Een opmerkelijke tegenstelling
„ Toenzeide de Heere God: ie, de mens is geworden als Onzer een '' (Gen. 3:22 „ Waarom Hij de broederen in alles gelijk moest worden " (Hebr. 2:17)
We lezen hier twee zinnen uit de Heilige Schrift: één uit het Oude en één uit het Nieuwe Testament. Maar wat een verschil! Wat een tegenstelling! In Genesis 3 spreekt de Heere Zijn ontzaglijk Woord over de mens. En in Hebreeën 2 is het een woord vol verwondering en aanbidding. In het eerste woord wordt op een ernstige wijze de val van de mens getekend. In het tweede woord wordt de kern van het advents-en kerstevangelie in één zin gezegd. In Genesis 3 staat de tekening van de hoogmoed van de mens, die de hemel wil bestormen en denkt als God te kunnen zijn. In Hebreeën 2 staat de tekening van de onbegrijpelijke, oneindige ontferming Gods, Die in eeuwige liefde een Weg heeft uitgedacht, opdat een wederhorig kroost bij Hem zou kunnen wonen. Maar daartoe moest Hij Zelf de hemel der heerlijkheid verlaten en de broederen in alles gelijk worden, uitgenomen de zonde.
In Genesis 3 : 22 wijst de Heere ons het wezen, het karakter van de zonde aan. Het is hoogmoed en ongeloof. De mens geloofde satan meer dan God. Satan maakte God tot een leugenaar en de mens luisterde naar hem, de vader der leugenen. Daarbij wilde de mens als God zijn: rij, autonoom, geen gezag boven zich verdragend. Zelf uitmaken wat goed en kwaad is. In plaats van onderkoning probeerde Adam koning te worden.
En deze trek van de paradijszonde is er nog. Zo ligt het van nature in jouw en mijn hart: zelf uitmaken wat voor ons goed of kwaad is. Wij willen kunnen, wat God alleen kan. Wij willen kennen, wat God alleen kent. Wij willen nóg de hemel beklimmen. Ik ben liever koning dan onderdaan, liever heer dan knecht. Daarom: zaligworden dooreen Gekruisigde is iets waar we voor ingewonnen moeten worden. Wat was het recht geweest, als God de mens voor eeuwig had weggeslingerd. Onze vaderen schrijven in de Dordtse Leerregels: „God zou niemand ongelijk hebben gedaan, indien Hij het ganse menselijke geslacht in de zonde en de vervloeking had willen laten en om de zonde verdoemen".
Maar God heeft iets onbegrijpelijks gedaan. Hij heeft niet alleen de schuldige mens opgezocht met de vraag: „Waar zijt gij? ". Hij belooft niet alleen: „Ik zal vijandschap zetten". Hij komt niet alleen wonen in een zichtbaar teken van de schêchina in de tabernakel. Nee. Hij daalt Zélf neer. Hij werd Zijn broederen in alles gelijk. De apostel heeft ervan uitgeroepen: „Deze verborgenheid is groot. God geopenbaard in het vlees". Wie zal dat verstaan? Wanneer een drenkeling tot op de bodem gezonken is, dan zal redding alleen nog onmogelijk zijn, wanneer de redder tot op de bodem daalt om zijn armen om hem te slaan. Hij moest de broederen niet in veel. maar in alles gelijk worden, uitgenomen de zonde. Hij is onder de Wet geplaatst. Hij moest worden de Man van Smarten. Hij onderwierp Zich vrijwillig aan het oordeel des doods. Hij is verzocht geweest, opdat Zijn Kerk in de verzoeking niet onder zou gaan.
Hij is in de diepste armoede neergelegd in een kribbe in Bethlehem en Zijn sterfbed was een kruis. Wie zal dat verstaan? Het heilig Godslam, gesteld onder de vloek. „Als ik dat wonder vatten wil, staat mijn verstand vol eerbied stil".
Wie is toch Deze? „Die in de gestaltenis Gods zijnde, het geen roof behoefde te achten Gode evengelijk te zijn, maar Die Zichzelf vernietigd heeft, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is de mensen gelijk geworden". Welk een diepe vernedering! Kerstfeest predikt de eeuwige liefde Gods, maar ook de ontzaglijke verlorenheid van de mens. Hij moest de afstand overbruggen die de mens gemaakt had. Heb jij die afstand al gevoeld? Ben je al aan de weet gekomen dat er een schuld betaald moet worden? Dat God van Zijn Recht geen afstand doen kan? Wij wilden als God zijn en zelf uitmaken wat goed was. Wij. jij en ik zijn tegen de Allerhoogste opgestaan. Als je dat gaat zien. komt er een buigen, een wegschamen. Dan wordt het waar: Vergeef mij al mijn zonden, die Uwe Hoogheid schonden.
Dan wordt de waarachtige schuldbelijdenis geboren. In het ontdekkend licht van Gods Geest ga ik zien wat ik gedaan heb. Eeuwig wonder om ook bij de kribbe terecht te komen. Om daar te lezen wat God als het ware boven de kribbe schrijft: „Géén recht, geen verdienste, énkel barmhartigheid, onverdiende genade en vrije gunst." Daar wordt het de Hebreeënschrijver nagestameld: „Waarom Hij in alles de broederen moest gelijk worden." In diepte van de innerlijke bewegingen van Gods Barmhartigheid is geen einde te vinden. De Heere geve ons zülk een Kerstfeest. Kerstfeest vanuit de verwondering!!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 december 1986
Daniel | 25 Pagina's