De klacht van Gods versmade liefde (1)
Bijbelstudie over Hosea 2 : 1-12
Lees Hosea 2 de verzen 1-12, in het bijzonder vers 1-4. Lees daarnaast ook Ezechiël 16 : 1-17.
Nadat Hosea in het slot van hoofdstuk 1 het „nochtans" van Gods heilsbelofte aan zijn tijdgenoten heeft voorgehouden, neemt hij nu de draad weer op bij het negende vers van het eerste hoofdstuk. Hij gaat hier weer verder om de verwerping van Isracl opnieuw aan de orde te stellen.
De dreigende echtscheiding (vs. 1)
De situatie in het huisgezin van Hosea is inmiddels onhoudbaar geworden. Gomer heeft zich in haar ontrouw verhard. Na de geboorte van haar derde kind heeft ze zich niet bekeerd. Haar overspelig gedrag is niet veranderd. En de kinderen zijn inmiddels groot genoeg geworden om te begrijpen wat er aan de hand is. Het huwelijk van vader en moeder staat op springen. Er dreigt een echtscheiding. Aangrijpend is dat.
Die kinderen van Hosea hebben goed geweten wie de schuldige partij is. Nee. het lag niet aan vader, hij heeft moeder geen scheidbrief gegeven. Moeder is door haar overspel eigenlijk al opgehouden de vrouw van vader te zijn. En nu roept vader hen op om moeder aan te klagen: „Twist met ulieder moeder". O. wat vreselijk! Maar het is de schuld van moeder, dat dit gebeuren moest. En ze begrijpen het, als ze moeder aanklagen, dan is dat om haar tot bekering te brengen. Ze moeten tegen moeder zeggen, dat ze moet ophouden met haar brutale overspel, met haar schaamteloze echtbreuk. Want anders komt moeder in nog groter ellende (vs. 2) en worden zijzelf er ook nog meer de dupe van. Want als de echtscheiding doorgaat, zal vader zich ook niet meer over hen ontfermen (vs. 3).
Wat een diepe smart in het gezin van Hosea. En dat is nu de smart van God. God Zelf klaagt hier de klacht van Zijn versmade liefde. Israël. Gods uitverkoren vrouw, is doorgegaan met het dienen van de afgoden. Zij gedraagt zich als een hoer.
En daarom roept God nu de kinderen erbij om te verklaren aan welke kant zij staan. Aan de kant van God of aan de kant van de afgoden.
Moeder Israël stelt het volk voor als geheel. Wij zouden zeggen: de oudtestamentische kerk als een eenheid. De kinderen van Gomer, die met hun moeder twisten, wijzen op de individuele leden van het volksgeheel, de individuele leden van de oudtestamentische kerk. Als Israël als geheel blijft afhoereren, dan zullen de kinderen van Israël, dus iedere Israëliet persoonlijk, moeten kiezen: met Israël de afgoden dienen, of met Gods profeet aan de Heere verbonden blijven.
Het doel van de aanklacht
Niet zonder oorzaak spoort Hosea zijn kinderen aan tot huiselijke twist. Als de kinderen hun moeder aanklagen, betekent dat immers een oproep tot zelfkritiek. De moeder en haar kinderen stellen immers allebei Israël voor! Het is of Hosea tot Israël zegt: ..Kijk naar jezelf! Ontdek bij uzelf de afgoden. Ontdek wat er niet deugt in het leven van uw volksbestaan". In de tweede plaats bedoelt Hosea met deze oproep tot twist, de bekering van Israël. De afzonderlijke Israëlieten worden opgewekt om in verzet te komen tegen de zondige richting, waarin het volk als geheel zich beweegt.
En wat is de inhoud van die aanklacht? Er staat: „Omdat zij mijn vrouw niet is en Ik haar Man niet ben". Dat is inhoudelijk de echtscheidingsformule. De huwelijksband tussen God en Israël is gebroken. En om nu maar even over te stappen naar de nieuwtestamentische kerk: er zijn heel wat jonge mensen, die de kerk allerlei vragen stellen, soms ook in de vorm van een aanklacht. De eén vindt de kerk te ouderwets, een ander vindt ze te zelfgenoegzaam. weer een ander vindt ze te wereldsgezind. Er zijn ook jonge mensen, die van „al die dode orthodoxie" niets meer moeten hebben en flirten met allerlei „vrije groepen".
Jongelui, je mag best kritiek hebben, als je maar twee dingen niet vergeet. In de eerste plaats dat die moeder en haar kinderen, de kerk en haar leden, precies dezelfden zijn. De kerk. dat zijn wij allen, jullie en ik! En in de tweede plaats, Hosea roept pas op tot kritiek, als de huwelijksband met de Heere verbroken is. Als je dat ziet. mag je de beschuldigende vinger opsteken. Als de intieme gemeenschap, de verborgen omgang met de Heere niet meer beoefend wordt, is dat de grootste ontrouw van de kerk. Spaar dan je moeder niet! Maar bedenk je toch twee maal als het alleen maar gaat om wat kleine gebreken van de kerk.
Naakt aan de schandpaal (vs. 2)
Dat was het lot van overspelige vrouwen. Geheel ontkleed werden ze te schande gezet, zodat iedereen kon zien wat ze gedaan hadden. In het huwelijk was de man verplicht om voor onderhoud en kleding voor zijn vrouw te zorgen. Dat heeft Gomer nu verzondigd. En Israël ook! Tot nog toe had God Zijn gericht aangekondigd. Zijn liefde ingehouden en de verbondsbetrekking verbroken. Maar het kan nog erger. Israël was nog in het bezit van de bruidsgaven, die het van de Heere ontvangen had: et land. vloeiende van melk en honing. De velden zijn nog bekleed met kudden en de dalen met koren. De ontrouwe vrouw draagt nog het kleed dat ze \ an haar Man ontving. Maar als ze niet ophoudt met dit schandelijk bedrijf, zal God haar dat kleed afrukken en haar stellen als ten dage van haar geboorte (Ezechiël 16:4). Lees dat vers eens na!
Gods gaven misbruikt voor de afgoden (vs. 4)
In het vierde vers wordt Gomer sprekend ingevoerd. En in het woord dat „vrouwe Israël" daar spreekt, openbaart zich een zeer zondig streven. Enerzijds blijkt daarin dat ze de liefde van de Heere versmaadt, want ze zegt: „Ik zal mijn boelen (minnaars) nagaan''. En anderzijds blijkt uit haar spreken, dat ze de goede gaven van God miskent en beschouwt als geschenken van haar minnaars: „die mij mijn brood en mijn water, mijn wol en mijn vlas, mijn olie en mijn drank geven''. Alles wat Israël van de Heere krijgt, schrijft ze toe aan de afgoden. Meer nog, ze dienen de afgoden met die gaven van God. De Heere zorgt voor voeding (brood en water). Hij zorgt voor kleding (wol en vlas) en zelfs de meer luxe genotmiddelen komen van God (olie en drank). En wat is de dank van Israël? Ze dienen er de Baals mee. Ze danken er de Kanaanietische afgoden voor. Dat noemt Hosea hier schandelijk, schandalig! Dat is nu Israëls hoererij!
Ze willen eens wat anders dan die strenge Jehova van Mozes en Elia. Ze willen de Baalsdienst met zijn sexuele uitspattingen. En „moeder Israël" wacht niet alleen tot haar minnaars langskomen, nee. ze loopt ze na! Zo zijn wij mensen nu. we laten ons niet alleen tot het kwaad verleiden, maar we zetten ons aktief in om de zonde te doen. En wat doen wij met de gaven en talenten, die we van de Heere ontvangen? Erkennen we daar de Heere voor en dienen we Hem ermee? Dat is voor ons een vraag van toepassing op dit gedeelte van deze bijbelstudie.
Vragen
1. Je hebt ook Ezechiël 16 : 1-17 gelezen. Zie je het verband met de behandelde perikoop uit Hosea? Welke zijn de punten van overeenkomst? Welk beeld wordt ons getekend in de verzen 4-6? Zit hierin ook nog een geestelijke betekenis voor ons? Zo ja, welke?
2. Ds. Hegger heeft een boek geschreven met als titel: , , Moeder, ik klaag u aan". Wat zou hij daarmee bedoelen? Over welke kerk gaat dat? Is er ook reden om je eigen kerk aan te klagen? Waar moeten we vooral op letten als we kritiek hebben op onze kerk? En wat moet je daarbij niet vergeten? De kerkvader Tertullianus heeft eens gezegd: , , Wie de kerk niet heeft tot moeder, kan God niet hebben tot , Vader". Wat betekent dat?
3. Veel jonge mensen willen — net als Israël — ook wel eens wat anders. Wat anders dan je geleerd hebt in je opvoeding. Noem daarvan eens konkreet een paar zaken, zoals we dat om ons heen en in ons hart tegenkomen. Waar zal dat op uitlopen volgens Hosea?
4. Wij ontvangen ook al onze dagelijks levensbehoeften van God. Wat zegt zondag 10 van de Heide/berger Catechismus hierover? Hoe besteedt jij de door God geschonken gaven en talenten? Wat betekent het, dal wij rentmeester zijn over ons bezit? Hoe kun je b.v. de door God gegeven gaven besteden aan de afgoden?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 februari 1987
Daniel | 32 Pagina's