JOSY
kort verhaal
Druilerige regen. De straatlantaarns werpen hun mat-gele schijnsel in de talloze plassen op het ongelijke trottoir. A Is een huisje vol koud, onpersoonlijk licht doemt een telefooncel op u het schemerdonker van de vroege avond. Een meisje loopt met haastige, vastbesloten stappen op de deur af rukt hem open en gaat de cel in. Ze hijgt van het snelle lopen. Haar natte haar plakt tegen haar voorhoofd. Ze huivert. Nu gaat ze het doen. Met moeite halen haar koude, stijve vittgers het briefje met het telefoonnummer tevoorschijn. Ach, het is zo 'n vloeiend rond getal, ze kent het eigenlijk wel uit haar hoofd. Hoe vaak heeft ze dal numme gelezen en herlezen? Ze draait het zonder aarzelen.. Twee keer hoort ze de telefoon overgaan. Dan klinkt een vriendelijke jonge stem: „De kindertelefoon. Met Lilian." Het meisje haalt diep adem, begint dan te vertellen. Eerst wat aarzelend, gaandeweg sneller, heftiger, emotioneler.
Josy Duister was tot haar veertiende een hef en volgzaam meisje waar haar ouders veel plezier in hadden. In tegenstelling tot haar vier oudere broers, gaf zij nooit stof tot klagen. Haar broers waren levenslustige jongens die het met de godsdienst niet zo nauw namen. Toen Josy veertien werd. trouwde de laatste van het viertal en daarm daarmee moest de rust in het ouderlijk huis terugkeren.
Dat gebeurde helaas niet. Josy veranderde. Waardoor wist ze zelf eigenlijk ook niet, er waren zoveel dingen....! Josy kreeg andere vriendinnen, vlotte moderne meisjes waarmee ze zich wenste te identificeren. Haar kleding paste ze aan naar de laatste mode. Van Irene, haar beste vriendin. ..leende" ze make-up spullen. Ze wilde volledig bij de groep behoren. Ze huiverde er voor terug om anders dan de anderen te doen waarmee ze hun kritisch en ongezouten oordeel op de hals zou halen. Door Irene werd ze een geheel andere wereld binnengeleid dan die ze tot dusver kende. Het naïef kinderlijke verdween uit haar grote grijze ogen, ze ontdekte en leerde het kwaad waarvan ze het bestaan nooit had geweten. Irene leende haar boeken die ze haar ouders niet in handen durfde te geven. Ze draaiden platen op Irene's kamer waar ze in het begin gewoon hartkloppingen van kreeg. Ze was immers niets gewend, dat zou wel over gaan. Ze ging mee naar de discotheek, ontmoette er andere jongelui...! Ja. Josy verborg het allemaal zo goed ze kon voor haar ouders, echter, ze kon niet verhullen dat ze langzamerhand veranderde. Josy was niet langer volgzaam en lief. Toen ze op een zondag braaf naast pa en ma naar de kerk wandelde, waren ze Irene en dc anderen tegen gekomen. O, die ogen van die meiden! Josy kon wel door de grond zinken met haar belachelijke matelootje boven op haar hoofd.
Wat hadden ze haar de volgende dag in de snackbar, waar ze elkaar telkens ontmoetten, gesard en getreiterd. Witheet was ze naar huis gefietst, vast van plan om haar ouders te vertellen dat ze voortaan niet meer naar de kerk ging. Ze gaf er niets meer om. De dienst duurde vreselijk lang en ze zat altijd met haar gedachten mijlenver. Welk nut had het dat ze meeging? Moest ze het voor de mensen doen? Wat zouden die er wel van zeggen als de dochter van diaken Duister niet meer naar de kerk wilde. Schande! Met onwerkelijke kalmte had Josy dezelfde avond haar ouders van haar besluit op de hoogte gebracht. Daarbij vermeed ze het haar moeder aan te zien. Moeder kon van die verdrietige ogen hebben, daar kon je het beste maar niet teveel naar kijken. Met vader ging het beter. Die werd boos. Eerst boos. dan bozer, tenslotte verloor hij zijn zelfbeheersing en ging hij schreeuwen. Josy ook. Natuurlijk, ze schreeuwde al haar onlustgevoelens en frustraties eruit, dat luchtte enorm op. alleen 't maakte haar later diep ongelukkig. Later, ja, dän zou ze wel terug willen naar vader en haar hoofd tegen zijn schouder willen drukken van spijt en schaamte. Maar de weg terug was dichtgespijkerd door vader. Ach, wat hadden ze vroeger een speciale, innige band met elkaar gehad, ze was een echt „vaderskindje", plaagden haar broers vaak. Maar nü!
Diep teleurgesteld in zijn dochter stootte hij haar van zich af. Hij negeerde haar in huis, sprak geen enkel woord meer tot haar. Dat deed pijn. Bovendien begon Josy bang voor hem te worden. Vader werd de laatste tijd steeds agressiever tegen haar. Ze schaamde zich ervoor om tegen Irene te vertellen hoe vader haar soms aanpakte! Vader en moeder maakten samen ook ruzie, tussen hen boterde het niet, dat had ze allang gemerkt. De sfeer thuis was zo vijandig en kil geworden dat ze zich steeds onveiliger ging voelen.
„Vandaag of morgen sla ik je door de ruiten*', had vader laatst gezegd en ze geloofde het. Hij hield niet meer van haar, dat was zeker.
Er kwam zo'n grote verlatenheid in haar hart dat ze soms wenste nooit geboren te zijn. Dan konden Irene en de anderen haar niet opbeuren, ze voelde zich ontroostbaar en neerslachtig.
Als klein meisje vouwde ze altijd eerbiedig haar handen als ze zich verdrietig voelde. Dat kon ze niet meer. Dat had ze verspeeld, daar was ze wel van overtuigd. Wie zo zijn godsdienstige opvoeding de goot in had getrapt als zij hoefde niet meer op Gods hulp te rekenen.
Verlangens naar het warme verleden verdrong ze en ze oriënteerde zich op het heden. Ze had een stel vrolijke vriendinnen en een paar guitige vriendjes niet te vergeten: een weg terug bestond eenvoudig niet.
Als ze na een hevige ruzie metersdiep in de put zat, zei Irene altijd: „Meid, draai het nummer van de kindertelefoon toch eens. Je weet nooit, misschien hebben ze wel een hele goeie oplossing voor jou!" Die oplossing, daar hadden ze het samen wel meer over gehad. Weglopen van huis, je koffers pakken, zwaaien met je handje en wegwezen. Aan die gedachte had Josy enorm moeten wennen. Was het inderdaad zo erg thuis dat ze het zou willen prijsgeven? Definitief de rug toe keren? De gedachte, eenmaal postgevat, kwam na iedere ruzie steeds krachtiger bij haar boven, 't Was geen leven meer bij zo'n wettisch man als haar vader. Niks mocht er, niks kon er mee door. Haar kleren deugden niet. haar gezicht moest ze grondig reinigen en alleen haar aanwezigheid al scheen hem te prikkelen. Bovendien, dat was het meest benauwende, voelde ze zich niet langer veilig meer thuis sinds vader haar sloeg tegen geen mens! maar dat zei ze
Weglopen, ja, maar waarheen?
„Kom bij ons, plaats zat", had Irene schertsend gezegd. Later kwam ze daar op terug, ze had alles met haar moeder doorgesproken en die vond het best. Nog aarzelde Josy.
Vanavond echter nee, zo'n vreselijke ruzie had ze nog nooit meegemaakt. De aanleiding ervan was dat vader haar die middag tegen het lijf gelopen was toen ze met de groep naar de snackbar ging. Daarbij droeg ze een geleende, vrij strakke spijkerbroek van Irene ! Dat was niet zo'n gunstig moment geweest. Toen ze 's avonds thuiskwam, was vader op haar af gevlogen ondanks het roepen van moeder. Hij had haar zo'n harde schop gegeven dat ze met haar hoofd tegen het theekastje was geslagen. Het servies dat erop stond, was rinkelend over haar heen gestort, een scherf reet haar wang open. Struikelend over de ravage was ze naar buiten gevlucht, moeders wanhopig huilen klonk na in haar suizende oren.
De weg naar de telefooncel was kort geweest, het nummer zo gedraaid. „De kindertelefoon. Met Lilian!"
Josy stort haar hart uit. Halfsnikkend besluit ze haar droevig relaas met een beverige vraag: „Wat moet ik nu doen? " Het meisje aan de andere kant van de telefoon raadt haar met een rustige, doch besliste stem aan het huis te verlaten. „Je moet die ruzies met je ouders vermijden door gewoon weg te lopen."
Het is twee maanden later.
Josy zit met opgetrokken knieën op de bank en leest een boek, althans, ze doet alsof. In de kamer zijn behalve zij, ook twee kleine jongetjes en hun vader. Ze stoeien met elkaar en spelen hondje. De jongste van het tweetal gilt het uit als zijn vader al te natuurgetrouw het geluid van een hond nabootst. Josy moet erom lachen. De vader kijkt over de kleine hoofdjes haar richting uit. Hij knipoogt olijk naar Josy. Ze lacht terug. Ze voelt zich volledig opgenomen in dit gastgezin. En tóch....! O ja, het is hier stukken beter Jan bij Irene thuis. Als ze dat tevoren geweten had! Bij Irene was ze die bewuste avond met open armen ontvangen. Ze waren met haar naar de dokter gegaan om de snee in haar wang te laten hechten.
In het begin had ze het wel fijn gevonden bij Irene. Lekker elke avond televisie kijken, alles doen en lezen watje zelf wilde en geen gezeur meer aan je hoofd. Doch na verloop van tijd viel het allemaal toch tegen. Het was zo'n vreemde boel bij Irene thuis. Haar vader en moeder waren gescheiden en Irene zag haar moeder vrijwel nooit. Er was niemand die hen na schooltijd met koffie opwachtte, niemand die voor hen zorgde. Dat was bij Josy thuis toch wel anders geweest. Vroeger....! Inmiddels zat haar vader niet stil. De vlucht van Josy had hem totaal ontredderd, zijn ogen waren open gegaan voor het onhoudbare van de situatie waaraan hij zichzelf ook schuldig wist. Hij had aangeklopt bij een christelijke hulpverlener die kwam bemiddelen. Josy durfde niet terug naar haar vader. Toen stemde haar vader erin toe dat ze in een gastgezin mocht wonen, mits het een positief-christelijk gezin was. Ze moest bij Irene weg. Josy had natuurlijk hevig geprotesteerd, voor de vorm, voor Irene. Diep in haar hart vond ze het prima om naar een ander gezin te gaan. Ongezelliger dan bij Irene kon het nergens zijn.
Zo is Josy bij de familie Pelikan terechtgekomen. Allervriendelijkste mensen die haar begrijpen en waar ze fijne gesprekken mee kan voeren. Vooral in de eerste weken hebben ze wat afgepraat, soms tot diep in de nacht. Omdat het gezin een eind buiten de stad woont, ziet ze ook haar vriendinnen niet meer. Irene laat niets meer van zich horen, ze is blijkbaar beledigd door haar vertrek.
Josy heeft gevoel dat ze tot rust komt. Het lijkt wel of de bitterheid in haar hart langzaam plaats maakt voor mildere gevoelens. Door het spreken met de Pelikans gaat ze ook anders over vader denken. Meneer heeft haar verteld dat vader en moeder gesprekken hebben gehad met de christelijke hulpverlener en dat vooral haar vader zoveel spijt heeft over zijn ruwe manier van optreden.
Vader...., zou hij dan tóch nog van haar houden?
De zachtere gevoelens omtrent haar ouders worden gestimuleerd door mevrouw Pelikan: een zachtere en lievere vrouw heeft Josy nog nooit ontmoet. Ze herinnert haar telkens weer aan haar eigen moeder en soms springen dc tranen zomaar in haar ogen wanneer ze denkt aan haar beledigend gedrag tegenover moeder. Moeder, die altijd dezelfde lieverd bleef. Ook als Josy er koude en hatelijke woorden uitgooide! Als ze daar aan denkt, vliegt het bloed van schaamte naar haar wangen. Ze voelt zich hopeloos ongelukkig. Als vader en moeder nu eens sterven? Dan is het te laat om vergeving te vragen. Het zweet breekt haar uit. Voor het eerst na lange, lange tijd buigt Josy haar knieën. Er blijft geen andere weg over dan haar nood voor de Heere neer te leggen. En haar schuld. Josy wil naar huis. Ze bespreekt het met de Pelikans die blij en verrast reageren. „Wat zijn we daar dankbaar om'', zegt meneer Pelikan ontroerd. „Je moet maar zo snel mogelijk gaan want ik weet hoe reikhalzend ze naar je komst uitzien. Vooral je vader, Josy."
Ze helpen haar bij de voorbereidingen voor haar vertrek en halen haar koffers tevoorschijn. Tijdens het inpakken raakt Josy plotseling in een paniekstemming. Ze gaat nu wel heel dapper terug, maar hoe moet het straks? Ze wil dolgraag met een schone lei beginnen en ze hoopt, ze bidt. dat het met vader weer helemaal in orde zal komen. Maar als ze weer bij Irene en de anderen in de klas komt? Als de verleidingen er weer zullen zijn? Hoe zal zij dan staande blijven?
Meneer Pelikan ziet de radeloosheid in haar ogen. O, hij begrijpt dit gevoelige kind zo goed: nu deinst ze terug voor de toekomst. Hij legt zijn hand op haar
schouder. „Vraag maar veel of de Heere je helpen wil Josy", zegt hij zacht, „een kindertelefoon biedt geen uitkomst. Iemand die de problemen niet van alle kanten kent en doorziet, is niet in staat een juist advies te geven. God. Hij kent je helemaal. Hij weet van je zwakheden, je zondige verlangens, je moeilijkheden. Geef het bidden nóóit op, want dan heeft de satan het gewonnen. Er is geen betere Helper dan de Heere."
De geschiedenis van de verloren zoon herhaalt zich als Josy Duister zich op een mooie voorjaarsmorgen huiswaarts begeeft. Het is een geheel andere Josy dan die eens met een bloedende wang en een hart vol opstand en bitterheid de huisdeur achter zich in het slot wierp.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 1987
Daniel | 36 Pagina's