BIJ OMA OP BEZOEK
vervolgverhaal deel 2
„Zeg, Carolien en Jos, ik was pas bij jullie en toen zag ik dat oude schaap lopen. En weetje wat ik dacht? Wat zou het fijn zijn voor kleine dieren als ze in de winter eens weg konden kruipen in die dikke, warme vacht. Daarover zal ik jullie eens wat vertellen. Luister maar.
Er was eens een muisje, klein maar slim. Hij had het erg koud, want het was winter. Toen zag hij een schaap lopen. Hij vroeg: „Heb jij het niet koud? " „Nee", zei het schaap. „Ik heb een wollen vacht. Dat is lekker warm." „Mag ik in je vacht zitten? ", vroeg de muis toen. Maar dat wilde het schaap niet. De muis zou erg kriebelen en daar had hij een hekel aan. Maar de muis hield aan. Tenslotte gaf het schaap toe. Hij dacht: „Kruip er dan maar in. Over een poosje wordt ik toch geschoren. Haha, dan kan je niet meer in mijn vacht zitten." Toen het zomer werd, kwam de schapenscheerder en haalde de wol eraf. „Haha", riep het schaap. „Nu ben ik van je af!" „Haha", zei de muis. „Het is nu toch zomer. Ik heb het nu niet koud meer. En als het weer winter wordt, is je vacht aangegroeid. En dan kruip ik er weer in!" En zo had de muis toch het laatste woord. „Lusten jullie een lekkere appel", vraagt oma als ze uitverteld is. Ijverig knikken ze van , ja". Natuurlijk, wie lust dat nu niet.
„En vertellen jullie nu maar eens hoe het op school gaat. Kan je al woordjes schrijven, Jos? '
„Ja hoor."
„Schrijf je naam hier dan eens op."
Oma pak een papiertje en een pen. Met het puntje van zijn tong uit zijn mond en een rode kleur van inspanning zet Jos tenslotte drie letters op papier.
„Keurig hoor. En schrijf nu eens „oma", kan je dat ook al? - Goed zo, jij kunt wel schoolmeester worden."
„Dat wil ik best." „O ja? Waarom vind je dat zo leuk? " „Dan kan ik alle stoute jongetjes in de hoek zetten."
„En hoop je dat er veel ondeugende kinderen in je klas zitten? " „Ja! Hoe meer hoe liever."
„Nee zeg, Josje toch. Je snapt er helemaal niets van. Weet je wel hoe het hoort? Je moet zo'n goede meester zijn, dat alle kinderen gehoorzaam worden. Want ongehoorzaam zijn is heel erg. En Carolien, heb jij goede cijfers op je rapport? "
„Voor Bijbelse geschiedenis een negen en voor Psalmvers een tien. Voor rekenen een acht en voor taal een zeven." „Dat is ook niet mis. Nu, ik hoor het al. Ik heb een stel knappe kleinkinderen. Kijk eens, allebei een gulden voor je spaarpot. Omdat jullie zo goed je best doen. Nu moeten jullie maar weer naar huis gaan. 't Is al weer laat geworden. Bedank mamma voor de tas met lekkers. Ik moet gauw weer eens bij jullie langs komen. Zodra ik weer wat opgeknapt ben, kunnen jullie me verwachten."
„Zeker voor het volgende verhaal? " vraagt Carolien een beetje ondeugend. „Wie weet. Jullie moeten nog maar eens komen. Want zo vaak zie ik jullie niet. Maar goed, we zien het wel. Nu moeten jullie gaan, hoor. Wacht, trekken jullie je jas aan, dan pak ik even een plak snijkoek. Alsjeblieft, voor onderweg. Nou tot ziens. Doe ze thuis de groeten. Dag Jos. Dag Carolien." „Dag oma. Bedankt voor de fijne middag!" En daar gaan ze weer, naar huis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1986
Daniel | 32 Pagina's