JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Is mijn geloof slechts vrucht van opvoeding ?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Is mijn geloof slechts vrucht van opvoeding ?

Over het historisch geloof

9 minuten leestijd

Onze opvoeding

Wat zijn er veel dingen in ons leven waaraan wij zijn gewend geraakt. Wij vinden zoveel dingen gewoon. Als je zo eens in andere landen rondkijken zou, en dan denk ik aan de derde wereldlanden, dan ga je beseffen, dat wij zo ontzaggelijk veel hebben, dat helemaal niet gewoon is. De huizen waarin wij wonen, de kleding die wij dragen, zoveel eten en drinken, dat wij elke dag mogen gebruiken, het zijn allemaal dingen die wij heel gewoon vinden. Het hoort erbij. Wij zijn er niet verwonderd over. Zonder na te denken maken wij er gebruik van. Maar het is niet vanzelfsprekend, dat wij dit allemaal hebben.

Verder hebben we onze scholen, de catechisaties en onze kerk. Heel gewoon, elke zondag naar de kerk, denken we. Vanzelf luisteren wij daar naar het Woord van God, vinden we. Maar het is niet gewoon. Zeker het Woord niet.

Hoe komt het, dat wij dat allemaal gewoon vinden? Dat komt omdat wij het van jongs af hebben meegemaakt. Wij zijn er mee opgegroeid. Het is verweven met het levenspatroon, waarmee we als kind kennis maakten.

De zondag, de dag van de Heere, waarop wij niet naar school gingen en vader niet naar het werk ging, maar waarop wij naar de kerk gaan, hoort er bij.

En dat gaan we gewoon vinden. Dat is zeker wel de bedoeling van de opvoeding, dat wij mensen worden, die niet alleen in de maatschappij hun plaats kennen en zich weten te gedragen, maar die ook hun leven laten leiden door de Bijbel.

Wat is het geweldig wanneer wij naar het Woord van God worden opgevoed! Wat is het een voorrecht wanneer wij dat Woord leren kennen en horen mogen van de daden van de Heere. Een voorrecht is 't, wanneer wij leren wat zonde is en wat de Heere van ons eist, wat genade is en hoe de Heere dat schenkt. Hoeveel mensen zijn er die dit allemaal niet kennen. Zij moeten het Woord missen. Denk aan de landen waarheen de zendelingen gaan om het Woord te brengen. Hoeveel jonge mensen in ons land hebben nog nooit van de Bijbel gehoord, dan alleen in spottende zin? Zonder de Bijbel is het geloof onmogelijk. Want het geloof is uit het gehoor; en het gehoor door het gepredikte Woord. Zonder geloof is het onmogelijk om God te behagen. Die in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar die de Zoon ongehoorzaam is, de toorn Gods blijft op Hem. Wat is het dan een groot voorrecht om bij het Woord te worden opgevoed.

Is dat genoeg?

Is het genoeg om de Bijbel te hebben en de leer, die op de Bijbel gegrond is te kennen? Nee, immers! Het geloof dat door het Woord gewerkt wordt in het hart door de kracht van de Heilige Geest is nodig tot zaligheid. Dat is ons allen nodig. Geloof en bekering moeten de vruchten zijn van het gestrooide zaad van het Woord op de akker van ons hart.

En dan moeten wij onder geloof verstaan het ware, zaligmakende geloof. Onze catechismus noemt dat het ware of oprechte geloof. Dat wordt zo gezegd, omdat er vormen zijn van geloof, die, op zichzelf genomen, ons niet zaligmaken. Wij kennen het wondergeloof, dat is het geloof, dat er aan jou een wonder gebeuren zal of dat jij een wonder zult doen. Wij zien daarvan genoeg voorbeelden in de Bijbel in het Oude en Nieuwe Testament. Ik denk aan de tien melaatsen die tot de Heere Jezus kwamen, of de mensen die hun zieken brachten en in de schaduw van de apostelen legden.

Wij onderscheiden ook het tijdgeloof. Dat raakt het gevoel aan. Wij zijn emotioneel aangedaan door het Woord, maar veel diepgang heeft het niet. De beweging in het hart is maar voor een tijd. De Heere Jezus

zegt, als de verdrukking komt, vallen zij af. In ieder geval gaat dit geloof niet verder mee dan dit leven. Het heeft geen diepgang en slechts een zeer oppervlakkige roem in genade.

Zowel het wondergeloof als het tijdgeloof kunnen ons niet zaligmaken, omdat zij ons niet verenigen met de Heere Jezus. Dan worden wij niet ingelijfd in Christus en ook Zijn weldaden niet deelachtig.

Naast het wonder-en tijdgeloof kennen we het historisch geloof.

Dat is eigenlijk een wat wonderlijke naam: historisch geloof, of — zoals men dat vroeger schreef — historieel geloof. Wat is dat eigenlijk en hoe kom je daaraan? Is het genoeg en zo niet, wat heb je er dan aan? Daar heb je wat vragen die je zo voorshands kunt stellen.

Wat is het?

Wat is het historisch geloof? Het is het uiterlijk toestemmen van hetgeen in het Woord van God gezegd wordt. Wij erkennen dan dus, dat het waar is. Vanaf Genesis 1, de geschiedenis van de schepping van hemel en aarde tot en met de laatste hoofdstukken van de Openbaring, waarin de nieuwe hemel en de nieuwe aarde worden voorzegd, erkennen wij dat het waar is. Wij geloven de Bijbel, zegt het spraakgebruik. Wij geloven in de wonderen, die er in beschreven zijn, ook dat de Heere Jezus als de Zoon van God mens geworden is door de geboorte uit de maagd Maria. Wij geloven dat het waar is dat Hij uit de doden is opgestaan en na veertig dagen naar de hemel is gevaren. Wij geloven ook dat Hij zal wederkomen op de wolken. Dat is waar! Dat erkennen we. Dat stemmen wij toe. Wij hebben dat zo geleerd. Dat hebben wij thuis geleerd van vader en moeder, en misschien op school en op de catechisatie. Wij leerden van de goede schepping en van de diepe val, van de dood die in de wereld kwam door die éne zonde, en van de komst van de Zaligmaker. Dat geloven we, zeggen we dan, en in zekere zin is dat waar ook. Wij stemmen dit toe.

Alleen wij stemmen dit uiterlijk toe. Je verstand weet het, want je hebt het geleerd, en je twijfelt er niet aan. Maar innerlijk ben je er niet bij betrokken. Daarom noemen we het een uiterlijke toestemming, omdat je innerlijk er zo buiten blijft. Het raakt je niet.

Dat is wel érg natuurlijk. Het is net als met een bericht over een ongeluk bijvoorbeeld. Dat het zó gebeurd is, zoals het beschreven is, betwijfel je geen ogenblik. Dat het waar is, neem je grif aan. Je kunt er zelfs een ogenblik stil van worden. Je kunt denken, als ik daar nu eens bij betrokken zou zijn geweest.... Maar, de bel gaat en daar komt je vriend of vriendin.... Je gaat doen watje afgesproken had, en het is allemaal weer vergeten.

Heel anders zou de betrokkenheid zijn geweest als het ongeluk nu eens geen betrekking zou hebben op vreemden, maar wanneer je broer of je moeder het slachtoffer zou zijn geweest. Dan zou je anders reageren. Het bericht brengt dan nameloos verdriet, rouw, leegheid.... Dan zou het anders zijn.

Het voorbeeld van het eerste bericht is slechts typering van het historisch geloof, het is niet helemaal in alles te vergelijken, maar je begrijpt, het gaat om de innerlijke betrokkenheid bij de boodschap. Een uiterlijke toestemming van gekende waarheden. Dat is het!

In die betekenis gebruikt Paulus het Woord geloof als hij voor koning Agrippa staat: elooft gij, o koning, de profeten? Ik weet dat gij ze gelooft (Hand. 26 : 27). Agrippa stemde uiterlijk toe de waarheid van de profeten. Maar hij werd er geen christen door. Agrippa zei: Gij beweegt mij bijna een christen te worden". Hieruit blijkt dat het historisch geloof niet genoeg is tot zaligheid. Het maakt ons geen christen in de meest eigenlijke zin van het Woord. Het lijft ons Christus niet in en maakt ons Zijn zalving niet deelachtig (vr. 32 van de catechismus). Het is uiterlijk.

Wat heb je er dan aan?

Nu moeten wij het historisch geloof niet onderschatten. Het is maar uiterlijk en het is niet genoeg, zeggen we dan. Wat heb je eraan. Nee, zo moeten wij niet spreken. Dan gaan wij wegwerpen iets waarop we heel zuinig moeten zijn. Ik heb nog nooit een ware christen gezien zonder historisch geloof. Zij zullen allen het Woord van God beamen.

Bovendien, hoevelen zijn er nu in onze tijd, die de Bijbel niet meer zien als het Woord van God? Verschrikkelijk veel mensen stemmen de waarheid van het Woord niet meer toe. Er is heel wat aan getornd aan de waarheid van de Bijbel. Stuk voor stuk worden de dingen van het Woord ontkend of uitgehold. De schepping, de val, de opstanding en hemelvaart, de menswording van de Heere Jezus worden weersproken. Van een eeuwig zalig leven gaan de

verlangens alleen uit naar het hier en nu. Is dan het historisch geloof toch niet meer, dan zo maar resultaat van de opvoeding? Nee! Het is helemaal niet gewoon wanneer een mens de Bijbel als waar aanvaardt. Zoveel eer komt ons niet toe. Ons verstand, zegt de Bijbel, is verduisterd. En dat verstand redeneert de zaken van het Woord weg.

Wij mogen en moeten de eer van het uiterlijk toestemmen niet leggen in de opvoeding, hoezeer vader en moeder krachtens de doopbelofte verplicht zijn om ons in de voorzeide leer te onderwijzen. De Heere wil de opvoeding gebruiken als een instrument in Zijn handen om ons bij het Woord te brengen en ons bij het Woord te houden.

Het belangrijkste is echter dat de Heere ons daardoor roept, welmenend roept. De Heere geeft zelfs aan degenen die Hij door Zijn Woord roept, onderscheiden gaven mee (Dordtse leerregels, Hoofdstuk III/IV, art. 9). Laten wij er niet gering over denken, over dit historisch geloof.

Er kunnen soms twijfels in je hart opkomen aangaande het Woord van God. Allerlei zaken kunnen je zo maar ineens onwaarschijnlijk voorkomen. Dan is het helemaal niet vanzelfsprekend datje de Bijbel voor waar aanneemt. In zulke momenten is het zo nodig om de Heere te bidden, heel eenvoudig, om bewaard te worden bij dit geloof. Hij alleen is machtig de aanvallen van de satan af te slaan en de Bijbel aan je terug te geven.

Waartoe gegeven?

Het historisch geloof is gegeven, daardoor roept de Heere ons. Hij klopt op ons hart. Hij wil nietje verstand hebben, maar ook je hart. En dat is nu zo erg dat wij innerlijk zo buiten de boodschap van het Woord blijven staan. De Heere gaf zoveel en wij horen niet.

De Heere is het Die ook ons hart kan openen. Denk aan Lydia.

Laten wij vooral vragen om de verlichting van de Heilige Geest. Want dan worden we door die Geest wél innerlijk betrokken bij de boodschap. Dan is het niet alleen een uiterlijke toestemming, maar ook een innerlijke toestemming aan de waarheid van het Woord. Dan buigen we voor de Heere en belijden onze schuld. Dan zullen wij leren kennen de genade van de Heere Jezus door de onderwijzing van Gods Geest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 1986

Daniel | 41 Pagina's

Is mijn geloof slechts vrucht van opvoeding ?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 1986

Daniel | 41 Pagina's