JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Over glad ijs en synodeleden met sjaals om

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Over glad ijs en synodeleden met sjaals om

(impressies en flitsen van de vervolgsynode)

5 minuten leestijd

Daar zaten we weer, op de galerij van de kerk in Utrecht, en luisterden naar de besprekingen van de afgevaardigden naar de Generale Synode. In september was de synode niet klaar gekomen. Nu werd de rest van de agenda afgewerkt. 't Viel op dat er minder belangstellenden waren dan bij de, , eerste ronde". Wellicht was het koude weer daar oorzaak van. Want koud was het. Niet alleen buiten maar ook binnen. Een grote kerk voor een kleine groep warm stoken bij erge koude gaf duidelijk problemen. Diverse synodeleden hadden een sjaal om gedaan, één moderamen-lid had zelfs zijn overjas aangetrokken. In de koffie-pauzes zag je in de hal synodeleden tegen de verwarming staan. Veel werd vergoed door de uitnemende verzorging door de koster en diverse dames: koffie met stroopwafels en zelfs voor belangstellenden waren er broodmaaltijden. Van de overzijde van de oceaan was deze keer ds. C. Vogelaar aanwezig. In een pauze schoten we hem even aan om hem te vragen hoe hij 't vond weer in Nederland te zijn. Zijn eerste reaktie: , , 'k Vind het maar koud hier, 't vriest bij ons wel harder, maar 't voelt hier veel kouder aan".

Glad ijs

Hoewel de synodevoorzitter op een gegeven moment kon meedelen dat de weerberichten voor woensdagavond wat beter waren geworden en er niet langer sneeuw voorspeld werd, kwam de synode toch op „gladdigheid" terecht. Bij het rapport van het Deputaatschap Gezins-en Bejaardenzorg kwam het verslag van de Werkgroep Gehandicaptenzorg aan de orde. Sommigen vonden het wat verwarring geven dat er naast een Vereniging Gehandicaptenzorg ook een Stichting Gehandicaptenzorg bestaat, terwijl de Vrouwenbond daarnaast nog Vakantieweken voor gehandicapten organiseert. Uitgelegd werd dat de „Vereniging" de oudervereniging is van mensen die een gehandicapt kind hebben. Het uitvoerende orgaan hiervan is de „Stichting". Dat is een bepaalde rechtsvorm waardoor het mogelijk is subsidie te ontvangen en de exploitatie te verzorgen van de gezinsvervangende tehuizen „De Eersteling" in Moerkapelle en „De Beukelaar" in 's-Gravenpolder.

Dat was duidelijk. En om de zaak nog duidelijker te maken stelde ds. Harinck voor: „Zou de Vrouwenbond haar werk niet willen overdragen aan de „Vereniging"? " De praeses antwoordde: „U komt op glad ijs als u de vrouwen haar „troetelkind" wilt ontnemen". Toen een van de anderen opmerkte: „Dat zou aan de

Vrouwenbond gevraagd kunnen worden, al weet ik niet wie dat zou moeten doen", antwoordde ds. Honkoop: „Ik liever niet. Laten we het maar houden zoals het is". En daar haakte de voorzitter van de Vrouwenbond, ds. Hakkenberg, direkt op in: „Ik ben blij, voorzitter, dat u dit zo voorstelt. Ik vind dit ijs inderdaad zeer glad".

Het verloop van een diskussie

Opmerkelijk is soms het verloop van een bepaalde diskussie. De uitslag valt soms niet te voorspellen. Het ene argument lijkt de doorslag te zullen geven, maar even later komt er een ander argument dat nog overtuigender klinkt. Een voorbeeld hiervan was de diskussie over het rapport Dovenzorg. Daarin werd de problematiek van de prediking aan de doven centraal gesteld. Al jaren worden er twee keer per maand op zaterdag dovendiensten gehouden waarin één van onze predikanten voorgaat. Toch blijft het voor de doven een pijnlijke zaak dat ze niet op de dag des Heeren een dienst kunnen bijwonen waar ze de prediking kunnen volgen.

Door de werkgroep, met als voorzitter ds. R. Boogaard, was gezocht naar een oplossing. Waren er geen gemeenten te vinden waar op zondag een grote groep doven kon logeren en waar dan in de zondagse dienst een predikant zou voorgaan die gewend was voor doven te preken. Als de doven dan op de voorste banken in de kerk konden plaats nemen, zouden zij de prediking kunnen volgen.

In de zomer van 1985 werd de eerste dienst gehouden in de gemeente van Wageningen en in 1986 was er zo'n dienst in Oostkapelle. Gestreefd wordt naar drie zondagen per jaar. Genoemd werden al de gemeenten van Aagtekerke, Nunspeet en

Wageningen. De praeses verleende ds. Boogaard als eerste het woord. Onder grote stilte vertelde hij hoe hij na de eerste dienst in Wageningen twee doven tegen elkaar hoorde zeggen: „Nu is 't echt zondag vandaag". „Dat zei ons heel veel", vertelde ds. Boogaard.

Als toehoorder denk je dan: dit voorstel zal nu wel overgenomen worden. Dat gebeurde ook, maar wel legde de praeses de zaak eerst aan de gehele synode voor. „Er worden dus nu", zo stelde hij, „bijzondere diensten belegd. Dit is een nieuw feit. Straks komen er misschien andere groepen die aparte diensten willen. Ik spreek geen afkeuring uit, maar ik wil het wel aan de synode voorleggen".

Ds. Boogaard reageerde: „Hier is eigenlijk geen sprake van aparte diensten; het gaat om gewone kerkdiensten in een gemeente, alleen zijn de preken wat eenvoudiger en is er plaats ingeruimd voor een aantal doven". Daarmee was het pleit beslecht. Moeilijker lag dat bij een tweede punt. Voorgesteld werd om ouderling B. Agteresch toestemming te geven op een zaterdagse dienst voor de doven — daarvan blijven er twee per maand — een stichtelijk woord te spreken in het geval dat er onverhoopt een predikant uitviel, bijvoorbeeld bij ziekte. Toegelicht werd nog dat de heer Agteresch de gebarentaal van de doven kent en bijzonder geschikt is voor dit werk. Zelf heeft hij ook een doof kind. „Wie heeft er bezwaren? ", vraagt ds. A. F. Honkoop. 't Is even stil, dan neemt ds. Hakkenberg de mikrofoon: „Ik heb er enige moeite mee, vooral gezien het verleden. Toen kenden we oefenaars die een stichtelijk woord mochten spreken. Kunnen we hier niet beter spreken van een toespraak? " Nadat nog enkelen met een of meer bedenkingen naar voren waren gekomen, leek het voorstel definitief van de baan

toen ds. P. Blok zei: „Ik vind dat we hiervoor geen toestemming moeten geven". Toch keerde het tij. Ds. Boogaard bracht naar voren dat het alleen maar in geval van nood was, als dus op het laatste moment een predikant verhinderd was. Je kon de doven toch niet onverrichterzake naar huis sturen. Vervolgens bracht ds. De Gier naar voren dat iets dergelijks wel meer gebeurde. Met name bij een huwelijksbevestiging. Als dan de predikant verhinderd is, kan ook een ouderling de dienst leiden.

De praeses aarzelt. Hij wikt en weegt: „Broeder Agteresch heeft bijzondere gaven op dit terrein. De doven zullen daarom wellicht om meer diensten vragen. Er is ook grote nood en onze predikanten zijn overbelast.... Ik vraag me af (en daarbij kijkt hij in de richting van zijn rechter buurman): is het kerkrechtelijk verkeerd als wij broeder Agteresch toestemming geven in besloten kring een stichtelijk woord te spreken? " Ds. De Gier antwoordt resoluut: „Geen bezwaar".

De praeses weer: „Wij hebben ook evangelisten als ouderling met een bijzondere opdracht". Tot slot vraagt hij aan de synode wie er bezwaar heeft. Met slechts twee stemmen tegen wordt dan het voorstel toch aangenomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 1987

Daniel | 36 Pagina's

Over glad ijs en synodeleden met sjaals om

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 januari 1987

Daniel | 36 Pagina's