Als een engel....
kort verhaal uit Nigeria
„Zo. eerst even een koele dronk na het drukke spreekuur."
Dokter Perry valt vermoeid neer in de enige luie stoel, die er op zijn eenvoudige werkkamer te vinden is.
Wat was het weer werken geblazen op deze morgen! Nu er een zware gele-koorts epidemie in dit afgelegen Nigeriaanse gebied heerst, is het vele werk door éen arts nauwelijks te doen, maar het moet! Met een groot verlangen wacht dokter Perry dan ook op zijn toekomstige Hollandse kollega. Wanneer zal hij hier zijn? Wordt het misschien ook voor artsen moeilijk dit land binnen te komen in de toekomst? De Nigeriaanse regering staat momenteel zeer afwijzend tegenover de binnenkomst van kerkelijke werkers. Gaat dit ook gelden voor medisch personeel? En hoe wil men dan dit goed uitgeruste zendingsziekenhuis laten funktioneren? Nigeriaanse artsen hebben het wel bekeken. Wie gaat er nu met een goede opleiding midden in het oerwoud werken? Nee. de grote stad geeft veel meer vertier in je vrije tijd.
Dokter Perry schrikt plotseling op. Een poosje wegdutten in een welverdiende slaap, dat kan beslist niet. Hup, opstaan nu!
„Daniël, ga je mee om de ronde te doen? " Dokter Perry loopt de gang al op en kijkt of zijn beste verpleger Daniël op zijn post is. Fijn, hij zit al te wachten.
De ronde begint bij de meest ernstige patiënten. Dit keer is de epidemie van de gele koorts enorm heftig. Verscheidene mensen van verschillende leeftijden zijn al overleden. Wat is dat triest. Daniël schrijft de opdrachten voor de komende middag en avond op. Hij zal de zaak waarnemen nu de dokter de rest van de dag afwezig zal zijn.
„Zullen we de zaak buiten ook maar even bekijken? ", vraagt Perry, nadat de dingen in het ziekenhuis besproken zijn.
Niet ver van het ziekenhuis staat een groep eenvoudige lemen hutten. Het is daar een gezellige drukte. De wat betere patiënten scharrelen rond of helpen hun familie, die tijdelijk bij hen woont, met het klaarmaken van het eten.
„Zo dokter, heb je nog wat eten voor ons? ", is één van de eerste vragen. Perry weet het wel. De maaltijden zijn nu maar mondjesmaat. De regentijd kwam dit seizoen veel te laat en leek zelfs korter van duur dan gewoonlijk. De droge periode is al weer begonnen en het voedsel is nu schaars. Gelukkig lijkt de rijstoogst wat beter te worden. Binnenkort zullen de vrouwen beginnen met het dorsen van de rijst. Na enkele dagen de rijst in de zon gedroogd te hebben, zullen de mensen er weer van kunnen eten.
„Zeg Daniël, wil jij straks nog even voor me naar de markt? Laat de vrouwen aan het einde van de markt hun rest sinaasappels naar het ziekenhuis brengen. Veel kleintjes hebben grote behoefte aan vitamines. Tekort hieraan bevordert hun gezondheid niet."
Bij één hut is het erg stil. „Goedendag. Is hier iemand? "
Een gekreun wordt gehoord. In de hut vinden de dokter en Daniël een zeer zieke patiënt.
„Waarom lig jij hier alleen? ", vraagt Perry.
„Dokter ik ben zo ziek. Mijn familie is boos weggelopen. Ze moeten niets van dit ziekenhuis hebben. Ze hebben me gewaarschuwd: „Jij gaat hier dood" en dat gebeurt nu."
Snel neemt dokter Perry maatregelen. Mensen van buiten worden geroepen en de patiënt wordt naar het ziekenhuis gebracht.
„Hoe is het mogelijk", denkt Perry, „een zieke zonder familie en anderen die dichtbij zijn, zouden deze man gewoon laten sterven. Hoe belangrijk is ook de
dagelijkse ronde buiten het ziekenhuis!" Het is laat geworden. Daniël zal snel even naar de markt gaan, daarna kan de dokter vertrekken. Even op de fiets maar. O nee. dat kan niet. Daniëls fiets is stuk. Dan maar op de fiets van de dokter. Daniël weet dat dit ten strengste verboden is, maar nu heeft de dokter zijn fiets toch niet nodig. Hij doet het dus.
De markt loopt al ten einde. Hier en . aar zitten nog wat vrouwtjes met groene blaadjes, een paar sinaasappelen. Sommigen bereiden nog een laatste yamcake in een grote zwarte schaal boven een vuurtje. Daniël zoekt snel naar koopvrouwen met sinaasappelen. De koop is snel beslist. Prachtig vinden de vrouwen het om hun laatste waar op deze wijze te slijten.
Daniël fietst vlug terug. En dan gebeurt het. Hij let even niet goed op de kuilen in de nog vochtige rode aarde. Daniël slipt en valt tegen de grond. Hij vliegt weer snel overeind. Ha. het valt mee.
Maar dan ziet hij de fiets. Wat vervelend nu. Het voorspatbord is helemaal verbogen. Fietsen is er nu niet meer bij. Hij moet lopen. En wat te zeggen tegen de dokter? Deze zal woedend zijn. dat weet Daniël zeker. Dit kan zelfs zijn ontslag betekenen.
Bij het ziekenhuis zet Daniël de fiets weer terug op zijn plaats. Er is niemand hier. Daniël meldt aan de dokter dat hij terug is en dat hij aan zijn werk begint. Een paar zaken die voor de laatste nachtronde van deze avond heel belangrijk zijn, worden nog besproken. Daniël luistert aandachtig, maar zegt zelf niets.
Die midden en avond doet Daniël zijn werk in het ziekenhuis nauwgezet, maar met minder plezier dan gewoonlijk.
Wat zal hij doen? Even een offer brengen zodat zijn eigen voorouders hem zullen helpen in deze zaak? Een kip is vlug gepakt en een offerplaatsje is niet ver van hier. Een levende kip met zijn kop omlaag hangend en met zijn poten vastgemaakt onder het dak van de heilige plaats is een goed offer, dat weet Daniël.
Maar een heidens offer, moetje het daarvan hebben. Daniël?
Stelen, bedrog en een offer: kan dat samengaan met christen zijn?
Vragen waar Daniël mee worstelt, ook als de nacht er is en hij niet slapen kan.
De volgende morgen zit Daniël al vroeg op zijn kamer. De kamer grenst aan de veranda en Daniël heeft de deur openstaan. Nog even en de droge wind zal weer gaan waaien. Er komen dan wolken van droog rood stof. dat overal doorheen dringt. Geen deur kan er dan meer open staan.
Daniël leest in een dagboekje. Straks moet hij de dagopening verzorgen op de ziekenzaal. Daniël leest over engelen. De Heere stuurt deze nog steeds tot helpers en bewaarders van Zijn kinderen.
„Engelen, waren ze hier maar", denkt Daniël.
„Ha Daniël." Daar komt iemand binnen. Het is Okwara, een jonger zusje van Daniël.
„Zo, moet jij niet naar school? "
„Jawel, maar ik ben teruggestuurd. Zolang ik mijn schoolgeld niet betaal, mag ik niet meer op school komen. Wil jij me helpen Daniël? Moeder heeft geen geld meer en ik wil zo graag naar school."
Daniël heeft niet veel zin in deze betaling. Maar vooruit, hij zal maar weer een keer helpen.
Dan hoort Daniël opeens een schreeuw. Wat is dat nu? Okwara doet zo raar.
„Blijf zitten, Daniël. Houd je benen stil omhoog. Hij zit nu juist onder je benen. Het is een slang, een gevaarlijke!"
Daniël schrikt ontzettend. Eén beet van dit beest kan zijn dood betekenen. Wat dom. Hij zette niets voor de open deur! Okwara is snel verdwenen, maar nog sneller is ze weer terug. In haar hand heeft ze een groot mes. Ze geeft één slag; dan ligt de slang dood op de grond.
„Wat een wonder, Okwara. dat jij hier kwam. Ik zat stil te lezen en had de slang totaal niet opgemerkt."
Die middag gaat Daniël naar dokter Perry. „Het werk is goed gegaan dokter, maar mij kunt u ontslaan."
Dokter Perry kijkt hoogst verbaasd naar zijn verpleger. Van deze korte mededeling begrijpt Perry niets.
„Wel, ik heb vandaag iets geleerd dat ik nooit meer zal vergeten. De Heere stuurt Zijn engelen soms naar zondige, ongehoorzame kinderen. Vanmorgen was mijn zusje als zo'n engel. Wat is de Heere goed geweest voor mij."
Dokter Perry begrijpt de woorden van de bijna huilende Daniël niet. Er volgt een
lang gesprek. Daniël vertelt wat er gisteren gebeurde en wat hem vanmorgen overkwam. Dokter Perry luistert. Wat is hij met dit gesprek blij. Hij weet het nu. Gods werk gaat door, ook in Nigeria. Zijn werk wordt zichtbaar in mensen die niet alleen mooie woorden spreken, maar die ook de gevolgen van hun zonde willen zien en dragen. Samen beleven ze iets van zonde en schuld, maar zc mogen elkaar ook wijzen op Hem, Die zonde en schuld droeg voor de Zijnen.
Aan het einde van het gesprek zegt Daniël: „Dokter, ik denk dat u ook als een engel bent, gezonden tot ons door de Heere."
„En ik bid, Daniël, dat jij als een engel mag zijn, als dienstknecht van de Heere hier bij de mensen van je eigen volk*', zegt dokter Perry tegen Daniël.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 februari 1987
Daniel | 32 Pagina's