JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Discriminatie en het Kompas

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Discriminatie en het Kompas

boekbespreking:„Is dat discrimineren?"

8 minuten leestijd

't Is een modewoord: diskriminatie. Te pas en te onpas wordt het gebruikt. Dat zou nog niet zo erg zijn, als hetgeen beschuldiging inhield. Diskriminatie is immers een verschijnsel waar elk rechtschapen mens een hekel aan moet hebben! Van diskriminatie beschuldigd te worden is dus niet niks! De term diskriminatie is een truc geworden om andersdenkenden in de verkeerde hoek te zetten. Kijk, daar staan ze, bah!: de negerhaters, de vrouwenhaters, de homohaters, de evangelischen en de reformatorischen. Echt waar — hoe vals ook — zó gaat dat in ons tolerant Nederland. Het is dan ook een verstandige keuze geweest van de redaktiekommissie van de zogeheten Kompas-serie om een boekje te laten verschijnen onder de titel: , , Is dat discriminatie? ". Het is geschreven als een verkenning van het begrip en van het verschijnsel „diskriminatie": bijbels-theologisch door drs. P. van Ruitenburg, historische door dr. H. A. Hofman, juridisch door mr. P. Hugense. Het ligt nu voor mij met het verzoek er een eerlijke beoordeling van te geven.

boekbespreking: „Is dat discrimineren? "

door drs. P. C. den Uil

Bijbelse gegevens

Drs. — als je de „r" vergeet is het ook goed — Van Ruitenburg heeft zijn bijdrage opgebouwd uit drie delen: een inleiding waarin de probleemstelling wordt verwoord, een studie over grondbegrippen en een toespitsing daarvan op aktuele verschijnselen. De schrijver bepaalt de gedachten bij: de Schepper, als God zijn, verdraagzaamheid, onderdrukking, recht en gerechtigheid, bevrijding, afgezonderd. Deze kernwoorden spelen een wezenlijke rol in een bijbelse visie op diskriminatie, door de schrijver gedefinieerd als „het maken van ongeoorloofd onderscheid". Als een gids leidt ds. Van Ruitenburg ons door de Schrift heen om een basis te leggen voor de konkrete toepassing van Gods Woord op de bejegening van de vreemdeling, het andere ras, de aanhanger van de andere godsdienst, de homosexueel. de vrouw. Ook worden gezagsverhoudingen — die tussen man en vrouw, ouder en kind, werkgever en werknemer, overheid en onderdaan, ambtsdrager en gemeentelid — besproken in het licht van Gods Woord. Alleen dat onderscheid is geoorloofd, hetgeen in de Heilige Schrift is verankerd. Onderscheid dat die toets niet kan doorstaan, noemt ds. Van Ruitenburg diskriminatie.

Historische lijn

Dr. Hofman neemt de historische invalshoek voor zijn rekening. Hij laat ons kennismaken met een serie „denkers over verdraagzaamheid" als daar zijn: Augustinus, Erasmus, Luther, Calvijn, Beza, De Groot, Spinoza, Pupendorf, Leibniz, Locke, Bayle, Voltaire, Montesquieu, Rousseau, Coornhert, Datheen, Bilderdijk, Da Costa. Groen van Prinsterer, Kersten. Hij schetst ook de ontwikkeling van de grondrechten en van de mensenrechten, die mede onder invloed van vooraanstaande filosofen tot stand kwam. Verder treffen wij in zijn bijdrage enige voorbeelden van geloofsvervolging en van vrijheid van godsdienst aan. zowel uit de vaderlandse als uit de meer algemene geschiedenis. Uitdrukkelijk gaat de schrijver in op het verwijt dat het calvinisme onverdraagzaam zou zijn, waarna hij ontwikkelingen schetst die doen vermoeden dat het calvinisme juist slachtoffer van onverdraagzaamheid zal worden.

De juridische kant

Mr. Hugense beschrijft de diskriminatieproblematiek in juridische termen. In navolging van de toelichting bij de Grondwet definieert hij diskriminatie als volgt: „diskriminatie is het ten aanzien van het bepalen van aanspraken en verplich-

tingen op een bepaald terrein van het maatschappelijk leven onderscheid maken tussen mensen op grond van eigenschappen of kenmerken die in redelijkheid niet relevant zijn voor het bepalen van die aanspraken of verplichtingen". Hij geeft voorts een uiteenzetting over de grondrechten. waarbij artikel 1, het zogenaamde non-diskriminatie-artikel. natuurlijk een centrale rol speelt. Emancipatie en homosexualiteit vormen de aanleiding om uitvoerig stil te staan bij het voorontwerp van een Wet gelijke behandeling. Vervolgens laat mr. Hugense zien hoe de diskriminatiegronden ras, godsdienst en politieke gezindheid in onze wetgeving uitgewerkt zijn. In het laatste hoofdstuk laat de schrijver zien hoe een bedreiging van ons volksdeel als het ware ingebakken zit in de struktuur van de besluitvorming in onze demokratie.

En nu de beoordeling

Dat waren de hoofdlijnen. Hoe nu deze bijdragen te beoordelen? Ik wil voorop stellen dat elk van de drie delen zo'n schat aan informatie bevat — de schrijvers hebben er beslist werk van gemaakt — dat de aanschaf van dit goed verzorgde boekje alleen daarom al aan te bevelen is. Wie een oordeel geeft, hanteert een maatstaf. Je moet een uitgave als deze niet overvragen. Het boek is bedoeld als een terreinverkenning. Als zodanig mag het er zeker zijn!

Voor wie is het boek?

Een andere maatstaf is de adressering. Voor wie is het geschreven? Voor de studerende jeugd. Dat is een belangrijk gegeven, want het is medebepalend voor taalgebruik en diepgang in het onderzoek. In het eerste deeltje van de Kompas-serie lees ik: „Als primaire doelgroep is gedacht aan kursisten en oud-kursisten van de C.G.O., scholieren uit de bovenbouw, studenten aan het H.B.O. en de universiteiten en ambtsdragers". Ik betwijfel echter of die groepen één adres kunnen vormen. Daarin word ik gesteund door de benadering van de onderhavige drie schrijvers. De meer populaire stijl van drs. Van Ruitenburg behoort bij een ander lezerspubliek dan de meer wetenschappelijke van mr. Hugense. En dat is niet zomaar te herleiden op een verschil tussen het theologische en het juridische. De juridisch geschoolde lezer moet erkennen dat Hugense heel wat te vertellen heeft! Maar

mist hij de beoogde doelgroep niet o.a. door zinnen van soms negen regels?

Verschillend gebruik van het woord diskriminatie

Het boek heeft als doel dc jeugd te wapenen tegen de geest der eeuw, alsmede het leren bieden van een vriendelijk weerwoord. Ik vrees dat het weerwoord verzwakt is doordat drs. Van Ruitenburg een andere definitie van „diskriminatie" hanteert dan mr. Hugense. Diskriminatie is het maken van ongeoorloofd onderscheid. Wat is ongeoorloofd? Dat staat in de Bijbel, zegt drs. Van Ruitenburg. Dat staat in de wet. antwoord mr. Hugense. Beide schrijvers hebben gelijk, omdat de één een ethische, de ander een juridische benadering volgt. Maar als men mij vraagt, welke betekenis „diskriminatie, , in de publieke diskussie heeft, ben ik geneigd voor de twééde te kiezen. Daarom kan ik ook volhouden dat de reformatorische school de homosexuele leerkracht mag weigeren zonder zich aan diskriminatie

schuldig te maken: het ongeoorloofde moet immers uit de wet blijken en die wet geeft tot op heden ruimte voor weigering. Als de wet zó wordt gewijzigd dat ik de homosexueel niet meer als leraar mag weigeren en ik weiger hem tóch vanwege diens homosexualiteit. dan diskrimineer ik inderdaad in de maatschappelijke zin des woords, ook al diskrimineer ik niet in de betekenis die drs. Van Ruitenburg eraan geeft. In een volgende uitgave zou deze begripskwestie naar mijn mening meer aandacht moeten krijgen.

Het begrip burgerlijke ongehoorzaamheid

Een soortgelijk probleem doet zich voor op blz. 59. „Burgerlijke ongehoorzaamheid is zelfs tegenover een goddeloze overheid niet te legitimeren op grond van de Schrift'', aldus drs. Van Ruitenburg. Toch denk ik dat de uitspraak van dr. Hofman op blz. 112 de zijne ook is: „Eerst als de overheid zaken oplegt die ons geweten raken, een geweten dat gevangen is in Gods Woord, hebben wij het recht te weigeren". Moet men niet Gode meer gehoorzaam zijn dan de mensen? Mr. Hugense zal waarschijnlijk beweren dat de situatie die dr. Hofman schetst een typisch voorbeeld van burgerlijke ongehoorzaamheid oplevert. Die term is immers een juridische benaming van een bepaalde gedraging van burgers ten opzichte van de overheid. Daar kan evengoed een IKV-aktie als een reformatorische onder vallen. Juist omdat het de studerende jeugd is die men in dit boekje helpen wil, luisteren de zojuist geschetste definitiekwesties nauw.

De lijn van het boek

Op blz. 10 lezen we: „De volgorde van de drie delen is niet willekeurig. Eerst komen de bijbelse gegevens aan de orde omdat daar de normen liggen voor al ons handelen. De historie laat zien of men zich aan die normen wilde houden en hoe men ze heeft losgelaten. Het laatste deel eindigt met een toespitsing op aktueel, politiek terrein.'" In de samenvatting heb ik al laten zien dat een scala aan aktuele verschijnselen — helaas in het voorbijgaan van alternatieve samenlevingsvormen — door de „diskriminatiebril" bekeken worden in de bijdrage van drs. Van Ruitenburg. Mr. Hugense pikt die lijn keurig op in zijn vertaling naar de wetgeving. Dr. Hofman volgt deze lijn echter slechts gedeeltelijk. Tevergeefs zoekt men er passages over de bejegening van de vrouw en van de homosexueel in het verleden, om maar twee voorbeelden te noemen. In die zin bevat de inleiding teveel beloften.

Slotopmerkingen

Mr. Hugense had zijn vakkundige en informatieve bijdrage mijns inziens beter op andere wijze kunnen ordenen. Gelet op het doel van het boek is inzicht in de ontwikkelingen veel belangrijker dan kennis van de stand van (de inmiddels soms achterhaalde) zaken. Daarom verdient he-t weliicht aanbeveling de jongeren vooral te scholen in het proces waarin de samenhang zich voltrekt tussen enerzijds verdragen, grondrechten en wetten, anderzijds maatschappelijke ontwikkelingen. Dan zou duidelijker worden dat diskriminatie een dynamisch begrip is, omdat grondrechten mede door wetten worden „ingevuld". Ik vraag me af of in de bijdrage van drs. Van Ruitenburg onze meisjes een echt antwoord krijgen op de vragen die zij te stellen hebben over hun positie in de maatschappij. Ik mis een vertaling van schriftgegevens dienaangaande naar de praktijk van alle dag. Onze meisjes gaan toch studeren? Zij wórden toch opgeleid, ook voor leidinggevende posities? Regeren zij mee als zij hun stem uitbrengen? Een boekje dat onze studerende jeugd wil helpen staande te blijven onder in dit geval het emancipatiegeweld kan mijns inziens niet om deze hete brij heen. Zou het niet nodig zijn een aparte studie over emancipatie te laten verschijnen? Overigens wil ik kwijt dat de auteur soms verrassend genuanceerd schrijft, met vermijding van platgetreden paden. Helaas wordt dat hier en daar afbreuk gedaan door wat al te beknopte formuleringen (bijvoorbeeld op blz. 54. 60).

De ruimte is beperkt. Andere vragen laat ik daarom rusten. Ik haast mij te zeggen dat dit Kompasdeeltje behalve zwaktes, zoals hierboven verwoord, heel veel waardevolle elementen bevat, naast die welke ik reeds noemde. Ik denk aan de interessante beschouwing over vrouwen en hoofddeksels, over de (vermeende) vloek over de Joden, over het plaatsen van uitspraken in de tijd waarin die gedaan zijn. Moet ik nog verder gaan? Dat doe ik niet: onze studerende jeugd moet wel heel slecht studeren, wil men geen kennis nemen van deze bundel opstellen! Ga niet af op de recensent, ga vooral op naar de boekwinkel. En lees het studerend.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 januari 1987

Daniel | 32 Pagina's

Discriminatie en het Kompas

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 januari 1987

Daniel | 32 Pagina's