De Heere zal zorgen dat Zijn gemeente gebouwd wordt
vraaggesprek met ds. D. Hakkenberg
Hoe bent u in aanraking gekomen met het evangelisatiewerk?
Toen ik één jaar predikant was. in 1965, ben ik door de Commissie Dovenzorg aangezocht als geestelijk verzorger, om de belangen van de doven te behartigen. Dat kwam onder andere doordat ik via de lippentaal gemakkelijk verstaanbaar overkwam. Destijds ressorteerde deze kommissie onder het Deputaatschap voor Evangelisatie. Vanaf 1965 heb ik dus de ontwikkeling van het evangelisatiewerk mee kunnen maken. Destijds was daar eerst Merksem. Men trok wel met jeugdgroepen daar naar toe.
Vooral in de tijd van evangelist Kieviet hebben we daar goede samenkomsten gehad.
Nadien heb ik de oprichting van de posten Alkmaar. Tilburg en Leeuwarden mee mogen maken.
Sinds wanneer bestaan er plannen voor een nieuw te openen evangelisatiepost? Wat was daartoe de aanleiding?
Op wonderlijke wijze is mijn weg geleid naar Groningen in mei 1985.
De Heere heeft mij naar hier geroepen naar aanleiding van een preek die ik een jaar tevoren in Groningen hield. Dat was over Ezechiél 47. Daar gaat het over het gezicht dat Ezechiél kreeg van de wateren uit het heiligdom die naar de Dode Zee stroomden. Vooral het gedeelte „dat er vissers zullen staan van Engedi aan tot Encglaïm toe en dat de vis zeer menigvuldig zal zijn", heeft mij toen zeer aangegrepen en mijn hart zo ingenomen met een sterke betrekking op Groningen. De Heere heeft mij hier willen plaatsen om een visser der mensen te mogen zijn. Ik moest toen Lisse verlaten.
Sinds die tijd ben ik gekonfronteerd met de nood in het noorden. Er is een enorme vervlakking, terugloop in kerkgang en sekularisatic in de provincie Groningen. Dit wordt vooral gestimuleerd vanuit de stad Groningen. De stad Groningen is het beeld van een tweede Amsterdam. Maar ook de nood in Drenthe is groot. Ik heb dat mede kunnen zien. doordat ik konsulent ben van de gemeente Hoogeveen. Zo krijg je wat informatie over de omgeving vanuit die gemeente. De nood komt dan in dubbele mate op je af. Dat alles heeft mij toen aan het denken gezet. Je gaat eens informeren. We zijn een keer met enkele kinderen in het dierenpark in Emmen geweest. Het trof mij dat daar een tentoonstelling geopend was over de evolutietheorie.
Dat was op zo'n wijze opgesteld, dat de jeugd wel tot de konklusie moest komen: Zie je wel. zo is dus de aarde bevolkt geraakt. Al het zienlijke is niet door Gods hand, maar langs natuurlijke weg uit zichzelf ontstaan.
Dit alles heb ik toen in m'n gedachten meegenomen. De geestelijke nood van de mensen die daar wonen, liet me niet meer los.
Door mijn zitting in het deputaatschap heb ik deze nood naar voren gebracht. Dat was zo ongeveer op de grens van '85/'86. Dat gebeurde naar aanleiding van een opmerking van ds. A. F. Honkoop. Hij zei
dat er een mogelijkheid was om een nieuwe evangelisatiepost te openen, wat de financiële ruimte betreft. Ook leeft het meer en meer onder onze gemeenten. Vele gemeenten in het land beseffen iets van de opdracht van de Heere, om getuigend, evangeliserend werkzaam te zijn. Dat is ook naar de Dordtse kerkorde: in naburige plaatsen, waar het Woord niet verkondigd wordt, nieuwe kerken stichten. Deze opdracht leeft ook binnen de kring van ons deputaatschap. Doordat ik nu in Groningen sta, kregen de besprekingen vastere vorm. Wie weet of de Heere de weg wil banen om in Drenthe tot de stichting van een post te kunnen komen.
Waarom dacht u aan Emmert? Ik heb dat gebied eens nagegaan en de kaart er bij genomen. Ik heb tevens de „Emmer Courant" laten komen en gekeken wat er zoal in de protestantse kerken in Emmen te doen was. Er is mij toen gebleken dat in die hele zuid-oost-hoek van Drenthe, de Schriftuurlijke bevindelijke waarheid grotendeels ontbreekt. Terwijl het hier een voedingsgebied betreft van ongeveer 200.000 mensen.
Naar aanleiding dus van die opmerking van ds. A. F. Honkoop heb ik de vrijmoedigheid genomen om de nood aangaande dit gebied naar voren te brengen. Deze noodkreet vond weerklank. Temeer ook, omdat we in de laatste periode Merksem als evangelisatiepost afgebouwd hebben. Deze is intussen als afdeling bij de gemeente Yerseke gevoegd. We hebben vroeger wel eens gedacht over een post in Limburg, bijvoorbeeld Maasbracht. Maar daar waren reeds anderen uit de gereformeerde gezindte bezig om wat aan evangelisatie te doen. Wij vinden het niet juist om op konkurrerende wijze met elkaar bezig te zijn.
Wat voor kerken zijn er zoal in Emmen?
Er is in Emmen een Nederlands Hervormde Kerk, een Gereformeerde Kerk en een Christelijke Gereformeerde Kerk. Verder zijn de Baptisten nogal aktief; zij hebben in Emmen drie kerken. Daar wil nog wel eens een bepaald schriftuurlijk geluid klinken, hoewel wij de bevindelijke elementen van zonde en genade missen. Er is niet één kerkgenootschap dat gereageerd heeft op onze plannen, hoewel er advertenties gestaan hebben in „De Saambinder". Denkelijk is het nog niet doorgedrongen. Maar de ontkerstening gezien hebbend, mag ik soms met veel vrijmoedigheid tot de Heere opzien of Hij daar een deur wil openen. Het is ook een groeiend en uitbreidend gebied.
Hoe denkt it dat het evangelisatiewerk het beste aangepakt kan worden in Emmen? Welke , , invalspoorten " zullen gebruikt worden?
Van het deputaatschap heb ik permissie gekregen me te abonneren op de „Emmer Courant", om zo wat gegevens te verzamelen over de plaatselijke en kerkelijke aktiviteiten. Wellicht kan dat voor de nieuwe evangelist van belang zijn, om er wat in te groeien. Verder heb ik enige moed dat de evangelist hier toch wat „steun" zal vinden. Ik heb tijdens de Tweede-Kamer-verkiezingen in mei 1986 in de krant nagespeurd hoeveel mensen op de SGP stemmen, uit die streek.
In Emmen bleken dat er 63 te zijn. in Klazienaveen 11, in Nieuw-Amstcrdam 5, in Coevorden 7 en in Nieuw-Wcerdinge 5. Dit is mij eigenlijk onbegrijpelijk! Waar komen deze mensen vandaan? Terwijl er geen schriftuurlijk bevindelijke prediking gevonden wordt zoals wij die voorstaan. Dit is voor mij een grote vraag! Van verslaggevers van het Reformatorisch Dagblad heb ik gehoord dat er ook een aantal lezers van het R.D. zit. Bovenstaande zaken geven me toch moed.
Maar evangelisatie moet toch vooral de van de kerk-vervreemden bereiken?
Ja, maar het kan toch een steun zijn als er mensen zijn die bekend zijn met de bevindelijke waarheid. Die kunnen een steun en kern vormen van een evangelisatiepost.
Hoe denkt u die SGP-stemmers en RD-lezers te bereiken?
De stemming is geheim; dus daar kom je niet zo gauw achter. Daarnaast lijkt het ons ook niet de juiste weg om adressen op te vragen van het RD.
Waarschijnlijk proberen we ze te bereiken via een advertentie-campagne in enkele Drenthse bladen, om zo wat bekendheid te geven aan het feit dat er samenkomsten worden gehouden uitgaande van de Gereformeerde Gemeente. Verder zijn door leden uit Groningen een aantal adressen verzameld van mensen, die van oorsprong uit onze gemeenten komen en in deze streek zijn gaan wonen, maar van wie niet bekend is naar welke kerk ze gaan en van wie het de vraag is of ze nog wel naar dc kerk gaan.
Daarnaast zullen we via advertenties en gericht folderen proberen om de onkerkelijken te bereiken. Zo mogelijk ook door middel van huis-aan-huis-evangelisatie. We zullen er zeker op uit moeten gaan. op zoek moeten gaan.
Onder welke , , moeder-gemeente"gaat Emmert funktioneren ?
Daar moet, als het een en ander onder 's Heeren zegen voortgang mag vinden, nog nader over beslist worden. Te denken valt aan de gemeente van Groningen. Het deputaatschap pleegt overleg met de classis en kiest het liefst een gemeente waar een predikant aan verbonden is. Het ligt ook voor de hand om een mentor uit de onmiddellijke omgeving te benoemen.
Daar Rijssen ook redelijk in de buurt ligt, zou er ook de mogelijkheid zijn om samen met ds. Kleppe. die mededeputaat is, het mentorschap te delen. Maar dat moet nog nader bezien worden.
Wanneer een plaats voor een evangelisatiepost is gevonden, wordt op zoek gegaan naar een evangelist. Meestal wordt er dan een advertentie geplaatst. Is dit de gebruikelijke weg om een evangelist op te roepen? En hoe zit dat met de , , roeping" van een evangelist?
Het is de gewoonte van het deputaatschap om een evangelist op te roepen via advertenties in , .De Saambinder''. Wanneer iemand aanvaard wordt, krijgt hij de funktie van evangelist. Hij wordt niet direkt getypeerd als ambtsdrager. Zijn taak komt op uit het ambt aller gelovigen (Zondag 12. Heidelberger Catechismus). Daar wordt gezegd, dat een waar christen door de zalving met de Heilige Geest de naam van Christus belijdt. Vanuit die achtergrond gaat het deputaatschap op zoek naar iemand die genegen is om de funktie van evangelist te vervullen en daartoe ook gedrongen wordt. Nagegaan zal moeten worden of die innerlijke drang —je zou kunnen spreken van een roeping, een innerlijk bevel van de Heere — gegrond is op Gods Woord en of het ook deze man wezenlijk vervult. Of hij van 's Heerenwege uitgestoten wordt om uit te gaan tot dc afgedwaalde mens. Tot de mens die mogelijk met onrust vervuld is, omdat hij zich openlijk van de waarheid heeft afgekeerd. Zo één zal opgezocht moeten worden. En iets van het gedrongen worden daartoe zal door moeten klinken bij de deputaten. Dat men beluistert: deze persoon begeert zich aan de taak van Godswege over te geven, om het verlorene te zoeken, met verloochening van zichzelf, zonder bijoogmerken, dan alleen met dit grote doel, dat Zijn Naam verheerlijkt en het Koninkrijk van Jezus Christus gebouwd wordt.
Maar wat is nu precies de , , roeping" tot evangelist? Zijn daar ook enkele kenmerkende dingen van te noemen?
Meestal heeft het ..gegrepen" worden van een persoon via een oproep een achtergrond. Daar ligt iets aan ten grondslag. Er moet iets in het leven van degene die tot dit werk geroepen wordt, die daartoe gezonden wordt, gepasseerd zijn. De eigen afdwaling, de diepe breuk met de Heere zal doorleefd en beweend moeten zijn. Anders
kan een advertentie wel gevoelens oproepen om met zulk werk bezig te zijn, maar het moet wezenlijk gefundeerd zijn. Er moet een bewust weten en bevindelijk doorleefd zijn van het eigen verloren-zijn. Men moet zelf gegrepen zijn om te mogen dienen om anderen te mogen grijpen. Men moet zelf iets weten van het wonder van Gods genadige redding in Christus Jezus om als een nietig instrument uit te gaan om anderen te redden. En in hoeverre heeft dit in het leven van een sollicitant plaatsgevonden? Daar luistert het deputaatschap nadrukkelijk naar. Kent men zelf iets van het wonder der waarachtige bekering?
Heeft men ook in eigen leven iets mogen ervaren van de ruimte die er is van God uit? In hoeverre en op welke wijze is die enige naam van de Heere Jezus in het hart geopenbaard?
Dan krijgt ook die drang, we mogen wel zeggen dat goddelijk bevel, gestalte in iemands hart. Hoe zullen we anders die Koning aan onze naaste kunnen aanprijzen? Hoe zullen we anders van Zijn dierbaarheid en noodzakelijkheid kunnen spreken?
Daarom wordt ook gevraagd naar die drang, naar de diepste intentie tot dat werk der evangelisatie. Hoe heeft die drang gestalte gekregen in het leven? En hoe hebt u gestaan en gereageerd in uw omgeving, op uw werk. tegenover uw buren? Hebt u de dienst van deze Koning mogen aanprijzen? Ook op het rampzalig deel moeten wijzen van hen die zonder God en zonder Christus verloren gaan? Er zal toch een goed gerucht van het beloofde land verteld moeten worden. Net als die twee verspieders deden ten opzichte van dc anderen. Dwars tegen die tien in zal positief getuigd moeten worden: , .De Heere zal het doen". Hij zal Zijn Woord waar maken: ..Hij zal Jeruzalem bouwen en Israëls verdrevenen vergaderen". Dan gaat het om zondaren te werven voor de Bruidegom, net zoals bij Johannes! Zijn blijdschap was vervuld wanneer verlorenen in zichzelf tot Christus geleid werden.
U heeft nu twee dingen genoemd waar h deputaatschap op let: bekering en roeping Zijn er nog andere dingen die van belang zijn? Bijvoorbeeld opleiding?
Er is een voortdurende bezinning binnen het deputaatschap. over het feit dat een evangelist goed toegerust moet zijn. Men komt in aanraking met zoveel moderne denkwijzen, met een nieuwe levensstijl, met een mentaliteitsverandering, die snel bergafwaarts voert. Men moet in kunnen
spelen op deze gedachtengangen en op de wijze waarop de moderne mens staat in deze gesekulariseerde wereld. Daarom is een opleiding die grondig toerust en de ontwikkelingen in onze maatschappij en de moderne denkwijzen analyseert van groot belang.
Dus als er een sollicitant is met enige opleiding, bijvoorbeeld op middelbaar nivo. dan is dat aanbevelenswaardig. Heeft hij universitair nivo dan is dat bijzonder aanbevelenswaardig. Het zijn echter niet de eerste eisen die wij stellen. Maar wanneer die dingen erbij zijn. dat men door middel van studie is toegerust en mede door ervaring zicht heeft gekregen op dc maatschappij, dan kan dat buitengewoon van pas komen. Ja. het is in feite een tweede vereiste. De evangelist dient dan ook eerst een grondige opleiding te krijgen tot zijn taak. Te denken valt aan het volgen van dc Cursus Godsdienstonderwijs. Om die reden behoeft hij na zijn benoeming niet direkt te verhuizen naar Emmen. Ter bescherming van het gezin, zou het ook mogelijk zijn dat het eventuele gezin verhuist naar Groningen om vanuit die gemeente de arbeid te beginnen. Maar dat zal sterk afhankelijk zijn van de situatie. Na een bepaalde aanlooptijd is het van groot belang dat een evangelist zich vestigt in dc hem aangewezen standplaats.
In de advertentie voor een evangelist in Emmen, stonden helemaal geen eisen. Het was heel algemeen opgesteld. Had dat een bedoeling? Gezien de taak blijkt enige opleiding toch wel van belang.
Het deputaatschap heeft verschillende mensen gehoord. Soms was er hoop. dan was er weer teleurstelling. Het gaat er dan toch om of in beginsel Christus gestalte gekregen heeft in het hart. Dat kan ook bij een eenvoudig iemand, bij een kleine David zijn. Z'n grote broers, van wie iedereen het verwachtte, waren niet verkoren tot het koningsambt. Om dc eenvoudigen zeker niet uit te sluiten, worden er vooraf geen eisen gesteld. De Heere kan door Zijn Geest met wijsheid toerusten. We moeten over de arbeid van een evangelist niet gering denken. Zijn arbeid is grondlcggend. Hij staat aan de frontlinie. Hij moet tegen een stootje kunnen. Het zal nodig zijn om de geestelijke wapenrusting uit Efeze 6 te dragen. Verder zal hij over een behoorlijk incasseringsvermogen moeten beschikken. Enige flexibiliteit, goede kontaktuele eigenschappen en mensenkennis zijn erg belangrijk. Tenslotte zal hij zich moeten verdiepen in de geschiedenis en volksaard van de omgeving, waarin hij werkt.
Momenteel is er nog niemand benoemd. Wordt de situatie nu niet zorgelijk?
Die zorgen zijn er. Vooral ook omdat de Jeugdbond nu ondermeer een aktie voert voor een evangelisatiepost in Emmen. Daardoor valt de aandacht op deze plaats. Er komen middelen beschikbaar, maar er is nog geen evangelist. Wij moeten echter oppassen om onder druk een beslissing te nemen. We moeten niet iemand benoemen, omdat die aktie voor de deur staat. Maar ik heb goede moed dat de Heere ons Zelf op Zijn tijd een man wil toeschikken. Dc Heere zal zorgen, dat Zijn gemeente gebouwd wordt, langs Zijn wonderlijke weg. Dc Heere doet geen half werk. Het deputaatschap heeft besloten om door te gaan met het plaatsen van advertenties.
Heeft u nog een slotopmerking?
Ik ben in aanraking gekomen met een jongen, die in Groningen studeert. Hij heeft op een middelbare school in Emmen gezeten, waar hij ook woont. Naar aanleiding van het boek van Anne van dei-Meiden: ..De zwarte kousenkerk" werden er door een docent schampere opmerkingen gemaakt over dc orthodoxe richting. Dit heeft hem aan het denken gezet. Hij is op zoek gegaan naar die „zwarte kousen kerken" en kwam in aanraking met dc Ger. Gem. van Groningen. Hij beluisterde daar een preek, die de noodzaak van de wedergeboorte benadrukte en hij voelde zich aangesproken. Ik heb hem enkele boeken meegegeven onder andere van Hellenbroek. Daar vroeg hij om. Zo'n ontmoeting geeft je moed voor het werk der evangelisatie.
Ik ben blij dat de jongeren van onze gemeenten door middel van de aktie de last mee willen dragen. Hopelijk niet alleen met het verzamelen van gelden, maar ook door deze arbeid op te dragen in het gebed. Vergeet echter jezelf niet! Vraag om de genade Gods. om persoonlijk het werk van de Heilige Geest in je hart te mogen leren kennen. Ook tot jullie klinkt de roepstem vanuit zuid-oost Drenthe: „Kom over en help ons!"
Dominee, we willen u hartelijk bedanken dat u aan ons iets hebt willen vertellen over Emmen. We wensen u en het deputaatschap veel wijsheid toe. We hopen en bidden dat er spoedig een evangelist benoemd mag worden, opdat ook in Emmen Gods Koninkrijk mag worden uitgebreid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 februari 1987
Daniel | 32 Pagina's