JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De barre vlucht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De barre vlucht

vervolgverhaal deel 8

7 minuten leestijd

Terwijl de beide honden om hem heen springen - ze begrijpen dat er weldra vlees zal zijn - loopt de herder met een spartelend jong schaap de hut uit. In zeer korte tijd is hij terug met het nu gevilde dier. Kop en afval zijn voor de honden. Dan volgt een overvloedige maaltijd van geroosterd vlees en vers gebakken koeken. Het kost de vluchtelingen geen enkele moeite om op Chinese wijze blijk te geven van hun waardering over de kostelijke maaltijd. Zelfs de altijd wat vormelijke mr. Smith boert zonder enige terughoudendheid. Die nacht slaapt het groepje veilig en warm bij het smeulende vuur. De volgende morgen schenkt de herder hun het laatste vierde pan van het schaap. Met gebaren vraagt hij waar ze heen gaan. Slav kijkt naar de zon en wijst dan naar het zuiden. De herder pakt Zaro's arm en trekt eraan tot hij een paar graden ten westen van zuid aangeeft. Die weg zijn ze gegaan en 't blijkt al gauw dat het de beste weg is. Het pad is lang, maar bespaart hen vele afmattende beklimmingen. Als Paluchowicz bij het afdalen van een lange helling per ongeluk één van zijn schoenen uitschopt, gaat Zaro er als de wind achteraan. Voor hij tot stilstand komt, bukt hij om hem op te rapen, hij valt en op 't zelfde moment is hij, glijdend op zijn achterste verdwenen. Wat minder snel dan Zaro holt Slav naar de plaats waar deze verdween. De bodem wijkt er terug in een lange, holle boog en aan het oplopende eind staat Zaro lachend de sneeuw van z'n broek te kloppen. „Moet je ook doen", schreeuwt hij. Een voor één gaan de mannen in Zaro's spoor zitten en roetsen naar beneden. Ze zullen deze glijtocht nooit vergeten. Het zal het enige stuk de lange, lange reis zijn, dat ze anders dan op hun voeten af zullen leggen.

Nog één hindernis

Rondom een vuur dat met de laatste zorgvuldig bewaarde houtsplinters wordt gestookt, eet het vijftal de laatste stukjes schapevlees op.

Zorgvuldig worden het touw, de bijl, het mes en de lussen van het ijzerdraad nagekeken. Vóór het donker wordt, moet alles in orde zijn. Tegen middernacht gaat het vuur door gebrek aan brandstof uit. Rusteloos loopt het groepje heen en weer om niet te bevriezen en als het eerste daglicht aan de lucht komt, gaan ze op pad. Voor hen en boven hen torent een bergpiek, die onoverkomelijk lijkt. Aan het begin van de derde dag zijn ze over de top en.... zien een nieuwe piek voor hen. Twee dagen duurt de afdeling van de zuidelijke helling. In het dal maken ze een schuilhut en slapen een paar uur. Na de beklimming, die twee dagen duurt, volgt de zwaarste en langste nacht van hun leven. Op een brede, platte richel met een metershoge sneeuwlaag overvalt de duisternis hen. Moeizaam hakken ze de bevroren korst op de sneeuw open en maken gravend een schuilplaats tegen de snerpende kou. Ze hebben geen brandstof en om niet te bevriezen gaan ze in een kring staan, de armen om elkaar heen. Ze zijn op een hoogte waar de lucht zó ijl is dat ze maar moeilijk kunnen ademhalen. Wie in slaap valt, is ten dode opgeschreven. Driemaal zakt het hoofd van Kolemenos op zijn borst, driemaal knijpen en schudden de anderen hem wakker. Af en toe gaan ze, stampend met de voeten in gesloten kring in het rond. En zelfs tijdens die wonderlijke dans voelt Slav zich wegzinken in een heerlijke slaap.

Mr. Smith trekt hem aan zijn baard en slaat hem drie, vier keer zacht om zijn oren. „Wakker blijven", mompelt hij dof, zelf óp van de slaap.

De nacht is eindeloos en tegen de morgen is de kou zó bijtend fel, dat ze bijna bezwijken. „Laten we weggaan hier. Laten we naar beneden gaan, waar we weer kunnen ademhalen". Wie het zegt, weten ze niet, maar Paluchowicz vertolkt hun

aller gedachte: „Zo'n nacht zou ik niet nóg een keer kunnen doormaken''.

Voedsel en warmte

Twee dagen later vinden ze een grot, het winterverblijf van een herder. Hij is onbewoond, maar vlak bij de ingang ligt een berg brandhout en tegen de wand een stapel sterk riekende schapevachten.

Kolemenos wijst op een haak aan de zoldering. Daar hangt iets, gewikkeld in een zacht lamsvel. Als hij het van de haak neemt en uitpakt, blijkt er een brok vlees in te zitten, half gerookt en bijna zwart. Ze maken een vuur en voor het eerst sinds weken worden ze weldadig warm. Omdat Slav z'n mes verloren is, verdelen ze het vlees met de bijl. De helft bewaren ze voor de komende dagen. Ze nemen ieder een paar vachten waar ze een soort mouwloze jas van maken en slapen een gat in de dag. Het vuur is uit. Als ontbijt nemen ze nog wat koud schapevlees en gaan vol moed weer op pad.

Bijna aan het eind van de reis

De bergtop die het groepje twee dagen na het verlaten van de hut moeten bestijgen is de laatste uitloper van de Himalaja. Daarachter beginnen de lagere bergen en heuvels. Als ze aan de andere kant naar beneden gaan, schijnt de zon. Enkele uren later gebeurt er iets afschuwelijks.

Op de top van een heuvel hebben Zaro en Slav het uiteinde van het touw vastgemaakt om hun stevige stokken. De helling is kort en niet zo steil dat je het touw nodig hebt. Het ligt er meer als veiligheidslijn voor het geval dat Paluchowicz, die op handen en voeten achterwaarts naar beneden kruipt, in een of andere verborgen kloof zou kunnen glippen. Na hem komen Smith en Kolemenos op flinke afstand van elkaar. Paluchowicz heeft bijna het eind van de helling bereikt. Slav draait zich om naar Zaro en ziet op datzelfde moment hoe het touw even strak trekt om de stok en direkt daarop weer slap hangt. Er klinkt een scherpe kreet, dan is het stil. , , Zaro", schreeuwt Slav, „Anton is weg!" Smith en Kolemenos begrijpen niet wat er gebeurd is en kijken omhoog. „Kom terug naar boven!", schreeuwt Slav.

„Er is iets met Anton!" Slav haalt het touw in en bindt het uiteinde om zijn middel. „Ik ga hem zoeken".

Op de plaats waar Paluchowisz verdween, draait Slav zich voorzichtig om en kijkt in een duizelingwekkende diepte. De adem stokt in zijn keel.

„Anton, Anton!" Maar er komt geen antwoord. Verslagen klautert hij weer naar boven.

Stil zoeken ze een ander punt, vanwaar ze in de afgrond kunnen neerzien. Ze laten een grote steen naar beneden vallen en wachten op het geluid van het neerkomen. Ze horen niets. „Van zóver gekomen", zegt Smith zacht, „van zóver gekomen, om bijna aan het eind van de reis door zo'n ongeluk te sterven". Kolemenos neemt zijn stok en hakt er met de stompe bijl een stuk af en maakt van de beide stukken een kruis, het vierde. Hij wringt het op de richel tussen een hoop stenen. Sergeant Paluchowicz van zóver gekomen, is niet meer.

We are glad to see you

Hoe lager ze komen, hoe warmer het wordt. Uitgehongerd en aan het eind van hun krachten slepen de vier mannen zich voort. Het landschap is nog rotsachtig maar er zijn rivieren en beken en in de bomen klinkt vogelgeluid.

Acht dagen na de dood van Paluchowicz zien ze voor het eerst in de verte een kudde schapen door enkele mannen en honden gehoed. Ze zijn niet aan te schreeuwen en trekken een andere richting uit, maar 't geeft nieuwe moed. De honger knaagt, ze zijn volkomen uitgeput, maar voor het eerst valt de vrees weer gevangen genomen te worden van hen af. En dan.... Ze komen uit het westen, een groepje marcherende soldaten onder bevel van een officier tegen. Stil wachten de vier vluchtelingen op de dingen die komen gaan.

Slav laat zijn tranen de vrije loop. Dan doet mr. Smith langzaam een pas naar voren, hij strekt zijn hand uit. „We are very glad to see you", zegt hij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 mei 1986

Daniel | 32 Pagina's

De barre vlucht

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 mei 1986

Daniel | 32 Pagina's