De volheid des tijds
Het is thans bijna tweeduizend jaar geleden dat de machtige keizer Augustus het bevel uitvaardigde dat de gehele wereld beschreven moest worden. De Romeinse keizer voerde met dit gebod onwetend Gods raadsbesluit uit, omdat de bestemde tijd was aangebroken dat Christus te Bethlehem zou worden geboren. Deze tijd, door God van eeuwigheid bepaald, wordt in de Galatenbrief nader aangeduid met de naam „volheid des tijds". De apostel Paulus schrijft in Galaten 4 : 4: Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet".
Een tijd van vrede
De geboorte van Christus heeft plaats gehad in een tijd, die op staatkundig en geestelijk gebied een bijzonder karakter droeg. De omstandigheden waarin de landen en volken rondom de Middellandse Zee verkeerden zijn van grote betekenis geweest voor de verkondiging van het evangelie en de verbreiding van de christelijke kerk.
Het is de grote verdienste van keizer Augustus geweest dat hij een einde gemaakt heeft aan de oorlogen, die bijna twee eeuwen lang de landen in het Midden-Oosten en Zuid-Europa hadden geteisterd. Hij schonk aan zijn rijk de vrede, waarnaar de door het oorlogsgeweld geplaagde volkeren zo lange tijd hadden uitgezien. We kunnen ons moeilijk voorstellen welke indruk deze nieuwe situatie op velen gemaakt heeft. Op een in Klein-Azië gevonden steen wordt de keizer genoemd de vader van zijn vaderland en de heiland van het ganse menselijke geslacht. De situatie wordt als volgt geschetst: „Want in vrede verkeren aarde en zee: de steden bloeien door goede wetten, eensgezindheid en zegen: al wat goed is, kwam tot bloei en draagt vruchten; hoopvol zijn de mensen gestemd voor de toekomst en vervuld met goede moed voor het tegenwoordige". Men ondervond de keizerlijke macht, waardoor de Pax Romana (de Romeinse vrede) werd gegarandeerd als een goddelijk geschenk. Aan de keizer werd daarom diepe, zelfs religieuze verering toegebracht.
Het Romeinse rijk
Het Romeinse rijk was in de tijd van keizer Augustus een machtig imperium, dat zich uitstrekte enerzijds van de Rijn en Donau tot de woestijn Sahara, anderzijds van de Atlantische Oceaan tot Arabië en de Eufraat. In een lange reeks van veldtochten hadden de Romeinse legioenen dit gebied veroverd. Wat buiten de grenzen lag, werd niet meer gerekend tot de oikoumenè, de bewoonde wereld. In dit licht gezien is het duidelijk dat onder „de gehele wereld" die beschreven moest worden het gehele Romeinse Rijk verstaan moet worden. In dit grote rijk werd een uitgebreid wegennet aangelegd, waardoor handel en verkeer bevorderd werden. Het Romeinse recht schonk een vrij grote rechtszekerheid: alom heersten vrede en orde. Dit alles is van grote betekenis geweest voor de apostelen die de heidenwereld introkken om Gods Woord te prediken. De verbreiding van het evangelie van de ware Vredevorst werd er door bevorderd.
Een algemene omgangstaal
Daarbij kwam de bijzondere situatie dat er in het gehele rijk één algemene omgangstaal gesproken werd, namelijk het Grieks. Deze taal werd aangeduid met de naam Koinè, wat „algemeen" betekent. De aanzet hiertoe was gegeven door de Macedonische koning Alexander dc Grote, een man met een schitterend veldheerstalent. Deze vorst, die in 323 v. Chr. op slechts 33-jarige leeftijd stierf, veroverde in een suksesvolle veldtocht het grote Perzische wereldrijk. In het beeld dat Nebukadnezar in zijn droom gezien heeft, wordt het rijk van Alexander afgebeeld als de buik en dijen van koper. Na zijn dood
viel het grote rijk uiteen in deelstaten, waarvan Egypte, Syrië en Macedonië de voornaamste waren. Zc werden later één voor één door dc Romeinen overwonnen. De wereldhistorische betekenis van Alexander ligt in zijn streven de Griekse taal en kuituur te verbreiden over heel het door hem veroverde gebied. Hierdoor vond een vermenging plaats van de Griekse beschaving met Oosterse kuituurelementen, waaruit een nieuwe beschaving, het Hellenisme, is ontstaan. Hierin heeft de Griekse beschaving een krachtig overwicht gehad. Als gevolg hiervan ontwikkelde zich uit de verschillende Griekse dialekten één algemene taal. de reeds genoemde Koinè, die overal werd verstaan. Men kon met deze taal overal terecht, ongeveer zoals tegenwoordig met het Engels. Het streefde zelfs in Rome een tijdlang het Latijn voorbij, zodat Paulus aan de Romeinen een brief in het Grieks kon schrijven. Daarom is de Koinè van onschatbare betekenis geweest voor de verspreiding van het Christendom. De apostelen en zendelingen spraken deze taal. Ze konden zich bedienen van het Oude Testament, dat in deze taal was overgezet; deze vertaling draagt de naam Septuaginta. Ook het Nieuwe Testament is in de Koinè geschreven. Alle christelijke schrijvers sinds de apostelen schreven deze taal en konden daardoor overal worden gelezen.
Verdraagzaamheid
In het grote Romeinse Rijk bestonden geen politieke grenzen. Mede door de wegen die in het gehele rijk werden aangelegd, ontstonden er kontakten tussen de zeer uiteenlopende volkeren van het Imperium. Er vond een uitwisseling plaats van goederen, ideeën en gedachten, maar ook van religies.
De Romeinen wensten wel staatkundige eenheid, maar tegenover allerlei geestelijke stromingen stonden zij uitermate ruimhartig en verdraagzaam. Wie de wetten van de staat eerbiedigde, kon erop rekenen dat hij in de uitoefening van zijn godsdienst of in zijn wijsgerige beschouwingen met rust gelaten werd en vrijheid bezat om die te verbreiden. Ook deze tolerantie kwam de uitbreiding van de kerk ten goede.
Verlangen naar verlossing van de dood
De verdraagzaamheid van de Romeinen had mede tot gevolg dat de bewoners van het wereldrijk in aanraking kwamen met de meest uiteenlopende religies, doordrenkt met de Griekse geest, waarin zich ook oosterse invloeden deden gelden. Opvallend is hierbij dat er onder de mensen veelal een verlangen bestond naar verlossing van de dood en het bereiken van onsterfelijkheid. Men voelde zich in zijn streven naar geluk immers voortdurend bedreigd door aardse tegenslag, door de sterfelijkheid van het lichaam en uiteindelijk door de dood.
Velen zochten verlossing in de mysteriën, geheimzinnige plechtigheden. Daardoor meende men van de stoffelijkheid en zinnelijkheid gereinigd te worden en onsterfelijkheid en goddelijkheid te ontvangen. Zo vonden in bepaalde diensten, die gewijd waren aan de Perzische god Mithras of de Egyptische god Isis. doopplechtigheden plaats. Bij sommige ceremoniën liet men zich met het bloed van een geslachte stier overgieten; men gevoelde zich daardoor als wedergeboren tot een nieuw leven. Veelal werden offermaaltijden gehouden waar men door het nuttigen van heilige spijzen deel meende te krijgen aan de godheid. Van verscheidene natuurgoden geloofde men dat zij stierven en opstonden, evenals dat jaarlijks met de natuur plaats heeft. Wie zich door hun mysteriën liet wijden, onderging eveneens deze dood en opstanding.
Anderen trachtten de verlossing en onsterfelijkheid te bereiken door ascese, dat wil zeggen door onthouding van aardse genietingen en door tuchtiging van het lichaam.
Het Christendom
Het behoeft geen betoog dat onder deze omstandigheden de christelijke kerk velen aansprak, daar zij een antwoord had op de vraag naar verlossing, die allerwege leefde. Maar tegelijk stond zij bloot aan ernstige gevaren. Haar leer kon gemakkelijk worden opgevat als een filosofie om verlossing te bereiken. Haar sakramenten, doop en avondmaal, konden een soortgelijke betekenis krijgen als de mysteriën van de heidense religies: een reinigingsritus en een heilige maaltijd om aan het aardse bestaan ontheven te worden en op te klimmen tot de onsterfelijkheid en goddelijkheid. Ook kon de ascese, met als achtergrond de onchristelijke tegenstelling tussen lichaam en geest, in de kerk binnendringen.
Syncretisme
De veelsoortige godsdiensten en levensbeschouwingen die binnen het Romeinse Rijk voorkwamen, gingen zich door het intensieve verkeer langzamerhand vermen-
gen. Men noemt dit verschijnsel syncretisme. In vele steden vormden zich godsdienstige gemeenschappen van internationale samenstelling, waar de deelnemers hun eigen religieuze gedachten en ceremoniën op eikaars goden overdroegen. In de Romeinse tempel, het Pantheon genaamd, werden de beelden van een groot aantal godheden verenigd. Sommige goden, o.a. Asklapios, droegen de titel sootèr, wat redder, heiland betekent. Deze religieuze titel werd ook aan de keizers verleend. Meer en meer werden de goden beschouwd als vele verschijningsvormen van de ene godheid. Door deze gedachtengang kwam er steeds meer plaats voor het monotheïsme en werd het veelgodendom teruggedrongen.
Een kenmerk van deze tijd was ook dat de mensheid niet bevredigd was door de vormen van godsverering, die het voorgeslacht had overgeleverd. Een symptoom hiervan zien we in het altaar te Athene dat gewijd was aan ., den onbekenden god".
De filosofie
In deze tijd bleken ook de wijsgerige stelsels van de grote denkers geen bevredigende oplossingen te kunnen bieden op de grote levensvragen. De filosofen, die zich aanmatigden de herders en leraars van het volk te zijn, waren tegenstrijdig in hun
theorieën en gaven onverenigbare voorschriften. En dat terwijl men er van overtuigd was dat er maar één waarheid kan bestaan en dat men het daarover eens moest kunnen worden. Zo was het denken van de mensen vastgelopen. De stoïcijnen maakten van de deugd een genot; de epicuristen van het genot een deugd. Daarom vond het scepticisme, waar de twijfel een beginsel is, steeds meer ingang. Moedeloos klaagden velen: er is geen waarheid en indien ze er was, zouden we ze toch niet kunnen vinden. Maar indien we niet weten wat waar is. kunnen we evenmin weten wat goed is. Een vaste norm voor het handelen ontbreekt. Ieder moet dus maar doen, wat hem het beste schijnt! Ook bij Pilatus beluisteren we de twijfel, wanneer hij aan Jezus vraagt: „Wat is waarheid!"
Het vleesgeworden Woord
Het antwoord op deze sceptische vraag, ja op alle levensvragen die het hart van de mens kunnen bezetten, ligt begrepen in het vleesgeworden Woord. Hij noemt Zich de Weg, en de Waarheid en het Leven; wie in Hem gelooft heeft het eeuwige leven. Straks hopen wij weer te herdenken dat God Zijn Zoon uitgezonden heeft in de volheid des tijds. We hebben gezien dat de situatie voor de verkondiging van het evangelie om verscheidene redenen toen bijzonder gunstig was. Wij bezitten het voorrecht te mogen leven in de welaangename tijd, in de dag der zaligheid. Gods Woord mag nog in vrijheid onder ons gepredikt worden: wij worden nog gewezen op de noodzaak om ons te bekeren en onze behoudenis te zoeken bij Hem, Die een verberging is tegen de wind en een schuilplaats tegen de vloed. Zowel in de volheid des tijds als in deze welaangename tijd is het hart van elk mens gesloten voor de boodschap van het heil in Christus. Het is noodzakelijk dat de Heilige Geest het hart ontsluit en ontvankelijk maakt. Dan alleen komt er plaats voor het werk van de gezegende Middelaar. Die een verzoening is voor de zonden van Zijn volk. Is in ons hart reeds het ware uitzien naar Zijn komst geboren? Hij is de enige Zaligmaker, Die ons van alle zonden verlossen kan. Wie Hem need'rig valt te voet, zal van Hem Zijn wegen Ieren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 december 1986
Daniel | 25 Pagina's