Jongeren verdienen onze aandacht
een jeugdwerker over jongeren
door J. de Jong
Er zijn vandaag de dag heel wat ouders en ouderen die zich zorgen maken over de jeugd. Je kunt ouders horen verzuchten: , , Wat is 't toch moeilijk om met onze opgroeiende kinderen een goed kontakt te houden. Voor je er erg in hebt, groeien ze bij je vandaan...."
En het zijn niet alleen ouders die zich zorgen maken. Er zijn kerkeraden die zich buigen over de vraag: hoe kunnen we onze jongeren bij de kerk bewaren? 't Is immers een verdrietige zaak als je in je gemeente een groeiende groep jongeren aantreft die nauwelijks meer bij de gemeente betrokken is.
Er zijn dominees die worstelen met de vraag hoe deze jongeren nog aan te spreken zijn, in de prediking en op de catechisatie. En als je zelfbij het jeugdwerk betrokken bent, dan kom je telkens weer voorde vraag te staan: hoe betrekken we onze jongeren bij de vereniging en hoe stimuleren we jongeren om samen bezig te zijn rond het Woord van God?
Aan het woord is de heerJ. H. Mauritz, sedert mei 1974 als jeugdwerkadviseur werkzaam bij de Jeugdbond van de Gereformeerde Gemeenten. In dit gesprek staan jongeren centraa Hoe kan het ook anders. In alle aktiviteiten van de Jeugdbond gaat het immers om de jon geren van de gemeente. Kollega Mauritz kijkt naar jongeren die op weg zijn naar de volwas senheid. Wie zijn deze jongeren? Wat beweegt ze? Wat verwachten jongeren?
Kunt u een typering geven van de jongeren in onze kringen?
Dat is geen eenvoudige opgave. In de eerste plaats omdat dè jongeren een te algemeen begrip is. Er zijn op z'n minst een aantal typeringen te geven. Bovendien moeten we niet vergeten dat elke jongere iets eigens heeft. Het is het unieke van het mens-zijn dat geen twee mensen gelijk zijn. Dat geldt dus ook jonge mensen! In de tweede plaats sta ik voor de moeilijke opdracht om in een blad vóór jongeren een typering van jongeren te geven. Hoe bereik je dat jongeren zich daarin herkennen? Misschien lukt het wel als je groepen jongeren beschrijft.
Bijvoorbeeld: jongeren die betrokken zijn bij het kerkelijk jeugdwerk en bij de gemeente. Jongeren die zich in levensstijl voegen in de kerkelijke traditie en daardoor soms door leeftijdsgenoten het etiket „refo's" opgeplakt krijgen. Of: jongeren die hun uiterste best doen om „niet-refo" te zijn. Maar als je ze weet te bereiken dan blijkt toch vaak dat onder een bolster van schijnbare onverschilligheid een hart zit dat hunkert naar wat echt is.
En dan zijn er ook nog de jongeren die nauwelijks meer te bereiken zijn. Ze komen misschien 's zondags nog wel in de kerk, maar verder zie je ze niet meer. Innerlijk ontgroeien ze de kerk. Ik vrees dat die jongeren ook „Daniël" niet meer lezen....
Zijn onze jongeren anders dan de Nederlandse jeugd in het algemeen? Ten diepste zijn onze jongeren niet anders. Alleen als de Heere een nieuw hart schenkt, worden we anders. Van nature zijn we immers allemaal op ons zelf gericht en op de dingen van dit tijdelijke leven. Er is dus geen enkele reden om kerkelijke jongeren op een voetstuk te zetten. Dat wil niet zeggen dat er geen verschillen zijn. Ondanks de welvaart is de situatie onder de jongeren in Nederland niet rooskleurig.
Uit onderzoeken blijkt dat een groeiend aantal jongeren de dupe wordt van konflikten in de gezinnen. Veel jongeren groeien op in een onveilige situatie. De eenzaamheidsproblemen onder jongeren nemen toe. Er is sprake van een toenemende verslaving aan alcohol, drugs en kalmeringsmiddelen. En wat het ergste is: de God van de Bijbel, de kerk, de gemeente heeft geen betekenis in het leven van de jongere. Slechts één van de acht Nederlandse jongeren gaat regelmatig naar de kerk. Wat een aangrijpende situatie. Wat zouden ook wij daar meer mee bezet moeten zijn. Naar onze jongeren toe zou ik willen zeggen: wat hebben wij dan veel voorrechten! Jij mag elke zondag naar de kerk gaan, waar de Heere Zijn Woord laat horen. Jij kunt naar de catechisatie waar je onderwezen wordt in Schrift en belijdenis. Jij kunt je inzetten in het kerkelijk jeugdwerk, waar aan jongeren ruimte geboden wordt om samen na te denken over de vragen die op jou afkomen! Waardeer deze voorrechten en laat ze ook in jouw leven tot ver-ootmoed-iging mogen leiden.
Gaan de problemen die u aangaf aan onze jongeren voorbij?
Dat niet. Ook onze jongeren kunnen worstelen met een gevoel van eenzaamheid, van niet-begrepen worden. In gesprekken met jongeren heb ik regelmatig gemerkt dat het moeilijk kan zijn om jezelf te aanvaarden zoals je bent.
Wat kan er een gevoel van minder-waarde zijn ten opzichte van andere jongeren. Wat is het ook moeilijk om met je ouders of met volwassenen over de dingen te praten. Mijn ervaring is dat begrip en belangstelling van groot belang zijn.
En wat nog belangrijker is: we mogen vanuit Gods Woord zeggen dat de Heere de moeite en het verdriet aanschouwt. Bij Hem zijn alle dingen bekend. Ook de zorgen van dit tijdelijk leven mogen we in
Zijn hand geven. En wat wil de Heere dan soms op wondere wijze uitkomst geven.
Hoe komt het volgens u dat jongeren van de kerk afhaken?
Het is moeilijk om dat in een kort antwoord weer te geven. Ik zou een paar dingen willen noemen. In de eerste plaats moeten we vaststellen dat ons hart van nature trekt naar de dingen van de wereld. Onlangs had ik daarover een gesprek met enkele jongeren en toen zei een van hen: „Ik vind het zo moeilijk omdat altijd maar weer op te brengen om twee keer per zondag naar de kerk te gaan. Ik geloof best wel dat het goed is om naar de kerk te gaan, maar er zijn zoveel andere dingen die me bezig houden". Een eerlijke reaktie. Leeft dat niet in ons aller hart? Wat is het dan nodig dat ons hart verbroken wordt. Dan krijgen we belang bij het Woord van God bij de prediking.
Naast de zuigkracht van de wereld, van het moderne levensgevoel, is er de verwereldlijking in onze gemeenten, in onze gezinnen. Ik ga hier nu niet verder op in. In een van de volgende nummers van „Daniël" komen we op deze vragen terug in een vraaggesprek met ds. C. J. Meeuse.
Begrijpen jongeren dat nog wel als er gesproken wordt over de noodzaak van bekering, over een verbroken hart?
Het valt mij altijd weer op dat het stil wordt in de kerk als er gesproken wordt over dat wondere werk van de Heilige Geest in het hart van een zondaar. Als aan jonge mensen wordt voorgehouden dat de HEERE nog werkt. Als de vraag aan het hart gelegd wordt: hoe staat het nu met jou ten opzichte van de Heere? Als die persoonlijke spits er is in de prediking en in benadering van jongeren, op de jeugdvereniging, tijdens een zomerkamp, ja, dan is er aandacht. Daar stellen ook vandaag nog jongeren belang in. Wat is het een
voorrecht als dat beslag van het Woord er nog mag zijn. Wat kunnen er dan een vragen komen.
Nog niet zo lang geleden hield ik op één van onze kampen een inleiding over het gemeente-zijn. In de inleiding kwam ook de vraag aan de orde hoe we lid worden van de Kerk met een hoofdletter. Er mocht iets verteld worden van het onverklaarbare dat in je leven komt als de Heere gaat werken. Dat er dan een betrekking komt op een God die je niet kent, maar Die je toch lief gaat krijgen.
Na afloop kwamen de vragen: hoe kun je weten of het een werk van de Heere is? Kunt u aangeven wat zondigen tegen de Heilige Geest is? Wat is het bedroeven van de Heilige Geest? Werkt de Heilige Geest in onze tijd minder dan vroeger? Hoe komt het dat een kind van God wel eens niet aan het Heilig Avondmaal gaat?
Zijn er op aarde rangen en standen in de genade; en hoe is dat in de hemel? Met zulke vragen ben ik verblijd. Wat blijft er dan nog veel werk te doen voor onze jongeren.
Wat kunnen we dan doen? En kunnen d verenigingen iets betekenen voor de jongeren die schijnbaar minder betrokken zijn bij deze dingen?
Het eerste dat de Heere van ons vraagt is het gebed. Het gebed om hulp en leiding in onze omgang met jongeren. Wat is het ook nodig dat we de Heere vragen of Hij hen in deze wereld bewaren wil. Wat zou het een wonder zijn als er vandaag jonge mensen zouden mogen zijn als Daniël in Babel. Daniël mocht door genade de smalle weg van Gods geboden en inzettingen gaan, ook aan het hof bij koning Nebukadnezar. De weg van Daniël is een aan te bevelen weg, ook in 1986. In de tweede plaats is het onze roeping om eerlijk te zijn in onze kontakten met jongeren. Jongeren hebben er recht op dat we vanuit de Schrift een eerlijk antwoord geven op vragen die ze stellen. Dan hoort daar ook bij dat er gewezen wordt op de zonden in het leven van jonge mensen. Jongeren zoeken echtheid. En als de Heere werkt dan komt er ook een begeerte naar persoonlijke, bevindelijke kennis.
De verenigingen kunnen iets betekenen voor jongeren als het Woord open mag gaan. Een goede sfeer is daarbij van belang. Ik hoop dat onze verenigingen een open oog hebben voor alle jongeren in de gemeente, 't Gaat er toch niet om dat een kleine groep jongeren het gezellig heeft met elkaar?
Wat boeit u het meest in het jeugdwerk?
Het meest boeiend vind ik dat al die jongeren in hun groei naar de volwassenheid zich de dingen moeten eigen maken, 't Komt ook hen niet aanwaaien. Ze staan met ons in de branding van de tijd. Ze hebben daarbij aandacht en leiding nodig. In de eerste plaats in het gezin, maar ook op school, in de kerk en in het jeugdwerk. Soms vertonen jongeren gedrag waar ik niet zo blij mee ben. Toch kan ook dat een schreeuw om aandacht zijn. Jongeren wachten er soms op dat we door dat bolster van schijnbare onverschilligheid heen breken. Ten diepste verwacht elke jongere belangstelling.
Wat is het droevig als ouderen aan jongeren het gevoel geven dat ze afgeschreven zijn. Gelukkig is er voor de Heere geen enkele jongere afgeschreven. Dan kunnen er veel zorgen zijn over de jongeren van vandaag, maar dan verblijd ik me als ik mag horen dat de HEERE doorgaat met Zijn werk. En dat doet Hij, naar Zijn belofte, zolang als er de zon en e de maan zal zijn!
J. de Jong
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 september 1986
Daniel | 40 Pagina's