JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Indien gij met de mond belijden zult.....

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Indien gij met de mond belijden zult.....

8 minuten leestijd

Ergens in het Ruhrgebied werkt Gustav in een garagebedrijf ais automonteur, maandagmorgen; de koffiepauze is aangebroken. Iedereen begint zo wat te ve over de zondag. Hoor de één: , , Wij hebben ons zo bezat aan het bier, dat "Hoo ander: , , 'k Ben met leuke meisjes uitgeweest en " „En jij, Gustav? ", zo wordt gevraagd. Dan klinkt het: , , Twee keer naar de kerk geweest en 's avonds nog na jeugdkring". Het is even stil..... dan breekt een hels gespot los. Nee, dat valt ni voor Gustav! Als hij een kwartiertje later staat te sleutelen vliegt het hem aan. „ Waa mag je wel uit komen voor al die schandelijke praktijken en niet voor de Heer En Gustav gaat biddend aan het werk; hij houdt zijn mond niet meer tegen zijn kolleg maar heel persoonlijk klinkt het: , , Ook jij gaat voor eeuwig verloren, man! Kom t eens mee naar de kerk en naar de jeugdkring. Daar hoor je wat belangrijk voor je En de Heere laat Gustav niet alleen: na drie maanden is er een opmerkelijke verandering waar te nemen in het garagebedrijf. Er wordt niet meer gevloekt; verhalen worden niet meer verteld en drie jongens gaan mee naar de kerk!

Waarom word jij een christen genoemd?

Zullen we onszelf eens eerlijk afvragen waar onze gesprekken deze week over gingen? Waar spraken wij over in de koffiepauzes? Hebben je kollega's en medestudenten nog iets gehoord van de preek van afgelopen zondag? , .Ja. maar..., is dat geen paarlen voor de zwijnen werpen? En... 't is ook zo moeilijk om nou juist daarover te praten. Nee, ik ontwijk liever zulke gesprekken". Is dat jouw antwoord? 't Is te begrijpen hoor, maar toch Weet je, jij wordt toch ook een christen genoemd? En wat zijn dat: hristenen? In Handelingen 11 : 26 lees je voor het eerst over christenen. Van deze mensen gaat een goed gerucht uit; ze trekken de aandacht, tot in Jeruzalem toe. Buitenstaanders vragen zich af: at zijn dat toch voor mensen? Ze hebben het steeds maar over Christus. Hoor Paulus maar eens preken: Ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u dan Jezus Christus en Die gekruisigd." Van de meeste christenen ging dan ook een sterk getuigenis uit in woord en daad. Als het ging over Christus en het heil dat in Hem te vinden is kónden ze gewoonweg niet zwijgen. Ze schaamden zich niet voor het Evangelie. Maar 't was hen niet alleen „in de mond geslagen", ook hun daden getuigden van liefde tot God en de naaste. En juist daardoor ging er wervende kracht van de gemeente uit. Veel mensen gingen luisteren en vragen stellen. En zoals het nu is, zo was het toen: r komt haat en vervolging. Tóch blijven ze dan spreken; tóch belijden ze hun Heere. Hoe dat mogelijk is? Wel. het geheim ligt daarin dat deze mensen dat leven niet van zichzelf hadden. Nee, ze „waren vervuld met de Heilige Geest". Alleen daarom bleven ze staande, toen zo rond het jaar 300 keizer Diocletianus zei: Iedereen die wil, mag christen zijn. Alleen: hristenen mogen geen bijeenkomsten houden. Op overtreding volgt de doodstraf." Weetje wat hun antwoord was? „Dat mensen bij elkaar komen om te bidden, te luisteren, te prediken en te spreken hoort bij het christen zijn." Zie je hoe mooi dat aansluit bij de Heidelberger Catechismus, die ons

vraagt: „Waarom wordt gij een christen genaamd? "? En dan ken je het antwoord: „Omdat ik door het geloof een lidmaat van Christus ben en alzo Zijner zalving deelachtig ben. opdat ik Zijn Naam belijde "

Wat belijdt ónze mond?

Moeten we onszelf nu niet eerlijk afvragen of we de naam christen wel waard zijn? Want. wat belijden wij? Wat komt er uit ónze mond voort? Moeten we het dan allemaal niet belijden: Heere. wat zijn we ver van huis; mijn mond spreekt zo'n andere taal. Ik belijd rondom me heen wel heel vaak óver mezelf en van mezelf, maar Uw Naam is zo weinig in het geding". Wat waren Adam en Eva in het paradijs dan toch zuiver in het spreken. Zij spraken de Heere na en dat is toch belijden. Maar wat heeft de zondeval dat radikaal veranderd. Toen heeft satan jouw en mijn mond in beslag genomen. Hij heeft onze tong geannexeerd en zijn stempel erop gezet. Daardoor zijn we in ons spreken en belijden het beeld van God kwijt en vertonen we de trekken van satan. Luister maar naar de eerste woorden van Eva na de val. Uit onze mond komen nu vuile woorden (Efeze 4 : 29). Dat zijn woorden die bedorven zijn. Dc Heere Jezus heeft niet voor niets gezegd: Maar die dingen die uit de mond uitgaan komen voort uit het hart en dezelve verontreinigen de mens." Zo brengt het vuile woord van Potifars vrouw Jozef in de gevangenis. Zo verlamt het woord van Goliath het hele volk van Israël. Zo brengen de vuile woorden van de vorsten van de Meden en Perzen Daniël in de leeuwenkuil. Zo komen er ook uit onze mond vuile woorden. En dat kan op veel manieren. Platvloers, zedeloos, leugenachtig. kwetsend, hoogmoedig, godsdienstig. Ja. óók godsdienstig! Want ja. we kunnen met onze mond de vroomste zaken belijden, terwijl ons hart wel zo totaal anders is. Dan zegenen we met onze mond. maar ons hart vervloekt. Dan belijden wc ..ja", maar wc bedoelen ..nee". Weet je wat zo nodig is? Bekering tot God. Door die totale vernieuwing gaat de Heilige Geest weer beslag nemen op onze mond. Dan wordt het verlangen in je wakker om Zijn Naam te belijden. Dan ga je bidden: .Laat U mijn tong en mond. en 's harten diepsten grond, toch welbehaaglijk wezen".

Belijdenis doen is naspreken

Niet zo lang geleden ontving ik een brief van een meisje van zo'n negentien jaar. 'k Wil je een stukje laten meelezen: „Soms kan ik zo getuigend praten. Zo praten over de wegen des Heeren, over de goedheid en de liefde van God. Over de barmhartige Christus, over de genadige armen van Jezus. Zo praten over zaken die ik zelf niet eens ken. En als m'n vrienden dan weer van dc kamer gaan dan schreeuwt het alleen nog maar in m'n hart: ..Hoe durfde je? Praten over de Borg Christus Jezus, terwijl je Hem Zelf niet als jouw Borg kent. En dan het belijdenis doen straks "

Herken je dat? Is dit stukje nood ook jouw nood? Stormt het bij je van binnen? Moetje het de Heere belijden: „O God, mijn mond spreekt vaak wel mooie woorden, terwijl mijn hart zo koud is als een steen, zo gevoelloos, zo vijandig zelfs"? Wie weet ga jij straks op Tweede Paasdag belijdenis des geloofs afleggen en moetje het nu belijden: , , 't Wordt maar een lippen-..ja" wat ik straks ga zeggen. M'n hart is er niet bij". Ja inderdaad, dat is erg. Want wat is belijdenis doen? Het is toch de Naam van Christus belijden? Het is toch het naspreken van wat God Zelf je voorzegt? Dat is tenminste de betekenis van het Griekse woord belijden: naspreken. Daarom kunnen we eigenlijk alleen belijden als we de Heere kunnen naspreken: als we de stem van de Herder kennen. Nee, belijdenis doen is niet zómaar iets. Want. als belijdenis doen nu alléén maar is om straks te kunnen gaan trouwen als belijdenis doen alléén maar nodig is kinderen te kunnen laten dopen...., als je alléén maar lid wilt worden van de uitwendige kerk wat is het dan arm. Want wat belijdt je dan straks voor dc Heere? Toch niet anders dan: „Heere, ik wil geen onderdaan van

U zijn. Ik begeer U niet als mijn Koning: ik wil alleen maar mezelf handhaven. Natuurlijk zeg ik wel ..ja" op de straks gestelde vragen, maar ik belijd — bewust — alleen maar met m'n mond".

Ontzaglijke zaak als "t zo is! Dan sta jc met een leugen voor Gods aangezicht, 'k Wens je liever toe een ernstig worstelen voor de Heere. Net zoals dat meisje van negentien. Herkende jij jezelf daar misschien in? Zie je de dag van jc belijdenis doen met schrik steeds dichterbij komen? Mag ik je dan een welgemeende raad geven? Buig je maar voor de Heere neer cn vertel Hem alles wat bij jou niet goed is. Al je hardheid, onwil, boosheid, vijandschap. Belijdt de Heere maar dat je zo nameloos onbekeerd bent: dat je geen geloof hebt en dus Zijn Naam niet kan belijden. De Heilige Geest Die het geloof werkt is echt gewillig om het geloof in je hait te ontsteken, wanneer je ongeloof je grote smart is geworden en het geloof je grote onmogelijkheid.

Op belijden volgt lijden

Zo wil de Heere nog gebeden zijn. Nee. dan doe je niet automatisch belijdenis, maar in biddende afhankelijkheid. Dan ga je begeren om tot eer van Hem te leven. Dat geeft een teer gebedsleven. Dat houdt in dat je met Gustav Zijn Naam gaat belijden. Wat snijdt het dan dwars door je heen als op school of op je werk Zijn Naam wordt bespot Die je zo lief geworden is. En zeker, dan zal het belijden gevolgd worden door lijden. Lijden in de wereld, lijden in de kerk (ja. daar ook), lijden in de wegen waarop Hij je leidt. Wat een moeilijke wegen, wat een onbegaanbare wegen. Maar onthoudt het: alle ware belijders zijn op weg. Aangevochten en bestreden van alle kanten, zeker. Met hinken en zinken, inderdaad. Maar hun belijden hier op aarde loopt uit op het belijden voor de troon van God. Want die ware belijders komen Thuis. Nee. niet door eigen kracht maar door Christus Jezus Die de goede belijdenis betuigd heeft onder Pontius Pilatus. En die hoop doet al hun leed verzachten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 april 1987

Daniel | 32 Pagina's

Indien gij met de mond belijden zult.....

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 april 1987

Daniel | 32 Pagina's