JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De vader van de niemandskinderen (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vader van de niemandskinderen (3)

3 minuten leestijd

't Is nacht geworden. Daar lopen ze. Met z'n tweeën. Een jonge man met aan zijn zij een klein haveloze jongen. Het gaat steeg in - steeg uit. En Barnardo denkt: „Hij liegt natuurlijk, hij wil medelijden opwekken."

Maar de kleine denkt: „*t Is een vriendelijke meneer, ik kan hem gerust alles laten zien."

„Kom meneer, hierheen nu." Hij kent de weg op zijn duimpje. De dokter volgt, 't Wordt een lange tocht. Maar hij zag.... niets. Hij had een doosje lucifers bij zich. Hij keek in portieken, in karren. Ook onder bruggetjes zochten ze. Ze vonden niets. Daar komen ze bij een muur, een afgebrokkelde, scheve muur. Op z'n blote voeten klimt de jongen er tegenop, zo lenig als een kat. „Kom maar, meneer", en hij helpt de man ook omhoog.

Dan staan ze bovenop. „Kijk, daar...." Dan ziet Barnardo het. Aan de achterkant van die muur zijn schuurtjes gebouwd. Ze hebben schuine daken van zinken platen. Die daken zitten aan elkaar vast met brede goten. En in die goten.... zomaar, onder de open hemel, in de kille wind, telt hij ze: elf jongens. Als hopen vuil, dicht tegen elkaar aangekropen. Ze liggen.... te slapen. Kinderen van niemand.

„Zal ik ze wakker maken, meneer? " „Nee", schudt de dokter, „laat ze slapen. Misschien vergeten ze hun ellendige leventje wel even".

„D’r zijn er nog meer meneer, zal ik die ook laten zien? ”

Daar staat de jonge student. In de verte ziet hij in het maanlicht water glanzen. De havens van Londen. Met verbazing ziet hij om zich heen. Hij heeft geen woorden meer. Dit is te erg voor woorden. Tranen voelt hij in zijn ogen branden. Zijn stem beeft. „Stakkerds, arme lui", denkt hij hardop, „wie, wie moet hier helpen. Ik kan je niet helpen. Ik ben maar een arm student."

Dan zegt hij tegen z'n kleine vriend, zacht „Kom maar. Jij zult vannacht een bed hebben. En koffie, en brood." Toen draaiden zij zich om. God regeert....?

Nu is het diep in de nacht Jim Jarvis, het kleine schooiertje, slaapt, 't Is een vaste, diepe slaap. Maar de dokter is klaarwakker. Steeds weer ziet hij het voor zich. De gammele schuurtjes met de slapende jongens in de open lucht.

„Er zijn er nog veel meer", had Jim gezegd. En hij twijfelde er geen ogenblik meer aan. „Nog veel meer." En hij ziet ze voor zich, op straat In de stegen, , , 'k Heb geen vader, 'k Heb geen moeder." De kinderen van niemand. Wie regeert over hen allen? Dokter Barnardo heeft geen rust meer. Jullie begrijpen wel, dat hij geen ogenblik meer aan China gedacht heeft. China ? Hier lag zijn taak. In de grauwe achterbuurt van Londen. Hier moest geholpen worden! Zó regeert God. Wij maken plannen. Hij regeert Ook het leven van dokter Barnardo.

Die heeft alles aan de Heere verteld. Ook zijn nood. Hij vroeg of de Heere de weg wilde openen om de arme kinderen van niemand te kunnen helpen. Daar was immers veel geld voor nodig....

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juli 1986

Daniel | 32 Pagina's

De vader van de niemandskinderen (3)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juli 1986

Daniel | 32 Pagina's