NPV haalt pro-life arts naar Rijssen
(....) Op 13 april 's avondsom tien uur rinkelde de telefoon op de Damsteeg 7 in het in de Hoekse Waard gelegen dorp Piershil, de voormalige woonplaats van dokter Steysiger. Aan de andere kant van de lijn sprak de voorzitter van de afdeling Rijssen: „Of dokter Steysiger kennis wilde nemen van de NPV-wens tot vestiging van een pro-life arts in Rijssen en of hij daar eens over wilde denken? ". Dokter Steysiger vroeg een week bedenktijd. Aan het telefoontje naar Piershil was natuurlijk wel het nodige voorafgegaan.
Belangrijkste gebeurtenis was wel de officiële oprichting van de NPV-afdeling in Rijssen op 1 februari jl. Het jonge bestuur toog direkt aan het werk. Van meet af aan was het bestuur ervan doordrongen dat de komst van een pro-life arts naar Rijssen geen overbodige luxe was. Maar hoe begin je aan zoiets?
Kontakten
Vele kontakten werden gelegd om de mogelijkheden af te tasten. Het bestuur stelde zich in verbinding met het Nederlandse artsenverbond (NAV) en de Protestants christelijke artsen-organisatie (PCAO). Laatstgenoemde organisatie bleek te beschikken over een vakaturebank voor praktijkzoekende huisartsen. Het NPV-bestuur liet daarbij de keus vallen op dokter Steysiger, een nog jonge arts (35). werkzaam bij de Capelse verpleeghuizen te Capelle aan den IJssel. ( )
Het werken in een verpleeghuis was voor Steysiger slechts een tussenstation. Regelmatig solliciteerde hij naar de mogelijkheid om zich als huisarts te vestigen. Tot voor kort tevergeefs. Soms was de teleurstelling daarbij groot, zoals bij die sollicitatie naar de vestiging als huisarts in een gebied met een overwegend kerkelijke bevolking. Steysiger haalt de brief te voorschijn die hij kreeg van de zittende huisarts en leest voor: „Ik durf het risiko dat onze verschillende godsdienstige achtergrond het af en toe moeilijk zou kunnen maken een gemeenschappelijk beleid te voeren, niet goed aan". En daarmee was ook in dit geval de kous af.
Vandaar dat na deze en andere teleurstellende ervaringen „het beroep" uit Rijssen met graagte werd aanvaard. Het plaatselijke NPV-bestuur ging in samenwerking met Steysiger aan de slag. Een gesprek werd gevoerd met de burgemeester en de wethouder gezondheidszaken van Rijssen. Zij stonden in principe positief tegenover een vestiging, maar konden verder weinig doen.
Verschillende vestigingsvarianten passeerden inmiddels de revu. In principe waren er drie mogelijkheden: een wilde vestiging, waarbij de steun van de acht gevestigde huisartsen bij voorbaat uitgesloten was en waardoor de nieuwe arts 365 dagen per jaar voor zijn patiënten zou moeten klaar staan. Bovendien eist het ziekenfonds dat er een waarnemer is voor weekenden, ziekte, enz. Deze mogelijkheid viel af.
Tweede variant was de zogenaamde gesteunde vrije vestiging, waarbij de arts geen patiënten van de zittende huisartsen overneemt. maar wel meedraait in weekenddiensten. Voordeel hiervan is dat de arts steun krijgt van zijn kollega's maar toch geheel vrij is in zijn eigen beleidsvoering. De derde mogelijkheid tenslotte was een associatie aangaan met een van de zittende artsen, waarbij de nieuwe arts zich in een bestaande praktijk inkoopt, daarvoor een zeker geldbedrag betaalt voor de overname van een bepaald deel van het inkomen en samen met zijn kollega de praktijk voert.
Besturing
Het werd de laatste mogelijkheid. Bij „toeval" kwam het bestuur er achter dat een van de zittende huisartsen in Rijssen, dr. P. A. Schreuder, zijn zeer grote praktijk van ruim 4000 patiënten met een andere arts wilde delen. Terugblikkend zien Dommerholt en Steysiger deze onverwachte ontwikkeling duidelijk als een besturing. Er gebeurde iets waar niemand op had gerekend. De aanvraag naar het ziekenfonds om dokter Steysiger te accepteren als nieuwe medewerker was snel verzonden. Het ziekenfonds belde direkt terug voor een gesprek, iets dat het NPVbestuur niet op dit termijn verwacht had, omdat het tamelijk ongebruikelijk is.
Ook dokter Schreuder bleek bereid tot een gesprek. Het NPV-bestuur heeft in beide besprekingen gesteld dat het zich gesteund wist door een omvangrijke plaatselijke achterban en in elk geval door de ruim 200 NPV-leden in Rijssen.
Het ziekenfonds accepteerde de nieuwe huisarts. Hetzelfde gold ondanks enkele kleine incidenten waar we liever niet op in willen gaan, voor de zittende huisartsen. De besprekingen met dokter Schreuder verliepen bevredigend, zodat de komst naar Rijssen van huisarts Steysiger kon worden voorbereid. ( )
(overgenomen uit het Nieuwsbulletin van de Nederlandse Patiënten Vereniging, sept. 1985)
Gezondheidszorg
Ieder vakgebied dat in aanraking komt met de problemen van dood en leven, heeft zo z'n eigen zogenaamde pro-life organisatie, die zich blijft verzetten tegen al het handelen, dat menselijk leven wil doden. Het vakgebied dat het meest en het indringendst in aanraking komt met de praktijk van deze vragen, is de geneeskunde.
De meningen binnen de geneeskunde over de problemen op het grensgebied van dood en leven kun je denk ik grofweg in vieren verdelen.
- In de eerste plaats zijn er mensen die voorstander zijn van euthanasie en de legalisering hiervan, hoewel hun aantal gelukkig nog niet zo groot is als de voorstanders van abortus provocatus.
- De grootste groep vormen die mensen die zeker niet gerekend willen worden onder de voorstanders van abortus provocatus en euthanasie, maar die anderzijds ook geen raad weten met de lijdende medemens en dit lijden zinloos vinden. Als zij voor de lijdende medemens geplaatst worden, willen ze de vaak lange weg, waarin het lichaam als steen voor steen afgebroken wordt, besparen door soms toch over te gaan, als dat verzocht wordt, tot euthanasie.
- Als derde wil ik die mensen noemen, die vast houden aan de eeuwenoude traditie en de eed van Hippocrates en om die reden abortus provocatus en euthanasie afwijzen en zich pro-life noemen en lid zijn van één of meer pro-life organisaties.
- Als laatste groep wil ik hen noemen, die vanuit een bijbels gefundeerd geloof, onder biddend opzien hun werk in de gezondheidszorg willen doen op welke plaats ze dan ook gesteld zijn.
Pro-life?
Zijn we als gevallen zondige mens wel pro-life? Klopt dat wel met het beeld wat de Bijbel ons van de mens schetst? De Bijbel die in psalm 5 zegt dat onze keel een geopend graf is en ons binnenste enkel verderving. Als we leven uit het diepe besef hiervan, weet ik niet of we onszelf nog zo gemakkelijk pro-life noemen.
Praktijk
De redaktie heeft me gevraagd iets te schrijven over het pro-life arts zijn. Voor mij betekent dat niets meer, maar zeker ook niets minder dan dat ik mij in mijn dagelijks werk wil laten leiden door de ons in Gods Woord geopenbaarde wil van God. Gods Woord dat ons leert om het menselijk leven te respekteren en abortus provocatus afwijst. Als christenen mogen we geloven en er wel eens moed uit putten dat er vanaf de bevruchting sprake is van menselijk leven. Leven in ontwikkeling weliswaar, maar mens met ziel en lichaam, waarvan in de psalmen 127 en 139 zulke mooie dingen gezongen worden.
Daarom kan een pro-life arts zijn medewerking niet verlenen aan abortus provocatus en daarom zal hij of zij ook geen „spiralen" plaatsen en geen ..morning after pil" verstrekken, omdat dit middelen zijn die maken dat een bevruchte eicel afsterft en niet uit kan groeien tot een voldragen zwangerschap.
Ook over de begeleiding rond het levenseinde kunnen er nogal wat vragen en onzekerheden bestaan. Daarom is het van belang daar in je gezonde dagen met je behandelend arts van gedachte over te wisselen. Het is ook belangrijk voor jezelf, om ook in je gezonde dagen met vragen omtrent je einde bezig te zijn. Denk eens aan wat we zo gemakkelijk en onnadenkend zingen:
O HEER, ontdek mijn levenseid aan mij; Mijn dagen zijn bij U geteld; Ai, leer mij hoe vergankelijk ik zij; Een handbreed is mijn tijd gesteld.
(Ps 39 : 3)
In de tweede plaats kan het enorm verhelderend zijn naar beide kanten als je met je arts over deze dingen praat. Dan weet de ander ook hoe wij over belangrijke zaken als leven en dood denken. Je kunt dan ook kijken of de ander daar respekt voor op kan brengen en er rekening mee wil houden als je jezelf niet meer kunt uiten.
Ik denk ook dat door in alle rust over deze zaken met je arts te praten, de vertrouwensrelatie die er als het goed is toch moet zijn, enorm positief beïnvloed wordt. Het gesprek dat hierover op gang komt kan vaak beter gaan, dan je had durven hopen, als je zelf maar open en eerlijk voor je mening of nog beter voor Gods mening uit durft komen.
Iemand die zich pro-life noemt, vindt het principieel niet verantwoord om handelingen te doen die tot doel hebben, het leven te verkorten. Hij of zij zal deze verzoeken afwijzen, maar dan is het belangrijk om het daar niet bij te laten, maar door ons handelen te laten zien en er van te getuigen dat het leven een gave van God is. Ook als het een medemens met verminderde verstandelijke vermogens betreft.
De beantwoording van de vraag of er sprake is van menselijk leven, een vraag die in deze moderne tijd zoveel gesteld
wordt, is niet afhankelijk van verstandelijke vermogens en ook niet van de mogelijkheid tot kommuniceren. Er is sprake van menselijk leven zolang God ons de adem in de neus geeft. Niet korter, maar ook niet langer. Dit bedenkend kan ons voor twee gevaren bewaren. In de eerste plaats mogen we niet te snel zeggen: dit leven is niet beschermwaardig meer, hier wordt van verdere behandeling afgezien. In de tweede plaats moeten we bewaard worden voor een te lang doorgaan met behandelen en dan denk ik aan extremen, zoals de sterfbedden van Franco en Tito. Ook al komen deze extremen in de dagelijkse praktijk minder voor, toch moeten we onszelf telkens weer de vraag stellen: gaan we niet te lang door. verlengen wij door ons medisch handelen niet het lijden? Maar iedereen die wel eens met de problemen op dit heel moeilijke terrein te maken heeft gehad, kent hoop ik ook de bede van de 19e psalm:
Maar, HEER, wie is de man, Die op 't nauwkeurigst kan Zijn dwalingen doorgronden? O Bron van 't hoogste goed, Was, reinig mijn gemoed Van mijn verborgen zonden.
Enkele jaren geleden kwam er een rapport uit van de gezondheidsraad over euthanasie. Hierin was een minderheidsstandpunt opgenomen, waaraan onder andere Dr. J. Douma zijn bijdrage leverde. Ik denk niet dat ik het standpunt van een pro-life arts hierover beter kan verwoorden.
„Er zijn christenen zowel als humanisten die in de gehandicapte en afgetakelde mens, en in de onmondig gebleven mens de menselijke waardigheid willen blijven erkennen en daarom aandringen op gelijke bescherming van al het menselijk leven door de overheid. Zo erkennen genoemde christenen in het leven van de mens een gave van God. Zij geloven, overeenkomstig het getuigenis van de Heilige Schrift, dat de mens naar het beeld van God geschapen is. Voor menselijk leven geldt het gebod: , , Gij zult niet doodslaan". Dit gebod blijft ook overeind staan, wanneer we met zwaar gehandicapt of ontluisterd leven te maken hebben. Dat blijft menselijk leven, hoe moeilijk het ons ook kan vallen de zin van het bestaan ervan te vatten. In het spoor van Christus, een man van smarten en vertrouwd met smarten, wil de christen de gehandicapte en afgetakelde mens aanvaarden, zoals hij is: in alle ontluistering toch het beeld van God vertonend, waaraan niemand de hand moet slaan."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1986
Daniel | 31 Pagina's