JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Kennisnemen, begeleiden en ondersteunen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kennisnemen, begeleiden en ondersteunen

over de taak van het Deputaatschap

9 minuten leestijd

Uw taak is omschreven als: , , Het deputaatschap heeft tot taak het kennisnemen, begeleiden en ondersteunen van de aktiviteiten van de bonden en verenigingen met een landelijk karakter binnen de Gereformeerde Gemeenten". Mogen wij konkluderen, met name uit het woord , , ondersteunen" dat de doelstellingen van deze bonden brede instemming genieten binnen het geheel van onze gemeenten?

Allereerst wil ik opmerken dat al onze verenigingen, niet alleen die, die bij de Jeugdbond zijn aangesloten, maar ook de vrouwenverenigingen, zangverenigingen enz. hun werkzaamheden verrichten onder verantwoordelijkheid van de plaatselijke kerkeraden. Het deputaatschap kan nooit in plaats van deze kerkeraden komen.

Het „oude" deputaatschap Jeugdzorg, zoals dat tot de Generale Synode van 1983 funktioneerde. onderhield zeer goede betrekkingen met de Jeugdbond en hoewel niet zo expliciet omschreven, bestond de taak van deputaten ook toen uit het kennisnemen, begeleiden en ondersteunen van de aktiviteiten van de Jeugdbond. De Generale Synode van 1983 besloot aan het bestaande deputaatschap Jeugdzorg ook de begeleiding van de andere bonden en verenigingen met een landelijk karakter op te dragen.

Het feit dat door de breedste vergadering van onze Gereformeerde Gemeenten tot dit „grotere" deputaatschap werd besloten, mag mijns inziens het bewijs zijn dat van een brede instemming met het verenigingswerk gesproken mag worden.

De rapporten van de Jeugdbond die deputaten elke vier maanden ontvangen en de rapportage van de andere bonden getuigen ervan, dat het verenigingswerk op een steeds breder draagvlak gaat rusten. Er zit nog steeds groei in het werk.

We moeten ons echter wel er voor hoeden dat onze verenigingen doel in zichzelf worden. Je hoort de uitdrukking wel eens: als het organisme van de kerk achteruitgaat, neemt de organisatie toe. Je begrijpt wat ik bedoel te zeggen. Het eerste en voornaamste waarvoor we met elkaar (mede) verantwoordelijk zijn, is het geestelijk welzijn van het komende geslacht.

Wat houdt het, , begeleiden", toegespitst op onze Jeugdbond in en hoe funktioneert die begeleiding?

De begeleiding moet niet gezien worden als een soort censuur. Er is duidelijk sprake van een gesprek tussen bonden en deputaatschap.

Het was juist de Jeugdbond, die al jaren ervaring heeft, die tijdens de eerste bijeenkomst van het nieuwe deputaatschap met de bonden hiervan gewag maakte. Er is geen werk waarop geen kritiek te leveren is, zo ook op ons werk en op het werk van de bonden.

Uiteraard waren er in de achterliggende drie jaren wel eens zaken die niet iedereen gelijk waardeerde en die bij deputaten ter tafel kwamen.

Het deputaatschap tracht in dergelijke gevallen tot een samenspraak te komen. Een eerlijk en open gesprek kan erg verhelderend werken. En niet alleen verhelderend, ook samenbindend, als de onderlinge liefde maar de boventoon mag voeren. Het gaat niet om de kritiek alleen, maar ook, om vandaar uit te proberen met elkaar het goede te zoeken voor de aan onze zorgen toebetrouwde kinderen en jonge mensen.

In onze grootste gemeente, Rijssen, zijn zo'n 80 jongeren lid van de +16 verenigingen, maar wel 300 van de - 16 verenigingen. Juist dat - 16 werk heeft de laatste jaren veel aandacht gekregen. Daar groeit ons jeugdwerk nog. Zouden grote gemeenten het jeugdwerk wellicht van onder afaan moeten proberen op te bouwen?

Dat wil ik graag bevestigend beantwoorden. In de wereld begint men niet pas aktief te worden bij +16-jarigen. Het is gemakkelijk gezegd: We kunnen onze kinderen niet behouden, hoe waar dat ook is! Maar we mogen niet toezien alsof het ons niets aangaat. Daarom, als we ze naast de opvoeding thuis, naast het volgen van de catechisatie, ook op de verenigingen kunnen bereiken met Gods Woord, dan moeten we dat beslist niet laten. Ook hier geldt: hoe jonger, hoe beter.

In het verslag wordt melding gemaakt van bezinning op dit probleem en vooral ook op het probleem van de zaterdagavondopvang. , , Hier en daar zijn initiatieven ontplooid met het doel om jongeren op de zaterdagavond op te vangen", vermeldt het verslag. Kunt u over deze problematiek en deze initiatieven iets meer vertellen?

Het moet ons inderdaad tot nadenken stemmen als we zien hoeveel van onze + 16-jarigen we niet met ons verenigingswerk bereiken. Op enkele plaatsen worden voorzichtige pogingen gedaan om tot open jeugdwerk te komen. In sommige gemeenten draait kerkelijk open jeugdwerk. Ik denk ook wel dat hiermee jongelui bereikt worden die normaal niet naar de vereniging komen.

Een ander gegeven is evenwel dat velen van deze „randkerkelijke" jongeren, nadat Echteld, Elspeet en Oostkapelle aktiviteiten gingen ontplooien, toch weer daar op aantrokken. Deze groep jongelui ontloopt mijns inziens het toezicht van de kerkeraad op de vereniging, welk toezicht ook bij het kerkelijk open jeugdwerk aanwezig is. We zullen met elkaar moeten nadenken over dat wat we er tegenoverstellen. Moet het jeugdwerk naar de zaterdagavond worden verplaatst? Wat gaan we op die avonden doen? Moeten we tot open jeugdwerk overgaan? Het antwoord op de vraag hoe we onze jongeren die geen interesse hebben in de vereniging nog kunnen bereiken en vasthouden is niet gemakkelijk.

Voor de Jeugdbond beslist geen lichte opgave.

We mogen hier wel samen vragen: Zendt Heere Uw licht en Uw waarheid, dat die ons geleiden. De Heere geve in onze gemeenten gebed voor deze jongeren.

Wordt er naar uw mening op de bestaande verenigingen voldoende gedaan aan , , gezellige zaken", zeg maar aan ontspanning, naast het hoofddoel: vorming van jongeren aan de hand van Schrift en belijdenis?

Bij deze vraag wil ik vooraf stellen dat het onderzoek van Gods Woord altijd het eerste doel van onze verenigingen is geweest en behoort te blijven. Zo kunnen we vanuit de Schrift onze jongeren steunen temidden van de problemen en vraagstukken van hun tijd. Hoe kan het bedroeven als je soms merkt hoe weinig kennis er nog onder ons is van Schrift en belijdenis. En begrijp me goed, dat geldt ook weer niet alleen de jongeren. Het is zaak hier de hand in eigen boezem te steken.

We mogen de woorden van de profeet wel eens goed tot ons laten doordringen: Mijn volk gaat verloren omdat het geen kennis heeft.

Ja, ik weet dat het hier om zaligmakende kennis gaat, maar met dat te zeggen zijn we niet klaar. Het brengen van en het spreken over Gods Woord is zaaien, opdat er zouden komen die uit genade door Gods Geest getrokken, geleid en geleerd, zouden beginnen te spreken uit dat Woord. Je begrijpt dat wat ik nu gezegd heb

tegelijkertijd betekent dat het gezelligheidsaspekt van de verenigingsavond niet de boventoon mag voeren.

Bij de verenigingen die ik wat van meer nabij ken, is het een met het ander in evenwicht.

U schrijft: , , Deputaten zijn met het bondsbestuur van mening dat het te betreuren valt als onze jonge mensen op zaterdagavond gelegenheden zoeken waar men zomaar wat vrijblijvend bijeen kan komen. Ook al zijn dit dan gelegenheden die in eigen kring met goede bedoelingen van de grond zijn gekomen".

Zou u willen dat , , De Oude Duikenburg" e.a. stoppen met hun aktiviteiten? U ziet onze jongeren — vooral hen die toch niet naar de verenigingen komen — toch liever daar dan elders? Zijn deze gelegenheden eigenlijk niet ontstaan vanuit een probleem wat er was. (Moeten we niet zeggen dat de fout ligt bij onze gezinnen en ook bij de gemeenten die te laks zijn geweest? )

Het gaat om die vrijblijvendheid! Wij willen het verenigingswerk toch Schrift-en kerkelijk gebonden laten zijn? Wat voor toezicht is er in de gelegenheden waar onze jongeren op zaterdagavond met grote aantallen bij elkaar komen? Ik ontken niet dat de bedoeling wellicht goed is, hoewel commerciële overwegingen niet geheel moeten worden uitgesloten. Inderdaad zijn ze op het moment dat ze in de Duikenburg of andere gelegenheden binnen zijn, van de straat en niet in bar of disco.

Inderdaad is een van de regels dat vóór de zondag gesloten wordt. Men gaat er vanuit dat de jongelui dan voor de zondag thuis zijn. Maar wat gebeurt er na sluitingstijd? Dat verwijt ik de mensen van Echteld en dergelijke niet, begrijp me niet verkeerd. Als je weet van hoe ver men komt, dan weet je ook dat het niet altijd zal lukken voor de zondag thuis te zijn. Dat vindt men misschien ouderwets, maar het is mijns inziens eis hieraan de hand te houden. Het heeft te maken met het: Gedenk de sabbatdag, dat ge die heiligt.

Als je weet dat er zijn die na sluitingstijd nog ergens anders heengaan en pas na middernacht thuiskomen, dan zul je begrijpen dat we niet staan te juichen over deze „opvang".

Bovendien is er nog de vraag: wie ontmoeten onze jongeren daar? Ook dat mag ons niet onverschillig zijn.

Het maakt heel wat uit hoe we onze zaterdagavond doorbrengen. Ik kan niet nalaten het weer te zeggen: dat geldt niet alleen voor onze jeugd. Dat geldt ook mij. Dat geldt ons allemaal.

U vraagt: Zijn we te laks geweest? Misschien, ja. Zien wij altijd wel de problemen waar onze jongens en meisjes mee lopen?

Maar, aan de andere kant, te laks? Nee. Vasthouden aan het oude (niet omdat het oud is), wil niet altijd zeggen dat we te laks zijn.

Ligt de fout in de gezinnen en in de gemeenten vraagt u.

Ja. Want we moeten ons zelf maar eens de vraag voorleggen: Kan er een reine voortkomen uit een onreine?

Maar ook mag niet nagelaten worden te zeggen dat we als ouders zo menigmaal machteloos staan er verandering in te brengen. Wat een verdriet wordt niet geleden als zoon of dochter „de oude paden" verlaat en de bar en de disco gaat bezoeken of soms nog erger.

We zullen ons samen moeten bezinnen hoe dit probleem aan te pakken, maar alleen de God des hemels kan het ons doen gelukken.

Heeft u nog een slotopmerking?

Kort geleden werd door de Generale Synode het rapport o.a. betreffende het werk van de Jeugdbond behandeld. Ik kan je zeggen (en het was ook te lezen in het R.D.) dat voor het vele werk van de bond in het algemeen en voor ons jeugdblad „Daniël" en de landelijke akties in het bijzonder zeer veel waardering is uitgesproken.

De Synode onderstreepte wel dat wat in ons deputatenrapport aan de G.S. werd vermeld ten aanzien van de zaterdagavondopvang, juist gezien in het licht van het doel van ons jeugdwerk: onze jongeren, onder inwachting van de zegen des Heeren, te mogen bewaren bij het Woord van God en bij de gemeenten waarbinnen de Heere ons een plaats gaf en die ons lief zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 1987

Daniel | 36 Pagina's

Kennisnemen, begeleiden en ondersteunen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 1987

Daniel | 36 Pagina's