De kunst van het vormgeven
Een vraaggesprek over kunst met de heer C. Notenboom en de heer A. v. d. Spek.
Enkele weken geleden waren wij in Bodegraven op bezoek bij de heer Notenboom. Samen met hem en de heer Van der Spek, beiden lid van de, , Kring van Beeldende Kunstenaars" en lezer van , , Daniël", spraken we over het onderwerp kunst. Een onderwerp wat zowel heel boeiend is als heel moeilijk te beschrijven. Een onderwerp ook, wat doorzijn verschillende facetten veel gespreksstof opleverde. Het was een fijn gesprek waarin veel denkstof meegegeven werd. En daarvoor danken we de beide kunstenaars-uit-eigen-kring.
Wat maakt kunst tot kunst?
AS Dé kunst bestaat eigenlijk niet. Er zijn wel kunstwerken. Dit zijn produkten die door mensen worden gemaakt en als kunst worden gepresenteerd. Alles wat als kunst gepresenteerd wordt, moeten we als kunst beschouwen en beoordelen. Het is aan de kijker om te bepalen of het als kunst gepresenteerde werk een goede of slechte kwaliteit heeft.
CN Kunst heeft twee kanten: vorm en inhoud. De formele kant, de vorm, is afgeleid van kunnen, vaardigheid van kunnen, vaardigheid, kennis van zaken. Dit is alleen iets verstandsmatigs. De artistieke kunst biedt iets verrassends, het heeft een element van het oorspronkelijke. Dat is de inhoudelijke kant, waarin vorm gegeven wordt aan gevoelens.
AS De meest interessante kunstwerken zijn die werken waarin de
door de kunstenaar beleefde werkelijkheid en de wijze waarop hij daar vorm aan geeft in het kunstwerk samen een onverbrekelijke eenheid vormen. j
Heeft kunst een vormende of een dienende taak?
CN Doordat het een beroep doet op de verbeeldingskracht van de toeschouwers, heeft kunst een vormende én dienende taak.
AS Goede kunst vormt en dient altijd, alleen vaak niet op die manier zoals men het graag zou wensen. Echte kunst is meer dan het bevredigen van onze gevoelens. Het roept wakker en in die zin vormt en dient het. Dit vormen en dienen kan zowel op een positieve als een negatieve manier gebeuren. Want kunst kan zowel verheffen als misvormen en in het kwade sterken. Daarom kan kijken naar kunst nooit waardevrij gebeuren.
De behoefte aan kunstvoorwerp en) is niet groot, zowel in als buiten onze kringen. Hoe zou dit komen?
CN Op zich is de behoefte aan kunst er wel. Er zijn heel wat mensen die een goedkope reproductie hebben hangen. Mensen worden beïnvloed. Vanuit de kunst is die invloed gering. Maar door de communicatiemedia wordt de smaak van velen bepaald. En de algemene smaak is een oppervlakkig sentimentele, die gemakkelijk verteerbaar is.
AS We leven in een tijd van materialisme, waarin het leven veelal gespleten geleefd en beleefd wordt. Alles heeft zijn eigen gebied. De kunst wordt in het gebied van de ontspanning geplaatst, buiten het werkelijke leven. Daar is alleen plaats voor ontspannende plaatjes, niet voor inspannende.
De „Kring van Beeldende Kunstenaars" ontplooit activiteiten met als basis de Bijbel en de belijdenisgeschriften. Hoe geven jullie daar gestalte aan?
De „Kring van Beeldende Kunstenaars" is uit de nood geboren. We konden ons werk niet meer verantwoord exposeren. Expositieruimten zijn vaak ook op zondag open. Met meerdere kunstenaars tegelijk krijg je makkelijker toegang tot een galerie om een tentoonstelling te houden. Als je met anderen exposeert en je kent hen niet, weetje van te voren niet waar jouw werk tussen komt te hangen.
Het ontstaan van de „Kring van Beeldende Kunstenaars" had dus allereerst een praktische reden: om weer op een verantwoorde wijze ons werk te kunnen tonen. Ook het samen nadenken over hoe je bezig moet zijn speelde een rol.
We weten dat we vanuit de gezamenlijke basis van de Bijbel en belijdenisgeschriften goede contacten kunnen hebben met elkaar. Verder exposeren we dus samen en we bespreken eikaars werk.
Op de laatste Wegwijsbeurs werd ook werk van uw kring getoond. Hoe waren de reacties hierop? En wat doet u met deze reacties?
CN De reacties waren heel verschillend, variërend van „goed" tot „waar is het goed voor" of „ik begrijp er niets van". Men weet nu in onze kring van ons bestaan af. Op deze manier timmeren we aan de weg. We willen met ons werk een barrière doorbreken in onze gezindte.
AS Eigenlijk doe je niets met die reacties. Je werk is klaar, dus daar kun je niets meer aan veranderen. Naar je nieuwe werk toe spelen de reacties onbewust waarschijnlijk wel mee. Maar toch ga je door op de wijze waarop je denkt dat je bezig moet zijn.
Is er verschil tussen het werk van een christelijke en een niet-christelijke kunstenaar?
CN Doet een christenzakenman anders zaken dan een niet-christenzakenman? Evenals op alle levensgebieden, geldt het ook op het gebied van de kunst, dat een christen de Bijbel als richtsnoer heeft.
AS Een christen leeft wel in de wereld, maar hij is niet meer van de wereld. Het is niet zo dat een christen betere kunst kan maken, maar hij werkt vanuit een andere oorsprong en met een ander doel. Zijn doel is God en zijn naaste te dienen met de vermogens die hij van God ontvangen heeft. Een christen is geen slaaf van zijn kunst.
Dit anders zijn blijkt niet uit duidelijk in het kunstwerk aanwijsbare zaken, maar is te proeven uit het geheel ervan.
CN Als het goed is werkt een christen vanuit zijn persoonlijke verhouding met de Heere. Deze relatie met God
en zijn verhouding tot Zijn schepping, bepalen uiteindelijk het scheppend bezig zijn van de kunstenaar.
Hoe uiten jullie je christelijke identiteit in jullie werk?
CN Vanuit je achtergrond en opvoeding sta je in je werk. Met de geestelijke lading die je meekreeg, ben je bezig om geestelijk vorm te geven. Dit stelt je voor duidelijke keuzes. Wat God van ons vraagt, is normerend in het werk watje doet. Als je vanuit die gezindheid bezig bent in het vormgeven, geeft dat uiteindelijk de meeste voldoening.
AS Dit kun je doen door je ook in het schilderen bezig te houden met de belangrijkste zaken in het leven en hoe je die gevoelsmatig beleeft.
CN De vraag is watje wilt, watje er mee bedoelt. Als je vanuitje christen-zijn het gevoelsmatige, zoals je dat zelf ervaart, probeert te uiten, heeft je werk een meerwaarde. Dan kun je bijvoorbeeld een boom zonder vruchten heel mooi maken, zoals een leven zonder vruchten heel mooi kan schijnen maar als het op de vruchten aankomt is er een groot verschil. Je bent zo niet alleen bezig met een natuurvoorwerp, maar je geeft ook gestalte aan de hele gedachtenwereld erachter.
AS Het is nodig om je te laten aanspreken door de taal van de Bijbel, om ook hierin de goede strijd te strijden. Dat kost moeite, want ook in het schilderen zijn er veel verzoekingen om niet volgens Gods Woord bezig te zijn.
In Jacobs zegen aan Naftali lezen we: , Hij geeft schone woorden". Het begrip schoonheid wordt hier met name aan de (woord-)kunst verbonden. Legt Gods Woord ook normen aan voor de beeldende kunst? (zie ook Filippensen 4 : 8).
AS Gods hele Woord is een boek van schoonheid. De normen voor het maken van kunst zijn dezelfde als voor ons hele leven: door het geloof, naar Gods wet en tot Gods eer.
Bezaleël en Aholiab zijn voorbeelden uit de Bijbel waar we jaloers op kunnen zijn. Zij werden wijs van hart gemaakt om het allerkunstelijkste werk te maken. Gods Woord zegt ervan dat het schoon was.
CN In zijn preken over de twaalf zegeningen van Jacob, zegt dominee Paul dat Nafthali dit niet van zichzelf kon. Hij kon het alleen door Christus, Die gezegd heeft: „Ik heb een tong der geleerde". Deze profetie is vervuld in Hem, Die het land van Nafthali doorgegaan is. Alleen in Christus kun je tot eer van God bezig zijn. Uit Hem, door Hem en tot Hem zijn alle dingen.
AS Dingen maken tot eer van God kan een christen-kunstenaar niet zelf. Het is de Heere Die dat geeft: „Uw vrucht wordt uit Mij gevonden".
CN Zelf kom je altijd met zonde uit, hoe oprecht je het ook doet.
AS Maar het is een troost dat de Heere voor Zijn eigen eer zorgt. Hij verheerlijkt Zijn werk. Het is onze plicht, ja het moet onze lust zijn, de ontvangen gaven zo te besteden dat Zijn Naam om onzentwil niet gelasterd wordt, maar veeleer geprezen.
Met welke moeilijkheden krijg je als christen te maken op de kunst-academie?
AS Op de kunstacademie zitje in een groep, waar je heel intensief met elkaar omgaat. Bij het bespreken van het gemaakte werk kom je direct openbaar. Het gaat er dan niet meer om waarom je je anders gedraagt, maar het gaat er dan om wie je bent. Het gaat om jou en je diepste gevoelens. Je kunt het niet afdoen met een ..Ik ga naar de kerk". Je moet ervoor uitkomen wie je bent.
CN Het is ook maar het beste om zo gauw mogelijk kleur te bekennen. Men gaat meestal uit van een algemene humaniteit. En hoewel het wel moeilijk is, respecteren ze je uiteindelijk toch wel.
AS Je medestudenten zien er vaak alternatief uit. Maar het zijn meestal wel heel gevoelige mensen, die zelf zeggen nog op zoek te zijn naar de zin van alles. Zij willen er wel over praten want voor hen breng je iets nieuws; ze zijn er vaak niet in opgevoed en kennen de leer van dc Schrift niet.
CN Maar er wordt wel een eigen visie van je verwacht. Men probeert je te beïnvloeden. Het is zinvol je daar terdege rekenschap van te geven. Als je een bepaalde visie hebt overgenomen, zonder dat je hem eigen hebt gemaakt, dan wordt je zo onderuit gehaald.
Hoe kun je leren persoonlijk je mening te vormen over kunst?
CN In de eerste plaats door je open te stellen voor kunst. Dit kun je doen door het zonder vooroordeel te benaderen.
En ten tweede moet je er veel moeite voor doen om kunst te leren zien en te begrijpen. Je moet je afvragen wat de bedoeling van de maker is.
AS Als je ontvankelijk bent voor indrukken en gevoelens, leer je het vanzelf, door er veel mee om te gaan.
Er zijn mensen die van deze ontvankelijkheid niets lijken te hebben. Voor hen is de diepste zee niet meer dan een plas water en de hoogste berg een hoop stenen. Het is een gave om van kunst te kunnen genieten. Waar het op aankomt is of je er voor openstaat. Als dat zo is wordt het kijken naar kunst meer dan kijken alleen: dan ga je herkennen wat je ziet. Je koppelt dan de zienswijze van de kunstenaar aan die van jezelf. En zo vorm je je een mening, niet over de voorstelling alleen, maar over het kunstwerk als geheel.
Wilt u tenslotte met betrekking tot het besproken onderwerp nog iets meegeven aan de lezers van , , Daniël"?
Het is in de eerste plaats belangrijk dat je als jongeren het vermogen tot vormgeving ziet als een gave van God. Vaak legt men deze gave naast zich neer met de opmerking. „Eén ding is nodig". En dat is nodig". En dat is ook wel zo, want met onze kunst kunnen we God niet ontmoeten. Maar het feit dat het vermogen tot vormgeven een gave van God is, moet onze houding ten opzichte van kunst in positieve zin bepalen. We moeten niet zomaar alles wegwerpen. We
moeten meer ruimte geven aan de kunst. Ook in de kerk is er plaats voor kunst en kan er verantwoord uitdrukking gegeven worden aan kunst. Calvijn heeft de kunst nooit veroordeeld. Hij zegt dat deze gave van God is als een licht. Verder, als jonge mensen voelen dat ze deze gave hebben, moeten ze haar gebruiken. Laten we deze gave niet verdringen als iets dat niet in onze kerk thuishoort. Onze tijd is arm aan mensen die op een verantwoorde wijze vorm kunnen geven. We hebben goede architectes en architecten nodig, lerar(ess)en in beeldende vorming, mode-ontwerp(st)ers. Dit is altijd overgelaten aan de wereld. En tenslotte, laten we kunst nooit de grootste plaats geven in ons leven. Op de kunstacademie leer je datje moet leven voor de kunst. Maar bedenk dat kunst op zich altijd teleur stelt. Je mag best veêl verwachten van je gaven, je mag goed zijn, maar verwacht er niet alles van. Kunst kan nooit de levensvulling geven die het geloof je geeft. Alleen het geloof in de Heere Jezus Christus geeft zaligheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1986
Daniel | 32 Pagina's