JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Cora’s kerstfeest

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Cora’s kerstfeest

door C. A. Donze-Servaas

15 minuten leestijd

Een scherpe noordoostenwind giert door de bomen en struiken. De thermometer is al een eindje onder nul gedaald en het is bitter koud. De mensen die de kerkdienst bezochten, hebben zich, diep in hun kragen gedoken, haastig huiswaarts gespoed en er is niemand die zich onnodig buiten waagt. Als een grote glanzende ketting rijgen zich de verlichte ramen van de huisjes rond het Marnixpleintje aaneen. Eén schakel ontbreekt er echter. Op nummer 24 is het donker. Toch is er iemand thuis. In het kleine slaapkamertje, aan de achterkant van het huisje, ligt Cora geheel gekleed boven op de dekens van haar bed. Zelfs haar laarzen heeft ze nog aan gehouden. Bij het sobere licht van een enkel schemerlampje ligt ze naar het plafond te staren. „En dat noemen ze dan kerstfeest" mompelt ze voor zich heen. , , 't Is nogal feestelijk ook om hier helemaal in je eentje te liggen."

Wanhopig heeft ze in de vooravond geprobeerd om moeder thuis te houden. Het is haar niet gelukt. Met een: „Och kind. ik ga maar even. ik ben zo weer terug", is moeder de deur uit gegaan, haar achterlatend met de wetenschap dat dat „even" zou duren tot diep in de nacht en dat moeder dan dronken thuis zal komen

Kort nadat moeder was weggegaan heeft ze zich dik aangekleed en is ze van armoe maar naar de disco-bar gegaan. Ze heeft er een poosje naar de dansende paartjes zitten kijken en heeft wat gedronken. O néé! géén alkohol! Maar al te goed weet ze wat daar de gevolgen van kunnen zijn. Was het bij moeder ook niet met één glaasje begonnen? Ze herinnert zich nog als de dag van gisteren die vreselijke avond toen de politie aan de deur kwam met de mededeling dat vader verongelukt was. Toen is het begonnen. Moeder had, helemaal ontredderd en overstuur, op aandringen van een medelijdende buurvrouw, een glaasje wijn genomen om wat te kalmeren. Na een poosje had de buurvrouw nóg een glaasje ingeschonken: „Hier arme stumper, drink er nog maar eentje, 't zal je goed doen."

Als de buurvrouw had beseft wat voor kwaad ze met deze, overigens goed bedoelde. daad stichtte, dan had ze zich wel een paar keer bedacht eer ze die drank voor moeder inschonk.

Na de begrafenis was het van kwaad tot erger gegaan. Moeder kreeg steeds meer „opkikkertjes" nodig en toen ze op een avond de fles leeg vond, is ze naar een café gegaan. Toen duurde het niet lang meer of ze was een volslagen alkoholiste....

En nu is het kerstavond. Iedereen zit gezellig bij elkaar en zij ligt hier maar in haar eentje te liggen. Wat zou het heerlijk zijn als zij ook een „gewone" moeder had. Vaak is ze jaloers op de meisjes van haar klas. Wat kan het haar pijn doen als ze de verhalen hoort van „samen met moeder naar de stad geweest" of ..moeder heeft deze trui voor me gebreid, we zijn samen de wol uit wezen zoeken". Deze, voor de meisjes zo gewone dingen, is een luxe die voor haar niet is weggelegd. Moeder komt meestal diep in de nacht thuis en ligt dan de gehele morgen op bed. 's Middags moet ze nog „bijkomen" en ze mag al blij zijn als moeder voor warm eten kan zorgen, 's Avonds wordt moeder onrustig. Dan drentelt ze maar een beetje rond tot ze het niet meer uithoudt en de deur uitglipt. Naar het café!

Cora kijkt eens op haar horloge. Nog geen acht uur, de avond is nog maar net begonnen. Uren heeft ze nog voor de boeg eer hij om is. Wat ligt ze hier eigenlijk tc doen? Waarom is ze niet in de disco-bar gebleven? Wat heeft haar gedrongen om terug naar huis te gaan? Vanwaar was er ineens die afkeer geweest van die hotsende lichamen die zich op de maat van de muziek in allerlei bochten wrongen? Hoe kwam het dat ze de vrolijke gekscherende grappen, die de jongens en meisjes elkaar lachend toeriepen niet meer kon waarderen en ze als leeg en zinloos ervaarde? Ingespannen tast Cora de herinnering af naar het waarom. Ze voelt dat er ergens een reden moet zijn maar ze kan er niet bij komen. Dan. ineens, wéét ze het. Femke! Onmiddellijk is Cora, in gedachten, terug op school. Ze hadden maatschappijleer en 't was, zoals meestal de dag voor de vakantie, wat rommelig geweest in de

klas. Ze kan zich niet meer herinneren hoe het onderwerp ter sprake gekomen was. maar op een gegeven moment ging het over het kerstfeest en over doodgaan. Mijnheer Van Keezen, ..zeg maar Kees" zei hij altijd, had zich spottend over het kerstgebeuren uitgelaten.

„Er zijn heus nog massa's mensen die het fabeltje van „het Kindje in de stal" echt geloven. Wat ze dan precies geloven, is me nooit erg duidelijk geworden maar als ze dan doodgaan roepen ze tot dat Kind cn verwachten dat Die hen wel zal helpen. Ik snap trouwens niet waarom de mensen zo bang zijn voor de dood. Dood is toch dood? Als je dood bent, weetje niets meer en voel je niets meer. De dood is gewoon het einde."

En toen was ineens, tot aller stomme verbazing, die stille en onopvallende Femke opgesprongen en had met trillende stem geroepen: „Dat is niet waar mijnheer Van Keezen! Het Kerstfeest is geen fabeltje en de dood is niet het einde. Na de dood begint het pas. Sterven betekent God ontmoeten. En als je niet gelooft dat dat Kind uit de kribbe op de aarde gekomen is om alle zonden en schulden op Zich te nemen van de mensen die in Hem geloven, dan ga je voor eeuwig verloren!" Doodstil was het in de klas geworden na Femkes uitbarsting en de bekende speld had je werkelijk kunnen horen vallen. Alle ogen waren gericht op hun klasgenootje die zich met een vuurrode kleur terug op haar stoel liet zakken en een wanhopige poging deed om haar bevende handen stil te houden.

Zij. Cora. had er gewoon medelijden mee gekregen. Ook mijnheer Van Keezen. die toch altijd goed van de tongriem gesneden is, was overrompeld door Femkes betoog en had even onthutst gezwegen.

„Wel wel", had hij daarna sarkastisch gezegd, „hoor toch eens naar onze dominesc in spé. Ik had je graag nog een langere preek gegund m'n kind. maar helaas is onze tijd om. We moeten naar huis jongens".

Vanaf die middag is er een vage onrust gebleven bij Cora. Steeds hoort ze weer Femkes stem: , , Sterven is God ontmoeten". Cora huivert even. Zou het echt waar zijn dat er een God is? Femke zei het met zoveel overtuiging. Ze moet toch wel heel zeker van haar zaak geweest zijn, anders zou ze het vast niet zo openlijk in de klas gezegd hebben. Femke plaatste zich nooit op de voorgrond, ging altijd zo maar haar eigen gangetje. Ze had ook weinig kontakt met haar klasgenoten. Eigenlijk was het een echt buitenbeentje, in alles een beetje anders. Nooit zal ze bijvoorbeeld een lange broek aan hebben zoals iedereen op school die draagt. Haar haar laat ze ook nooit afknippen maar draagt dit in een kinderachtige paardestaartofmeteen paar tuttige vlechten, 'tls raar maar ergens voelt ze een soort verwantschap met Femke. Is zijzelf ook niet een buitenbeentje? Als kind van een bijna altijd dronken moeder staat zij toch ook buiten het normale klasverband? Nooit kan ze immers eens een meisje mee naar huis nemen. Ten eerste omdat ze zich zou schamen voor moeder en ten tweede heeft ze geen tijd voor vriendinnenbezoek. Daar moeder bijna niets doet, moet zijzelf, naast haar schoolgaan en huiswerk, ook nog zo goed en zo kwaad als dat gaat, het huishouden doen. Maar haar buitenstaan is veel erger dan van Femke. Femke heeft een gezellig thuis, een vriendelijke moeder en een paar leuke broers. Ze is eens een keer bij Femke binnen geweest toen ze eens een schoolboek moest halen.

De warme gezelligheid was haar direkt

opgevallen. Maarzij heeft helemaal niets en niemand. Eenzelfde gevoel van eenzaamheid en moedeloosheid als vanavond in de bar overvalt Cora. Ze gaat rechtop zitten en slaat de handen voor haar ogen. Waar leeft z.e eigenlijk voor? , vraagt ze zich voor de zoveelste keer af. Kon ze maar niet veel beter dood zijn? Dan was ze van alle ellende af. Maar als Femke eens gelijk had. „De dood is niet het einde maar het begin*', had ze gezegd, en „sterven is God ontmoeten". Hoe kwam het toch dat ze nog zo woordelijk wist wat Femke gezegd had? En waarom kwamen die woorden steeds weer opnieuw in haar gedachten? Allemaal vragen waar ze geen antwoord op weet. „O moeder", barst ze dan in snikken uit, „waarom bent u toch gaan drinken? U moest papa missen maar u had mij toch nog? Ik wil niet meer verder leven, maar ik durf ook niet te sterven. Ik voel me zo akelig en ik ben zo bang, zo vreselijk bang".

Wanhopig wiegt Cora heen en weer. Kon ze maar eens met iemand praten. Had ze maar eens iemand die haar raad kon geven maar ze heeft geen mens. Familie en kennissen komen al lang niet meer over de vloer, die schamen zich voor iemand die alkoholiste is. Even kreunt Cora, is er dan niemand die haar helpen kan? Met een verwilderde blik kijkt Cora haar kamertje rond alsof ze verwacht dat daar een persoon zal staan bij wie ze haar nood kan klagen.

Maar die persoon is er natuurlijk niet. Dan valt Cora's blik plotseling op een kleine, zwartomrande advertentie op de achterkant van een krant die op het tafeltje ligt: MOEILIJKHEDEN? U kunt anoniem bellen naar de Chr. hulpdienst tel. 474849

Even staart Cora naar de korte regeltjes, dan loopt ze naar de telefoon en draait met trillende vingers het nummer.

„Met de telefonische hulpdienst, goedenavond", klinkt er een vriendelijke mannenstem. „Oh, ik. eh". Cora weet niet zo gauw wat ze zal zeggen en even valt er een stilte. „Vertel maar eens wat er aan scheelt", moedigt de stem in de hoorn aan. „Ik ik weet niet goed hoe ik moet beginnen", zegt Cora benepen terwijl het lijkt of de zenuwen haar keel dichtknijpen. „O, verzin maar even rustig hoor", klinkt de stem weer. „Ik heb al de tijd."

Dan gooit Cora er alles uit. Eerst haperend met horten en stoten maar later rollen de woorden van haar lippen. Hoe ze een moeder heeft die bijna altijd dronken is en dat zijzelf zo vreselijk veel alleen is zelfs op deze kerstavond. Dat ze nergens meer zin of aardigheid in heeft en zich ontzettend eenzaam en ongelukkig voelt en dat ze daarom maar liever dood zou zijn. Maar dat ze van een meisje op school gehoord heeft dat je na je dood God zal ontmoeten en dat ze daar zo verschrikkelijk onrustig en bang van geworden is. De man laat Cora helemaal uitpraten en valt haar niet één keer in de rede. Zelfs als Cora op het laatst in een gierende huilbui uitbarst, blijft hij zwijgen. Pas als Cora weer wat bedaard is, begint hij te spreken.

„Je zit inderdaad in grote zorgen en moeilijkheden meisje en die zijn natuurlijk niet zo maar een twee drie op te lossen. Maar ik wil je graag helpen en ga je een voorstel doen. Wat zou je er van denken als ik mijn vrouw eens naar je toestuur om je op te halen en datje deze kerstavond bij ons thuis doorbrengt? Ik zelf kom om een uur of tien naar huis, misschien kunnen we dan eens samen praten over je problemen. Wat denk je daarvan meisje? "

, .0, alstublieft mijnheer", snikt Cora. „Mooi", zegt de stem, „geef dan je adres maar even op dan komt mijn vrouw je zo halen."

Na het telefoongesprek voelt Cora zich erg opgelucht. Niet, dat haar problemen al opgelost zijn, maar alleen het feit dat ze haar hart eens heeft kunnen uitstorten bij iemand die echt naar haar luisterde en haar helpen wil geeft al een enorme verlichting. En dat ze vanavond niet alleen behoeft te blijven, is iets waar ze niet aan had durven denken. Toch is ze erg zenuwachtig wie er straks om haar zal komen. Zal het iemand zijn die ze kent?

Haastig doet ze de deur open als er even later gebeld wordt. Dan ziet ze mevrouw Koophorst, Femkes moeder, staan. Deze schrikt van het wit-weggetrokken behuilde gezichtje van Cora. Een groot gevoel van medelijden welt in haar op. „Kleedje maar goed aan hoor kind", zegt ze, „want het is erg koud. Zullen we een briefje voor je moeder neerleggen? Dan weet ze waar je bent als ze soms eens wat vroeger naar huis komt."

Maar Cora schudt haar hoofd. „Moeder komt pas vannacht thuis en is dan niet in staat om briefjes te lezen."

„Weet je wat we doen? ", zegt Femkes moeder dan; „We leggen toch maar een briefje neer en daar schrijven we dan op waar je bent en datje bij ons blijft slapen. Als je dat tenminste wilt", voegt ze er aan

toe. „Femke slaapt toch in een tweepersoonsbed. daar kan je makkelijk bij."' Stevig gearmd lopen mevrouw Koophorst en Cora even later door de verlaten straten.

Het wordt voor Cora een kerstavond om nooit te vergeten. Niemand toonde verwondering toen ze binnenkwam en Femke deed zelfs alsof ze al jaren vriendin met haar was. De avond zelf is een belevenis voor Cora. Als een dorstige spons zuigt ze de warme gezelligheid van het gezin in haar op. De hartelijkheid waarmee men met elkaar omgaat, het gezamenlijk koffiedrinken met eigengebakken cake er bij, het mooie orgelspel van Fcmkes jongere broer, begeleid door de blokfluiten van Femke en de Benjamin van het gezin, dit alles is een ongekende weelde waar ze zich behagelijk aan koestert.

Als om even over tienen mijnheer Koophorst binnenstapt, is Cora even erg verlegen. Maar Femkes vader begroet haar zo vriendelijk dat ze zich weer al gauw terug op haar gemak voelt.

Als mijnheer Koophorst achter zijn kopje koffie zit, neemt hij ongemerkt Cora eens op. ..Wat een verschil met Femke", trekt hij een vergelijk met zijn dochter. Femke, met haar blozend gezicht, het dikke lange haar en gekleed in een vlot jurkje. Daarnaast Cora met een in-wit gezichtje, kort geknipt piekerig haar en gehuld in een vormloze slobbertrui met daaronder een vale spijkerbroek. , , Arm arm kind", denkt Koophorst, ..wat zal je in je eentje al wat afgetobt hebben. Een moeder die niet voor je zorgen kan, geen vader en geen familie waar je met je nood naar toe kan. En dan nog het allerergste, geen geestelijke verzorging. Arm schaap, je weet niet eens of er wel een God is." Evenals bij zijn vrouw voelt hij een groot medelijden in zich opkomen. Hij neemt zich voor om het meisje onder zijn hoede te nemen en te helpen zoveel als het in zijn vermogen ligt. Er klimt een stil gebed uit zijn hart omhoog. , , 0 Heere, U hebt gezegd dat er nog andere schapen zijn die niet bij de kudde behoren. Hier zit nu zo'n schaap Heere, wilt U ook haar toebrengen tot Uw kudde en wilt U ook over haar de Goede Herder zijn? En wilt U mij als nietig instrumentje gebruiken om haar te onderwijzen in de leer die naar de Godzaligheid leidt? En ontferm U toch ook over haar moeder. Bij U is toch niets te wonderlijk. Indien U wilt, U kunt haar verlossen van de drank. Doet U dit alles uit loutere genade, om Diens wil, die eenmaal als een klein Kindje op dc aarde kwam om arme zondaars zalig te maken, amen."

Weer ligt Cora in bed. Nu niet met haar bovenkleren aan maar in een nachtpon van Femke. Femke, die naast haar ligt en die voortaan haar vriendin wil zijn. „Twee buitenbeentjes bij elkaar", glimlacht ze stil voor zich heen, „wie had ooit gedacht dat ze nog eens naast elkaar zouden slapen." Wat heeft ze toch een wonderlijke avond gehad. Een avond die zo triest begon en zo blij eindigde. Bovendien was het zo'n mooie avond. Voor het eerst in haar leven heeft ze de kerstgeschiedenis gehoord. Femkes vader heeft hem voorgelezen uit de Bijbel en daarna haar moeder uit de kinderbijbel omdat ze dat wellicht beter zou kunnen begrijpen. Toch was er nog veel dat ze niet begreep. Toen heeft Femkes vader haar de geschiedenis uitgelegd en ook nog veel meer verteld over de Heere Jezus, 't Was allemaal moeilijk te verwerken geweest maar mijnheer Koophorst heeft beloofd dat ze voortaan iedere week een uurtje bij hem mag komen dan zal hij haar iedere keer iets vertellen en uitleggen over de godsdienst. Ze hebben ook samen over moeder gepraat, die wil hij ook helpen. Hij zal proberen moeder op een AA-groep te krijgen. Wat betekende AA ook al weer? O ja, Alkohol Anoniem. Bij zo'n AAgroep komen allemaal mensen die moeilijkheden met alkohol hebben en daar graag van af willen. Door er samen met elkaar over te praten, elkaar te bemoedigen en samen tegen de drank te vechten, kunnen ze vaak meer weerstand bieden tegen de alkohol dan dat ze er alleen tegen op moeten boksen. „O. als moeder toch ook eens van de drank af kon komen", denkt Cora verlangend, „wat zou dat heerlijk zijn".

Dan doet ze iets watze haar hele leven nog niet gedaan heeft, ze vouwt haar handen en bidt: „Heere Jezus, mijnheer Koophorst zegt dat U in de hemel woont en alles hoort en ziet en bestuurt. Wilt U dan moeder alstublieft van de drank afhelpen? En hij zegt ook dat ik een nieuw hart moet krijgen want het hart dat ik nu heb is zo zondig en slecht. Krijg ik dan ook een nieuw hart van U? En ik wil U nog bedanken voor de fijne avond en voor dat U mij geholpen hebt. Amen."

Het is maar een eenvoudig en kinderlijk gebedje maar zou de Heere juist aan zo'n gebed geen welgevallen hebben?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 december 1986

Daniel | 25 Pagina's

Cora’s kerstfeest

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 december 1986

Daniel | 25 Pagina's