De profeet Habakuk (14)
Een serie bijbelstudies over de profeet Habakuk
Lezen Habakuk 3 (met name vers 19)
Begin en einde
Er bestaat een treffend kontrast tussen het begin en het slot van Habakuks profetie. In het begin kwamen we de man Gods tegen, overstelpt door vragen en raadsels, waarmee hij geen weg wist. Toen was het: EERE! hoe lang schreeuw ik en Gij hoort niet, hoe lang roep ik geweld tot U, en Gij verlost niet (Hab. 1 : 2). Maar hij heeft geluisterd; hij hield wacht om te zien wat de Heere in hem spreken zou. Hij heeft gebeden, geroepen, geworsteld, meer dan eens. En het einde is, dat God hem uittilt boven alle moeiten en zorgen.
Het slotakkoord
Aan het einde van zijn boek breekt de profeet uit in de jubel over de God zijns heils. Maar is dan alles eigenlijk niet nog veel ernstiger geworden? De Chaldeën zijn immers geweest, en de oogst ontbreekt en de stallen zijn leeg, hoe kun je dan zingen? Merk op, dat de Heere het geloof van Zijn kinderen oefent door de verdrukkingen heen. Dwars door alle omstandigheden heen werkt Hij aan op Zijn eer en op de verheerlijking van Zijn Naam. In die weg brengt Hij af van alles wat geen God en geen Christus is. Daar gebruikt Hij zelfs de goddelozen voor, daartoe verwekt Hij de Chaldeën. Maar daarvoor heeft Hij nu ook Zijn eniggeboren Zoon gegeven, gegeven als de Held der hulp in het midden van de benauwdheid, gegeven als het Licht der wereld in de duisternis. Het behaagde de HEERE Hem te verbrijzelen. En in de geloofsgemeenschap met Hem zingt Habakuk: Ik zal mij verheugen in de God van mijn Heiland; ja de HEERE Heere is mijn sterkte.
De HEERE Heere
Het is jammer dat de veelzeggende namen waarin God Zich wil openbaren in een vertaling niet even krachtig zijn weer te geven.
HEERE, dat is Jahwe, „de Ik zal zijn, Die Ik zijn zal"; de Ik ben, Die Ik ben. In deze naam zegt God: Ik verander nooit, Ik houd Mijn Woord. Ik denk in eeuwigheid aan Mijn verbond. Habakuk, Ik kom midden in Uw leven en Ik zal u niet begeven en niet verlaten. Hoe donker ook Mijn weg moog wezen, Ik zie in gunst op die Mij vrezen. Dat is Gods genade, verdiend door de Heere Jezus, toen Hij verlaten hing aan het vloekhout der schande.
Er is meer; daar is ook die andere naam: Heere, dat is Adonai. Daarin zegt God: Ik ben de Oppermajesteit, de Heere van hemel en aarde: Ik sta boven alle machten, die er zijn. Habakuk, Ik ben maar niet als een vriend van u die zegt: Ik zou willen, dat ik iets voor u zou kunnen doen; o nee, Ik ben Adonai: alle mensen, ook de goddelozen en de Chaldeën, zijn bij Mij vergeleken minder dan een druppel aan de emmer. Als hier nu alles ontvalt, wijs Ik, Adonai, u de weg naar boven. Die weg naar boven is er omdat Christus de weg heeft afgelegd van boven naar beneden. Al verlies ik dan alles, nochtans bezit ik alles, „alles in leven en in sterven".
Alle roem is uitgesloten, nochtans roem ik, want mijn sterkte is Jahwe Adonai, de HEERE Heere. En dan is het niet: Hij is mijn sterkte en nu zal ik dit of dat; nee, Hij is mijn Sterkte en nu zal Hij! Wat? Wel, Hij zal mijn voeten maken als der hinden, en Hij zal mij doen treden op zijn hoogten.
Als
Wanneer de Bijbel het woordje „als" gebruikt, moeten we niet denken dat we te doen hebben met een vergelijking zonder
meer. Nee, als wij lezen: als een bloem van 't veld: hij zal groeien als een palmboom, dan is de vraag: hoe groeit dan een palmboom. En als Habakuk zegt: „Hij zal mijn voeten maken als der hinden", dan moeten we nieuwsgierig worden en vragen: wat is dan het eigenaardige van de voeten der hinden? En dan zijn er in dit verband drie dingen te noemen.
Der hinden voeten
1. Hinden hebben een bijzonder fijn gevoel voor gevaren, die hen bedreigen.
Alpenjagers vertellen, dat het erg moeilijk is om op hinden te jagen, omdat ze je direkt horen aankomen en omdat ze weten van welke kant er gevaar dreigt. Een scherpe intuïtie voor het gevaar en een fijn aanvoelen van plaatsen waar ze niet veilig zijn. En nu zegt Habakuk: dat geeft de Heere ook aan mij, dat is een bijzondere genadegave. Met de psalmdichter belijdt hij, dat de HEERE hem bewaren zal van alle kwaad. Mijn ziel zal Hij bewaren.
2. Hinden hebben iets spotzieks, wanneer ze overwinnen. Iemand vertelt dat jongelui eens een jong hert hadden opgejaagd. Met alle macht probeerden ze 't dier te vangen, maar het lukte niet. Af en toe keek het beest om een uitstekende klip heen en als het dan de achtervolgers ver achter zich zag, strekte het z'n kop uit, hoog in de lucht, als wilde het zeggen: „Jullie krijgen me nooit!" Iets dergelijks, zegt Habakuk, doet God ook voor mij.
Hij maakt mijn voeten als der hinden, even triomferend, even zeker van de overwinning. De profeet daagt ze als 't ware uit: de goddelozen, de Chaldeën. de lege schuren, de liegende vijgebomen. En tóch, zo betuigt hij, is de HEERE Heere mijn Sterkte. „De HEER is zo getrouw als sterk, Hij zal Zijn werk voor mij voleinden".
Wat een krediet heeft Habakuk op zijn God gekregen. De HEERE deed maar niets volgens hem, want hoelang schreeuwde en riep hij al? Maar wat is zijn geloof door de verdrukkingen heen gelouterd. „En alle kastijding als die tegenwoordig is, schijnt geen zaak van vreugde maar van droefheid te zijn; doch daarna geeft zij van zich een vreedzame vrucht der gerechtigheid degenen, die door dezelve geoefend zijn" (Hebr. 12 : 11).
3. Hinden staan bekend om hun voorliefde voor stilte en eenzaamheid. Meestal komen ze tegen de avond even uit de bossen te voorschijn om eten te zoeken, maar hun eigenlijke leven leiden ze in de schaduw, ver van de drukte in de stilte. En als God uit genade onze voeten maakt als die der hinden brengt Hij ons ook in de stilte. Nee, niet dat Hij ons de wereld doet ontvluchten, integendeel. Hij geeft Zijn kind een plaats midden in de wereld en de drukte daarvan. Maar juist in die drukte geeft Hij Zijn Elims.
Jezus sprak tot Zijn Discipelen: Komt gijlieden in een woeste plaats hier alleen en rust een weinig" (Mark. 6 : 31). Zo mocht ook Habakuk het ervaren. Uit de diepten van zorgen en vragen leidt de HEERE hem op de hoogten van Zijn genade.
Uitleiding
Wij hebben de profeet gevolgd op z'n weg van vallen en opstaan, van smeken en bidden, van ondergaan en opkomen. Nu neemt hij afscheid, staande op z'n hoogten. Hij geeft z'n gebed aan de opperzangmeester. Laat 't gezongen worden als de gemeente samenkomt en laat het snarenspel daarbij niet ontbreken. De verbijstering over Gods regering heeft plaats gemaakt voor de verwondering over God en Diens genade in Jezus Christus. Voor de opperzangmeester op de Neginoth.
Vragen:
1. Betrek de scherpe intuïtie voor 't gevaar (als bij de hinden) op het leven van Lot (Gen. 13 en Gen. 19) en Jozef (Gen. 39). Welke lessen liggen daarin voor 't persoonlijk leven?
2. Paulus weet ook van het uitdagende zoals de hinden dat hebben. Wat lees je dienaangaande in Rom. 8?
3. Kun je een paar bijbelheiligen noemen in wier leven de begrippen stilte en eenzaamheid duidelijk zijn aan te wijzen ?
4. Probeer tot slot voor jezelf de inhoud van dit bijbelboek kort te formuleren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1986
Daniel | 32 Pagina's