Een nieu chris te lick liedt
Wilhelmus van Nassouwe Ben ick van Duvtschen bloet, Den Vaderlant getrouwe Blyf ick tot in den dool: Een Prince van Oraengien Ben ick vrij on verveert, Den Coninck van Hispaengien Heb ick altyt gheeert.
In Godes vrees te leven Heb ick altyt betracht. Da erom ben ick verdreven Om Landt om Luvd ghebracht: Maer God sal mij regeren Als een goet Instrument, Dat ick sal wederkeeren In mijnen Regiment.
Mijn Schilt ende Betrouwen Sijt ghy, o Godt mijn Heer, Op u soo wil ick bouwen Verlaet mij nimmermeer: Dat ick doch vroom mach blijven U dienaer taller stondt, Die Tvranny verdrijven, Die my mijn hert doorwondt.
Oorlof mijn arme Schapen Die zijt in groot en noot, U Herder sal niet slapen Al zijt ghy nu verstrovt: Tot Godt wilt u begheven, Svn heylsaem Woort neemt cien. Als vrome Christen leven, Tsal hier haest zijn ghedaen.
Voor Godt wil ick belijden End zijner grooter Macht, Dat ick tot gheenen lijden Den Coninck heb veracht: Dan dat ick Godt den Heere Der hoochster Maiesteyt, Heb moeten obedieren, Inder gherechtigheyt.
Het le, 2e, 6e, 14e en 15e couplet van ons volkslied in de oorspronkelijke tekst.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 april 1987
Daniel | 32 Pagina's