JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Goede voornemens voor het nieuwe jaar

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Goede voornemens voor het nieuwe jaar

10 minuten leestijd

Aan het begin van een nieuwjaar hebben veel mensen goede voornemens. Men wil het anders doen dan het jaar dat voorbijgegaan is. De schuld over het tekor in het oude jaar, zoekt niet alleen een uitweg in het belijden van die schuld voor God en onze direkte naaste, maar uit zich eveneens in het voornemen om het leven te beteren. Op zichzelf zijn dit geen verkeerde reakties. Bij de bekering hoort de betering des levens. Petrus heeft de Joden, die in het verleden zo goddeloos hadden gehandeld in het kruisigen en doden van Jezus, toegeroepen , , Betert u dan, en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden" (Hand. 3 : 19). De verloren zoon uit Jezus 'gelijkenis, sprak ook over een nieuw voornemen. Hij zei: , Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan, en ik zal tot hem zeggen: ader, ik heb gezondigd tegen d hemel en vooru". Zijn voornemen strekte zich zelfs uit over wat hij tot zijn vader zeggen zal.

Goede voornemens zijn goed

Goede voornemens zijn niet te veroordelen! Als je die niet meer hebt, is dat geen best teken. Het is het bewijs, dat je geen gevoel meer hebt van schuld voor God en je naaste. De zonde en de wereld heeft je dan zo in zijn macht, dat zelfs het besef dat het anders met je worden moet, ontbreekt. Het kan ook zijn dat je je geheel aan het doemdenken hebt overgegeven. Je denkt dan: , , Voor mij is er geen hoop meer".

Zonder het minste straaltje hoop het nieuw jaar beginnen, wat is dat ontzettend! Laat je toch de hoop niet ontnemen! Op God mag je altijd blijven hopen. Bij de Heere zijn de uitkomsten, zelfs tegen de dood. Werp deze hoop niet weg, want hoop doet wel degelijk leven. Zonder hoop bestaat er geen heil. Hoop draagt door alle ellende heen en zegt: , Zo Hij mij doodde, zou ik niet hopen? " (Job 13 : 15).

Goede voornemens moeten ook uitgevoerd worden

Het is een zegen, dat mensen en ook jonge mensen aan het begin van het nieuwe jaar nog goede voornemens hebben en op Gods genade hopen. Goede voornemens alleen zijn echter niet genoeg. Zij moeten ook uitgevoerd worden. De verloren zoon had niet alleen een goed voornemen. Hij voerde zijn voornemen ook uit. Er staat van hem: „En opstaande ging hij naar zijn vader". Als goede voornemens niet in daden worden omgezet, kunnen zij zelfs een weg naar de hel zijn. Een bekend Engels spreekwoord zegt: , , The road to the heil, is paved with good intentions".

„De brug is opgehaald"

Laten we er op toezien, dat ook onze goede voornemens geen weg naar de hel worden. We moeten ons in onze goede voornemens zó aan God verbinden, dat er geen weg terug, naar het vroegere leven, meer is. In de tale Kanaans zegt men dan: „De brug is opgehaald".

Dan komt het tot een werkelijke breuk met zonde en wereld. Er valt een keus in het hart om de Heere te dienen. En hoe de wereld en de wereldse vrienden en vermaken ook aan je trekken, je kunt dan niet meer terug. Je mag dan met Ruth zeggen: Val mij niet tegen, dat ik u zou verlaten, om van achter u weder te keren; want waar gij zult heengaan, zal ik ook heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten; uw volk is mijn volk, en uw God mijn God" (Ruth 1 : 16). In deze gelukkige en door God in het hart gewerkte keus wordt het goede en nieuwe voornemen in daden omgezet. Je krijgt dan behoefte om je aan God te verbinden. Je neemt dan afscheid van alle vroegere zondige wegen en je verbindt je aan de Heere om Hem te dienen en te vrezen.

De begeerte om zich aan God te verbinden doet de profetie in vervulling gaan, die we lezen in Jes. 44 : 5: Deze zal zeggen: k ben des Heeren; en die zal zich noemen met de naam van Jakob; en geen zal met zijn hand schrijven: k ben des Heeren, en zich toenoemen met de naam van Israël."

Een onderouwelijke keus

Een onberouwelijke keus De aard van het leven der nieuwe geboorte brengt met zich mee om zich geheel en hartelijk aan de Heere en Zijn dienst over te geven. Terecht spreken we over de onberouwelijke keus om God te dienen en toe te behoren. De liefde en de dienenswaardigheid van God brengen de zondaar daar toe. Hoe het ook ga, men begeert de Heere te dienen. Liever wil men als Lazarus arm en ellendig door het leven met God. dan als de rijke man in pracht en genot leven zonder God.

Het persoonlijk verbond maken met God

Nu hebben soms kinderen van God begeerte gevoeld om het woord uit de profeet Jesaja 44 : 5 letterlijk op te volgen en te schrijven met hun hand: , Ik ben des Heer en".

Zij wilden zich zodanig aan God verbinden, dat er nooit meer een weg terug zou zijn. Zij stelden een schriftelijk verbond op waarin zij zich aan God verbonden en ondertekenden dit. Zo ontstond de gewoonte van het persoonlijk verbondmaken.

Het Verbond der genade, dat in de prediking van het Evangelie wordt aangeboden en in de doop is verzegeld, moet worden ingewilligd. De zondaar moet in de tijd in dit verbond overgaan in de weg van waarachtige bekering en geloof in Jezus Christus. Het is niet genoeg gedoopt te zijn en onder de bekendmaking van dit verbond te zitten. Het verbond moet worden ingewilligd. Over deze inwilliging van het verbond, dat in de doop aan ons verzegeld is en in het Evangelie ons aangeboden wordt, wordt vrij dikwijls door de vaderen van de Reformatie en Nadere Reformatie gesproken.

Hellenbroek

Zeer bekend is de wijze waarop Abraham Hellenbroek over deze verbondsinwilliging spreekt. In zijn catechisatieboek „Voorbeeld der Goddelijke Waarheden" leert hij hoe de uitverkoren zondaar in dit verbond overgaat. Hellenbroek begint bij God en zegt: , God nadert eerst tot hem, als Hij de zondaar vriendelijk nodigt en bidt. 2 Cor. 5 : 20." In de prediking van het Evangelie is een naderen van God tot de zondaar. Hij roept daarin ernstig en waarachtig, verklarende geen lust te hebben in de dood van de goddeloze. De gevallen mens verwerpt deze nodiging echter. Hij wil geen verbond met God aangaan, maar eigen heer en meester blijven. Het verbond met de wereld en de zonde wil hij niet verbreken.

Hellenbroek toont dan echter aan hoe God alle zwarigheden oplost en de zondaar trekt met mensenzelen en touwen der liefde.

Door de kracht van de liefde Gods wordt de zondaar ingewonnen om alle verbonden met zonde en wereld te verbreken en het door de Heere zo genadig aangeboden verbond te aanvaarden. De zondaar geeft, door de genade van God overwonnen, zijn toestemming aan het verbond. Volgens Hellenbroek doet de zondaar dit, , bedaard, vrijwillig, armoedig, gelovig, oprecht, met een gehele toestemming aan de eisen, zowel als aan de beloften des verbonds. " Met deze eenvoudige, maar ó zo ware woorden, beschrijft Hellenbroek het werk van de Heilige Geest in de zondaar. Door de trekkende liefde van God overwonnen, geeft de zondaar zich geheel aan God en Christus over. Hier valt de keus om de Heere toe te behoren.

Als gevolg van deze onderhandeling tussen God en zondaar, mag van de zondaar gezegd worden, dat hij in een verbond met God is getreden, zoals we dit lezen in 2 Kron. 15 : 12: En zij traden in een verbond, dat zij de Heere. de God van hun vaderen zoeken zouden met hun ganse hart en met hun ganse ziel."

Het schriftelijk vastleggen van het verbond

Nu was het in de tijd van de Nadere Reformatie in Schotland, Engeland en Nederland echter een gebruik onder de vromen, om dit verbond ook schriftelijk vast te leggen. Na ernstig gebed en verootmoediging voor God, stelde men schriftelijk een verbond op, waarin men met verootmoediging en schuldbelijdenis beloofde met alle zonde en ongerechtigheid te breken, geheel in te stemmen met Gods weg om zondaren door Christus zalig te maken en daar alleen op te vertrouwen tot zaligheid. Men verklaarde schriftelijk op een bepaalde dag een plechtig verbond met God te maken en Hem alleen toe te behoren. Daarna ondertekende men dit schriftelijk verbond. Het was voor de vrome uit die dagen een plechtig stuk, dat getuigde van de onderhandeling, die er tussen hem en God geweest was. Van tijd tot tijd werd het weer gelezen. Men beleed dan zijn afwijkingen van het gemaakte verbond en vernieuwde het plechtig met boetvaardigheid over de afwijking en gelovig vluchten tot het bloed van Christus.

Boston

Een voorbeeld van zulk een vernieuwing van het persoonlijke verbond treffen we aan in de memoires van Thomas Boston. Op 25 maart in het jaar 1700, schrijft hij in zijn dagboek:

„Ik, Thomas Boston, dienaar van het Woord Gods te Simprin, voorzover als ik enigermate gevoelig ben over mijn ernstige, verschrikkelijke en voortdurende afwijkingen van de Heere, sinds de laatste tijd dat ik een verbond maakte met God, en in het bijzonder daar ik gedurende enige tijd gewoonlijk in een dode slaperige toestand geweest ben, om welke reden ik een dag apart gezet heb tot vasten en bidden en daar ik mijzelf geroepen vind om mijn verbond met God te vernieuwen, om zo mogelijk het deel van deze dag van oefening te verkrijgen en om mijn ziel meer aan de Heere verbonden te krijgen om door moeilijkheden te waden tussen mij en de hemel in de gebeden die ik gedaan heb, zo verklaar ik te blijven bij al de vorige verbonden en onderhandelingen om het eigendom van de Heere Christus te zijn, speciaal het geschreven en ondertekend verbond van de 14e augustus 1699. Zo geef ik mijzelf dan nu plechtig met mijn gehele hart en ziel en met al mijn lichamelijke en geestelijke noden over aan Christus, Hem met mijn hart en ziel op geen andere voorwaarde aannemende dan waarop Hij mij wordt aangeboden in het Evangelie, voornemende en mijzelf hierbij verbindende om in Zijn kracht, Hem en Zijn waarheid aan te kleven zo lang als ik zal leven, wat ook het gevaar mag zijn, zoals ik gedaan heb en hierbij doe, zo geef ik mij plechtig over aan dezelfde Heere Christus, aan Wie ik mijzelf overgegeven heb, om voor eeuwig de Zijne te zijn. En dit doe ik voor de Heere, de Doorzoeker der harten, met alle gewilligheid en onderteken het de 25e maart 1700, Thomas Boston."

Dit voorbeeld van verbondsvernieuwing leert ons hoe ernstig en als voor Gods aangezicht, dit persoonlijk verbondmaken door de oude vromen werd beoefend. Het mag niet uit gewoonte en ondoordacht gemaakt worden. Er moet voorbereiding in gebed en verootmoediging aan voorafgaan. Maar wanneer het op de juiste wijze gedaan wordt, is het een middel om ons hart dicht bij God te houden en troost in ons hart te brengen. De bekende W. Guthrie zegt er van: , , Het is veel, indien iemand tot God kan roepen en zeggen: Gij weet, daar was een dag een uur, toen ik in die plaats de vrede aannam door Christus en mijn hart aan U overgaf, opdat Gij daarop Uw ganse Wet, zonder uitzondering, zou schrijven. Hemel en aarde zijn hiervan getuigen. Gedenk aan Uw Woord, Uw knecht gegeven, waarop Gij mij hebt doen hopen."

Bij de godvrezenden uit de dagen van Boston, Erskine, Teelink en Brakel werden deze schriftelijke verbonden gevonden. Het was voor hen een plechtig bewijs van verbond tussen God en hun ziel, dat eens in alle oprechtheid was gemaakt en steeds met boete was vernieuwd.

Een goed middel

Het voornemen, dat er aan ten grondslag lag, was, om zich geheel aan God te verbinden en te maken dat men nooit meer terug zou kunnen naar Egypte. In de vreze Gods kan dit een gezegend middel zijn om onze wandel met God te versterken. Goede voornemens op de nieuwjaarsdag! Laat het je voornemen zijn om met Hiskia te zeggen: Nu is het in mijn hart een verbond te maken met de Heere, de God Israëls" (2 Kron. 29 : 10).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1987

Daniel | 32 Pagina's

Goede voornemens voor het nieuwe jaar

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 1987

Daniel | 32 Pagina's