Hoe denken „onze” jongeren?
een impressie van vraaggesprekken met jongeren
door Jan Gerrit Deelen en Ed van Heil
In april dit jaar hield minister Brinkman van WVC twee diskussie-avonden met jongeren. Centraal stonden vragen als: welke toekomstverwachtingen heb je? Hoe kijk je tegen studie aan? Hoe vul je je vrije tijd? Wat doe je met je geld? Enzovoort.
Dit was voor , , Daniël" aanleiding om enkele gesprekken met jongeren uit onze kring te houden. Zouden er verschillen zijn? Denken ze anders, of....? Een impressie.
Wat kreeg Brinkman te horen?
- Ik wil financieel onafhankelijk zijn van wie dan ook: van mijn ouders, van mijn vriend of vriendin....
- Als je trouwt, dan zijn toch alle problemen opgelost? Dat is het voordeligst....
- Wij willen behandeld worden als individuen en niet naar relaties....
- Ik heb niets tegen zwart werken. De overheid werkt dat in de hand....
- Ik ben niet bereid loon in te leveren voor een ander, ik kan er zelf nauwelijks van rondkomen....
- Hard werken is geen bezwaar, leuk werk is meegenomen, maar het moet vooral een goed betaalde baan zijn. Ik heb geen zin hard te werken voor een hongerloontje....
Wat klinkt hierin door?
Al deze opmerkingen geven er blijk van dat deze jongelui sterk ik-gericht denken: ik wil dat, ik doe dat voor mezelf, die overheid pakt mijn rechten af, ouderen bedisselen voor mij, ik wil vrij zijn om te kiezen, ik wil geen vaste relatie (bijvoorbeeld huwelijk).... „Ik" staat in het middelpunt. Alles is best, als „ik" maar niet in mijn vrijheid beknot word: niet door de overheid, niet door mijn omgeving, niet door mijn ouders en zelfs niet door mijn partner.
Hieruit blijkt dat jongeren heel sterk individualistisch denken. Rekening houden met een ander is er niet bij, laat staan iets doen voor een ander. Althans, dat blijkt niet uit de opmerkingen die minister Brinkman te horen kreeg. Ook klinkt er een verzet in door tegen (vroeger? ) gangbare waarden en normen.
Tot zover een korte weergave van de gesprekken die minister Brinkman voerde met een „doorsnee van de Nederlandse jongeren".
Nu het gesprek met enkele van onze jongeren.
Over studie en werk
„Studie is voor een jongen erg goed: hij moet zolang werken en daarom moet hij zijn gaven goed besteden".
„Maar", reageert een ander, „geldt dat voor een meisje dan niet? "
„Nee, want als je later wilt gaan trouwen, dan kun je beter een korte studie volgen, je kunt dan alvast verdienen voor later". Toch is niet iedereen het hiermee eens. Ook als je later trouwt (iets dat overigens van te voren niet vast staat!) en je je studie niet kunt gebruiken, dan ben je er in ieder geval niet dommer van geworden.
Maar wat staat bij een jongen voorop? Een lange studie en aansluitend een goede baan óf een korte studie en snel verdienen? „Een korte studie en een goede baan is natuurlijk het beste!" „Geld maakt niet gelukkig, maar het is wel gemakkelijk als je het hebt".
Over geld verdienen en uitgeven
Hoe ervaren jongeren geld verdienen? „Ik verdien nog maar kort, maar het geeft je een brok financiële onafhankelijkheid. Je kunt je ouders nu ook iets terug geven. De eerste keer dat je je salaris krijgt, wil je van alles gaan kopen: kleren, een stereotoren, boeken.... 't Is wel goed: je leert rekenen. In het begin denk je dat je alles kunt kopen, maar het is snel op". In het algemeen blijkt dat er een bepaald patroon is in de geldbesteding: zoveel sparen, kostgeld, auto(rijles), kleren, sigaretten enzovoort.
Opvallend is dat giften in deze rij niet voorkomen. „Ik denk er wel eens aan, maar ik kom er niet toe, de week is toch al zo duur".
„Mijn ouders geven toch, dus ons gezin doet al iets". „Is het wel echt nodig? Na mijn kostgeld, sparen, autorijles en reisgeld blijft er heus niet veel over hoor". , , 't Zou wel kunnen en moeten, maar het is wel veel gevraagd voor iemand die naast zijn studie wat bijverdient". „Ik doe wel iets voor een goed doel: werk mee aan een rommelmarkt, of als ze voor Woord en Daad langskomen, maar ja.... giften is eigenlijk iets voor ouderen".
Over werken in een niet-christelijke omgeving
„Ik heb op een reformatorische school gezeten. Je leeft dan sterk geïsoleerd. Als je in een niet-christelijke omgeving gaat werken, val je plotseling in een gat. Ik heb niet veel kontakt met onkerkelijke kollega's. Ze snappen je toch niet, je kunt niet meepraten".
Een ander: „Ik loop er niet mee te koop dat ik kerkelijk ben, maar als ze het me vragen, kom ik er voor uit. Overigens, ook andere onkerkelijke kollega's doen niet overal aan mee, omdat ze bepaalde dingen niet leuk vinden, dus waarom ik ook niet? " „Hoewel het moeilijk blijkt te zijn met andersdenkenden gekonfronteerd te worden, is dat wel leerzaam. Als je je gaat isoleren kom je niet ver. Als je voor je overtuiging uitkomt, geeft dat ook zekerheid.
Het is fijn om bij een kerk te horen, je staat niet alleen in dit leven".
„Ik praat wel eens met onkerkelijken. „Wat is dat voor een geloof? ", vroegen ze me toen ik waarschuwde tegen vloeken. Ze luisterden wel. 't Is een nieuwtje. Maar verder laten ze je gewoon kletsen. Het is bespottelijk watje doet, zoals 's zondagsa twee keer naar de kerk. Ze accepteren je standpunt, als je hen er maar niet mee lastig valt".
Moedeloos?
Nog maar enkele jaren geleden werd de term „doemdenken" vaak gebruikt. Men was pessimistisch over de toekomst: toenemende werkloosheid, lagere lonen, vervuiling van de natuur, atoombewapening e.d. Hoewel er door aktiegroepen fel geprotesteerd werd tegen allerlei misstanden, leefde er een soort fatalisme. Je kunt je nog zo druk maken, er verandert toch niet veel. Het woord „doemdenken" is echter uit het taalgebruik verdwenen. In de plaats daarvan: no-nonsense, de schouders eronder, het karwei klaren. Dit klinkt ook in de gesprekken met jongeren door. , Als je je best doet kun je heus wel werk krijgen. Je moet een studie kiezen waar je later iets mee kunt doen. Het is misschien niet leuk om naar school te gaan, maar later heb je er enkel maar profijt van".
Wat denk je van de toekomst?
„Ik ben niet bang voor een atoomoorlog: ik geloof niet dat het zo ver zal komen". Vrij algemeen was ook de mening dat het met de milieuvervuiling nog al mee valt. Toch was er een kritisch geluid: „Als je hoort van natuurrampen, zure regen, dan merk je dat de wereld langzaam maar zeker onleefbaar wordt. Het water, de bodem, de lucht, ja alles raakt verontreinigd. Dat kan toch niet goed gaan".
„Ik denk dat we nog zo rustig voortleven, omdat al die nare dingen als natuurrampen, oorlogen, hongersnood, zo ver van ons bed af staan. Als dat dichter bij komt, piepen we wel anders. De wereld kraakt in zijn voegen. Dicht bij huis zie je een achteruitgang op zedelijk gebied. Alles lijkt te kunnen en te mogen. Denk maar aan abortus, euthanasie, diskriminatie enzovoort. Er is een groeiende anti-christelijke tendens in onze samenleving. Je moet erkennen dat niets buiten God omgaat. Hij voorziet: dat geeft geen zorgeloosheid, maar het ontspant wel".
Wat is in jouw leven belangrijk?
„De Bijbel en de kerk is heel belangrijk voor me. Je bent er bij groot gebracht. Je gaat zelf de Bijbel lezen en je gaat er mee door. De Bijbel geeft duidelijk aan dat het met dit leven niet ophoudt Wat hierna komt dat is eeuwig. Het is eigenlijk ongelooflijk. We zijn hier zeventig of tachtig jaar aan het knoeien, we zetten ons helemaal voor dit leven in, maar al die jaren is niets vergeleken met de eeuwigheid. Het leven is hier maar zo'n klein stukje. En toch zijn we maar bezig de eeuwigheid van ons af te duwen. Terwijl het er bij onze dood op aan komt: hemel of
hel. Maar het is moeilijkje daarvan bewust te zijn. God is er. Hij bestaat. We bidden tot Hem. Vaak uit gewoonte, of als we hulp nodig hebben. Is dat dan eigenbelang? Wanneer bidden we uit dank? " lijks. Ik geloof dat God mijn gebeden hoort, maar ik merk er zo weinig van. Ik krijg zo weinig antwoord. Of is dat omdat ik te snel antwoord wil hebben? Omdat ik geen geduld heb? Of omdat God niet antwoord op de manier zoals ik wil? " Tot zover een beknopte weergave van enkele gesprekken met jongeren. Geen bijzondere mensen. Hun leeftijd varieerde van 18-22 jaar. Enkelen hebben verkering.
Sommigen werkten, anderen studeerden nog. De helft had een eigen auto, één was nog bezig met rijles. De jongens rookten sigaretten, de meisjes niet. Ze gaan 's zondags twee keer naar de kerk en meestal wordt de jeugdvereniging bezocht.
Enkele konklusies
Brinkman kreeg andere dingen te horen dan wij. Enkele belangrijke verschillen: - Niet de menselijke opvatting, maar Gods Woord is richtinggevend voor het leven.
- „We" zijn anders dan anderen, „ze snappen ons niet, we staan eigenlijk apart".
- „Je leeft niet voor jezelf, er is Iemand Die over je schouder meekijkt".
- Het besef dat het menselijk bestaan niet ophoudt met dit leven: de mens is een eeuwigheidswezen, dit leven is een voorportaal.
Maar toch....
Er kan meer gezegd worden. We moeten ook kritisch zijn naar onszelf.
Dit geldt des te meer omdat we de „splinter" bij anderen eerder zien dan de „balk" bij onszelf.
Daarom ter afsluiting enkele vragen: - Geldt ook voor ons dat „verdienen" centraler staat dan „dienen"? Gaan we verantwoord met ons geld om? Misschien geven we wel meer uit aan onze auto en aan sigaretten dan aan de kerk en andere goede doelen (reken eens uit).
- Denken wij ook niet sterk individualistisch? Als IK het maar goed heb, als IK maar een fijne studie kan volgen, waarmee IK later een goede baan en een goed salaris mee kan bemachtigen. Als IK maar een mooiere en snellere auto heb dan mijn vriendin.
- Merken onze kollega's/medescholieren dat ons christelijk leven meer is dan twee keer 's zondags naar de kerk gaan, bidden voor het eten, niet vloeken en geen disko?
Wat stralen wij uit (Matth. 5:16). Wat hebben wij onze naaste te zeggen, wat doen wij voor hem/haar?
Een blauwdruk geven als antwoord op deze vragen is niet mogelijk.
De vragen roepen op tot bezinning. Wereldgelijkvormigheid kan onder een vroom jasje verborgen zijn. De lucht is zwanger van materialisme, individualisme en godloosheid. Deze lucht ademen wij ook in. Vechten wij tegen deze wereld in ons? Hoe staat het met onze wapenrusting? (Ef. 6 : 13-18).
Den Haag/Woerden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 oktober 1986
Daniel | 32 Pagina's