JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Belijdenis doen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Belijdenis doen

6 minuten leestijd

Strijd de goede strijd desge/oofs, grijp naar het eeuwige leven, tot hetwelk gij ook geroepen zijt, en de goede belijdenis beleden hebt voor vele getuigen (1 Tim. 6 : 12)

Is het juist dat het doen van openbare belijdenis, zoals dat in onze kringen gebruikelijk is, afwijkt van het belijdenisdoen zoals we daarvan kunnen lezen in Schrift en belijdenis?

Waar het in het belijdenis-doen om gaat laat Bunyan in deze passage van zijn Christenreis duidelijk zien:

„lkzagookdat Uitlegger hem weer bij de hand nam en naar een aangename plaats bracht waar een prachtig en deftig paleis stond. Christen was zeer opgetogen toen hij het zag. Op het dak zag hij enkele mensen wandelen in gouden kleding. Toen vroeg Christen: , , Mogen wij erin? " Toen bracht Uitlegger hem naar de poort van het paleis. Daar stond een groot aantal mensen die schijnbaar allen wel naar binnen wilden maar niet durfden. Op enige afstand van de poort zat een man aan een tafel met een boek en een inktkoker voor zich om de namen op te schrijven van degenen die naar binnen gingen. Hij zag ook veel gewapende mannen in de poort staan om die te bewaken, vastbesloten elk die naar binnen wilde zoveel mogelijk kwaad te berokkenen. Christen stond er wat over na te denken, toen hij zag dat iedereen terugdeinsde voor de gewapende mannen. Dan zag Christen een man met een dapper voorkomen op de man aan de tafel toelopen en sprak: , , Schrijf mijn naam maar op, meneer. " Nadat deze dat gedaan had, zag hij de man zijn zwaard uit de schede halen, een helm op zijn hoofd zetten en op de gewapende mannen in de poort instormen. Met dodelijk geweld vielen ze op hem aan, maar hij liet zich niet uit het veld slaan. Hij hakte er verwoed op in. Nadat hij veel wonden ontvangen had en gegeven aan hen die hem buiten trachtten te houden, drong hij door hen heen het paleis binnen. Vanuit het paleis en van de Drie op het dak klonken de welluidende stemmen: Kom binnen, kom binnen

Eeuwige heerlijkheid zult ge gewinnen. Zo ging hij naar binnen en kreeg dezelfde gouden kleding aan." (Einde citaat)

Het komt er dus op neer dat iemand zich laat inschrijven voorde strijd desgeloofs en ook metterdaad die strijd strijdt en he Koninkrijk der hemelen met geweld inneemt. Dit is de consequentie van het doen van belijdenis. Het is geheel in overeenstemming met de derde belijdenis-vraag van Voetius: , , Belooft gij, overeenkomstig deze leer, trouw, eerlijk en onberispelijk steeds uw leven te zullen inrichten, en uw belijdenis met goede werken te zullen versieren? "

Daarop geven onze belijdenis-catechisanten hun ja-woord nadat ze op catechisatie geleerd hebben dat goede werken geschieden uit het geloof, naar Gods wet en tot Gods eer.

Er wordt dus gevraagd naar het zalig-

nakende geloof. Belijdenis doen met een mverschillig hart maakt slechts dode ielijders.

Om onder de klem hiervan uit te komen spreken sommigen niet van geloofsbelijdenis maar van belijdenis van de Waarheid. Wie trachten we dan te misleiden ?

Geheel in het spoor van Calvijn bepaalde de Synode van Dordrecht in Artikel 61 van de Kerkorde: , , Men zal niemand ten Avondmaal des Heeren toelaten, dan die naar de gewoonte der kerk bij dewelke h ij zich voegt, belijdenis der gereformeerde religie gedaan heeft, mitsgaders getuigenis hebbende van een vrome wandel. " De predikanten werden vermaand tot de belijdenis van het geloof alleen toe te laten „zij die het onderwijs met enige vrucht kunnen volgen en van wie zij weten dat zij bekommerd zijn met de zaligheid van hun zielen."

Dus op de vraag: wat is belijdenis doen? , antwoordden onze vaderen: toegang vragen tot het Avondmaal. Ik ben ervan overtuigd dat dit in het najaar op de belijdeniscatechisatie de catechisanten onder het oog wordt gebracht.

Ja maar, zal iemand zeggen, dan kan ik geen belijdenis doen. Echter, geen belijdenis doen, is ook geen oplossing. Wij hebben een leeftijd bereikt dat wij de verantwoordelijkheid die onze ouders bij onze doop op zich genomen hebben, zelf overnemen. Artikel 28 van de Ned. Geloofsbelijdenis zegt dat een iegelijk schuldig is zich bij de ware kerk te voegen. Zo iemand zich onttrekt, Mijn ziel heeft in hem geen behagen (Hebr. 10 : 38).

Jonge mensen, als je nog onbekeerd bent, hoop ik dat je ermee vastloopt. Belijdenis des geloofs te moeten doen en niet te kunnen. , , 0 God, hoe moet ik nu belijdenis doen? Ik kan het niet doen en ik kan het ook niet nalaten!"

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er met deze zaken weieens te vrijblijvend omgegaan is. Men doet belijdenis van het historisch geloof, wordt lid van de gemeente maar blijft eerlijk onbekeerd, eerlijk goddeloos. Hoe zullen die het maken in tijden van vervolging (Openb. 11:1 en 2)? En voor Gods rechterstoel? Krijgen deze zaken in onze gemeenten genoeg aandacht? Ik geloof van wel. Drie voorbeelden:

In zijn boekje , , Belijdenis doen en dan....? " noemt ds. Hoogerlanddrie vereisten voor het doen van belijdenis:1. Kennis van de waarheid

2. Een onderschrijven van de waarheid 3. Bevindelijke kennis van de waarheid In zijn boekje , , De Goede Belijdenis" schrijft ds. J. van Ha aren: „Al durft men dan niet te zeggen, dat men bekeerd is, recht belijdenis doen, is toch meer dan alleen maar instemmen met de waarheid en beloven bij de waarheid te zullen blijven. Het is dan een tot diep in het hart overtuigd zijn van het feit dat Gods volk een gelukkig volk is, en daarom een hartelijk jaloers op hen zijn. Het is zeggen: „Ik ben een vriend, ik ben een metgezel van allen die Uw Naam ootmoedig vrezen en leven naar Uw Goddelijk bevel!" En dan kan het niet anders, of er is in het hart ook een begeerte om alle krachten in des Heeren dienst te besteden en tot eer van Zijn Naam te leven." (Einde citaat)

Indrukwekkend was de dienst waarin enige jaren geleden een aantal jonge mensen belijdenis deed. Eén van onze predikanten sprak overDeut. 29:10a, 12 en 13: Gij staat heden allen voor het aangezicht des Heeren, uws Gods.

Om over te gaan in het verbond des Heeren uws Gods en in Zijn vloek, hetwelk de Heere, uw God, heden met u maakt;

Opdat Hij u heden tot een volk bevestige en Hij u tot een God zij, gelijk als Hij tot u gesproken heeft."

Later zullen deze mensen niet naar het Heilig Avondmaal zijn gedreven, maar aan de andere kant is in de prediking het Avondmaal voor hen niet als een vrijblijvende zaak voorgesteld.

Is ook voor belijdenis doen 1 Kor. 10:31 niet van toepassing: etzij dan dat gijlieden eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doet het al ter ere Gods?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 december 1986

Daniel | 25 Pagina's

Belijdenis doen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 december 1986

Daniel | 25 Pagina's