Zending per post
Met smaak eet hij zijn soep en drinkt daarna wel een halve kalebas water leeg. Even kijkt hij de meisjes na die met schalen vol lege kalebassen weer naar huis gaan. Zonder moeite balanceren ze die grote schalen op hun hoofd. Je kunt ze nog minutenlang horen lachen en praten als ze in een lange rij achter elkaar, door de akkers naar huis lopen. Na de rust begint het geploeter opnieuw. Het zware hakmes schampt telkens op de grote stenen die net onder de oppervlakte liggen. „Onbegonnen werk", mompelt Kwesi in zichzelf. Voor het eerst zijn er ook tomaten gezaaid. De onderste vruchten beginnen al te kleuren. Kwesi laat het hakmes rusten. „Zou je veel tomaten moeten hebben om een lorry te kunnen kopen? " mijmert hij. „Ha, een lorry net als Asare en het dan.... dan zo druk hebben dat je geen tijd hebt om te sterven, dat is nog eens een leven!" Ineens stokken zijn gedachten. Kofi! Hoe lang is dat al weer geleden?
Springhanen
De maïs staat in de kolf en de gierst is in de aar. De tomaten zijn bijna rijp om geplukt te worden. Nog 'n paar dagen, dan kunnen ze in de grote zelfgevlochten manden naar de markt gebracht worden. Asare heeft dertig volle manden besteld. De dag begint zoals altijd. Al heel vroeg zijn de mannén en de grotere jongens naar hun werk op het land gegaan. Vandaag moeten de tomaten geplukt en kan de eerste gierst geoogst worden. De moeders hadden het ontbijt al klaar: gestampte gierst in water gekookt. De kleine kinderen sliepen nog. Tegen een uur of tien komt er vanuit het noord-oosten een donkere lucht opzetten, die snel naderbij komt. Kwesi ziet het het eerst. Hij staat even sprakeloos, dan geeft hij een vreemde, rauwe schreeuw. De mannen en jongens in zijn buurt kijken verschrikt op. „Wat is er? " willen ze vragen, maar de woorden blijven in hun keel steken. Met een geweldige snelheid komt een bruine wolk, die een breedte heeft van honderden meters, laag boven de grond op hen af. „Sprinkhanen", schreeuwt een oude man. En dan wordt de gloed van de zon verduisterd als de grote insekten de mannen en jongens bereiken. De lucht trilt van het snorrend geluid van miljoenen vleugels. Ze zijn overal. In de lucht, op het veld, om hen heen. Ze botsen hoorbaar tegen de lichamen van de angstig ineen gedoken mannen.
Kwesi houdt zich opgerold als een bal, de armen beschermend om zijn hoofd. Hij voelt ze in zijn haar, in z'n kleren, op z'n benen. En het houdt niet op, dat gonzende gesnor, maar bovenal dat misselijk makend geknaag van de sterke kaken, die al wat groen en eetbaar is vermalen.
Hij zou willen gillen, willen schreeuwen, maar zijn tong lijkt verlamd. Eén alles beheersende gedachte bespringt hem als een afgrijselijk monster. „Wacht maar, straks eten ze je op. Dat duurt niet lang meer". Met geweld onderdrukt hij de neiging om op te springen en weg te hollen. Twee uren duurt de beproeving, dan is de zwerm voorbij. De grond ligt bezaaid met insekten. De meeste zijn dood, andere kruipen rond met verminkte vleugels en poten. De zon schijnt weer in volle kracht en doet de bruine schilden van de sprink-
hanen glanzen. Versuft staan de mannen en jongens op. Kwesi voelt zich misselijk. Het schemert voor zijn ogen. Ineens wordt hij woest. Hij stampt met zijn blote voeten op de dode en stuiptrekkende insekten, hij hakt met zijn mes, dat hij al die tijd stijf in zijn hand heeft gehouden in op de dikke laag dode en halfdode beesten, die met duizenden en duizenden op de zo veelbelovende akker liggen. Er is geen groen meer te vinden, er staat geen halm meer overeind. In enkele uren is een werk van maanden verwoest. Als het tot de mannen doordringt welk een onherstelbare ramp er is gebeurd, staan ze sprakeloos. Kwesi laat zich snikkend op de grond vallen. Hij is totaal op, hij voelt zich moe, zo moe, hij zou wel nooit meer willen opstaan.
Ineens, zomaar zonder enige reden, ziet hij de spreuk op de lorry van Asare: „Geen tijd om te sterven". Hij, Kwesi, heeft nu tijd genoeg, o was hij maar dood, dan was hij overal vanaf.
Geen tijd om te sterven
Met een roekeloze vaart rijdt Asare over de weg van Kumasi naar Accra. De oude lorry maakt zoveel lawaai dat Asare niet normaal kan praten met de jongen die naast hem zit. De kuilen en gaten in de weg zijn legio en de enige kans om ze te ontwijken is af en toe zig-zagte rijden in de hoop dat de tegenligger dat bijtijds in de gaten krijgt.
„Kijk eens Kwesi", schreeuwt Asare ineens. „Zie je dat busje voor ons? Kun je lezen wat erop staat? " Kwesi leunt wat naar voren. „Brain behind, hersens achterin!" gilt hij terug. Asare lacht bulderend. „Weetje wat dat betekent? " Kwesi schudt van nee. „Nou, die bus heeft z'n motor achterin zitten. Let op we gaan hem inhalen". Asare geeft plankgas. Net bijtijds merkt hij dat het busje vaart mindert. De banden van de lorry gieren als Asare op de rem gaat staan, de oude vrachtwagen slingert van links naar rechts en het duurt even eer Asare hem weer in zijn macht heeft. De scheldwoorden rollen van zijn lippen, maar een minuut later zit hij weer te zingen.
Vlak bij Accra wordt het druk. Toch mindert hij geen moment zijn snelheid. „Asare, kijk uit!" gilt Kwesi ineens. Hij slaat de handen voor z'n ogen. Een oude man is bezig de weg over te steken. Asare rijdt zonder uit te wijken door. Niemand trekt zich iets van het ongeluk aan. Iedereen rijdt onbekommerd verder. Asare lacht alsof er niets is gebeurd. Maar Kwesi voelt hoe z'n maag in opstand komt. Hij kan nog net zijn hoofd buiten het raampje steken. O, was hij maar nooit, nooit met Asare meegegaan. Geen tijd om te sterven. Nee, die oude man kreeg geen tijd om te sterven, hij was op slag dood.
Heil and heaven
Na de sprinkhanenplaag is Kwesi zijn dorpje ontvlucht en als bijrijder met Asare meegetrokken. „Ik kom terug als ik veel geld heb verdiend", heeft hij beloofd bij het afscheid. En nu is hij al langer dan drie jaar de compagnon van de man die het zo druk heeft, dat hij geen tijd heeft om te sterven. De laatste twee jaren hebben ze Noord-Ghana verwisseld voor het zuiden. Ze hebben een kamer gehuurd in de havenwijk van Tema en rijden bijna wekelijks van Accra naar Kumasi en omstreken en omgekeerd. Kwesi heeft een enorme handigheid gekregen in het opsporen van klanten. Op een vroege ochtend meert de Arcadia aan één van de vele kaden van de havenstad Tema. De loopbrug wordt neergelaten en het lossen begint. Als de boot leeg is — en dat duurt enkele dagen — kan het grootste deel van de bemanning van boord. Vlakbij de loopbrug staan — alsof ze steun zoeken bij elkaar — vier oude koelkasten en een dito keukenbuffetje. Om dat laatste meubelstuk is een stevig touw gewikkeld. Vier mannen staan erbij te praten en zijn het kennelijk niet eens met elkaar. Een paar meter verder staat Kwesi met de handen in z'n zakken de drukte in de haven gade te slaan. Vanuit z'n ooghoeken houdt hij de vier in de gaten. Langzaam slentert hij op hen toe. Een half uur later staan de koelkasten en het keukenbuffetje in de vrachtwagen van Asare en de vier mannen hurken er vergenoegd omheen.
„Koforidua? " had Asare gevraagd.
„Okay, als ik er langer dan een uur over doe, krijgje de helft van de prijs terug". Ze zijn er binnen het uur. De gelukkige eigenaar van het keukenbuffetje plus een koelkast zetten ze het laatst af. Hij wil persé helpen en sjouwt samen met Kwesi de koelkast zijn huisje binnen. Bij de deur struikelt hij, de koelkast slaat met een klap tegen de grond. Door de schok schiet de deur open, er valt een stukje papier uit. Niemand ziet het en met vereende krachten wordt het gladde meubelstuk weer overeind gezet. Er zijn alleen een paar extra deuken in gekomen, verder lijkt alles nog heel. Als Kwesi terugloopt naar de lorry ziet hij het papiertje liggen, wit met helblauwe letters. „Heil and heaven". Hemel? De hemel is boven hem. En de hel? Dat woord gebruik je als je iemand dood wenst. Hij draait het om: Rev. C. Harinck. Voor verdere gratis informatie en hulp bij Bijbelstudie schrijf naar:
DUTCH REFORMED TRACT SOCIETY vroeger: Blythswood Tract Society P.O. Box 372, 3300 AJ Dordrecht - Holland Hij stopt het in z'n zak. Straks maar eens even lezen.
Help mij alstublieft
Aan een wankel tafeltje, gezeten op een dito stoel, is Kwesi bezig een brief te schrijven, 't Gaat hem niet zo best af zo te zien, maar eindelijk is het epistel klaar:
Geacht Dutch Reformed Tract Society, Ik ben Kwesi Kofeng en ik ben 20 jaar. Ik vond het traktaatje „Heil and Heaven", het viel uit een koelkast die ik bij iemand moest afleveren. Ik heb het gelezen. Ik wilde u wat vragen. Is 't echt waar over de hel? Wie is God en wie is Christus? Ik ken Hen niet. Als je zonder Hen geleefd hebt, staat er in het traktaatje, ben je een broeder van de man die in de hel kwam. Ik las ook van een deur der barmhartigheid. Hoe kan ik die deur vinden? Ik heb het zo druk dat ik geen tijd heb om te sterven. Ik heb altijd gedacht dat dood dood was, dat er daarna niets meer was. Wat moet ik doen? Ik durf niet te sterven nu. Waar, o waar is die deur der barmhartigheid? Help mij alstublieft.
Kwesi Kofeng P.O. Box 435 TEMA Ghana West Africa
Nog even geduld Kwesi
In de kleine zaal van de Julianakerk in Dordrecht heerst een gezellige drukte. De kommissie Bijbelverspreiding houdt haar maandelijkse vergadering. Op de hoek bij de deur zit een man, gebogen over een stapeltje brieven. Ineens springt hij overeind. „Luister nou eens", roept hij blij. Iedereen legt zijn werk neer. Stil blijft het, heel stil na het voorlezen van de brief van Kwesi. De voorzitter loopt naar de Bijbels die op één van de tafels staan. Hij neemt er één en bladert er even in. Dan leest hij: „Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden". Dan pakt hij een envelop en een adressticker. „Wilt u Kwesi's naam en adres erop schrijven? " vraagt hij aan de man bij de deur.
Ontroerd kijken de kommissieleden toe. „Voor Kwesi maken we een uitzondering", gaat hij verder. „Hij krijgt direkt een Bijbel, hij hoeft niet eerst een kursus te maken". Als de envelop gesloten is, blijft het nog even stil in de zaal van de Julianakerk. Dan gaat ieder weer aan het werk. Nog even geduld Kwesi, het antwoord op jouw noodkreet komt eraan: „Ik ben de Deur. Ik heb nog andere schapen, deze moet Ik ook toebrengen. En zij zullen Mijn Stem horen".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 1986
Daniel | 41 Pagina's