PROBLEMEN?...... HET GESPREK GAANDE HOUDEN
vraaggesprek met mevr. E. W. Sonnenberg, directrice jeugdhuis „De Stuw
Opgroeien binnen het eigen gezin! Voor velen van ons een vanzelfsprekendheid, waar maar weinig bij stil staan. Toch zijn er jongeren die door problemen in het gezin of t gevolge van hun eigen problematiek niet meer thuis kunnen wonen. Die ook (nog) niet i aanmerking komen voor een pleeggezin. Jongeren, voor wie het wonen in een tehuis tot dagelijkse realiteit behoort. Om meer te weten te komen over het wonen in een tehuis en wat daar mee samenhangt, reden we eind november vorig jaar richting Utrecht, waar w jeugdhuis, , De Stuw" een vraaggesprek hadden met mevrouwE. W. Sonnenberg, direktr van het tehuis.
Mevrouw Sonnenberg, kunt u iets over uzelf vertellen?
Ik werk sinds 1972 in dit tehuis, waar ik begonnen ben als hoofdleidster. In 1977 ben ik hier direktrice geworden. Daarvoor werkte ik als groepsleidster bij de Heldring Stichting, een tehuis voor moeilijk opvoedbare kinderen. Oorspronkelijk kom ik uit het onderwijs. Ik heb daar een aantal jaren als kleuterjuf gewerkt. Met plezier overigens, maar ik wilde toch iets anders.
U bent direktrice van jeugdhuis „De Stuw". Wat is dit voor tehuis?
In 1913 is het opgericht door een aantal diakenen die zich het lot van weeskinderen aantrokken. Na verschillende bestemmingen is het in 1971 jeugdhuis „De Stuw" geworden. Het tehuis gaat uit van de Christelijke Gereformeerde kerken. Op dit moment bevinden zich in het tehuis vier leefgroepen: een groep van jonge kinderen, een gemengde groep van 9 tot 16, een oudere meisjesgroep en een oudere jongensgroep. In totaal wonen hier 38 kinderen. Deze kinderen zijn ondergebracht in vier huizen. Ieder kind heeft een eigen slaap-zitkamer. In elk huis is een gemeenschappelijke huiskamer en hobbyruimte. We hebben een eigen sportzaal en een bromfietshok waar geknutseld kan worden.
Er is voortdurend in iedere groep één groepsleider of groepsleidster aanwezig.
Wat zijn de problemen die ertoe kunnen leiden dat jongeren hier komen wonen en hoe verloopt zo'n plaatsing?
Wie komt hier binnen? Nou.... we hebben een scala aan problematiek. Het kan zijn weggelopen van thuis, niet meer te handhaven op school, spijbelen, onhandelbaar gedrag dat te maken heeft met de thuissituatie. Het kan gaan om kinderen die mishandeld zijn, vooral jongere kinderen. Het kan ook gaan om problemen die zo groot zijn dat ouders het niet meer aan kunnen. En dan is het vaak moeilijk te zeggen waar de nadruk van de problemen ligt, bij de ouders of bij de kinderen. Er wordt meestal hulp gezocht via een predikant, huisarts of het maatschappelijk werk, zoals bijvoorbeeld „De Vluchtheuvel". Ook krijgen we kinderen via de Raad voor de Kinderbescherming. Op grond van de informade die wij krijgen, beslissen we of het de meest juiste
oplossing is dat het kind hier komt wonen. Soms zijn er andere mogelijkheden, bijvoorbeeld een pleeggezinplaatsing.
Het wonen in een tehuis is natuurlijk heel anders dan in een gezin. Hoe verloopt nu het leven van alle-dag in , , De Stuw"?
De jongeren die hier komen, moeten allemaal een dagbesteding hebben. Hetzij werk, hetzij school. De meeste van onze jongeren gaan naar school,
's Avonds gebruiken we gezamenlijk de maaltijd. Na het avondeten kunnen ze hun huiswerk maken, hun tijd doorbrengen in de huiskamer of bijvoorbeeld naar een vriend of vriendin gaan. Ze mogen ook allemaal lid zijn van eén klub of vereniging. De vrijetijdsbesteding vindt vooral hier plaats. We hebben een sportzaal met een eigen sportleraar, verder is er een tafeltennistafel. Er wordt ook geknutseld. Wel moet ik zeggen dat onze jongeren erg passief zijn en heel moeilijk tot iets te motiveren.
Ze mogen weg, maar we willen weten waar ze naar toe gaan. En we maken met ze een afspraak wanneer ze weer thuis komen, en verwachten dat ze zich daar aan houden. Hebben ze bijvoorbeeld een schoolfeestje, dan mogen ze wat later thuiskomen.
Wat is de kerkelijke achtergrond van de jongeren ?
We hebben een breed scala van kerkelijke achtergronden. Dat is van Gereformeerde Gemeenten, Oud Gereformeerd, Pinkstergemeenten, Ned. Gereformeerd, tot eh randkerkelijken. Je zult vragen waarom we randkerkelijken opnemen. We vinden dat we een diakonale opdracht hebben. Als iemand hier wil zijn en kiest voor onze hulpverleningsmethodiek, waarin het hele christen-zijn verweven is, dan vinden wij het moeilijk om daar nee tegen te zeggen. We praten dit door met de ouders en de jongeren. Zeggen ze nee, prima, dan kies je voor een ander huis. Zeggen ze ja, dan kunnen ze bij ons komen en moeten ze met ons meedoen.
Zoveel verschillende kerkelijke achtergronden. Geeft dit wel eens problemen?
Nee. Watje wel hebt, is dat er gemopperd wordt op de kerk. maar uiteindelijk gaan ze toch allemaal. Ze gaan 's zondags allemaal op de fiets naar de kerk, de één kan links en de ander kan rechts zitten, maar als ik in de kerk zit, zie ik ze allemaal zitten. Dan zit ik zo eens om me heen te kijken en dan denk ik, die zit er. die zit er ja, ze
zitten er allemaal. Gaan ze allemal naar dezelfde kerk? Ja, we hebben afgesproken dat we één kerkelijk dak wilen hebben. We vinden het belangrijk om gezamenlijk naar de kerk te gaan. We gaan 's morgens allemaal naar de Chr. Ger. kerk. Jongeren die naar hun eigen kerk willen, mogen dat 's middags. Ik ga bijvoorbeeld ook wel eens met jongeren mee naar hun kerk.
Hoe is de relatie met de kerk waar jullie naar toegaan?
We hebben geprobeerd onze jongeren daar naar catechisatie te sturen, maar dat was toch erg moeilijk. Er komt nu een predikant hier catechisatie geven. We proberen ze te stimuleren naar de jeugdvereniging te gaan en we hebben een zangvereniging van de kerk waar wat ouderen opzitten.
Jongeren van de Gereformeerde Gemeenten die hier zitten, krijgen die bezoek vanuit hun kerk?
Ik heb met ds. Golverdingen de afspraak gemaakt dat hij komt wanneer het nodig is. Ik kan een beroep op hem doen. Laatst ging er een jongen vanuit ons huis op kamers wonen. Toen heb ik hem gebeld en gevraagd hem wat aandacht te geven.
Hebt u de indruk dat er verschil is tussen de godsdienstige beleving van de jongeren die hier opgroeien en jongeren die in een gezin verblijven?
Het zijn natuurlijk jongeren die al heel veel meegemaakt hebben. Ik denk datje daarom al geen vergelijking kunt maken. Vanuit hun verleden zetten ze zich vaak af tegen veel dingen, ook tegen de godsdienst.
Het valt op dat jongeren vanuit een kerkelijke achtergrond dit meer doen dan de zogenaamde randkerkelijken. Deze hebben vaak meer bewust gekozen voor ons tehuis. Ze kennen ook minder de zwakke plekken van de kerk en de kerkmensen. Toch is het afgeven op de kerk soms meer een houding. In de kerk zie je ze dan met het hoofd op de bank liggen, maar als je later een gesprek met ze hebt, blijken ze meer gehoord te hebben dan je dacht.
Hebt u positieve ervaringen met jongeren die nauwelijks een kerkelijke achtergrond hebben?
Ja hoor. We hebben hier een meisje gehad vanuit een antroposofische achtergrond. Zij is hiervandaan naar een pleeggezin gegaan. Ze had zelf gekozen voor een christelijk gereformeerd pleeggezin. Later kreeg ik via een omweg te horen dat ze op belijdeniscatechisatie zat, toen was ze al vijf jaar bij ons weg. Ik heb geïnformeerd bij de predikant wanneer de dienst zou zijn en toen ben ik er ook geweest. Dit zijn mooie dingen, maar aan de andere kant wil ik dit niet veridealiseren. Het is vaak ook van we motte dit en we motte dat. Ik hoop altijd dat ik iets meer kan meegeven dan alleen de regels. Daarom is het personeelsbeleid ook zo belangrijk. Ik kan wel heel mooie ideeën hebben, maar de mensen in de groep moeten het daar doen. Zij moeten daar iets van hun eigen geloof overbrengen. Want de kinderen voelen aan, of het echt is of dat het maar voor de vorm is.
U hebt het over het personeelsbeleid. Welke mensen werken hier?
De leeftijd varieert van 23 tot 35 jaar. Het mooist zouden we het vinden om in elke groep twee mannen en twee vrouwen te hebben. Dit is in de praktijk heel moeilijk. Bij de jongere kinderen is het moeilijk om een man te krijgen, bij de oudere kinderen om een vrouw te krijgen. In ons achterland is groepsleidér nog niet zo getolereerd, er wordt nog een beetje vreemd tegen aan gekeken. Is het wel een mannelijk beroep? Opleiding.... ja eh tegenwoordig hebben we heel veel mensen met een H.B.O.opleiding. De Sociale Academie in Ede is voor ons een goed toeleveringsbedrijf. En verder ook mensen met een M.B.O.opleiding. We hebben op dit moment kontakten met de Sara Nevius. Studenten daarvan lopen stage bij ons.
Zijn er wel eens echte moeilijkheden tussen groepsleiding en kinderen?
O ja, als je zo'n groep van 14-tot 18jarigen hebt, dan is het voor ons heel moeilijk om stevige mensen te krijgen, die zeggen: „Nou is het afgelopen, dit gebeurt, klaar". Je kunt natuurlijk van alles zeggen, bijvoorbeeld: „en nu naar boven", maar je moet het wel waar kunnen maken. Het is een zwaar beroep hoor. Het wordt zwaar onderschat. Het vraagt heel veel, ook emotioneel. Altijd maar met de probleemkinderen tegen de tijd dat ze in staat zijn met hun problemen om te gaan en kontakten te leggen, gaan ze weg.
Wat beweegt mensen om hier te komen werken?
Zich betrokken voelen bij de kinderen. Zich willen inzetten voor een ander. En
toch ook vaak vanuit de gedachte dat we het zelf zo goed hebben en we iets voor een ander kunnen betekenen. Verder zijn er ook die het heel duidelijk vanuit hun geloof doen.
U hebt nu verteld over de situatie hier in dit huis. Er zijn ook in het gezin jongeren met problemen. Hebt u voor de ouders van deze jongeren of voor de jongeren zelf iets te zeggen ?
Ik denk dat er vroeger te snel uit huis werd geplaatst. Nu praat ik over heel wat jaren terug. Als het niet echt nodig is, is uithuisplaatsing een slechte zaak. Maar tegenwoordig wordt er wel eens te lang gewacht. Men probeert het eerst op allerlei andere manieren, totdat de jongere helemaal vastgelopen is. Er is dan haast niets meer mee te beginnen. Jongeren die bijvoorbeeld al een half jaar bij huis gelopen hebben en niet meer naar school zijn geweest. Het is moeilijk om die weer in het spoor te krijgen om naar school te gaan.
Toch kunnen de problemen niet alleen bij de jongeren gelegd worden. Soms kom je voor de jongere in het gezin, maar als je eens goed doorprikt, merk je dat er relatieproblemen tussen de ouders zijn. Al wil ik hiermee niet automatisch de schuld bij de ouders leggen. De jongeren hebben het ook in veel opzichten moeilijker dan vroeger.
Hoe bedoelt u dit?
Vroeger was er meer sprake van verwaarlozing. drankmisbruik, enzovoorts. Tegenwoordig is het probleem van het verwennen erbij gekomen. Alle problemen zijn voor de kinderen weggehaald. Ze hebben geen body gekregen. Ze zijn niet weerbaar doordat ze altijd hun zin hebben gekregen. Daardoor zijn ze ook vatbaarder voor verleidingen. Het kan geen kwaad bijvoorbeeld als een kind zijn eigen brommer
moet verdienen. Ik denk ook wel eens dat er te weinig gepraat wordt in gezinnen. Vooral in ónze gezinnen zie je dat nog weieens. De dominee zegt het en de ouderling zegt het en zo moet het. Je wordt er door de gemeente op aangekeken als je iets anders doet. Daar voel je jezelf als ouders tussen zitten. Je weet er als ouders geen antwoord op en je kunt het je kinderen niet uitleggen, want je hebt het zelf ook nooit geleerd. Toch hebben kinderen recht op een antwoord, al mag je in sommige situaties best zeggen datje iets niet weet. Neem kinderen altijd serieus, ook als ze kritiek hebben. Als het gerechtvaardigde kritiek is, neem het dan niet bijvoorbaat op voor de ouderling of de dominee. Ik zou desnoods samen met het kind naar de betreffende ouderling of predikant toestappen. Het klinkt allemaal erg mooi. maar ik weet dat de praktijk moeilijk is.
Hebt u tot slot nog een opmerking?
Er is natuurlijk al heel wat aan de orde geweest, maar wat ik nog wel kwijt zou willen: houd bij problemen binnen het gezin altijd het gesprek gaande en zoek, als er werkelijk problemen zijn. deskundige hulp. En schaam je daar niet voor. Wanneer er hulpverlening in een bepaald gezin, komt, probeer daar als gemeente mee om te gaan. We zijn geneigd dit negatief te beoordelen, maar probeer begrip en liefde op te brengen. Daar kun je als gemeente heel veel aan doen.
Dit lijkt ons een zinvolle afsluiting van dit vraaggesprek. We danken u hartelijk voor het beschikbaar stellen van uw tijd. We denken dat u veel gezegd hebt waar we ons voordeel mee kunnen doen. Tot slot wensen we u veel wijsheid toe in al uw werkzaamheden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 1987
Daniel | 36 Pagina's