JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Hoe leren wij lezen in het boek der natuur?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoe leren wij lezen in het boek der natuur?

4 minuten leestijd

„Zo nam de Heere God de mens en zette hem in de hof van Eden om die te bouwen en die te bewaren". (Gen. 2:15)

Wie inde natuur wandelt, of met de schepping omgaat, moet daaruit onderwijs krijgen. Ze moet ons opleiden tot Hem, uit Wiens handen alles is voortgekomen. „Wie ziet niet uit alle deze, dat de hand des HEEREN dit doet? " en: „de dag aan de dag stort overvloediglijk sprake uit en de nacht aan de nacht toont wetenschap".

In de beschrijving van de schepping komt herhaaldelijk de zin terug: en God zag, dat het goed was". Tenslotte staat er: En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet het was zeer goed" (Gen. 1 : 31). Alles sprak en jubelde van Gods grootheid en goedheid, van Zijn wijsheid, majesteit en macht. In onze Nederlandse Geloofsbelijdenis belijden wij van de Schepping, dat zij is als „een schoon boek, in hetwelk alle schepselen, grote en kleine, gelijk als letteren zijn, die ons de onzienlijke dingen Gods geven te aanschouwen, namelijk Zijn eeuwige kracht, mogendheid en Godheid...." De roeping van de mens, dus ook van jou, is over deze schone schepping te heersen, als beelddrager Gods, als onderkoning leiding te geven aan de lofzang, die heel het scheppingskoor de Schepper verschuldigd is. De hele Schepping ademde harmonie en baadde in het licht van Gods liefde. Toen de mens in gemeenschap met God leefde, was de vervulling van zijn roeping een heilige vanzelfsprekendheid. Maar toen we God verlieten in de zondeval werd het een rampzalige vanzelfsheid om de wil van God te verachten. In de natuur doen doornen en distelen dit de mens voortdurend gevoelen. Ook de adem van dood en verderf is een gedurige herinnering aan de oorzaak van deze stank: e zonde!

De mens van nu werpt zich nog wel op de schepping; maar niet naar zijn roeping: deze voor God te bouwen en te bewaren; niet als onderkoning, als rentmeester, dienstbaar aan God; niet als opperzangmeester in het scheppingskoor, tot eer van God, maar tot eigen eer. Wat hij doet, doet hij als eigenaar, en daarmee als dief. Hij pleegt roofbouw en trekt een spoor van vernieling, niet alleen in de vrije natuur, maar door heel de schepping. Wat voor een goed doel en voor nuttig gebruik gegeven is, wordt misbruikt en aangewend voor eigen begeerten. Dat er zo meer van vervuilen en verwoesten dan van bouwen en bewaren sprake is, behoeft ons niet te verwonderen.

Maar het is wel erg!

Het moest niet nodig zijn, dat allerlei linkse groeperingen ons wijzen op de verwording van de natuur; zij doen dit vanuit de oude, heidense houding, die nooit verder komt dan een aanbidding van de natuur. Wij moeten beter weten. Alle schepselen wijzen naar de Schepper. Hij moet aanbeden worden! De dieren doen het gewilliger dan de mensen. Hoor de vogels maar zingen! Helaas, wij kunnen het boek van de Schepping niet meer lezen. De Heere moet ook daarvoor onze ogen openen door Zijn Woord. Eerst dan lees je daarin weer van Gods grootheid: erst dan zie je ook de diepe sporen van de zonde. Dan wordt het een wonder, dat de Grote Schepper Zich nog om Zijn dwaze, afgevallen Schepping bekommert. „Als ik Uw hemel aanzien, het werk Uwer vingeren, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt; wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt? en de zoon des mensen, dat Gij hem bezoekt? " (Ps. 8 : 5).

Zo kan de Heere ons leren lezen in het boek der natuur, en lezen wij daarin met verwondering en verdriet. Dan wordt de begeerte hersteld om de plaats in te nemen, die God ons in het paradijs gaf: onderkoning en opperzangmeester te zijn.

Nee, de natuur is dan niet de eerste leermeester. Zij kan ook niet herstellen, wat wij stuk hebben gemaakt. Eén is er gekomen om eerrovers Gods, rebellen, verwoesters van Gods Schepping, weer tot God terug te brengen: de Heere Jezus Christus. Hij leert ons weer in het boek der natuur te lezen, met weemoed en verwondering.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juli 1986

Daniel | 32 Pagina's

Hoe leren wij lezen in het boek der natuur?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juli 1986

Daniel | 32 Pagina's