JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Breekpunten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Breekpunten

10 minuten leestijd

Het Deputaatschap voor studerenden is destijds niet zonder oorzaak door onze Generale Synode in het leven geroepen. Vele ambtsdragers signaleerden met toenemende zorg, dat onder de studerende jongeren een sterke tendens was waar te nemen, zich af te keren van onze Gemeenten. Verschillende jonge mensen werden in die tijd Hervormd, waarbij zij soms bepaald niet in de rechterflank van die kerk terecht kwamen.

Anderen braken met alle godsdienst.

Vanzelfsprekend ging een dergelijke ontwikkeling bij deze jongeren veelal gepaard met een sterke irritatie ten opzichte van de van huisuit gehoorde prediking en de meegekregen levensstijl. Wat was hier toch de oorzaak van? Hoe kwam dit alles toch? Onnodig te zeggen, dat een en ander vaak veel leed met zich meebracht, niet het minst ook voor de ouders, die bij hun kinderen een vervreemdingsproces zich zagen ontwikkelen.

Afgezien van de mogelijke oorzaken van zulke processen (waarop wij in dit artikel wat nader hopen in te gaan) besloot de Generale Synode, dat er dringende noodzaak bestond voor meer begeleiding van het groeiend aantal studerende jonge mensen. Inmiddels is die begeleiding er

gekomen. Of die begeleiding vrucht heeft afgeworpen in die zin, dat genoemde zorgelijke tendens tot staan is gebracht? Ik kan dat moeilijk beoordelen, mede omdat mij geen harde gegevens ter beschikking staan. We moeten ons in dit opzicht ook voorzichtig en bescheiden opstellen. Dat de begeleiding in een behoefte voorziet, meen ik wel te mogen zeggen. Het gaat mij er nu in het bestek van dit artikel om, enkele mogelijke oorzaken bloot te leggen, die kunnen leiden tot een proces, waarbij studerende jonge mensen vervreemden van de Schriftuurlijk-bevindelijke prediking en levensstijl. Ik wil vijf van die oorzaken noemen. Het zijn cvenzovele „breekpunten" met de gemeenten, vaak ook met de ouders en soms zelfs met alle inzettingen des Heeren: vandaar de titel van dit artikel.

1. Er gaat een wereld open

Wie het niet zelf heeft ervaren, kan zich nauwelijks voorstellen, welk een overgang het voor een jongen of meisje van zo'n achttien jaar betekent, te gaan studeren. We laten de technische kanten van de zaak nu maar rusten (geen „huiswerk", geen repetities, weinig binding aan een vast lesrooster etc.). Wie niet op kamers gaat wonen, zal deze overgang meestal ook als minder ingrijpend ervaren. Toch komt

iedere student in een leefklimaat terecht, dat zeer ingrijpend verschilt van dat van het voortgezet onderwijs. Natuurlijk wéét iedere jongere van achttien jaar wel, dat die wereld er is. Onze jonge mensen lopen niet met oogkleppen op. Tóch geeft het geworpen worden midden in een wereld, die op geen enkele wijze meer rekent met en weet van Gods geboden, een grote schok. Als ergens blijkt, dat ons land een post-christelijke natie is geworden, dan ook wel in de akademische wereld. Eén voorbeeld: voor mij persoonlijk betekende het een grote schok, studenten én hoogleraren in de theologie (!) zo'n twintig jaar geleden te horen vloeken op college. Homosexuele relaties worden openlijk, soms schaamteloos en demonstratief, beleefd. De heiliging van Gods dag is onbekend. TV is algemeen aanvaard. !

Enzovoorts, enzovoorts. In die baaierd van ontkerstende opvattingen en gedragingen worden onze mensen geworpen. Is het een wonder dat velen in die draaikolk worden meegezogen? Met name die jongeren, van wie de ouders de godsdienst slechts kenden als een oppervlakkig vernisje op een leven zonder God, zullen het in deze krisis zwaar krijgen. Hoewel genade geen erfgoed is, zijn die jonge mensen toch gelukkig, die in het ouderlijk huis de praktijk van de vreze des Heeren voor hun ogen hebben mogen zien. Daarnaast wil ik opmerken, dat hier een grote verantwoordelijkheid ligt voor onze „eigen" reformatorische scholengemeenschappen. Daar, met name in het VWO, dienen de jongeren te worden voorbereid en toegerust, opdat zij weten in wat voor wereld zij straks terecht komen, en hoe zij in die wereld hebben te staan.

2. De eerste vrienden . . .

Vele jongeren raakten het spoor reeds in het begin van hun studietijd kwijt, doordat zij te haastig en te weinig kritisch nieuwe vriendschappen aangingen, veelal met mensen, wier vriendschap zij in hun eigen omgeving nooit zouden hebben gezocht. Hier wreekt zich de eenzaamheid, die vooral in de eerste tijd op een kamerstudent af kan komen.

Je voelt je alleen, afhankelijk en onwennig soms, en raakt onwillekeurig, bijvoorbeeld in de massa of bij een werkcollege, in kontakt met een ander, die belangstelling voor je toont en je wegwijs maakt. Zo ontstaat soms vriendschap, of zelfs een verkering. Daarom: een gewaarschuwd mens telt voor twee! Leg niet te spoedig meer dan oppervlakkige kontakten. Juist hier kunnen de gesprekskringen en bijeenkomsten, uitgaande van het Deputaatschap voor studerenden, grote waarde hebben. Zoek daar bij voorkeur de kontakten ook met ouderejaars van je eigen vakstudie.

Het kan van onschatbare betekenis zijn, in de studententijd een vriend te hebben, die je vragen en zorgen kent, die er doorhéén is gegaan, maar wil leven naar het Woord Gods. Bovenal: vraag de Heere om raad. Ken Hem in al je wegen, en Hij zal je paden recht maken.

3. De kritische instelling

Het behoort tot de kenmerken van het wetenchappelijk bezig zijn, het objekt van de vakwetenschap kritisch te benaderen. Ik ga nu niet in op de vraag, in hoeverre je eigen vakstudie kan gaan botsen met hetgeen je van huis uit hebt meegekregen, en hoe ook dergelijke botsingen tot „breekpunten" kunnen worden.

Hier gaat het nu alleen over het feit, dat het kritisch, relativerend bezig zijn tot een houding kan worden, die ook je zitten onder de prediking en je staan tegenover het Woord van God bepaalt. Daar komt helaas bij, dat er altijd weer studenten zijn, meest jongerejaars, die na iets van „de I wetenschap" geproefd te hebben, zich | onuitstaanbaar arrogant en betweterig gaan gedragen op de catechisatie en op de vereniging. Zij zij plotseling van mening, dat hun huiselijk en kerkelijk achterland tot een achtergebleven gebied behoort, en dat er ook in hun kerkelijke gemeente niemand is, met wie zij „op niveau" kunnen praten.

We zijn misschien wat scherp, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat dit nogal eens voorkomt. Zulke jongeren klagen dan, geen antwoord op hun vragen te krijgen, maar de zaak is, dat zij vragen op een verkeerde wijze, plaats en tijd stellen. Er zijn heus wel mensen in onze gemeenten te vinden, die antwoord kunnen geven op detailvragen betreffende het evolutionisme en de moderne literatuur. Maar wie zulke vragen onverhoeds tijdens de catechisatie aan een misschien niet zo bestudeerde ouderling stelt, gedraagt zich niet eerlijk.

Hij eist het onmogelijke, en toont dat het verwerven van enige kennis nog niet het bezitten van wijsheid impliceert. Trouwens: de vakhoogleraar zou best eens het 1 antwoord schuldig kunnen blijven op andere vragen, die de ouderling uitnemend kan beantwoorden. Menige afgestudeerde denkt soms met schaamte terug aan de eerste studietijd. De rechte wetenschaps-

beoefening doet ons in ootmoed erkennen dat wij nog maar zo weinig weten. I

4. De geestelijke sfeer

Een ander gegeven, dat een breekpunt kan veroorzaken tussen een jonge studerende en onze gemeenten, is de geestelijke sfeer, die in sommige studentenkringen of - verenigingen heerst. Is aan de naam van Abraham Kuyper onlosmakelijk de leer van de veronderstelde wedergeboorte verbonden, in genoemde kringen of verenigingen huldigt men — onuitgesproken — de gedachte van het verondersteld geloof. Het is dezelfde sfeer, die men zovaak tegenkomt bij het lezen van meditaties en artikelen uit allerlei kerkelijke bladen. Er wordt een vraag overgeslagen! Allerlei raadgevingen worden gegeven voor het leven des geloofs, allerlei troost uitgesproken jegens jonge en „tere" gelovigen.

Wij moeten dit, en wij moeten dat. Als gelovigen moeten wij bidden, worstelen, werken, anderen helpen, voorleven, enzovoorts, enzovoorts. Wij moeten zó veel, dat men er moe van wordt. Maar één ding leest men niet, hoort men niet: wij moeten wederom geboren worden! Toch was dit juist het kardinale punt, dat Christus onder de ogen bracht van die leraar Israëls, die tot Hem kwam met zijn: „Wij weten " Vergeet daarom nooit, in welke kringen je ook als student terechtkomt, dat er een wonder in je leven moet gebeuren. Houd dat ook steeds anderen voor. Besef, datje niet door intensief meedoen op een bijbelkring of door het lezen van de Institutie van Calvijn een kind van God en een avondmaalganger wordt, maar alleen, als de Heere door Zijn Geest en Woord de schellen van de ogen neemt en je van dood levend maakt! Ik heb helaas in de jaren dat ik predikant mag zijn, verschillende jonge mensen tot een breuk met onze gemeente zien komen, niet, doordat zij de wereld in gingen, maar doordat zij zich om bovengenoemde redenen dodelijk gingen ergeren aan de leer van onze gemeenten. Niemand ergert zich zó aan de leer van vrije genade en aan de noodzakelijkheid van de waarachtige bekering van die mens, die vanuit zijn eigen godsdienst is opgekomen tot God. Om deze redenen is er momenteel geen enkele studentenvereniging, waarvan ik het lidmaatschap met een gerust hart aan onze studerende jonge mensen zou kunnen aanbevelen. Ik schrijf dit nu vanzelfsprekend onder mijn persoonlijke verantwoordelijkheid. Het is daarom geen eng-kerkelijke hooghartigheid, wanneer ik zeg, dat mede hierom het werk van ons eigen deputaatschap in een behoefte voorziet; het is slechts bittere noodzaak, dat dit werk er is, opdat onder beding van 's Heeren zegen jonge mensen bewaard mochten blijven bij de leer, die naar de godzaligheid is.

5. Het woord van de hofmeester

Dit brengt mij op een laatste breekpunt. Wat betreft de hofmeester van Kana een wijs woord gesproken, toen hij zei: „Alle man zet eerst goede wijn op, en wanneer men wel gedronken heeft, alsdan de mindere"! Het is een gulden regel, ook voor de studie. Wat zijn er al veel jonge mensen geestelijk „verongelukt", doordat zij zich in de eerste fase van hun studie intensief gingen bemoeien met schrijvers en theologen, die de gereformeerde religie niet liefhebben, of deze zelfs bestreden. Ik heb jongeren gekend, die zich stortten op de werken van Barth en Kierkegaard, zonder dat zij ooit éénmaal in hun leven de Dordtse Leerregels ook maar hadden gelezen, laat staan onderzocht. Zij keerden zich van onze gemeenten en van de schriftuurlijk-bevindelijke prediking af, zonder dat er ooit ook maar een fractie van de rijkdom was bespeurd, die in de klassiek-gereformeerde theologie verborgen ligt. Zij dronken zich dronken aan de mindere wijn, en hadden de goede nooit geproefd! Ik wil niet beweren, dat studeren bestaat in het enkel onderzoeken van datgene waarmee men het eens kan zijn. Blijkens Handelingen 17 had Paulus, sprekend op de Areopagus, niet alleen kennis van wat er in de Schrift staat, maar ook van hetgeen de Griekse dichters hadden geschreven. Maar laat er eerst een grondige kennis van en een hartelijke liefde tot de „goede wijn" van de theologie van de Reformatie en de Nadere Reformatie zijn, eer men zich verdiept in de „mindere".

Met het bovenstaande hebben we enkele adviezen willen geven en enkele gevaren, die tot breekpunten kunnen worden, willen aangeven. Ik heb niet de indruk willen wekken, dat de Gereformeerde Gemeente „des Heeren tempel" alléén zouden zijn. er worden ook onder ons droevige, en bij anderen goede dingen gevonden.

Niettemin: liefde tot onze Gemeenten, liefde ook tot de studerende jongeren in onze Gemeenten, drijve ons. De Heere Zelf beware hen en ons bij het geloof, eenmaal de heiligen overgeleverd, en bij de waarheid, die naar de godzaligheid is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1986

Daniel | 32 Pagina's

Breekpunten

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1986

Daniel | 32 Pagina's