Gods gebod in deze tijd
Als wespreken over Gods gebod, dan denken we daarbij aan de Wet van de tien geboden. D Heere Zelf maakte die Wet bekend aan Israël bij de Sinaï. Die Wet gold echter niet allee voor Israël onder het Oude Testament, maar die Wet heeft een eeuwigdurend karakter. D tien geboden vormen de uitdrukking van Gods heilige wil. Dat geldt vooralle volken en all tijden. Daarom heeft de Heere de Wet zelf gegrift in twee stenen tafelen. Men vindt opgravingen inscripties, die duizenden jaren oud zijn en toch voor de geleerden nog duidelijk leesbaar. Als dan menselijke inscripties de eeuwen kunnen verduren, hoeveel te meer de goddelijke inscriptie van de Wet! De tien geboden hebben en houden een eeuwigdurend karakter. De Wet blijft altijd van kracht. In de hemel zal Gods Wet volmaakt gehouden worden.
De Wet is geen museumstuk
Uit dit alles blijkt wel, dat de Wet ook in onze tijd geldt. Ook in 1986 blijft gelden: Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in het boek der Wet, om dat te doen. Ook nu blijft de Heere eisen de onderhouding van Zijn Wet. Het is van het grootste belang om daaraan met kracht vast te houden. Voor velen is de Wet een museumstuk geworden. Het is altijd erg interessant om een museum te bezoeken. Het geeft een beeld van de tijd van vroeger. Maar met de voorwerpen in een museum kun je vandaag niets meer doen. Daar had men vroeger wat aan, maar in onze moderne tijd is dat alles onbruikbaar geworden. Veel mensen kijken op precies dezelfde manier aan tegen de Wet Gods. Die Wet kan er ons een indruk van geven, hoe Israël in het Oude Testament leefde, maar vandaag doe je er niets meer mee. De Wet is verouderd en sluit niet meer aan bij de eisen van deze tijd. Maar als ons één ding duidelijk moet zijn, dan is het wel, dat Gods Wet vandaag even aktueel is als in vroeger eeuwen. Ook nu leert de Wet ons, wat God van ons eist. Van gebod tot gebod bepaalt de Wet ons bij Gods heilige wil. De Heere blijft in de eerste tafel van de Wet eisen, dat we Hem boven alles zullen liefhebben. Hij blijft in de tweede tafel eisen, dat we onze naaste zullen liefhebben als onszelf. Het is opmerkelijk hoezeer Christus, de grote Vervuiler van de Wet, alle nadruk heeft gelegd op die liefde-eis. Zouden Gods kinderen dan die Wet niet hartelijk liefhebben?
Sekularisatie
Onze tijd staat in alle opzichten haaks op de eisen van Gods Wet. Als we een dwarsdoorsnee geven van onze tijd, dan zouden we vier dingen kunnen noemen. Allereerst is er de sekularisatie, dat wil zeggen de verwereldlijking. Heel het leven wordt los gemaakt van God. De Heere is er niet meer bij, want de mens is mondig geworden. Er wordt alleen nog maar gedacht in het horizontale vlak. De laatste resten van het christendom worden stelselmatig uit onze samenleving opgeruimd. Bestaat er wel een God? Wie is God?
Welke godsdienst heeft gelijk? Mohammed, Boeddha en Jezus, het is toch allemaal hetzelfde? Zoek in jezelf en vind daar God, zeggen velen, die niet meer kunnen geloven, dat er een persoonlijke God is. Het proces van deze sekularisatie is zeer ver voortgeschreden tot in alle geledingen van de samenleving toe. Zo wordt de mens zichzelf een Wet. Wijzelf zullen wel uitmaken wat goed en kwaad is. Zo kon het komen tot de moderne opvattingen rond zaken als abortus en euthanasie, seksualiteit en zelfmoord. Iemand, die enige tijd in Los Angeles heeft gewoond, vertelde letterlijk eens het volgende: , , De schrik slaatje om het hart, als je van dichtbij meemaakt
wat daar gebeurt. Per jaar worden in Los Angeles dertigduizend kinderen geaborteerd. Er wordt mee geadverteerd in de krant alsof het een nieuwe tandpasta betreft. Kindjes van zes maanden worden nog geaborteerd"'. Heel schrijnend zien we hier, wat het gevolg is, wanneer we Gods Wet loslaten. Precies het tegenovergestelde van de liefde-eis van de Wet. Tegenover al deze ontwikkelingen heeft de Kerk vandaag met alle kracht de eis van Gods Wet te prediken. Waar we de Wet liefhebben, zullen we de zonde haten.
Humanisme
In nauw verband met deze sekularisatie staat de opkomst van het humanisme. Dat wil zeggen, dat de mens in het middelpunt is komen te staan. De Heere is aan de kant geschoven en de mens staat nu in het centrum. De mens is de bron, de norm en het doel van alles geworden. Dit is een diepe tegenstelling met het schriftuurlijke denken: Uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Heel de moderne ontwikkelingen worden bepaald door dit humanisme, deze mens-middelpuntigheid: De seksuele revolutie, de strijd voor de menselijke waardigheid, maar ook bijvoorbeeld de demokratisering. Het volk heeft het in alles te zeggen en de meerderheid beslist. Wie het daar niet mee eens is, ligt eruit en wordt gediskrimineerd. Als we dit alles op ons laten inwerken, zal het ons duidelijk zijn, hoezeer dit in strijd is met de Wet van God. De Wet zet de wil des Heeren in het middelpunt. De Wet spreekt: Zo zegt de Heere! De Wet eist, dat we de Heere zullen liefhebben boven alles en allereerst zullen vragen naar Zijn wil. De enige norm van goed en kwaad ligt in God, in de grote Wetgever. Als we die norm loslaten, gaat onze samenleving de vernieling in, de chaos in. Laten we juist in onze tijd dit met alle kracht vasthouden. Tot de Wet en tot de Getuigenis, anders zal er geen dageraad zijn, dat moet ook vandaag worden gepredikt op de kansel en worden uitgedragen in de samenleving.
Anti-geest
Een derde typerend verschijnsel van deze tijd is de anti-geest. De geest van deze tijd, de anti-geest, is per definitie revolutionair. Het gezin, het gezag, de traditie, alles wordt omver geworpen. De mens bepaalt zijn eigen leven en wat hem niet zint, dat trapt hij dan maar omver. Alle ordeningen van Gods Wet worden vertrapt. De Heere eist, dat we de machten, die over ons gesteld zijn, onderdanig zullen zijn. In de ordeningen van het gezin en het gezag zien we Gods eigen hand. Als de Heidelbergse Catechismus spreekt over de gehoorzaamheid aan onze ouders, dan wordt daar beleden, dat „het Góde belieft ons door hun hand te regeren". Hier vatten we het hart van het gezin, van het gezag, van de ordeningen in de samenleving, gezien in het licht van Gods Wet. Wanneer we dit loslaten, dan gaat een samenleving naar de ondergang. Laten we toch mogen opkomen voor de schriftuurlijke ordeningen in de samenleving. Wanneer die geëerbiedigd worden, dan is dat tot grote zegen voor een land en volk. Dan zullen onze gezinnen daar wel bij varen. Ook hier onderstrepen we weer de blijvende aktualiteit van de Wet des Heeren. Waar die anti-geest het voor het zeggen krijgt, waar alles omver wordt geschopt, waar het gezag struikelt op de straten, daar verliest de samenleving alle vastheid en gaat zich de toorn en het ongenoegen des Heeren openbaren.
Doemdenken
Als vierde kenmerkend tijdsverschijnsel zouden we kunnen noemen het zogenaamde doemdenken. De toekomstvisie valt weg, alles is gericht op het nu. Dat maakt de mens depressief en dat heeft verschrikkelijke gevolgen voor heel de levensopenbaring: geniet wat er te genieten is! Het doemdenken houdt dus in, dat de mens geen toekomst meer ziet. Hoewel dit denken de laatste paar jaren schijnt om te slaan in een meer optimistische richting, is het te verwachten, dat dit slechts een tijdelijke ontwikkeling is en dat het doemdenken het moderne levensbesef ten zeerste zal blijven bepalen. Veel mensen zijn bezorgd voor de toekomst en voor de toekomst van hun kinderen. Zij zijn bezorgd over de onheilspellende internationale ontwikkelingen. Werkloosheid, verveling, vandalisme, krisis in huwelijk en gezin, vervuiling van aarde, lucht en water, grote en kleine kriminaliteit, machteloosheid van het gezag, rellen, links en rechts extremisme, drugs en een toenemend gebruik van alkohol, verlies van eerbied voor het leven. Dan is er de steeds toenemende dreiging van een totale vernietiging van de aarde door een oorlog met
kernwapens. Geen wonder, dat steeds meer mensen overspannen raken en ziek worden, in grote problemen komen en geen doel meer zien in het leven. Wat is het leven zonder eerbiediging van Gods Wet dan verschrikkelijk arm. Als we niet meer rekenen met Gods Wet, met de norm van Gods Woord, dan raken we alle houvast kwijt, dan verliest het leven alle zin. Het doemdenken is daar een aangrijpende illustratie van. De grote remedie voor onze tijd ligt in een terugkeer tot de normen van Gods Woord en Zijn heilige Wet.
Gods Wet blijft van grote betekenis, ook in onze tijd
In het licht van Gods Woord moeten we echter konstateren, dat de wetteloosheid en de afval steeds groter worden. De boycot van het christendom nadert en de liefdeloosheid, zowel in de wereld als in de kerk, neemt toe. De valse profetie is populair en er is veel schijngodsdienst, want de mens zoekt toch naar houvast. En in deze wereld vol onheilspellende dreiging is meer dan ooit nodig het profetisch getuigenis: Tot de Wet en tot de Getuigenis! Land, land, land, hoort des Heeren Woord! In het onderhouden van Gods geboden ligt grote loon. Natuurlijk weten we, dat de Wet ons niet meer zalig kan maken. De Wet legt onze diepe verlorenheid en schuld bloot. We hebben Christus nodig als de grote Wetsvervuller. Dat neemt echter niet weg, dat, wanneer een samenleving Gods Wet nog eerbiedigt, de Heere Zijn gunst daarover zal doen ervaren. Dat blijft gelden, ook in 1986. Niet de mens, maar de grote Wetgever is de norm van goed en kwaad. Niet wij, maar de Heere bepaalt wat goed is. En wij hebben eerbiedig te vragen: wat wilt Gij, dat ik doen zal! Gods liefde-eis, uitgedrukt in Zijn Wet, blijft eeuwig van kracht, ook al staat vandaag heel de moderne ontwikkeling daar haaks op. Waar Gods Wet wordt geëerbiedigd, daar doet de Heere ervaren: Wat vrêe heeft elk, die Uwe Wet bemint. Dat geldt persoonlijk leven. Dat geldt ook de samenleving; dan zal die samenleving worden gekenmerkt door vrede en harmonie. Waar echter Gods Wet wordt losgelaten, daar is wetteloosheid, chaos en verwarring het gevolg. Daar ligt de betekenis van Gods gebod voor deze tijd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 november 1986
Daniel | 32 Pagina's