JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Gods belofte aan Abraham zal toch in vervulling gaan

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gods belofte aan Abraham zal toch in vervulling gaan

7 minuten leestijd

Bijbelstudie over Hosea 1 : 10-12Lees Hosea 1 opnieuw door, in het bijzonder de verzen 10-12; lees daarnaast ook Ezechiel 37 : 15-28.

We hebben gezien hoe het slechte huwelijk van Hosea een beeld is van de slechte verhouding tussen Israël en God. In de namen van Gomers kinderen werd het gericht van God getekend. Jizreël: het rijk zal tenonder gaan. Daarna Lo-Ruchama: God trekt Zijn liefde en ontferming in. Tenslotte trekt God Zichzelf terug: Lo-Ammi.

Het nochtans van Gods ontferming (vs. 10)

Nochtans....! Lees dat tiende vers nog eens door. Hoe kan dat nu? Het was toch uit tussen God en Israël? Gaat God nu een streep halen door Zijn bedreigingen? Kan Israël nu zeggen: zie je wel, God meent het niet, en dan weer verder zondigen op de barmhartigheid Gods?

Neen.... en nogmaals neen! God neemt niet één woord terug van wat Hij gezegd heeft. Maar wat doet Hij dan? Er staat toch maar: „Nochtans zal het getal der kinderen Israëls zijn als het zand der zee". Hoor je hier geen bekende klanken? Juist.... het zijn de woorden van Gods belofte aan Abraham. Zijn nageslacht zou zijn als de sterren aan de hemel en het zand aan de oever van de zee.

Israël heeft het verzondigd en God heeft het huwelijksverbond ontbonden, maar Zijn belofte aan Abraham doet God nooit teniet. Daarom komen we Abraham ook zo vaak tegen in het N.T.. denk aan Galaten 3. Abraham heeft niet alleen natuurlijke kinderen, maar ook geestelijke! God had immers gezegd: , , In u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden". En die belofte wordt hier door Hosea herhaald. Het natuurlijke Israël wordt de ondergang aangezegd, maar Gods verkiezende liefde is daarmee niet opgeheven. Die eenzijdige liefde is onberouwelijk. Het verbond met Abraham. Zijn vrind, bevestigt Hij van kind tot kind. En daarom.... nochtans!

Kinderen van de levende God

Het is opmerkelijk dat er nu gesproken wordt over de „kinderen Israëls" en niet over het , , huis Israëls". Voor het „huis van Israël" (vgl. vs. 4 en 6) treden nu de individuen in de plaats. Het wordt veel persoonlijker. Er is een overgang van het vleselijk Israël naar het geestelijk Israël. Het „huis van Israël" als geheel genomen, is verworpen. Maar van de „kinderen van Israël" — en daarbij zullen er ook uit de tien stammen zijn — wordt nu gezegd, dat ze Gods kinderen zullen zijn. Voel je het verschil? Voortaan kan niemand meer echt tot het volk van God behoren zonder echt een kind van God te zijn.

Let er ook op dat er staat „kinderen van de levende God". Wat een innige verhouding tussen God en de gelovigen: ze zijn kinderen van God. Dat wijst op vaderliefde en kinderlijk vertrouwen. Dat wijst op veiligheid en bescherming. De afgoden die ze vroeger dienden, waren dode goden. Hun God is de levende! Hij wekte hen op uit de geestelijke dood. En wie met die levende God verbonden is, heeft zelf ook deel aan het eeuwige leven.

Juda en Israël zullen samenvergaderd worden (vs. 11)

De uitwerking van die levendmakende roeping van de „kinderen Israëls" zal zich hierin openbaren, dat ze met de „kinderen van Juda" samen zullen komen en zich stellen onder één hoofd. In het verleden heeft de losscheuring van Juda een stroom van geestelijke ellende over Israël gebracht. En daarom kan het toekomstige heil alleen genoten worden in gemeenschap met Juda. Juda heeft immers de belofte van de komende Messias!

Deze heilsbelofte veronderstelt dus ook al de wegvoering van Juda naar (en de terugkeer uit) Babel. Bij Juda is die terugkeer uit de ballingschap duidelijker aan te wijzen dan bij Israël. De tien stammen als geheel verdwijnen zelfs uit het gezicht. Bij hen zijn het slechts enkelingen die zich bij Juda aangesloten hebben tijdens de terugkeer. We komen bijvoor-

beeld later Anna tegen, uit de stam van Aser. , .De dag van Jizreël zal groot zijn", zegt God. Dat is tenvolle vervuld. De dag waarop God de boog van Israël verbroken heeft, werd de dag van het gericht, de dag van de wegvoering naar Assyrië. Zo groot en verschrikkelijk was die dag, dat er maar enkelen zijn teruggekeerd.

De diepere vervulling van Gods belofte

In vs. 11 wordt ook gesproken van „een enig hoofd" onder wiens leiding het volk zal optrekken. Wie daarmee bedoeld wordt, weten we niet. Ook de kanttekenaren zwijgen hierover. Sommige verklaarders leggen verband met Hosea 3 : 5 en stellen dat deze belofte nog vervuld moet worden.

Geeft de voorlopige, letterlijke vervulling van deze belofte dus wat problemen, de diepere, geestelijke vervulling in de roeping van de heidenen is duidelijk. Gods belofte aan Abraham zal toch in vervulling gaan. Het volk van Israël is geworden tot Lo-Ammi, niet-Mijn-volk. Ze zijn gelijk geworden aan de heidenen. Hoe zullen zij nu nog kunnen komen tot het kindschap Gods? Pas dan, als ook de heidenen ertoe geroepen worden. En zo vindt de belofte van Hosea 1 : 11 en die van Gen. 22 : 17 haar rijkste en diepste vervulling in de roeping van de heidenen. Die zullen, als het zand aan de oever van de zee, elk in hun eigen land. tot kind van God worden aangenomen. En dan zullen zij, samen met de gelovige „kinderen van Juda", achter „een enig hoofd" (Christus) optrekken uit het land van hun vreemdelingschap naar het hemelse Kanaan. Lees maar eens na wat de kanttekenaren over vs. 11 zeggen. Ook Paulus past deze woorden toe op de roeping van de heidenen. En wie zou nu voor ons Hosea beter kunnen uitleggen dan hij? Israël als volk blijft Lo-Ammi, maar van de heidenen zegt hij: Gelijk Hosea zegt: k zal hetgeen Mijn volk niet was, Mijn volk noemen, en die niet bemind was Mijn beminde" (Rom. 9 : 25). Vergelijk ook 1 Petr. 2:10. Ook daar gaat het om de gelovigen uit de heidenen.

De Heere maakt Zijn werk af en vergadert Zijn kerk. Hij verkiest ze uit Israël en uit de heidenen. Ze zullen komen van oost en west, van noord en zuid en aanzitten met Abraham, Izak en Jakob. Maar het is wel een persoonlijke zaak. Niet omdat we een kind des verbonds zijn, zullen we zalig worden. Alleen in de weg van bekering en geloof.

Dan mogen degenen, die door God uit het geestelijk dode Israël tot het leven zijn geroepen elkaar met nieuwe namen begroeten. Zeg tot uw broederen: Ammi en tot uw zusters Ruchama (vs. 12). Dat geldt voor de volgelingen van Hosea, die later onder Hizkia het pascha hebben meegevierd (2 Kron. 30). Het geldt ook voor de christenen uit de heidenen. Wat een wonder.... door God ontfermd! En het geldt tenvolle bij de laatste vervulling na Jezus' wederkomst. Ze zullen elkaar dan noemen Ammi en Ruchama, en tegen de Heere zeggen: „O. mijn God"!

Vragen

1. In vele oudtestamentische profetieën zijn verschillende „lagen" te ontdekken. Vaak is er een eerste, letterlijke vervulling en daarnaast en daarna nog een geestelijke vervulling. Soms zijn etzelfs drie „lagen" te ontdekken. Zoek eens een paar van die profetieën met meer dan één vervulling!

2. Noem eens een paar voorbeelden uit het O.T. waar ook duidelijk gesproken wordt over de roeping van de heidenen! Welke verschrikkelijke funktie vervult Israël in het plan van God met betrekking tot de roeping van de heidenen? Zie ook Rom. 11 : 11. Wat zou betekenen: Alzo zal geheel Israël zalig worden? " Vgl. Rom. 11 : 12, 23, 25 en 26!

3. Je hebt ook Ezech. 37 : 15-28 gelezen. Zie je het verband met Hosea 1 : 10-12? Schrijf eens een paar punten van overeenkomst op! Zie vooral vs. 21, 22, 23b, 24 en 25. Hoe kan David koning over het verenigde volk zijn, terwijl Ezechiël leefde en profeteerde tijdens de ballingschap en David al honderden jaren dood was? Zitten er wellicht in deze perikoop en in Hosea 1 : 10-12 nog onvervulde „resten", die uiteindelijk toch een belofte van heil inhouden voor Israël? Betrek hierbij ook Rom. 11 : 25-26.

4. We zagen dat God Israël als volk passeert bij het toebrengen tot het geloof Het verbond is verbroken. Het gaat daarna om de enkeling. Jullie zijn gedoopt als „erfgenamen van het verbond Gods". Betekent dat voor jullie dat je daarom ook zalig wordt? Wat is er ook voor „verbondskinderen" nodig om zalig te worden? Lees Gal. 3 : 6-9 en 14-16. Wat hebben deze verzen te maken met het onderwerp van deze bijbelstudie?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 januari 1987

Daniel | 32 Pagina's

Gods belofte aan Abraham zal toch in vervulling gaan

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 januari 1987

Daniel | 32 Pagina's