EEN VROUWENVERENIGING OP HET ZENDINGSVELD
In september 1973 begonnen onze gemeenten daadwerkelijk met het zendingswerk in Bophuthatswana, toen namelijk ds. Huisman cn mijn man als eerste zendingswerkers naar dit nieuwe gebied vertrokken en onze gezinnen meegingen.
Al heel gauw kwamen de vrouwen van de gemeente Mareetsane met het verzoek: Missies, jij moet ons kom help". (Mistress betekent mevrouw).
Hoe dat zo: komen helpen? Was er dan al iets waarbij we konden helpen? Jazeker was er al iets. Ook de zwarte Gereformeerde Kerk van Zuid-Afrika kent haar vrouwenverenigingen. Zeker in de grotere plaatsen, waar een predikant is. zijn deze verenigingen goed ontwikkeld. Ze zijn ook georganiseerd: er is een hoofdbestuur, jaarlijks wordt er een konferentie gehouden van drie dagen en verder zijn er nog andere bijeenkomsten, meestal voor de leidsters.
Hoe was het in ons zendingsgebied?
In Mareetsane, waar nu de Bijbelschool is. was door de Gereformeerde Kerk van Sannieshof een evangelist geplaatst. Zijn vrouw leidde daar de vrouwenvereniging, die echter heel klein was. In de andere, wat grotere plaatsen in ons gebied, waren ook wel kleine groepjes vrouwen, die bij elkaar kwamen.
Vrijwel alle vrouwenverenigingen komen op donderdagmiddag bijeen. Het programma voor zo'n verenigingsmiddag zag er heel eenvoudig uit: Schrifdezing — indien er iemand was die kon lezen —. met soms een overdenking van het gelezene, gebed en het zingen van enkele liederen.
De vrouwenvereniging van Mareetsane van april 1975 tot maart 1986
Nadat de Bijbelschool afgebouwd was en onze Lydia groot genoeg was om haar mee te sjouwen, begon ik in april 1975 met de gevraagde hulp aan de vrouwen van Mareetsane. De leiding kwam eigenlijk als vanzelfbij mij terecht. Bij latere navraag bleek dat ze dat echt zo gewild hadden. In tegenstelling tot de meeste verenigingen in Nederland komen deze vrouwenverenigingen elke week bijeen, het hele jaar door, waardoor een zeer regelmatige bearbeiding mogelijk is.
Het hoofddoel van mijn werk onder deze vrouwen is altijd geweest de uitbreiding van Gods Koninkrijk. Daarom heeft de bestudering van de Bijbel altijd de belangrijkste plaats ingenomen in onze bijeenkomsten.
De kennis die deze vrouwen, die toch soms al jarenlang lid waren van de Gereformeerde Kerk, van de Bijbel hadden, was erg gering. Velen wisten niet eens Wie de Heere Jezus was! Zodoende kon ik wat bijbelkennis betreft van onder af beginnen: met de schepping, de val van de mens, de verkiezing van het volk Israël waaruit de Zaligmaker geboren zou worden, het leven van de Heere Jezus, enz. Iedere bijbelstudie werd zoveel mogelijk naar hun eigen omstandigheden praktisch toegepast.
Najaren groeide het vertrouwen, waardoor de vrouwen soms zelf met vragen naar voren kwamen, die ik dan aan de hand van de Bijbel probeerde te beantwoorden. Zo ontstond bijvoorbeeld spontaan een gesprek over de vooroudergeesten, die nog op aarde „rondspoken". Toen kon ik hen uit de geschiedenis van de rijke man en de arme Lazarus laten zien, datje ziel direkt na je dood naar z'n eeuwige bestemming gaat en datje dus nu al, in dit leven, tot geloof moet komen in God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
De laatste jaren hebben we ook gebruik gemaakt van bijbelkursussen van Bijbelkor, een organisatie van de Nederduitse Gereformeerde Kerk. Deze kursussen zijn afgestemd op de zwarte bevolking van Zuid-Afrika en in hun talen opgesteld.
Enkele vrouwenverenigingen in Nederland hebben ons geholpen deze kursussen te bekostigen en daarvoor wil ik hen nogmaals hartelijk danken.
Zo hebben de vrouwen van Mareetsane al heel wat geleerd. We hopen en vertrouwen dat er onder hen ook zijn die tot het enige, ware geloof zijn gekomen.
Het is fijn dat een aantal van deze vrouwen enkele jaren geleden ingeschakeld kon worden bij de zondagsschoolles aan de talrijke kinderen van de gemeente. Zij funktioneren daarin tot volle tevredenheid. Naast de bestudering van de Bijbel leerden we op een heel
eenvoudige manier psalmen zingen. Binnen de Gereformeerde Kerk was een Tswanapsalmboek tot stand gekomen en zo konden wij dus Tswanapsalmen leren.
Handwerkles op de vereniging
Het derde hoofdbestanddeel van een verenigingsmiddag was de handwerkles. In het begin was de groep nog klein, samen met de vrouwen van de bijbelschoolstudenten waren er ongeveer 20. Dit groepje heeft nog heel wat geleerd: breien, stoppen, mazen, naaien, met een naaimachine omgaan, haken, enz.
Maar de vereniging breidde zich steeds uit. In 1986 was er een opkomst van rond de 50 vrouwen, zodat het al enige jaren niet meer mogelijk was om ieder bij de handwerkles persoonlijk aandacht te geven. De handwerkles verviel en in plaats daarvan voorzag ik de vrouwen voortaan van materialen die niet te duur waren: wol, garen, naalden, enz. Zo konden ze goedkoop truien, dekens, spreien, enz. maken.
Vele andere ontv/ikkelingen zijn er geweest, zoals dc vorming van een bestuur, de regulering van het ziekenbezoek, maar daar kan nu niet verder op ingegaan worden. Eind februari 1986 moesten we afscheid van elkaar nemen. Het was een ontroerende middag. Toch was er ook dankbaarheid in m'n hart. Mijn „geesteskinderen" bleven niet moederloos achter. Ze kregen een „nieuwe moeder", mevrouw Driessen.
Moge de Heere haar en alle anderen van het team, maar ook van de evangelistenvrouwcn, die leiding geven aan de vrouwenverenigingen, zegenen en hun werk stellen tot uitbreiding van Zijn Koninkrijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 maart 1987
Daniel | 36 Pagina's