Een uniek lied
over het Wilhelmus
In vergelijking met veel andere volksliederen draagt het Wilhelmus een bijzonder karakter. Het hoort helemaal bij ons volk. Het getuigt van een historische band tussen het Huis van Oranje en het Nederlandse volk. Andere nationale volksliederen missen dit vaak. De Engelse hymne, , God save the King" (God behoede de koning) kan bijvoorbeeld aangeheven worden door elk volk dat een koningshuis bezit. Hetzelfde geldt voor het lied „ Wien Neérlands bloed", dat ooit eens gemaakt is om te dienen als nationaal lied. Als men Neêrlands maar vervangt door een ander bijvoeglijk naamwoord, is het bruikbaar op vele plaatsen op deze wereld. Alleen al daarom is het Wilhelmus uniek.
Maar daarom niet alleen. Het lied herinnert ons aan de moeilijke strijd in de tweede helft van de 16e eeuw, waardoor het ontstaan van de Nederlandse natie mogelijk werd. We kennen (? ) allen de situatie. Het absolute koningsschap van de streng rooms-katholieke Filips II had in brede lagen van de bevolking tot ontevredenheid geleid. Zware belastingen moesten worden opgebracht, aanhangers van de nye lere werden vervolgd en privileges met voeten getreden.
Ontstaan in donkere jaren
Het Smeekschrift der edelen was een eerste bescheiden signaal van op handen zijnde veranderingen. Kennelijk onvoldoende duidelijk voor de koning. De daarop volgende hagepreken en beeldenstorm spraken duidelijke taal. De koning zond Alva, wiens ijzeren vuist spoedig gevoeld werd. Inmiddels was Oranje gevlucht. Samen met zijn broers deed hij in 1568 een inval in dc Nederlanden. De expedities mislukten. Oranje verloor onder andere zijn broer Adolf. Zelf keerde hij berooid terug op het stamslot , , Dillenburg". Voor de Noordelijke Nederlanden begon nu de moeilijkste periode. Zou cr ooit een einde aan de tirannie komen? Deze angstige vraag brandde op veler lippen. Velen voelden zich verlaten, sommigen ook door Oranje. Juist in deze donkere jaren is het Wilhelmus ontstaan. Het lied roept nog eens de mislukte veldtocht van 1568 in herinnering. Zo wordt de dood van Adolf aangehaald: maar de Prins wil niet bij dc pakken neerzitten. In het derde couplet blijkt hij bijvoorbeeld de Nederlander ccn hart onder de riem te willen steken:
Lijdt U mijn ondersaten Die oprecht sijt van aert, Al sijt ghij nu beswaard.....
Uit het hele lied spreekt de vaste overtuiging dat de strijd niet als verloren beschouwd behoeft te worden. Indien het volk zich vastberaden toont en samen met Oranje op God vertrouwt, zal uiteindelijk de overwinning op de tirannie komen. Het meest duidelijk komt dit tot uiting in het achtste couplet, dat niet alleen het middelste vers is. maar door diverse onderzoekers de kern van het gedicht is genoemd:
Als David moest vluchten Voor Saul den Tyran: Soo heb ick moeten suchten Met meenich Edelman: Maer Godt heeft hem verheven Verlost uyt alder noot Een Coninckrifk ghegeven In Israël seer groot.
Juist deze vastberadenheid, samengaande met een ootmoedig Godsvertrouwen is tekenend voor het Wilhelmus. Die houding maakte Oranje ook tot de Vader van ons Vaderland. Juist dat maakt ons volkslied ook bijzonder. Het wijst de bronnen aan waaruit ons volk mocht putten in de donkere dagen van strijd om de vrijheid.
Brede waardering
Verschillende schrijvers hebben in de loop der tijden beseft, wat de betekenis van het Wilhelmus was in de tijd van het ontstaan en later. In 1672 vertelt de bekende predikant Franciscus Ridderus dat het Wilhelmus ons vaderland meer voordeel heeft gedaan dan tienduizend soldaten, „want als Soldaat en Matroos dat hoort, dan wordt haer bloet gaende". In de vorige eeuw schreef de Vlaamse letterkundige F. A. Snellaert over het Wilhelmus: ..Het mag een meesterstuk van volkslied genoemd worden. Eenvoudig van stijl, klaar van voordracht, is het de terugkaatsing van het vroom gemoed eens waren ridders. Bij de lezing ervan voelt men de boezem week worden, en men is geneigd het hoofd te ontdekken." En de redacteur van de Nederlandse Spectator schreef in 1874: „Het is en blijft een door het bloed gedoopte lijdenspsalm, een diep aangrijpende klacht uit de dagen der verdrukking, die eindelijk tot een triomflied steeg. Het is het schoonste volkslied, dat bestaat en voor ons, Nederlanders onwaardeerbaar."
Het nationale volkslied
Echter, ondanks deze waardering voor het Wilhelmus bleef de regering lang aarzelen om het tot ons nationale volkslied te verklaren. Men vreesde dat het daarvoor te veel gebonden was aan de protestantse partij. Allerlei pogingen werden ondernomen om andere liederen als nationale hymne te doen vinden. Bekend is de poging om het neutraler „Wien Neêrlands bloed" als zodanig in te voeren. Elke poging mislukte. Het Wilhelmus had een plaats veroverd in de harten van de Nederlanders. In 1932 werd die plaats officieel erkend. De regering verklaarde het Wilhelmus tot het volkslied.
Sinds dat jaar, klinken de tonen van het Wilhelmus bij vele officiële gelegenheden. Aanvankelijk klonken woorden en muziek even helder. De muziek blijft dat doen, het gezang wordt steeds slapper. Het Wilhelmus raakt onbekend. De meeste Nederlanders kunnen van de vijftien coupletten nog het eerste hortend en stotend zingen.
Wordt het volkslied onbekend?
In de protestantse kringen mag je aannemen (? ) dat het zesde couplet ook bekend is. Maar ook dat wordt minder. Om te voorkomen dat ons nationale volkslied geheel vergeten wordt, heeft men in diverse gemeenteraden erop aangedrongen dat in het basisonderwijs aandacht aan het leren van het Wilhelmus wordt besteed. In Staphorst wilde men dat de leerlingen het lied leerden. Een hele opgave, die echter niet zinloos is. mits de historische inkadering en toelichting niet ontbreekt. Opvallend is dc opschudding in onze „vaderlandse" pers over dit raadsbesluit. Een dergelijke beslissing noemde men „uit de tijd". Een stap verder ging de fraktie van de P.v.d.A. in Ridderkerk. Zij wees het voorstel van B en W om de volledige tekst van het Wilhelmus onder scholieren uit te delen af met de schampere opmerking dat dit een Staphorster variant is. Deze fraktie stelde zich op het standpunt dat het een taak van de ouders is om het lied aan hun kinderen tc leren. Ik meen dat men daarmee het bijzondere karakter van het Wilhelmus miskent. Het aanleren van waardering voor vaderland en nationale traditie mag niet teruggedrongen worden tot de huiskamer. Dat is een taak die rust op ouders, school en staat. Daarmee vervalt men nog niet in de dwaling van het overdreven nationalisme. Liefde tot het eigen land en de eigen geschiedenis mag men niet overboord zetten. Juist in een tijd van verwarring dient men zich te oriënteren op vaste punten. De ontstaansgeschiedenis van ons land kan er een zijn. Daarom is kennis van het Wilhelmus belangrijk.
Aubade
Ieder kan zich toch voorstellen: de traditionele aubade op koninginnedag. Onder de vrolijke tonen van het plaatselijke muziekkorps verzamelen enkele honderden zanglustige Oranjeklanten zich op het Raadhuisplein. Het gemeentebestuur staat op het bordes. Alleen de vertegenwoordiger van de PSP ontbreekt: hij heeft liever een Presidentendag. dan een koninginnedag. De raadsleden voor de P.v.d.A. bewonderen zijn moed: ook zij wensen de afschaffing van de monarchie. Alleen, openlijk kleur bekennen kan stemmen kosten, en daarom schrapen ook zij hun kelen om straks met het koor zanglustigen in te stemmen.
Precies om negen uur wordt het eerste lied
ingezet: , .Wilt heden nu treden Nadat de laatste tonen van de plechtstatige lied zijn weggestorven, volgt het vrolijke „Piet Hein".
Tijdens het halfuurtje zingen komen zc bijna allemaal weer aan de beurt, onze volksliederen. Daarna de toespraak van de burgemeester. Hij of zij spreekt van verbondenheid aan het Oranjehuis en zegt weer getroffen te zijn door dc saamhorigheid die uit deze bijeenkomst blijkt. Zoals elk jaar wordt de toespraak afgesloten met dc aankondiging van het laatste programma-onderdeel: het zingen van ons nationale volkslied. Even later klinken de eerste gedragen tonen van het voorspel. En dan:
Wilhelmus van Nassomve Ben ick van Duytschen bloet. Den Vaderlant getrouwe Blijf ick tot inden doot. Een prince van Orangien Ben ick vrij on verveert. Den Coninck van Hispangien Heb ick altijt gheëert.
Mijn Schilt en de betrouwen Sijt ghij, O Godt mijn Heer, Op U soo wil ick bouwen, Verlaet mij nimmermeer: Dal ick doch vroom mach blijven U dienaer tallen stondt. Die tiranny verdrijven. Die my mijn hert doorwondt.
De aubade is ten einde. Je loopt temidden van anderen het plein af. Op weg naar huis probeer je de indioikkcn te ordenen. Fijn, zo'n samenkomst. Het heeft toch wel z'n waarde, om samen de trouw aan het Koningshuis te laten blijken.... en dan de liederen: zc doen toch altijd dc gevoelige snaren van jc hart trillen Vooral het Wilhelmus. Alleen, jammer dat het zingen een beetje onzeker klonk. Het eerste couplet ging nog wel, zij het dat bij dc laatste regel wat gehaperd werd. Maar ja. dat heeft te maken met ., dic andere zetting". Nee, het volgende couplet. Dat klonk bedroevend Jammer, want ons nationale volkslied is toch zo mooi, zo uniek.
Met deze gedachte stapje de auto in. Dc samenzang is weer voorbij.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 april 1987
Daniel | 32 Pagina's