Gezondheidszorg
vraamet Jan en Riet Ruit Klaas en Adrie van Kralingen
Op 20 februari 1987 hadden we een vraaggesprek met Jan en Riet Ruit en Klaas en Adrie van Kralingen. Zij hebben ongeveer drie jaar medisch werk verricht in Zuid-Afrika. Jan (33 jr.) en Riet (31 jr.) van 1978 tot 1981 in Bophuthatswana; Klaas en Adrie (29 jr.) van 1983 tot 1986 in Transkei. Klaas en Jan werken nu allebei als internist in het St. Fransiscusziekenhuis in Rotterdam. Voordat Klaas en Adrie naar Nederland terugkeerden, zijn ze nog een half jaar in Amerika geweest. Eind december kwamen ze definitief naar Nederland. Jan is nog voorzitter geweest van de Je.V. te Rotterdam-Centrum, Klaas was alleen lid. Jan en Riet zijn zonder kontrakt naar Zuid-Afrika gegaan. Later zijn ze wel ondersteund door Woord en Daad. De regering heeft dit later terugbetaald. Klaas en Adrie zijn geheel zonder enige financiële steun vertrokken.
Jan heeft z'n opleiding als internist zo goed als voltooid. Klaas is hier per 1 maait aan begonnen.
Jullie zijn beiden in Zuid-Afrika in de gezondheidszorg werkzaam geweest. Kunnen jullie daarvan iets meer vertellen? Wat voor soort werk hebben jullie daar gedaan?
Jan en Riet hebben dus gewerkt in Bophuthatswana met andere Nederlanders onder andere de familie Bac. In dit gebied was eerst geen enkele arts, later is hierin verbetering gekomen. Naast medische hulp is er ook toenemend werk gedaan in het distrikt. zoals preventie, vaccinatie en voedingscampagnes.
Het type patiënt met al zijn problemen is hetzelfde als in Transkei, waar Klaas werkte in een klein ziekenhuis met ongeveer 170 patiënten, soms met maar twee of drie artsen. De voorzieningen waren daar vaak primitiever en de organisatie een stuk slechter. Je moest zelf veel organiseren, wilde er überhaupt iets van de grond komen. Echt pionierswerk Bophuthatswana is een gewezen zendingsziekenhuis met veel blanke Zuidafrikanen, dat door de regering goed is opgestart. In Transkei is de positie geïsoleerder.
Hoe reageert de bevolking op de gezondheidszorg? Werkt men mee, of moeten bepaalde weerstanden worden overwonnen? Komt men bijvoorbeeld trouw naar het ziekenhuis of de kliniek?
Het duurt vaak lange tijd voordatje als nieuwe arts het vertrouwen hebt van de bevolking. Soms wel een jaar. Is dat vertrouwen er, dan neemt de patiëntenstroom snel toe. Wanneer je met de gezondheidszorg naar de mensen toe gaat, dan zie je dat de vraag naar gezondheidszorg snel toeneemt.
Zowel in Bophuthatswana als in Transkei is een sterk uitstelgedrag met het vragen naar medische hulp. In een vrij laat stadium van een ziekte komen ze pas naar het hospitaal toe. Onder sociale druk raadplegen ze toch eerst de lokale geneesheren. Zij moeten een stuk weerstand bij zichzelf overwinnen. Vooral ook kinderen worden vaak in een zeer slechte konditie binnengebracht. Eerst worden andere dingen geprobeerd. Het zijn beslist niet alleen religieuze facetten, maar het hele sociale gebeuren speelt hier mee. Ook werd soms met de lokale geneesheren kontakt gezocht. Ze kwamen dan in het ziekenhuis om van ons te leren. Met het gevolg, dat patiënten eerder naar het ziekenhuis werden gestuurd. Als ze wisten, dat men in het
ziekenhuis de zieke beter kon behandelen, dan waren ze niet bang zelf terrein te zullen verliezen.
In Transkei zijn twee soorten lokale dokters: de toverdokters, die met botjes gooien en orakelachtige toestanden erop nahouden: daarnaast zijn er de kruidendokters. Dit zijn kundige mensen, die het beroep van vader op zoon overnemen. Zij leren de geneeskrachtige kruiden en de werking ervan kennen: de „dr. Vogels" van Zuid-Afrika.
Wanneer patiënten een stuk vertrouwen hebben, komen ze uit zichzelf en blijven ook komen. Dit vertrouwen is noodzakelijk en dan is drie jaar arbeid nog te kort. Mensen die hun leven lang of vele jaren daarvan in dit gebied werken, kunnen bijna alles gedaan krijgen. Jan vertelde nog, dat het buitengewoon moeilijk is om bij chronische ziekten de mensen regelmatig op kontrole te krijgen. Als men zelf vindt dat men beter is, dan gaan de pillen weg. Een betere methode is om ze zes tot negen maanden op te nemen, anders slikken ze absoluut de medicijnen niet.
Hoe wordt de gezondheidszorg in Zuid-Afrika gefinancierd? Wordt er op dat gebied onderscheid gemaakt tussen blank en zwart?
Voor de blanken is er een eigen ziektekostenverzekering. Zij kunnen in de privéklinieken en ziekenhuizen behandeld worden. Voor de zwarten is er het gouvernementsziekenhuis, maar de kosten zijn in principe heel erg laag. Zowel in Zuid-Afrika als in de thuislanden. Een kliniekbezoek kost één rand (gulden) en hetzelfde geldt voor een opname in het ziekenhuis. Wanneer patiënten geen zakgeld bij zich hadden, werd het vaak nog kwijtgescholden ook. "t Financiële aspekt speelt geen rol. Er is wel een groot verschil met de omliggende landen, zoals Nigeria en Ghana. Daar moeten eerst enorme bedragen worden neergeteld, anders is er van behandeling geen sprake. In wezen heeft Zuid-Afrika een heel goed systeem. Het grootste probleem is de bereikbaarheid. Een zwarte kan, hoewel hij misschien 2000 km van Johannesburg woont, voor ƒ 2, - een nieuwe hartklep krijgen. De kans op overleven is echter zoveel kleiner door de enorme afstand. Het transport is een geweldig probleem. In die zwarte gebieden zijn ook veel minder doktoren. De kans om voor zo'n operatie er uit gehaald te worden is veel kleiner. Doorsturen kost tijd en geld. Op papier zijn de mogelijkheden voor iedereen gelijk. Blanken hebben echter wel betere kansen dan de zwarten.
Zijn jullie in verband met jullie werk ook gekonfronteerd met de gevolgen van de apartheid? Zo ja, op welke wijze?
Het Gelukspanziekenhuis in Bophuthatswana blijft een zwart ziekenhuis. Er zijn heel weinig blanke patiënten. Wel brengt een blanke z'n zwarte arbeider naar het ziekenhuis. Ook verwijst een blanke arts een zwarte naar ons ziekenhuis, maar hij is zelf niet bereid om bijvoorbeeld een infuus in te brengen en ons verder te voorzien van de nodige middelen. De patiënten worden in zeer slechte toestand en zonder medische begeleiding binnengebracht. Soms overlijdt de patiënt tijdens het transport. Dit is een vorm van apartheid waar je je dagelijks aan ergert. Bij het winkelen in de stad was het niet mogelijk om met bedienden gezamenlijk ergens iets te gaan drinken. In 't begin hadden de blanken ook aparte ingangen bij de banken. In de loop
der jaren is er wel veel veranderd. De meest extreme opmerking die Jan van een blanke gehoord heeft: ..Als er één zwarte in de hemel komt, wil ik er niet komen."
In Transkei heeft de familie Van Kralingen van de kleine apartheid weinig meegemaakt. Ze werkten midden in een thuisland: minstens 300 km van de grens met Zuid-Afrika. Op kleine schaal is er helemaal geen probleem; hier ging een zwarte gerust naast je zitten. Ze keken wel erg tegen je op als dokter. Maar dat had te maken met standsverschil, geen kleurverschil. Ze kwamen makkelijk bij je aan huis op visite, de deur werd platgelopen. Zij waren trouwens de enige blanken in dit hele gebied. Er waren zwarten met wie ze in de loop der jaren op vertrouwelijke voet leefden. Het dienstmeisje sliep gewoon bij hen in huis in een kamertje. Dit was niet de gewoonte. Ze hoorde in de tuin te slapen, of in dc garage, maar niet in hetzelfde huis als de baas.
Jan vertelde nog van een blanke arts. die hulp weigerde aan een zwarte. Bij een bijna uitgedroogd kindje vertikte een blanke arts het een infuus in te brengen. Gevolg? Het kindje stierf onderweg. Als je er iets van zei, dan stuurden ze een patiënt de volgende keer naar een ander ziekenhuis, nog verder weg.
Hoe is de kwaliteit van de gezondheidszorg in Zuid-Afrika? Is er verschil tussen blanke en zwarte ziekenhuizen voor wat betreft het niveau van de gezondheidszorg?
De faciliteiten voor de blanken zijn beter: meer artsen, meer mogelijkheden, snellere verwijzing en ook betere kwaliteit van de medische zorg dan voor de zwarten. Nogmaals in wezen is er voor de zwarten alles, maar wel op veel kleinere schaal. Grote zwarte ziekenhuizen worden overstroomd met zwarte patiënten. Ieder moet op z'n beurt wachten en er zijn minder mogelijkheden om hen goed te verzorgen. Als een zwarte in een thuisland suikerziekte krijgt, overlijdt hij. Er is bijvoorbeeld geen ijskast, er zijn geen medicijnen, geen goed voedsel.
Voor blank en zwart is de opleiding goed. Sinds kort mogen zwarten op blanke universiteiten studeren. De twee zwarte universiteiten waren tot voor kort qua opleiding minder goed dan de blanke medische fakulteiten.
De zwarten, die opgeleid zijn, trekken naar de stad als privé-arts om snel een vermogen op te bouwen. Ze gaan niet naar de thuislanden. Dit levert hen te weinig op. Wat dat betreft is de blanke en zwarte mentaliteit precies hetzelfde. Snel rijk worden. Gelukkig zijn er nog enkele idealisten, maar zij vormen slechts een minderheid.
De tegenstellingen in Zuid-Afrika zijn enorm groot. De gezondheidsstruktuur wordt beter. Transkei loopt voor Zuidafrikaanse begrippen achter. De regering houdt wetenschappelijke onderzoeken in de Community Health tegen.
Jultie hebben beiden in een thuisland gewerkt. Wat is precies een thuisland?
In Zuid-Afrika wonen niet alleen blanken en zwarten, maar onder de zwarten moeten allerlei stammen worden onderscheiden. Het doel van het thuislandenbeleid is om de zwarte stammen te laten wonen in speciale gebieden, waarbij men dan met name denkt aan de gebieden, waar zij vroeger gewoond hebben. Dus een gebied voor de Tswana's, een gebied voor de Zoeloes, voor de Vendamensen, enzovoorts. De bedoeling is, dat deze gebieden geheel zelfstandig zijn of worden van Zuid-Afrika, met een eigen grondgebied, volk, bestuur, nationaliteit.
Zwarten, veelal woonachtig in de steden werden verplicht om te verhuizen naar voor hen gebouwde dorpen. Ook blanken moesten wel verhuizen. Enkele grotere plaatsen zijn ook aan de zwarten toegewezen.
Je kunt je afvragen of het belang van de zwarten voorop staat met het thuislandenbeleid. Je ontkomt niet geheel aan de gedachte, dat de blanken op deze manier hun gebied veilig willen stellen, door bijvoorbeeld de stroom zwarten naar de grote steden in te dammen en de verpaupering tegen te gaan.
Roept het thuislandenbeleid veel spanningen op bij blanken en/of zwarten? Hoe staan blanken en zwarten in Zuid-Afrika over het algemeen tegenover het thuislandenbeleid?
Zwarten willen om uiteenlopende redenen soms niet verhuizen. Ze zien dit als een aantasting van hun vrijheid.
De nieuwe dorpen, waarheen ze moesten verhuizen, waren soms wel goed wat betreft voorzieningen, maar het gebeurde ook wel dat men moest verhuizen naar uit de grond gestampte dorpen met primitieve huizen zonder goede voorzieningen. Daarbij moet overigens wel worden bedacht, dat verhuizing soms ook plaats had vanuit krottenwijken van steden. Een ander probleem is, dat de thuislanden te klein zijn. De grenzen van de gebieden zijn soms zo gekozen, dat belangrijke steden met industriegebieden tot de blanke gebieden blijven behoren. Zo zijn Transkei en Ciskei kunstmatig van elkaar gescheiden ter wille van de blanke haven-en industriestad Oost-Londen. Bophuthatswana is in een groot aantal deelgebieden opgesplitst met een onderlinge afstand van soms 500 kilometer.
Gevolg is niet alleen, dat de thuislanden niet goed zelfstandig kunnen worden in ekonomisch opzicht, maar bovendien moeten de zwarten dikwijls op grote afstand van hun nieuwe woonplaats werken. Zij zijn soms vele maanden bij vrouw en kinderen vandaan. Dit is de zogenaamde trek-arbeid die leidt tot ontwrichting van dc gezinnen en allerlei uitspattingen.
Doordat men op een veel te klein grondgebied is aangewezen, leidt dit tot uitputting van de grond.
Er is een voorbeeld van een gebied, waar één blanke familie destijds van kon bestaan, terwijl daar thans 3500 zwarte families in hun levensonderhoud moeten voorzien.
Zien jullie het thuislandenbeleid als een goede oplossing voor het rassenvraagstuk?
Volgens ons is het helemaal geen oplossing. Zoals gezegd willen veel mensen helemaal niet verhuizen. Bij Kaapstad heeft bijvoorbeeld een nieuw gebouwde wijk voor zwarten lang leeg gestaan.
De geschetste problemen roepen allerlei bezwaren op.
Van regeringszijde worden de bezwaren met betrekking tot het thuislandenbeleid ook steeds meer onderkend. Men is daarom begonnen om de zwarte bevolking die in de steden woont ook burgerrechten te gaan verlenen. Nog niet direkt geheel vergelijkbaar als voor de blanken gelden. Hel gaal om een proces, waarin men de zwarten voorshands bijvoorbeeld via deelname in allerlei adviesorganen zoals deelgemeenteraden. bij allerlei bestuurlijke zaken wil gaan betrekken.
Dit roept echter ook weer spanningen op, omdat radikale zwarten vinden, dat degenen, die van deze burgerrechten wel gebruik maken, heulen met de vijand. Het proces wordt daardoor weer ernstig bemoeilijkt.
Men zou echter de thuislanden meer bestaansrecht moeten geven, ook in ekonomisch opzicht. Dit kan door de landen groter te maken en industrie te geven. Men probeert overigens van regeringszijde de infra-struktuur van de thuislanden wel wat te verbeteren, bijvoorbeeld door wegen aan te leggen en door investeringen te doen.
Is het rassenvraagstuk echt een probleem voor Zuid-Afrika in die zin, dat men een voor alle partijen bevredigende oplossing zoekt? Kijkt de publieke opinie in Nederland er niet wat te sitnpel tegen aan in haar afwijzende houding?
Tijdens ons verblijf hebben we hoe langer
hoe meer ondervonden hoe gekomphceerd j hel probleem in feite is.
Gegeven de huidige situatie is het voor de | regering ook bijzonder moeilijk om tot goede oplossingen te komen. Men moet als het ware varen tussen de klippen van escalerend geweld aan de ene zijde en aan de andere zijde ondervindt men de toenemende druk van ultra rechts. Je zou waardering kunnen hebben voor de wijze, waarop de huidige regering daarmee weet om te springen. Met name de persoon van minister Botha van Buitenlandse Zaken zou met ere kunnen worden genoemd.
Wat moet worden verstaan onder, , ultra rechts"?
Dit is de blanke bevolking die zich identificeert met de boeren uit de Boerenoorlogen. Bij hen leeft sterk de mentaliteit van de Afrikaanse boer. die het voor het zeggen heeft. Deze groep is zich steeds sterker aan het profileren. Ze groeit ook, omdat men ziet en vreest, dat de zwarten steeds meer invloed zullen krijgen. In zekere zin kan worden gesproken van een soort angstreaktie van tot voor kort — deels — gematigde mensen.
Deze ultra rechtse mentaliteit vindt men het sterkst onder de lagere blanke klasse. Dit is ook te begrijpen, omdat deze mensen zich realiseren, dat ze hun plaatsen moeten afstaan aan en/of gelijk geschakeld zullen worden met de zwarten.
Ook wordt deze mentaliteit in de hand gewerkt door de wereldopinie, die zich steeds sterker tegen Zuid-Afrika richt en daardoor in feite een oplossing bemoeilijkt.
Wordt er in „onze kringen" niet wat te positief aangekeken tegen Zidd-Afrika als „ons broedervolk"?
Voorop gesteld: in Zuid-Afrika zal er onder de blanken nog nauwelijks iemand zijn te vinden, die de Nederlanders als zijn broedervolk ziet, gezien de opstelling van Nederland ten opzichte van Zuid-Afrika. Men voelt zich teleurgesteld in Nederland. Een kritische houding past ons tot op zekere hoogte wel, maar niet dan nadat we duidelijk begrip hebben getoond voor de uitermate complexe problematiek, waarmee Zuid-Afrika inzake het rassenvraagstuk te maken heeft. Vanuit die achtergrond zouden we in positieve zin kunnen meedenken om oplossingen te vinden. Ons inziens is men in onze kringen met een ideële voorstelling net zo fout bezig als links-Nederland met haar radikale veroordeling. die evenzeer van onbegrip getuigt.
Is jullie beeld van Zuid-Afrika tijdens jullie aanwezigheid daar (erg) veranderd?
Onze aanwezigheid heeft ons beeld over de Zuidafrikaanse problemen genuanceerder gemaakt.
Door in het land geweest te zijn kun je meevoelen met de blanken voor wie de toekomst niet zo rooskleurig lijkt.
Ook voor de zwarte bevolking is het moeilijk. De zwarten lijden onder de radikaliteit van jongeren, die een spoedige revolutie voorstaan, daarmee allerlei extra spanningen oproepend. De ouderen zijn over het algemeen gematigder, en denken genuanceerder. Ze worden door de radikale jongeren door gedwongen keuzes in allerlei moeilijke posities gedrongen, die de leefbaarheid niet ten goede komen. Daarbij komt, dat wat de blanken hebben opgebouwd en waar de blanken en zwarten in de toekomst van kunnen profiteren, wordt bedreigd door de toenemende radikaliteit.
Naar onze mening moeten we ook onderkennen, dat het staatkundig beginsel „één man, één stem" geen oplossing is. Zowel blanken als zwarten zullen hiervan het slachtoffer worden. Blanken verliezen het, omdat ze in de minderheid zijn. Maar ook moet worden gevreesd, dat er tussen de zwarten een strijd om de macht zal ontstaan.
Nog een slotopmerking?
Na dit interview is er vast een groot aantal vragen blijven liggen. Er zijn misschien wel vragen bijgekomen. Wij kunnen al deze vragen met elkaar niet oplossen.
Dan willen we toch wijzen op de Heere, Die — niettegenstaande al het tumult in de wereld, ook in jouw kleine wereldje — Zijn Schepping regeert. Voor Hem zijn alle mensen gelijk. Voor ons geldt: door ootmoedigheid achte de één de ander uitnemender dan zichzelf.
Heb jij ooit voor God beleden even zwart en klein, of misschien zwarter en kleiner te zijn dan je naaste. Zal de zwarte Afrikaan jou voorgaan in het Koninkrijk van God?
H. I. Ambacht
A. Verhoeven
B. S. van Groningen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 maart 1987
Daniel | 36 Pagina's