerd!", denkt Anneke met schrik.

„Ha, die An!", groet vader opgewekt. Als ze samen koffie drinken, zegt vader: „Ik hoor datje vakantieplannen hebt. Wat ons betreft is het akkoord hoor. Ik ken die jongen van Van Lagen wel. Het is 'n sympathieke vent. Op school schijnt hij het ook best te doen. Dat hoorde ik laatst van een kollega op de zaak. Zijn zoon zat bij hem in de klas."

„Dus " Anneke is stomverbaasd. „U bedoelt dat ik mee mag op kampeertrektocht. Hoera!!" Anneke vliegt vader zowat om zijn nek. „Leuk mam!", roept ze. Moeder kijkt blij naar Anneke.

„We willen wel graag dat jij het naar je zin hebt", zegt ze zacht, „maar we kunnen alleen maar toestemming voor iets geven, als het niet in strijd is met het Woord van God. Toen je gedoopt bent. hebben we beloofd om je op te voeden in de dienst des Heeren. Voor de wereld hebben we je niet over. Die grote broer van Annet heeft natuurlijk wel de leiding, maar jij moet op jezelf letten. Je moet denken aan dat gedoopte voorhoofd."

„Natuurlijk ma", zegt Annet vlug. Als moeder zo begint, moetje wel even onderbreken. anders houdt het niet op. „U zult over mij geen klagen hebben."

Later op haar kamer kan Anneke het nog bijna niet geloven! Een fietskampeertrektocht, met hele leuke jongens en meiden van school! Niet te geloven. En de broer van Annet vindt ze nog wel het allerleukst. Ze begint snel aan haar huiswerk. Het is al laat. maar het schiet wel op. Om twaalf uur knipt ze het licht uit, en in haar dagboek, dat onder het kussen ligt, heeft ze zojuist opgeschreven: , , Vaders en moeders zijn wonderlijke mensen. De éne keer mag je niets, de andere keer mag je superleuke dingen. Het is best wel gezellig in dit huis." En onderaan : „P.S. Zou die broer van Annet mij ook leuk vinden? "

Negenentwintigjuni loopt Anneke zenuwachtig door het huis. Heeft ze nu alles? Ze moet zo weinig mogelijk meenemen, maar ze mag ook niets vergeten. Het moet allemaal in twee grote fietstassen, die ieder aan een kant van de bagagedrager bungelen. En bovenop de bagagedrager komt het luchtbed en de slaapzak. Haar twee zusjes stonden heel verbaasd te kijken. Datje dat allemaal mee kon nemen op je fiets! Vader heeft de banden nog eens extra opgepompt. Nu is Anneke bijna startklaar. Vanavond gaat ze vroeg naar bed, gelijk met de kleintjes. Morgenochtend om vijf uur vertrekken ze. Anneke heeft er zo'n zin in. Ze gaan naar de Ardennen in België, en verder weten ze nog helemaal niets. Het wordteen echte zwerftocht. Harm. de leider, heeft allerlei fietskaarten gekocht. Ze zien wel hoe ver ze komen. Het hangt natuurlijk ook van het weer af. Nu zit het regenpak onderin. De eerste dagen blijft het gelukkig droog volgens de voorspellingen. Het is echt zomers weer. Beter fietsweer kun je je niet indenken.

Om acht uur ligt Anneke al op bed. maar ze is klaar wakker Stel je voor dat ze zicht verslaapt morgenochtend! Dc hele groep hier luid bellend voor dc deur. Ze zou zich schamen. Goeie indruk zou ze maken bij Harm zeg! Ze hoort de klok negen slaan. Nou ja. Zc had net zo goed een uur lateinaar bed kunnen gaan

Na een onrustige nacht zit ze "s morgens om half vijf rechtop in bed. De wekker! O, ja! Snel! Vandaag begint de fietstocht.

Als ze beneden komt, zijn vader en moeder zowaar ook al druk bezig in de keuken. Moeder loopt met kleine Hansje op haar arm. Vader smeert de boterhammen die Anneke mee moet nemen.

„Kind", zegt moeder, „denk je eraan dat de Heere je overal ziet, waar we ook zijn. Het is heel gevaarlijk overal. Als er iets ergs met jc gebeurt. Ben je bereid om de Heere te ontmoeten? "

„Nou mam, doe niet zo eng, u zou me nog bang maken. Thuis kan er toch ook iets met me gebeuren. Er zijn overal goede fietspaden en ik pas heus wel op mezelf."

Vader leest nog met hen en hij gaat voor in gebed. Het maakt best indruk op Anneke als hij bidt voor het kind dat hen zo lief is, en dat ze nu overgeven in de hand des Heeren. als ze zal gaan over de onveilige wegen.

Ze heeft een brok in haar keel als ze afscheid neemt. Ze houden echt van haar! „Dag ma. niet al tc bezorgd zijn, over een week ben ik weer dicht in de buurt. Als u me nog af wilt halen: we eten in het wegrestaurant hier vlakbij die vrijdagavond. Dan kopen we allerlei lekkers van het geld wat we nog over hebben uit de pot."

„Dag Hansjepansje kevertje", zegt ze tegen de baby op moeders arm. „Hé, wat is hij eigenlijk vroeg wakker? "

„Ja", zegt moeder met *n zucht, „we zijn de hele nacht met hem in de weer geweest. Hij huilt zo akelig."

„Ach", zegt Anneke, „hij is zenuwachtig als zijn grote zus op vakantie gaat."

Buiten rinkelen fietsbellen. „Nou ik ga hoor! Dag pa, tot volgende week!"

„Zo Anneke." Harm komt glimlachend naar de deur. „Ben je al klaar ofmoetje nog inpakken? " Anneke lacht verlegen. „Ik kom eraan hoor. Mijn fiets staat achter. Ik fiets even om."

Als dc groep de straat uitrijdt, zwaaien drie mensen beneden voor het raam. Vier blonde hoofden kijken boven van tussen de gordijnen.

„Dag Anneke, daaaaag!"

De fietskampeertrektocht was een groot sukses. Het weer werkte ook erg mee. Een dag moesten de regenpakken eraan te pas

komen, maar de rest van de week was het lekker droog. De éne dag was het wel wat kouder dan de andere, maar vooral in de Ardennen was het volop zomer. Anneke had het gevoel of ze weken weggeweest was. Ze miste vader en moeder helemaal niet. Dinsdag had ze nog gebeld. Ze had moeder gesproken, dat vond ze toch wel even heel erg leuk. Het ging goed thuis. Alleen kleine Hansje was nog een beetje huilerig.

Vandaag is het vrijdag. Het einde van de reis is in zicht.

„Kom op jongens, nog een trapje erbij", roept Harm.

Opgetogen komen ze bij het restaurant aan.

„Zouden vader en moeder er zijn om ons te verwelkomen? " denkt Anneke even. „Maar nee, natuurlijk niet. Vader is altijd laat thuis en moeder kan de deur toch niet uit als alle kinderen thuis zijn en de auto weg is." De moeder van Annet is er wel, ziet Anneke. Kijk, daar heb je haar vader ook. Ja, zie je wel, die mensen hebben overal tijd voor. Als alle kinderen ook bijna het huis uit zijn.

Even later zitten ze heerlijk te eten. Mmmm.... het is toch wel lekker als je het niet zelf hoeft klaar te maken.

Harm gaat staan voor zijn afscheidsspeech. Mijnheer Van Lagen komt op Anneke af. „Rijd jij met ons mee naar huis? " vraagt hij vriendelijk.

„Waarom? " vraagt Anneke verbaasd. „Ik kan dat kleine eindje best nog fietsen." „Rijd maar met ons mee", zegt hij, „dan doen we je fiets achterin de auto."

Anneke loopt gehoorzaam mee. Ze ziet mevrouw Van Lagen ook opstaan. „Ha, daar hebben we onze passagier", zegt ze. In de auto is het zo akelig stil

„Je vader en moeder hebben gevraagd of wij je even op wilden halen", zegt hij. „Ze konden je zelf niet komen halen. Je kleine broertje is nogal ziek geworden gisteren." „O? ", zegt Anneke verbaasd. „Ligt hij nu in het ziekenhuis? "

„Ja", zegt meneer Van Lagen. Dan is het weer stil.

„O", zegt Anneke. „Dat is maar beter ook. want daar weten ze er wel raad mee. Daar hebben ze allerlei middelen bij de hand. Ik hoop maar dat hij vlug beter wordt." Wat is er toch ?

Mijnheer Van Lagen zucht heel diep. „Je moet maar heel lief zijn voor je vader en moeder deze dagen", zegt mevrouw Van Lagen moeilijk.

Dan stopt de auto bij de deur van hun huis. Die thuiskomst zal Anneke nooit meer vergeten Vader en moeder komen haar huilend tegemoet in de gang.... In de kamer staan heel veel lege stoelen. Het lijkt wel of er visite geweest is. Het mikt naar si-

garen.... Dan hoort Anneke het verdrietige verhaal. Van Hansje die steeds zieker werd. „Hersenvliesontsteking", had de dokter gezegd. In allerijl was hij woensdag naar het ziekenhuis gebracht. Donderdagavond was het kindje overleden. Ze wisten niet hoe ze Anneke konden bereiken. Iedere dag waren ze op een andere plaats. Vader had kontakt opgenomen met mijnheer Van Lagen. Vandaag zouden ze bij het restaurant zijn

Diepverslagen zit Anneke die avond op de rand van haar bed. Wat is er toch gebeurd, zou het echt waar zijn? Maar dat kan toch niet! De hele week zo'n fijne gezellige week gehad en dan nu dit!

Ze droomt! Straks wordt ze weer wakker, dan is die nare droom voorbij, dan zit ze weer in het restaurant met het lekkere bord eten voor zich.

Hoe kan zoiets gebeuren? „Heere, waarom doet U dit? ", vraagt ze door haar tranen heen.

Drie dagen later probeert ze zelf een antwoord te geven op de vraag. Het is de dag na de begrafenis. Zojuist heeft ze een gesprek gehad met vader en moeder. Ze kon maar niet begrijpen, waar vooral vader die berustende houding vandaan haalde. Ziet hij dan niet hoe erg het is, en hoe verdrietig moeder is. Hij zei: „Anneke wij mogen geloven, dat onze lieve Hansje nu bij de Heere in de hemel is. God straft ons niet uit lust tot plagen. Het is een roepstem van Hem. Het is een milde roepstem. Hoeveel moeilijker had ik het gevonden als jij nooit meer was thuisgekomen. Wat had ik dan moeten denken? Jij weet het antwoord op deze vraag."

Nu zit Anneke met haar dagboek voor zich achter haar buro. Ze wil al dat verdrietige opschrijven. Maar wat leest ze nu ? Heeft ze dat zelf geschreven?

„Lief dagboek, ik heb werkelijk de afschuwelijkste vaderen moeder van de hele wereld..... Ik mag duizend en één dingen niet. Altijd hebben ze iets te zeuren.

Als ik naar mijn allerleukste vriendin wil, dan zeggen ze: „Zou je dat wel doen Anneke, die mensen leven zo midden in de wereld. " Onzin natuurlijk. Ze gaan ook naar de kerk, alleen, het is daar gewoon veel leuker. Je mag tenminste iets.

Maar vader en moeder kunnen zo verschrikkelijk zeuren, 'n Lange broek?

Anneke, je weet hoe we er over denken, 'n Broekrok? Anneke, zoek maar 'n tnooi patroon vooreen rok. Popmuziek? Er zit een verkeerde geest in.

Als ik weg wil, zeggen ze: „Anneke, waar ga je heen? "

Als ik thuis kont vragen ze: , , Waar was je? " Of: „Hoe was het vanavond? " Of moeder zucht: , , Wat ben je laat, dat hadden we niet afgesproken. "

's Zaterdagsavonds mag ik niet eens de deur uit. Ja, naar de jeugdvereniging, maar daar wil ik niet heen. Ze praten de hele avond over de Bijbel. Echt de hele avond hoor! Ik wil gezellig naar vrienden en vriendinnen!

Nu heb ik iets leuks bedacht, samen met mijn vriendinnen uit de klas. Ze zijn allemaal van de kerk. Er gaan ook nog een paar jongens mee. We gaan een kampeertrektocht maken "

Anneke schaamt zich heel diep.

Ze huilt, ze heeft zoveel verdriet. Hoe komt ze erbij om zo lelijk te doen over haar vader en moeder. Waarom maakte ze zich toch zo boos over al die kleine dingen.... Nu voelt ze hoe weinig de dingen van deze wereld betekenen. Eens zal ook zij voor de Heere moeten verschijnen. En dan

De zonde die in haar hart woont, daarvan staat een klein stukje hier opgeschreven in haar dagboek. Wat zei vader ook alweer: „Het leven is een voorbereidingstijd op onze sterfdag." En: „Bij de Heere zijn uitkomsten zelfs tegen de dood...."

„O God", bidt ze, „leert U mij dat door Üw Geest."

In haar dagboek schrijft ze:

„Lief dagboek, ik heb de gelukkigste vader en moeder van de hele wereld. Zij hebben zoveel steun uit het Woord van God."

Laat zo'n roepstem voor jou niet nodig zijn. Zo jij Zijn stem dan heden hoort, gelooft Zijn heil-en troostrijk Woord; verhard je niet, maar laatje leiden!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 mei 1987

Daniel | 32 Pagina's

Uit het dagboek van Anneke....

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 mei 1987

Daniel | 32 Pagina's