Grote zaal
Bondsdag 1986
De gezellige drukte, die een bondsdag met zich meebrengt, begint al onderweg. Vooral in de trein ontdek je al gauw heel wat medereizigers naar deze dag. Het begroeten van bekenden is tijdens de reis een extra verrassing.
Vanuit de stationshal in Rotterdam, wandelend naar „De Doelen", passeren er heel wat tegenliggers die op weg zijn naar de Prinsekerk. Ook dit jaar wordt vanwege de grote belangstelling op beide plaatsen de bondsdag gehouden.
Opening door ds. A. Elshout
Na enkele vergeefse pogingen is het even na tienen zo rustig dat dominee Elshout de bondsdag kan gaan openen. Wegens ziekte van dominee Kattenberg heeft hij het eerste woord.
Als we Psalm 65 : 4 en 5 hebben gezongen, leest dominee Elshout Psalm 2 en gaat hij voor in gebed. In zijn openingswoord houdt de dominee een korte inleiding op het thema van deze dag: et hoogste woord.
Onder de gaven die God de mens gaf bij de schepping, nam de gave om gedachten onder woorden te brengen een grote plaats in. God maakte de mens de mond: om zijn Schepper te eren en om zijn naaste te dienen, gedrongen door de liefde. Maar wat het beste was. werd het slechtste. De tong, voor de val alleen een bron van heil, werd in dienst van de zonde een bron van onheil. Jakobus spreekt hiervan, als hij de tong vergelijkt met een vuur.
Gelukkig sprak God ook na de val. , , Gij zult ons vreselijke dingen doen horen". Maar niet alleen dat; de Heere sprak ook van heil en redding. God heeft het hoogste woord, in het borgwerk van Christus. „De Heere heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Zoon...." Door genade wordt hersteld, wat door de zonde verwoest is.
De climax van het menselijk handelen was Babel: allerlei taal. De climax van Gods handelen zien we op het Pinksterfeest: tongen als van vuur en Gods heil verkondigd in allerlei taal.
Dit is één van de gaven die Christus verdiend heeft om uit te delen: dat de tong weer gaat funktioneren in dienst van God. Dan wordt de tong een sieraad onder de leden van het lichaam. Dan is het een bron van heil en vrede voor anderen, ter bevordering van blijdschap en vrede. Zo kan het, zo moet het, door de gave van de Heilige Geest. Geve de Heere dat ook deze dag zo mag meewerken, dat onze tong in Zijn dienst staat. „Laat U mijn tong en mond en 's harten diepsten grond, toch welbehaaglijk wezen."
Na het zingen van Psalm 93 : 4 heet Ed van Heil alle aanwezigen hartelijk welkom. In de eerste plaats de jongelui. Het is fijn dat er zoveel naar Rotterdam gekomen zijn op deze bondsdag. Sommigen krijgen in het bijzonder een welkomstwoord, onder andere Dick Sanderman, die deze dag het orgel bespeelt. Na enkele mededelingen wordt het telegram voorgelezen waarin we onze aanhankelijkheid betuigen aan Hare Majesteit koningin Beatrix. De oranje bloemen op het podium lijken helemaal in te stemmen met de coupletten 1 en 6 van het Wilhelmus, die we hierop staande zingen.
De mens spreekt
Het eerste gedeelte van het thema werkt de heer J. W. N. van Dooijeweert uit in de toespraak „De mens spreekt".
Het uitgangspunt voor deze toespraak is de geschiedenis van Rabsaké voor Jeruzalems muur uit 2 Koningen 18.
Als deze man, een geweldenaar in eigen oog. gaat spreken, zijn zijn woorden hard. wreed, meedogenloos, verlammend. Spottend roept hij het volk toe of ze op de Heere willen vertrouwen. Denken ze echt dat Hij hen verlossen zal?
Vertrouwen wij op de Heere? Als dat zo is, komt er veel op ons af. Op allerlei wijze wordt ook nu dit vertrouwen in twijfel getrokken en wordt Gods macht aangetast. Temidden van alles wat er op ons afkomt mogen wij hetzelfde doen als Hizkia gedaan heeft: naar de Heere toegaan en alles aan Hem voorleggen. Wegkruipen bij Hem, Die zegt: „Wie tot Mij komt zal Ik geenszins uitwerpen" en „Mij is gegeven alle macht". Doe jij dat ook zo?
Ook vandaag kan en mag je dat doen, omdat de Heere Jezus op aarde gezwegen heeft en zo van Gods troon een genadetroon maakte. Zodat jongens en meisjes weg mogen schuilen voor de sprekende mens met de bede „O God, vernieuw mijn hart".
Tijdens het zingen van Psalm 2 : 1, 5 en 6 wordt de morgenkollekte gehouden. Hierna gaat de ochtenpauze in.
Wat weegt het zwaarst?
Na het zingen van Psalm 76 : 2 en 5 wordt het klankbord ten gehore gebracht. Het heeft als titel „Wat weegt het zwaarst? ". Op het podium staat een grote weegschaal. De ene schaal draagt een bord met „De mens spreekt" en de andere met „En God spreekt".
Aan het klankbord werken heel wat mensen mee: het bondsdagkoor onder leiding van de heer P. C. den Uil, Dick Sanderman achter het orgel, Dick van Luttikhuizen achter de vleugel, de dwarsfluitistes Geeske van Bochove, Carin Geytenbeek en Annet van Luttikhuizen en twee leden van de jeugdvereniging uit Lisse als „spreekstemmen".
Terwijl afwisselend het koor zachtjes neuriet, het orgel of de piano speelt en er gefloten wordt, horen we het verhaal van een negentienjarige jongen. Na een vermoeiende werkdag in de fabriek is hij thuisgekomen op zijn flat. Daar zoekt hij naar ontspanning, want het was geen plezierige dag. Na een diskussie tussen direktie en vakbonden, waren er vandaag veel kollega's thuisgebleven. Hij had hierdoor voor twee man moeten werken.
Op de fabriek, waar hij nu een half jaar werkt, komt er heel wat op hem af. Tijdens de gesprekken van zijn kollega's ligt hij er meestal buiten. En als ze met hem praten, zijn het vragen waarop hij zijn standpunt moet verdedigen: „Geloof jij in God? Kan Hij jou dan geen betere baan geven? Waarom doet Hij niets aan al die armoede in de wereld? "
Als hij na zo'n dag thuiskomt, komen er allerlei vragen bij hem op. Zorgt God echt voor de mensen? Ook voor mij? Waarom is dit dan mijn weg? Zelf zou ik het heel anders hebben uitgestippeld. Soms weet hij het echt niet meer. Wat weegt er het zwaarst? Mensenwoorden, woorden van kollega's en vakbondsleiders? Opeens moet hij denken aan wat er in de Bijbel staat: „De dwaas zegt in zijn hart: Daar is geen God". Nee, ontkennen zal hij het bestaan van God niet. Maar dat lost zijn vragen in zijn persoonlijk leven niet op.
Dan laat de andere stem ons horen dat mensen spreken, kollega's, vakbonden, politieke leiders, wetenschappers; woorden die zwaar kunnen wegen. Maar boven het menselijk woord staat het Goddelijk Woord. Dat heeft alles te zeggen. Gods Woord houdt stand in eeuwigheid.
Langzaam verandert het evenwicht van de weegschaal. De rechterschaal met het bord „En God spreekt" krijgt het meeste gewicht. Ergens in een flat gaat een jongen naar bed, vermoeid van het vele denken. Maar in zijn hart leeft de wetenschap dat Gods Woord waar is. God is getrouw, hoe moeilijk alles ook is. Zijn Woord weegt het zwaarst!
Indrukwekkend klinken hierna Psalm 23 en Een vaste burght, die afwisselend door koor en zaal gezongen worden.
Gods Woord houdt stand in eeuwigheid. De morgenbijeenkomst wordt door de heer Van Dooijeweert besloten met dankgebed. In de pauze hoef je je niet te vervelen. Er is een aantal stands dat je bezoeken kunt. Zo is er onder andere de stand waar je je handtekening kunt zetten tegen euthanasie. En bij de stand van de JBGG kun je het boekje „Over leven gesproken" voor een speciale bondsdagprijs kopen. Er is zoveel vraag naar, dat het al snel uitverkocht is. Buiten is het lekker weer om ergens te gaan zitten of om een eindje te gaan wandelen. En er is voldoende gelegenheid om met exkampleden of - klasgenoten, vrienden en bekenden weer een beetje bij te praten.
En God spreekt
Dominee C. Harinck opent na het zingen van Psalm 33 : 6 de middagbijeenkomst met gebed.
Zijn toespraak gaat over het tweede gedeelte van het thema: „En God spreekt". Wanneer gaat God spreken? Als de mens uitgepraat is. Dat zien we in het vervolg van de geschiedenis over Rabsaké. Als Rabsaké uitgesproken is en Hizkia het niet meer weet, dan gaat de Heere spreken. In een uitzichtloze situatie spreekt Hij als de machtigste: „Ik zal deze stad beschermen".
Ook nu nog spreekt de Heere. Misschien ben je wel in dezelfde situatie als Jeruzalems inwoners: alles vastgelopen, vol schuld, met een stem in je die zegt: „God hoort je niet". Maar God spreekt en dan moet alles zwijgen: „Hoor jonge mensen, maak Mij je wegen bekend en Ik zal je paden recht maken". In
de gelijkenis van de verloren zoon heeft Jezus over Zijn Vader gesproken als een God bij Wie vergeving is, als de God die Zich ontfermt.
Zo je Zijn stem dan heden hoort, ... laatje leiden.
Na het zingen van Psalm 46 : 1, 4 en 6 is het tijd voor het muzikale programma. Dit wordt verzorgd door het bondsdagkoor onder leiding van de heer P. C. den Uil. Dat er van te voren hard geoefend is, is goed te horen. Vooral het „Praise the Lord, o mv soul" klinkt erg mooi.
Sluiting
Als Ed van Heil na het zingen het koor bedankt, vertelt hij dat de leden uit een wijdverspreid gebied komen: van Aagtekerke tot Nieuwer ter Aa. Tijdens het zingen van psalm 124 verlaat het koor het podium. In zijn dankwoord richt Ed van Heil zich weer het eerst tot de jongeren. Hij dankt hen hartelijk voor hun komst en de wijze waarop zij bijgedragen hebben aan deze dag. Daarna bedankt hij allen die aan deze bondsdag hebben meegewerkt. Dat zijn er heel wat. Drie van hen bedankt hij met name: dominee Elshout, die heel onverwacht gevraagd werd; de heer Van Leeuwen voor het verzorgen van de bloemenrand met enkele leerlingen; Henri Brandeman, die veel werk gehad heeft aan het maken van de weegschaal.
Dominee B. van der Heiden spreekt het slotwoord.
„En wij hebben het profetisch woord dat zeer vast is." Is het al het hoogste woord in jouw leven geworden? Of heb je dat zelf nog? „Gij doet wel dat gij daarop acht geeft."
Zonder dat Woord kun je het leven niet door en niet uit. Al lijkt dat wel zo.
Het is onbegrijpelijk en onverdiend dat God Zijn boodschap tot ons stuurt. Wij kunnen daar niet omheen. Eenmaal komt de Heere er op terug.
Het Woord is als een licht. Dat wijst op de Morgenster, op het wonder van de vergeving. Dat de kracht van het Woord in jullie leven gevoeld en beleefd mag worden. Dat het het hoogste woord heeft en het laatste woord. „Maar neen, daar is vergeving, altijd bij U geweest." Met die boodschap mogen we vanmiddag naar huis gaan.
Na het dankgebed zingen we staande Psalm 99 : 1 en 8.
God de HEER' regeert. Ook al lijkt het vaak dat mensen het voor het zeggen hebben, Hij heeft het hoogste woord.
Dat is de boodschap die we deze dag meegekregen hebben. Tot troost, maar ook om er bij stil te staan of dat ook in ons leven zo is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 1986
Daniel | 32 Pagina's