JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Hoe moet ik handelen in gewetensgevallen?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoe moet ik handelen in gewetensgevallen?

9 minuten leestijd

Niet zo lang geleden werd er bij ons in de kerk gepreekt over zondag 2 van de Heidelbergs Catechismus. Daar wordt — in vraag 5 — gevraagd: , , Kunt gij dit alles (= de eis der liefde volkomenlijk houden? " Het antwoord formuleert dan duidelijk en scherp: , , Neen ik, want ik ben van nature geneigd God en mijn naaste te haten". Daarover nadenkend zijn wij geneigd te zeggen: , , Haten? Zou dat nu niet té scherp neergeschreven zijn? Zouden de haters niet de uitzonderingsgevallen zijn in de mensheid? Zó slecht zijn we toch óók weer niet? " Je hebt vast wel eens staan kijken bij leeuwen in een dierentuin. Zo achter die tralies lijken die toch ook zó slecht niet? Maar haal die tralies maar eens weg! Dan blijkt hun ware aard Zo nu stelde de Heere in Zijn goedheid ook tralies voor ons hatelijke leven. Onze dominee noemde er een paar: de tralie van de overheid; de tralie van de publieke opinie; de tralie va het geweten.

Niet zo lang geleden werd er bij ons in de kerk gepreekt over zondag 2 van de Heidelbergs Catechismus. Daar wordt - in vraag 5 - gevraagd: , , Kunt gij dit alles (= de eis der liefde volkomenlijk houden? " Het antwoord formuleert dan duidelijk en scherp: , , Neen ik, want ik ben van nature geneigd God en mijn naaste te haten". Daarover nadenkend zijn wij geneigd te zeggen: , , Haten? Zou dat nu niet té scherp neergeschreven zijn? Zouden de haters niet de uitzonderingsgevallen zijn in de mensheid? Zó slecht zijn we toch óók weer niet? " Je hebt vast wel eens staan kijken bij leeuwen in een dierentuin. Zo achter die tralies lijken die toch ook zó slecht niet? Maar haal die tralies maar eens weg! Dan blijkt hun ware aard Zo nu stelde de Heere in Zijn goedheid ook tralies voor ons hatelijke leven. Onze dominee noemde er een paar: de tralie van de overheid; de tralie van de publieke opinie; de tralie va het geweten.

Wat is het geweten?

Het woord „geweten" wordt door ieder mens wel eens gebruikt; zo maar in een gesprek of in een brief. Maar, weten we dan eigenlijk wel waar we het over hebben? Wat is dan , , het" geweten? Misschien zeg je: dat weet iedereen toch uit zijn eigen leven; dat voel je toch? Een geweten zegt gewoon wat mag en wat niet mag. Meer niet en minder niet!" Zou het werkelijk zo eenvoudig zijn? Eindeloos veel pogingen zijn er gedaan om nu eens precies te zeggen wat we onder het geweten dienen te verstaan. Filosofen en theologen beijverden zich om het juiste licht te werpen op het geweten, maar het resultaat is alles, behalve eenstemmigheid. Ook wat dit betreft is het gemakkelijker te zeggen wat het niet is dan wat 't wel is.

We mogen er in ieder geval geen voorrecht (of last) in zien, dat alleen maar bij Gods kinderen voorkomt. Je weet het wellicht wel uit je school-of werkomgeving, dat er mensen zijn die een kerk nooit van binnen hebben gezien; die niet of nauwelijks in Gods Woord lezen, maar toch veel spreken over hun geweten. Ja, zelfs heel nauwkeurig leven volgens hun geweten. Je hoort ze zeggen: Mijn geweten is mijn levenskompas, 'k Heb geen kerk en geen dominee nodig. De stem van God weerklinkt in mijn hart; daar luister ik naar en dan gaat het toch goed? " Ook uit déze beweringen blijkt in ieder geval dat alle mensen een geweten hebben. De Bijbel zegt zelf (Rom. 2 : 14 en 15) „dat heidenen die de wet niet hebben van nature de dingen doen die der wet zijn. Dezen die de wet niet hebben, zijn zichzelven een wet, als die betonen het werk der wet geschreven in hun harten, hun geweten medegetuigende of ook ontschuldigende".

Geweten: een getuigenis afleggen

Valt het je op, dat Paulus hier spreekt van „getuigen"? Dat is nu het eigenlijke werk van het geweten: een getuigenis afleggen. Uit de rechtspraak weten we, dat er situaties zijn waarvoor getuigen worden opgeroepen. Getuigen is dan natuurlijk héél iets anders dan de wet voorschrijven. Die wet is er en aangaande de vraag of er overtreding heeft plaatsgevonden, ja dan nee, worden er getuigen gehoord. Zo heeft het geweten een getuigenis. Het is niet de wetgever, ook niet de wet, maar een getuigen a charge: een bezwarend getuige. Je zult dat uit ervaring weten. Je deed iets verkeerds en je geweten „sprak, getuigde".

Gewetensvragen

Maar, zo rijst de vraagt: wat is verkeerd? De geleerde, wiskundige Pascal zei eens: „Drie lengte-of breedtegraden verschil en de hele rechtspraak staat op zijn kop; één meridiaan beslist over de waarheid.

Waarheid aan deze zijde van de Pyreneeën is dwaling aan gene zijde". Je ziet deze stelling bewaarheid in het feit

dat aan de andere kant van de wereld (denk aan de zendingsvelden) leden van naburige stammen worden gedood en opgegeten zonder de minste gewetenswroeging. Wij daarentegen zouden dan toch wel een zeer onrustig geweten hebben. Dit brengt ons bij het merkwaardige van het geweten dat het een persoonlijk iets is. Het geweten van een ander zegt me wel iéts, maar toch nooit zoveel, dat ik daardoor bezwaard ben en dat ik daardoor wroeging heb. Mijn geweten zegt me dan ook veel meer dan het geweten. Dus mijn overtuiging van wat goed en kwaad is speelt ook de hoofdrol bij de vraag of mijn geweten me beschuldigt, ja dan nee. Of mijn overtuiging aangaande goed en kwaad de juiste is, blijft natuurlijk wel de vraag!!

Zó maar een paar voorbeelden. Je voelt liefde voor een bepaald meisje, dat nou niet zo kerkelijk is. Het loopt uit op vriendschap en verkering en.... je geweten veroordeelt je niet. Is dat dan een duidelijk bewijs, dat die verkering onder Gods gunst ligt? Of.... je wordt opgeroepen voor militaire dienst. De spanning in de wereld stijgt met de dag. Wie weet ontbrandt een nieuwe oorlog! En, stel je voor dat je een medemens moet doden; iemand die je nog nooit gezien hebt; iemand die je niets misdeed. Nee, dat stuit je zo tegen de borst en je zegt: m'n geweten bezwaart me zo; ik word een dienstweigeraar. Ben je dan in de weg des Heeren? Deze voorbeelden zijn met honderden aan te vullen uit de praktijk van ons leven. Ze kunnen op allerlei terrein op ons afkomen. Wat denk je bijvoorbeeld van de medewerkers van het dagblad „Trouw", dat in de Tweede Wereldoorlog illegaal verscheen om ons volk op de hoogte te houden van het betrouwbare nieuws? Twee redaktieleden waren door de Duitsers opgepakt en de redaktie werd voor de keus gesteld: óf jullie stoppen met het illegale werk óf jullie mede-redaktieleden worden gedood. Twee jonge mensen: verloofd was de ene en de ander pas getrouwd! Wat een gewetensbeslissing. Ze hebben gekozen.... vóór het dagblad „Trouw" en daarmee was het lot van hun jonge vrienden wel beslist. Wat zal die beslissing strijd hebben gekost. Maar dat kan nog. Een polio-epidemie breekt uit: moet ik me (of: mag ik me) nu laten inenten, ja of nee? Mag ik nou die baan aannemen, waarbij ik weet dat ook de zondag in het geding kan zijn? Of zoals een meisje niet zo lang geleden: mag ik nu als apothekersassistente meehelpen aan het doden van een hele kleine vrucht in het lichaam van een vrouw, door middelen te verschaffen die dat teweeg moeten brengen? Zij kon het niet meer en bedankte. De gevolgen ervaart ze elke dag: ze is nu nog werkloos.

Gewetensbeslissing

Misschien sta jij op dit moment wel voor een moeilijke gewetensbeslissing. Je ziet jezelf staan als op een kruispunt. Moet je nu rechts? Of toch juist links? Wat moet je dan toch doen?

'k Geloof dat we allereerst het ootmoedige besef in ons moeten omdragen dat wij het nooit alleen weten. We hebben raad nodig en die moeten we zoeken! Maar ja, wie noemt het adres? Zouden we dan in de eerste plaats onze raad niet zoeken bij God Zelf „die het geweten oordeelt en Die meer is dan het geweten"? Vraag de Heere maar om raad in een eerlijk en aanhoudend gebed. Eerlijk, schreef ik, omdat wij zo vaak vragen of God wil uitvoeren wat wij zo graag willen. Zelf hebben we dan al uitgestippeld hoe het moet. Maar het echt overgeven aan Hem is nu juist het tegenovergestelde, 't Is alles overgeven en loslaten met het gebed: „Beproef mij, o God, en zie of bij mij een schadelijke weg zij en leid mij op de eeuwige weg".

Het is werkelijk waar de ervaring van velen, dat heel wat gewetensvragen opgelost zijn in de weg van het gebed. Hoe wonderlijk kan de Heere Zijn Woord dan gebruiken, soms vanaf de preekstoel, om die vragen op te lossen. Zie Luther maar zitten in zijn logeerkamer te Worms. Morgen zal de Rijksdag worden gehouden, waarbij hij terug moet komen op de vraag of hij zijn geschriften wil herroepen. Hoe

worstelt hij in het gebed om een antwoord op deze ingrijpende dingen. En de Heere hoort! Hij ervaart het dat het niet zijn strijd is, maar Gods zaak. En dat geeft rust. 'k Zou je ook willen aanraden om gerust de raad van mensen te vragen; weliswaar na de Heere. Niet om hün geweten te stellen in de plaats van jouw geweten, maar om hun raad biddend te overwegen. Weetje: ons hart is zó arglistig dat we onze eigen begeerte vaak verwarren met Gods wil. Een ander ziet dat soms scherper dan wijzelf. Wie die ander moet zijn? Zoek eens mensen op, waarvan je mag geloven dat ze de Heere vrezen. Wat een zegen is het als je ervaren mag dat zij met een rijp oordeel je een raadgever willen zijn. Laat ook de weg naar je predikant of een andere ambtsdrager je niet vreemd zijn. Als het wél is, mogen toch ook zij „hun gaven en talenten ter nutte en ter zaligheid van andere leden aanwenden". Moeten we eikaars lasten niet dragen en eikaars geweten niet scherpen?

Dat stijgt immers boven alles uit: et is zo belangrijk een gezond geweten te krijgen. Een geweten dat zich niet meer richt op iets wat in ons is, maar wat zich richt op een norm buiten en boven ons. Hoe het gezond kan worden? In de weg van de waarachtige bekering tot God. Dat brengt immers teweeg een kennis die de boodschap en de inhoud van de Heilige Schrift verstaat én liefheeft. Daaraan verbonden blijft dan de dagelijkse bekering die in ons doopsformulier zo treffend genoemd wordt „de dagelijkse vernieuwing onzes levens". Ik krijg dan een ander geweten, zo fijn als de naald van een kompas, dat steeds weer en meer onderworpen wordt aan Gods Woord. Dat is dan ook de uitnemende norm waar mijn geweten zich aan toetst. En.... hoe meer mijn geweten dan gebonden wordt aan Hem, des te vrijer wordt het. Dat vraagt zeker oefening. Daarom belijdt Paulus — en wij ook? — „Niet dat ik het airede gekregen heb of airede volmaakt ben, maar ik jaag eraaar of ik het ook grijpen mocht" (Filipp. 3 : 12). Dan stel ik bij elke gewetensbeslissing weer de vraag: Heere, mag het gaan om Uw eer? "

We konden in dit artikel niet ingaan op de bouwstoffen van het geweten (gezin, school, kerk etc.) en op de verhouding mijn geweten/jouw geweten. Daarvoor verwijs ik naar: „Het geweten", geschreven door P. Prins, W. D. Meinema, Delft, 1937; De Institutie van Calvijn , boek 3, hoofdstuk 19 dat handelt over de Christelijke vrijheid.

Vooral het laatste zeker aanbevolen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juli 1986

Daniel | 32 Pagina's

Hoe moet ik handelen in gewetensgevallen?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juli 1986

Daniel | 32 Pagina's