JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De mens spreekt

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De mens spreekt

Bondsdag 1986

7 minuten leestijd

Wilt u op de Heere betrouwen?

Denkt u dat Hij u helpen kan en uit mijn hand kan redden?

Deze spottende woorden dreunen over de hoofden van de mensen die ineengedoken de dingen afwachten die gebeuren zullen. Rabsaké de machtige legeraanvoerder van Assyrië staat voor de muren van Jeruzalem.

Volk na volk heeft het af moeten leggen tegen het wapengeweld van koning Sanherib. Ook het volk van het tienstammenrijk is door het leger van Sanherib in ballingschap weggevoerd. En ook in Juda zijn alle steden op Jeruzalem na bezet.

Koning Hizkia heeft geprobeerd Sanherib buiten Jeruzalem te houden. Hij heeft grote sommen geld betaald. Hij heeft het goud van de deuren van de tempel laten halen en het aan Sanherib gegeven in de hoop daarmee deportatie af te kopen.

Maar het heeft niet mogen baten. De dreiging komt steeds dichter bij. De troepen van Sanherib verzamelen zich rond de muren van Jeruzalem. De angst slaat de inwoners van de stad om het hart. Zal het nu met hun vrijheid gedaan zijn?

Rabsaké, de grote legeraanvoerder van koning Sanherib wil koning Hizkia spreken. Rabsaké is een geweldenaar in woord en daad. Ook in z'n eigen ogen. In hem komt het spreken van de mens tot uiting: zeg tot Hizkia en tot het volk: hebt u nog moed? Durft u zich nog te verzetten tegen de machtige koning van Assyrië? Tegen die koning voor wie alles al gezwicht is?

Misschien hebt u wel een verbond gemaakt met de koning van Egypte? Dat is wel een land met veel ruiters en veel soldaten, maar dat zal niet helpen.

Of.... en dan komt het spreken van de mens in al zijn vermetelheid openbaar.... de mens die met een stem geschapen is om God te loven.... maar die zijn stem nu gebruikt om God te honen.... Of.... zegt Rabsaké: misschien zegt u wel dat u op de Heere vertrouwt.

Op de Heere vertrouwen?

Laten we die woorden eens op ons laten inwerken. Zouden er in Jeruzalem nog wel mensen zijn die op de Heere vertrouwen? Hizkia in ieder geval wel....

Maar laten we dat woord van Rabsaké ook eens in onze tijd plaatsen. Wat kan er ook op ons, op jongeren bijna in dezelfde bewoordingen veel afkomen. Denk je, zei een man tegen me die met z'n benen tobde, dat de Heere een taxi stuurt als ik naar de stad moet? En een militair die bij ons in huis kwam, zei dat hij het maar opgegeven had om bij het eten te bidden. Hij werd er toch alleen maar om uitgelachen.

Op de Heere vertrouwen? In deze tijd met ellende, armoede, honger en dood? Kom nou!

Zo spreekt de mens.

Zwakke plekken

Rabsaké weet hoe hij de mensen in Jeruzalem moet aanpakken. Er waren veel elementen in de godsdienst gekomen die tegemoet kwamen aan de verlangens van de mensen. Maar Koning Hizkia had dat weer veranderd. De hoogten waren afgebroken en de mensen moesten weer naar de tempel.

De Nehustan, de koperen slang uit de

woestijn was vernietigd omdat hij verafgood werd. Zou God niet boos zijn om zoiets? Daar vestigde Rabsaké de aandacht op. Hij wist waar de zwakke plekken waren. Wordt dat ook niet in onze tijd gedaan: denk je dat God zo'n verdeeld christendom zal helpen? Christenen zijn zo liefdeloos dat ze zelfs niets gedaan hebben om de Joden van de ondergang te redden in de Tweede Wereldoorlog. De godsdienst is zo veranderd zeggen de mensen in de grote roomse stad waar wij wonen. Vroeger mocht dit niet en mocht dat niet en dat is nu allemaal weg. Was het eigenlijk wel echt? En ze buigen het hoofd voor alle kommentaar en zeggen de godsdienst vaarwel.

En er zijn ook jongens en meisjes onder ons die het hoofd buigen als ze alle argumenten aanhoren. Ze buigen het hoofd voor wat zo waar lijkt en trekken de wereld in.

Het wordt zo mooi voorgesteld

Maar Rabsaké valt niet alleen het vertrouwen op God aan, hij spiegelt het ook heel mooi voor als ze naar hem zullen luisteren. Hij belooft dat als ze hem zullen volgen ieder z'n eigen wijnstok en vijgeboom zal hebben. Hij stelt deportatie voor als iets heerlijks. Ze zullen in het vreemde land in welvaart en vrijheid leven. En zo mooi stelt de duivel het vandaag nog voor: wat heb je toch aan de dienst van God? Nee, er is iets veel beters: vrijheid. Maar dan moet je niet meer naar het Woord van God luisteren.

Koning Hizkia en jij

Koning Hizkia hoort de woorden van Rabsaké ook. De schrik slaat hem om het hart. Hij scheurt zijn kleren en bedekt zich met een zak. Maar hij doet meer. Als hij hoort hoe de mens spreekt, weet hij maar een weg: naar het huis des Heeren. De God van Wie hij weet uit de rollen, de God van Wie hij weet van de profeten, de God Die hij dienen wil, de God Die hij liefheeft.

Doe jij ook zo? Als je van alles op je af ziet komen dat van de Heere af wil trekken of de dienst van de Heere belachelijk wil maken, laat je dan je hoofd zakken? En geef je je dan over zoals de sprekende mens dat wil?

Of.... kruip je weg.... bij Die God Die gezegd heeft: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.

Hizkia is niet in de eerste plaats bang voor de ondergang van zijn volk. Hij is bedroefd omdat de Naam des Heeren gelasterd wordt.

Wat een wonder als dat ook in onze harten leeft. Als we niet bedroefd zijn omdat we het niet winnen kunnen, maar omdat Gods Naam in het geding is.

Hizkia kruipt naar de Heere toe en de Heere hoort.

Zo is het vandaag nog jongens en meisjes. Ook vandaag nog mag je naar de Heere toekruipen. naar die God Die in de hemel woont. Die grote en verheven God Wiens Naam gelasterd wordt. Die God Die echter boven alles staat. Als de mens spreekt — op school, op je werk — als je er alleen voor komt te staan, als er gelachen wordt om Die God. dan mag je naar Hem toekruipen. Ook als er van binnen in je hart opstand is, als de mens in je hart spreekt, ga dan naar Hem.

Jongelui, ik roep het jullie vandaag toe wat er ook op je afkomt — en je moet niet denken dat het er gemakkelijker op zal worden: Ga naar de Heere toe, naar Die God Die het je toeroept: „Komt tot Mij".

Kan dat? Ik? Mag dat? Als je weet wie ik ben?

Ja. Dat kan. Dat mag. Jij! Dat kan en dat mag omdat op deze wereld, waar de mens spreekt, waar de mens zich sterk maakt tegen God, waar de mens zijn Babels bouwt.... er één Mens geweest is Die niet gesproken, maar gezwegen heeft. De Mens van Wie we lezen: Jezus zweeg. Daarom mag ik jullie vandaag toeroepen: vlucht naar de Heere, ga naar de Heere, naar die God Die Zijn Zoon gaf op deze wereld. Die Zoon Die hier zweeg en zo van Gods troon weer een genadetroon maakte, waar arme jongens en meisjes die niet willen buigen voor de sprekende mens weg mogen schuilen. De genadetroon van God waar ook jij het uit mag roepen: O Heere gedenk aan mij, vernieuw door Uw Geest mijn hart, laat mij leven tot Uw eer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 1986

Daniel | 32 Pagina's

De mens spreekt

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 1986

Daniel | 32 Pagina's