Een tragedie in Toulouse
Sommige boeken zijn het waard om door velen gelezen te worden. Dat is naar mijn mening ook het geval met „Tragedie in Toulouse" door Jan Overduin. Over dit boek wil ik in dit artikel graag het een en ander naar voren halen, in de hoop dat het uit zal nodigen om het zelf te gaan lezen.
Historisch
Het onderwerp waarover dit boek gaat, is niet verzonnen. Het is een historisch gebeuren dat lange tijd de gemoederen in West-Europa heeft bezig gehouden. Het is een van dc meest aangrijpende bladzijden uit de Franse geschiedenis.
De protestanten in Frankrijk hadden het tijdens het Edict van Nantes zeer moeilijk. Nadat dit Edict eindelijk in 1685 opgeheven werd, bleven de vervolgingen echter nog lange tijd doorgaan. De protestantse erediensten werden verboden en vele hugenoten veroordeeld tot de galeien. Op maatschappelijk terrein werden de hugenoten veelal teruggedrongen en bedacht men allerlei regeltjes om hen het opklimmen op de maatschappelijke ladder onmogelijk te maken.
Ook in Toulouse was dit het geval. In deze stad woonden nog enkele hugenoten, die door hun handel en wandel een zeker respekt afdwongen bij de Roomse bevolking. De overheid en de kerk wilden echter voorkomen dat deze geachte burgers te vaste voet aan wal kregen en besloten hiertegen het nodige te doen.
In 1562 was Toulouse „bevrijd" van de hugenoten en waren bijna alle protestanten omgekomen in een verschrikkelijk bloedbad. Het lag in de bedoeling om het tweede eeuwfeest, in 1762, zeer uitbundig te vieren, waarbij de hugenoten duidelijk moest worden gemaakt, dat zij in de stad niet thuis hoorden.
Jean Calas
Het is in de tijd van de voorbereidingen voor dit feest dat zich de tragedie die Jan Overduin als stof voor zijn roman koos, afspeelt. In Toulouse woont een lakenkoopman, Jean Calas, die zes kinderen heeft. Eén zoon is roomskatholiek geworden. Een andere zoon. Mare Antoine, heeft rechten gestudeerd, maar kan pas advocaat worden als hij een certificaat bezit waarop vermeld staat, dat hij tot de rooms-katholieke Kerk behoort. Wanneer dit mislukt, omdat men ontdekt dat hij hugenoot is, wordt hij zeer depressief, maar weigert beslist zijn geloof af te zweren. Op een avond is er een vriend van hem op bezoek. Mare Antoine loopt even naar beneden, waar de winkel en het kantoortje zijn. Als hij na lange tijd nog niet terug is, gaan ze hem zoeken en vindt zijn vriend hem in het kantoortje: hij heeft zich opgehangen. Om schande te voorkomen verzwijgt de familie dit.
Wanneer de politie zich ermee gaat bemoeien, nadat de dokter de doodsoorzaak heeft vastgesteld, vangt een van de gerechtsdienaars de verdachtmaking op. dat Calas zijn eigen zoon vermoord heeft, omdat hij rooms wilde worden. Allen worden gearresteerd. Na veel ondervragingen bekent Calas dat zijn zoon zelfmoord heeft gepleegd, maar dit wordt niet geloofd. Alleen worden de verhoren nu uitgebreid met gruwelijke folteringen. Ondanks dit blijft de gehele familie standvastig haar onschuld volhouden. De magistraat die deze zaak leidt, is echter zo overtuigd van de schuld van Calas, dat
niets hem tot rede kan brengen. Voor hem staat vast, dat Calvijn in zijn werken ook voorgeschreven heeft dat een vader zijn afvallige kinderen moet ombrengen.
Terwijl het gezin Calas gevangen zit. wordt Mare Antoine als martelaar voor het roomskatholieke geloof met grote kerkelijke plechtigheid begraven. Dit doet de publieke opinie zich nog sterker tegen de zaak Calas keren.
Tenslotte wordt Calas, ondanks de onvoldoende bewijsvoering, ter dood veroordeeld. Zijn twee dochters worden beiden naar een verschillend klooster verwezen en zijn vrouw wordt verbannen uit Toulouse.
Deze gruwelijke gebeurtenis bracht geheel Frankrijk in opschudding. Zelfs Voltaire, die overigens niet zoveel van hugenoten moest hebben, ging hiertegen te keer. Hij voerde een enorme campagne tegen degenen die hiervoor verantwoordelijk geweest waren en kreeg uit heel Europa hiervoor financiële bijdragen. Het resultaat hiervan was niet alleen dat het vonnis tegen Jean Calas nietig werd verklaard en zijn weduwe schadeloosstelling ontving. Het belangrijkste gevolg was wel. dat de publieke opinie in Frankrijk geen vervolgingen van de hugenoten meer wilde. De Franse kerk onder het kruis kon weer ademhalen.
De schrijver als protestant
Een protestants schrijver die een dergelijke historische gebeurtenis kiest als onderwerp voor een boek, staat voor een zware opgave. In dit geval is een hugenoot zoiets gruwelijks aangedaan door een fanatiek rooms magistraat, dat dit op geen enkele wijze goed te praten valt. Hoe verleidelijk is het dan niet om in zo'n persoon de roomse mens liefdeloos te veroordelen en daarmee alle objektiviteit uit het oog te verliezen. Wat mij nu zo aanspreekt in dit boek is, dat Overduin deze weg absoluut niet bewandeld heeft. De persoon van David de Beaudrigue, die het proces de verantwoordelijke persoon is, kan moeilijk positief gewaardeerd worden en dat heeft de schrijver ook niet geprobeerd. Maar als je het boek gelezen hebt, is het je mijns inziens vrijwel onmogelijk gemaakt om een hekel aan deze man te hebben. Ondanks de gruwelijke daden die hij op zijn geweten heeft, weet Overduin hem te schilderen als een mens die gefolterd wordt door zijn eigen godsdienstig fanatisme. Als protestant kun je eigenlijk alleen maar diep medelijden hebben met iemand die zo voortgejaagd wordt door de idee van ketterjacht. In deze man voel je de grondeloze diepte waarin een mens terecht komt als hij aan zichzelf en duivelse haat overgeleverd wordt.
Als hij vlak voor de dood van de onschuldige Calas, deze toch nog een bekentenis af wil persen en Calas van uitputting niets meer kan en wil zeggen, blijft De Beaudrigue „enkele ogenblikken verbijsterd op de stervende staren. Nog nooit had hij zich zo onmachtig gevoeld. Hij stond daar leeg cn van elke zekerheid en waardigheid verlaten. Toen ging hij gebroken heen, het hoofd op de borst, als een wie alle hoop ontnomen is"' (p. 212). Dit staat wel erg schril tegenover de moedige en zelfs vergevingsgezinde houding van Calas. die zich in al zijn ongeluk in zijn God geborgen weet.
Terwijl echter De Beaudrigue innerlijk verscheurd wordt door zijn knagend geweten, is er bij het zien van het onherroepelijke van de terechtstelling een abbé Durand die na de dood van Calas zegt: „Zo is er dus, de hemel zij dank, weer een hugenoot uit Toulouse verdwenen" (p. 215). In het indrukwekkende hoofdstuk over de terechtstelling staan beide reakties beschreven. De Beaudrigue is verliezer, ondanks zijn overwinning, maar Durand verkeert in een overwinningsroes.
Deze abbe (een wereldlijk geestelijke) is een aartsvijand van Calas en heeft er alles voor over om het proces ten nadele van hem uit te laten vallen. Hij is een goed psycholoog en weet de publieke opinie te bespelen als geen ander. Het hele idee van de begrafenis van Mare Antoinc als martelaar voor het roomse geloof, komt dan ook bij hem vandaan en het werkte helaas maar al te goed. Door deze abbé naast De Beaudrigue te plaatsen, weet Overduin de eenzijdigheid in het beoordelen van de roomse beschuldigers weg te werken. Naar mijn idee is van abbé Durand werkelijk niets goeds te zeggen, terwijl David de Beaudrigue duidelijk trekken vertoont van een persoon die slachtoffer wordt van zijn eigen ideeën.
Tegenstanders
Gelukkig waren er ook mensen die het absoluut niet met de gang van zaken eens waren. Tot twee maal toe verklaren roomse magistraten zich terug te trekken uit deze zaak, vanwege de ondeugdelijk bewijsvoering. Naar hen wordt helaas niet geluisterd, zelfs niet als een van hen zegt bij zijn vertrek: , .Heren, u denkt misschien dat ik het erg jammer vind om heen te gaan. Laat ik u dan zeggen dat ik eigenlijk blij ben geen deel uit te maken van het stadsbestuur, dat medeverantwoordelijk zal zijn voor de veroordeling van onschuldige mensen, als het daartoe mocht komen, wat God verhoede. Ik heb gesproken omdat mijn geweten ongerust is, en omdat ik dat voortaan in uw midden niet meer kan doen, stel ik er prijs op u nog een maal te waarschuwen, u niet door godsdienstige hartstochten te laten verblinden en ook onze kerkelijke vijanden recht te laten wedervaren" (p. 134-135).
Treffend is in dit verband ook de trouw waarmee de roomse dienstbode haar werkgever verdedigt.
Deze momenten in het boek zijn erg belangrijk voor het spanningselement. Een lezer die de historische afloop niet kent, zal blijven hopen op een goede afloop, omdat de verdedigers van Calas zeer goede en redelijke argumenten op tafel weten te leggen. Des te groter is dan ook de teleurstelling als Calas toch veroordeeld en terechtgesteld wordt. Het is heel bijzonder om dan te lezen over de kracht van zijn geloof in al deze omstandigheden.
Hugenoten en hugenoten
Niet alleen in de houding van de roomskatholieken zijn er nuances te bespeuren, ook bij de hugenoten is er verschil. Calas mag grote kracht putten uit zijn geloof en kan zelfs in zijn stervensuur zijn rechters vergeven. Hier blinkt het geloof in al haar kracht. Zijn zoon Mare Antoine kan het hiermee echter niet doen en berooft zich van het leven als men hem een maatschappelijke carrière onmogelijk maakt vanwege zijn geloof.
Tenslotte is er nog Louis Calas, die door Durand ingepalmd is en rooms is geworden. Hem ontbreekt het aan kracht om in het gruwelijke onrecht dat zijn familie, en in het bijzonder zijn vader, wordt aangedaan, hun zijde te kiezen. Zozeer is hij in de macht van de Kerk verstrikt geraakt. Ook bij het gezin van Calas blijkt weer, dat genade geen erfgoed is. De vraag komt dan toch wel even op je af, bij wie je zelf zou horen in zo"n situatie.
Het hele boek geeft je trouwens de gelegenheid om je bij het verhaal betrokken te voelen. Deels komt dit natuurlijk door het aangrijpende onderwerp, maar de schrijver bewijst ook een goed verteller te zijn. En als ik tenslotte mag zeggen wat ik er zelf als boodschap aan overgehouden heb, is het dit: het blijkt duidelijk, dat een hugenoot die in het geloof mag staande blijven oneindig veel rijker is dan een roomskatholiek. maar ook, dat een afvallige hugenoot even arm is als een door fanatisme verblind roomskatholiek.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 december 1986
Daniel | 25 Pagina's